1. De macht van de zonde

<<<<<

Zonde is een vaag begrip bij de meeste kerkmensen. Maar daar mag men geen genoegen mee nemen. Wie over zonde spreekt, moet ook spreken over de geesten die de zonde aansturen. Toen Adam in zonde viel, is de schepping van heer verwisseld. Daarom zucht nu de schepping, omdat Adam de macht overgegeven heeft aan de machten van de duisternis (Rom.5:12a). Er was ineens een invasie van duistere demonen die het overgenomen hebben van Adam. Spreek daarom nooit over de mens, die zondig en verdorven is en dat zal blijven tot aan zijn dood. Spreek ook niet van erfzonde, maar over Adam die een deur opende toen hij ongehoorzaam werd aan God. Hij stelde de schepping bloot aan de machten van de duisternis.

Deze machten zijn de gevallen engelen, satans demonen. Het zijn geestelijke wezens, die gedirigeerd worden door Satan en met elkaar de schepping in bezit nemen. Ze hebben maar één doel: de mens moet wetteloos worden, zodat hij het koninkrijk van God niet kan binnengaan. Die demonen vormen een geestelijke wereld, net zoals het koninkrijk van God ook een onzichtbare, geestelijke wereld is waar de innerlijke mens zich kan bewegen. God heeft echter tot doel dat de mens tot alle goede werken volkomen toegerust is. De duivel weet maar al te goed dat de verlossing uit de mens komt, door Jezus Christus die ons voorgegaan is. Hij weet dat de zonen van God, net als de Zoon van God, de schepping zullen herstellen. Om dat te bereiken moet de macht en de invloed van de vijand aan banden gelegd en opgeruimd worden.

Vanaf de moederbelofte in Gen.3:15 weet de Satan al dat hij de verliezer is. Toch probeert hij telkens de hiel te vermorzelen, zodat het de mens moeite kost om naar de top van berg te klimmen. Hij probeert de mens die de hoge weg wil gaan, telkens naar beneden te trekken. Dit is een typisch kenmerk van de Satan én duizenden mensen op aarde die graag met hem verbonden zijn. Zij proberen tegen te werken, terwijl zij weten dat zij zullen verliezen. Zo zal een hebzuchtig iemand altijd maar doorgaan om zoveel mogelijk geld te verzamelen, terwijl hij weet dat hij er niets aan heeft na zijn sterven. Er zijn mensen, die – omdat ze weten dat ze binnenkort zullen sterven – toch nog een ‘bucketlist’ afwerken, met allerlei wensen die zij voor hun dood zeker nog willen laten uitkomen. Ze zijn zo in de macht van Satan dat ze hun aandacht richten op natuurlijke zaken in plaats van op het geestelijke.

Ziektemachten

De eerste mensen leefden lang op aarde, zij werden zo’n 900 jaar, maar door de ziektegeesten is het leven ingekort. De duivel heeft ook de schepping gesloopt, waardoor bijvoorbeeld de dieren- en plantenwereld zich niet meer kunnen ontwikkelen naar de wil van hun Schepper. Er zijn dieren en planten die daardoor in staat zijn de mens te vergiftigen en in de mens te dringen, waardoor de ziektegeesten hun slag kunnen slaan.

Het duizendjarige rijk

Is een wesp die mij steekt nu een duivel? Nee de wesp is geen duivel, maar in het duizendjarig vrederijk zal hij mij niet meer kunnen steken. Dan existeert hij weer zoals de Schepper het bedoeld heeft. Zo zal een slang volgens Jesaja ook niets schadelijks meer doen in het vrederijk, zelfs een kind kan dan een hand steken in het hol van de gifslang. De macht van de duivel is dan teniet gedaan en de zonen van God hebben de schepping hersteld, de slang is dan niet meer in dienst van de Satan:

  • ‘Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de Heer, zoals het water de bodem van de zee bedek (Jesaja 11:6).

