Wat is zonde?

  • ‘Van sommige mensen zijn de zonden overduidelijk en gaan die aan hun veroordeling vooraf. Bij anderen komen zij achteraf openbaar’ (1 Timotheüs 5:24).

Over het begrip en het wezen van de zonde wordt nauwelijks gesproken. Soms tref je mensen die na afloop van de kerkdienst zeggen: ‘Ja, de dominee heeft duidelijk gesproken over de zonde, je mag geen zonde doen’. Daar houdt het dan ook meteen weer mee op. Maar het is goed om eens stil te staan bij de verschillende soorten zonden. Sommige zonden zijn aanwijsbaar, waardoor je voor de rechter moet verschijnen, want men heeft gezien dat je die zonden gedaan hebt. Dat zijn zonden die voor een mens uitgaan. Het kan ook gebeuren dat pas later duidelijk wordt welke zonden men gedaan heeft.

Zonde is een vaag begrip bij de meeste kerkmensen. Maar daar mag men geen genoegen mee nemen. Wie over zonde spreekt, moet ook spreken over de geesten die de zonde bewerken. Toen Adam in zonde viel, is de schepping van heer verwisseld. Daarom zucht nu de schepping, omdat Adam de macht overgegeven heeft aan de machten van de duisternis (Rom.5:12a). Er is een invasie van duistere demonen gekomen, die het overgenomen hebben van Adam. Spreek daarom nooit over de mens, die zondig en verdorven is en dat zal blijven tot aan zijn dood. Spreek ook niet van erfzonde, maar over Adam die een deur opende toen hij ongehoorzaam werd aan God. Hij stelde de schepping bloot aan de machten van de duisternis.

Deze machten zijn de gevallen engelen, geestelijke wezens, die voortgestuwd worden door hun satan en als een grote invasie de schepping in bezit nemen. Ze hebben maar één doel: de mens moet wetteloos worden, zodat hij het koninkrijk van God niet kan binnengaan. Die demonen vormen een geestelijke wereld, net zoals het koninkrijk van God ook een onzichtbare, geestelijke wereld is waar de innerlijke mens zich kan verheffen. God heeft echter tot doel dat de mens tot alle goede werken volkomen toegerust is (2 Tim.3:16). De duivel weet maar al te goed dat de verlossing uit de mens komt, door Jezus Christus die ons voorgegaan is. Hij weet dat de zonen van God, net als de Zoon van God, de schepping zullen herstellen. Daarom moet de macht en de invloed van de vijand aan banden gelegd en opgeruimd worden.

Vanaf de moederbelofte in Gen.3:15 weet de vijand, de duivel, al dat hij de verliezer is. Toch probeert hij telkens de hiel te vermorzelen, zodat het de mens moeite kost om naar de top van berg te klimmen. Hij probeert de mens telkens naar beneden te trekken, die de hoge weg wil gaan. Dit is een typisch kenmerk van de satan (en miljarden mensen die met hem verbonden zijn): proberen tegen te werken, terwijl hij weet dat hij zal verliezen. Zo zal iemand die gedreven is door geldzucht, altijd maar doorgaan om zoveel mogelijk geld te verzamelen, terwijl hij weet dat hij er niets aan heeft na zijn sterven. Er zijn mensen, die – omdat ze weten dat ze spoedig zullen sterven – toch nog een bucketlist afwerken, met allerlei wensen die zij voor zijn dood zeker nog in vervulling willen laten gaan. Ze zijn zo in de macht van de duivel dat ze hun aandacht richten op de natuurlijke zaken in plaats van op het geestelijke. Die nutteloze dingen kunnen echter de mens niet helpen in de geestelijke strijd.

Zonde- en ziektemachten

De duivel gaat, tegen beter weten in, door om de mensen tegen te werken. De eerste mensen leefden lang op aarde, zij werden zo’n 900 jaar, maar door de ziektegeesten is het leven ingekort. De duivel heeft eerst de schepping moeten vernielen, waarbij bijvoorbeeld de dieren- en plantenwereld zich niet meer kan ontwikkelen naar de wil van hun Schepper. Er zijn dieren en planten die daardoor in staat zijn de mens te vergiftigen en in de mens te dringen, waardoor de ziektegeesten hun slag kunnen slaan. Is een wesp, die mij steekt nu een duivel? Nee de wesp is geen duivel, maar in het duizendjarig vrederijk zal hij mij niet meer kunnen steken (Openb.20:1,2). Dan existeert hij weer zoals de Schepper het bedoeld heeft. Zo zal een slang volgens Jesaja 11:6 ook niets schadelijks meer doen in het vrederijk, zelfs een kind kan dan een hand steken in het hol van de gifslang (een basilisk). De macht van de duivel is dan teniet gedaan en de zonen van God hebben de schepping hersteld, de slang is dan niet meer in dienst van de satan.