De duivel heeft de schepping voor een deel ontwricht en zijn ontbindende krachten doen hun werk. De levensgeest van de mens, die verzet zou moeten bieden, is verzwakt. Soms zo verzwakt dat er al voor de geboorte misvormingen ontstaan. God heeft nog heel wat krachten ingeschakeld om weerstand te bieden: de menselijke geest, de kennis van de mens en het verweer wat de mens kan bieden. Maar de demonen houden het genezingsproces altijd tegen. In sommige landen is daardoor de levensverwachting erg laag, soms worden de mensen daar niet ouder dan 30, 35 jaar, terwijl in andere landen het niet bijzonder is als iemand 100 jaar wordt. Dit alles is dan te danken aan de ontwikkeling van de mensen in die landen, of zij zich al dan niet ontwikkelen om weerstand te kunnen bieden aan allerlei tegenslagen. Door een goed gebruik van kennis en technologie, door een goede verzorging zijn mensen in staat om de levensverwachting te verhogen.

Zondemachten

  • ‘Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort’ (Jac.1:14-15).

Er zijn ook demonen die rechtstreeks hun slag proberen te slaan op de geest en de ziel van de mens, zodat hun ziel geen leven meer heeft. Zondemachten tasten het zielenleven aan, ze wekken de begeerte op en op die manier ontstaan zondige gedachten. Op zich zijn begeerten niet slecht, een mens moet begeren, iets wensen om wat te kunnen bereiken. Maar de duivel is in het spel als de wens op een verkeerde manier, buiten de wetten van God om, vervuld wordt. Dan komt het kwaad op in de menselijke geest. Het is als een embryo; je loopt innerlijk met kwade, slechte gedachten rond, zonder dat dat meteen naar buiten komt. De innerlijke mens wordt zo niet vernieuwd naar het Woord van God, maar het verstand wordt verduisterd. Als de embryo volgroeid is, wordt er iets geboren; het gedachteleven groeit uit tot een daad en als dit volgroeid is, brengt de slechte begeerte uiteindelijk de dood voort. Zo komt er een scheiding tussen God en mens.

Het ingeschapen geweten

  • ‘Want wanneer heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet zegt, zijn zij, hoewel zij de wet niet hebben, zichzelf tot wet. Zij tonen dat het werk van de wet geschreven is in hun hart. Daar getuigt ook hun geweten van en hun gedachten onderling beschuldigen of ook verontschuldigen elkaar,’ (Rom.14:14,15).

God heeft bij de mens het vermogen geschapen om lichamelijk verzet te bieden tegen zondemachten. Daarnaast geeft God de mens ook mogelijkheden om zich tegen de geestelijke aanvallen te verweren. De Bijbel noemt dit het ingeschapen geweten: de geest van de mens voert een gesprek met zijn ziel. Als de slechte begeerte opgewekt wordt, komt de geest van de mens – als drager van de wetten van God – in actie. De geest toont de mens of het goed of slecht is, de geest richt zich op de mogelijkheid om te kiezen om er wel of niet mee door te gaan. Dat is het goedwerkende geweten, waarvan Paulus zegt dat ook heidenen, die de wet niet kennen, toch het goede doen (Rom.2:14,15).

In dienst van de ongerechtigheid – Het eigen geweten bewust dichtschroeien met brandijzers 

Als de geest van de mens aangetast en afgebroken is door de demonen van de duisternis, raakt men gefascineerd door de zondemachten. De nieuwsgierigheid naar het rijk van de duisternis wordt geprikkeld, omdat de verleidende geesten het altijd zo mooi voorspiegelen. De menselijke geest, het geweten zegt altijd: ‘Nee!’. Maar de Satan is er op uit om de geest van de mens te bezetten.

Wie ingaat op de verleidingen van de duivel, stelt zijn lichaam ‘in dienst van de ongerechtigheid’. Het leven, verstand en gevoel komen in dienst van het rijk van de duisternis. En die dienst wordt uitbetaald in loon, dat is de schuld die de mens bij de duivel opbouwt. In de geestelijke wereld is er dan een soort neerslag wat over de mens komt, de Bijbel spreekt van een zondig kleed over de innerlijke mens (Jes.30:22). Hoe groter de zonde, hoe vuiler het kleed als een soort voorhangsel waar de innerlijke mens leeft. Het voorhangsel brengt immers scheiding tussen God en de mens.

Jezus Christus heeft ons vuil weggewassen

Jezus Christus is gekomen om die ‘neerslag’ weg te nemen. Hij heeft met Zijn bloed het voorhangsel weggenomen, het vuil weggewassen. Met Zijn eigen leven heeft Hij de mens gereinigd van zijn schuld. Hij heeft de schuld op Zich genomen, waardoor men rechtvaardige geworden is. Door Zijn verlossing staat de mens open voor Gods Geest, die als een zuivere lucht binnenkomt. Dit alles gebeurt in de geestelijke wereld. Jezus heeft sleutels gegeven zodat er inzicht komt in de geestelijke wereld. Hij heeft bekend gemaakt hoe de machten van de duisternis de schepping in hun greep hebben. Tegelijkertijd heeft Hij laten zien hoe men het kleed van gerechtigheid kan aandoen. Zo kan men naar de innerlijke mens veranderen. De Bijbel spreekt over die innerlijke mens als een gebouw, niet met handen gemaakt maar het is eeuwig in de hemelse gewesten. Dat geestelijk lichaam wordt na het sterven weer opgewekt, om op aarde – in de zichtbare wereld – te kunnen functioneren.

Zonde tot de dood

Ieder mens heeft een geweten, of men nu in God gelooft of niet. Vanuit dat geweten doet men van nature wat de wet gebiedt. Het is vreselijk als de mens zijn ingeschapen geweten bewust dicht schroeit en hoeveel mensen doen dat vandaag niet? De wereldlijke en geestelijke ‘leiders’ voorop! Dit doet men door actief de demonen binnen te laten in eigen huis. Wanneer Satans demonen hun aanbidders op aarde dan vertellen om de meerderheid van onschuldige mensen, wereldwijd te vermoorden, is er zéker sprake van zonde tot de dood.

Occultisme

Kerkmensen denken vaak dat ze moeten bidden voor deze demonenaanbidders. Dit is echter on-Bijbels. De Bijbel zegt dat wij alle last en zonde zélf moeten afleggen. Hoewel in dit verband nergens over zonde van occultisme, afgoderij en toverij gesproken wordt, had men in de tijd van de apostelen er wel mee te maken: het hele maatschappelijke leven was verweven met afgoderij. Conventionele zonden als stelen, lasteren, hoogmoed, gierigheid, jaloersheid, haat, stemmingmakerij, vrees en dergelijke kunnen in de kracht van God overwonnen worden. Deze zonden horen immers bij de oude mens, die zich nog niet bekeerd heeft.

Demonenaanbidding

Bij de zonde van demonenaanbidding heeft men te maken met een samensmelting van demonische geesten met de menselijke geest (Op.13:16-18). Dit is een zonde tot de geestelijke dood. Een afgodenaanbidder maakt zich één met demonen, identificeert zich met hen en voert hun satanische werken uit. Het massaal vermoorden van miljoenen onschuldige mensen (embryo’s, baby’s, kinderen en volwassenen) doet hen niets. De Bijbel zegt van deze satan aanbidders:

  • ‘Wee hen, die het kwade goed noemen en het goede kwaad! Johannes schrijft: Als iemand zijn broer ziet zondigen – een zonde niet tot de dood – dan moet hij tot God bidden en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden’ … ‘Er bestaat ook zonde die wél tot de dood leidt. In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet. Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood’ (1 Joh.5:16,17).

>>>>>