De duivel heeft de schepping voor een deel ontwricht en zijn ontbindende krachten doen hun werk. De levensgeest van de mens, die verzet zou moeten bieden, is verzwakt. Soms zo verzwakt dat er al voor de geboorte misvormingen ontstaan. God heeft nog heel wat krachten ingeschakeld om weerstand te bieden: de menselijke geest, de kennis van de mens en het verweer wat de mens kan bieden. Maar die demonen houden het genezingsproces altijd tegen. In sommige landen is daardoor de levensverwachting erg laag, soms worden de mensen daar niet ouder dan 30, 35 jaar, terwijl in andere landen het niet bijzonder is als iemand 100 jaar wordt. Dit alles is dan te denken aan de ontwikkeling van de mensen in die landen, of zij zich al dan niet ontwikkelen om weerstand te kunnen bieden aan allerlei tegenslagen. Door een goed gebruik van kennis en technologie, door een goede verzorging zijn mensen in staat om de levensverwachting te verhogen.

  • ‘Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort’ (Jac.1:14-15).

Er zijn ook demonen die rechtstreeks hun slag proberen te slaan op de geest en de ziel van de mens. Dat willen ze ontwrichten zodat hun ziel geen leven meer heeft. Zondemachten van ziekte grijpen het zielenleven aan, ze wekken de begeerte op en op die manier ontstaan zondige gedachten. Op zich zijn begeerten niet slecht, een mens moet begeren om wat te willen bereiken. Maar de duivel is in het spel als de begeerte op een verkeerde manier, buiten de wetten van God om, bevrucht wordt. Dan komt het kwaad op in de menselijke geest. Het is als een embryo, je loopt met kwade, slechte gedachten rond, zonder dat dat meteen naar buiten komt. Je innerlijke mens wordt niet vernieuwd naar het Woord van God, maar je wordt verduisterd in je verstand. Als het embryo volgroeid is, wordt het kind geboren; het gedachteleven groeit uit tot een daad en als dit volgroeid is, brengt de slechte begeerte uiteindelijk de dood voort. Zo komt er een scheiding tussen God en de mens.

Naast lichamelijk verweer heeft God bij de schepping van de mens, ook mogelijkheden gegeven om zich tegen de geestelijke aanvallen te verweren. De Bijbel noemt dit het ingeschapen geweten, dat is de geest van de mens die een gesprek voert met zijn ziel. Als de slechte begeerte opgewekt wordt, komt de geest van de mens als drager van de wetten van God in actie. De geest toont de mens of het goed of slecht is, de geest richt zich op de wil, die de keus heeft om er wel of niet mee door te gaan. Dat is het goedwerkende geweten, waarvan Paulus zegt dat ook heidenen, die de wet niet kennen, toch het goede doen (Rom.2:14,15). Als de geest aangetast, afgebroken is door de machten van de duisternis, raakt men gefascineerd door die zondemachten.

De nieuwsgierigheid naar het rijk van de duisternis wordt geprikkeld, omdat de verleidende geesten het altijd zo mooi voorspiegelen. De geest, het geweten zegt altijd: ‘Nee!’, vandaar dat de duivel er altijd op uit is om de geest van de mens te bezetten. Als je ingaat op de verleidingen van de duivel, stel ‘je je lichaam in dienst van de ongerechtigheid’. Je leven, je verstand en je gevoel komen in dienst van het rijk van de duisternis. En die dienst wordt uitbetaald in loon, dat is de schuld die de mens bij de duivel opbouwt. In de geestelijke wereld is er dan een soort neerslag wat over de mens komt, de Bijbel spreekt van een zondig (maanstondig – St. Vert.) kleed over de innerlijke mens (Jes.30:22). Hoe groter de zonde, hoe vuiler het kleed, als een soort voorhangsel waar de inwendige mens zich in bevindt. Het voorhangsel brengt scheiding tussen God en de mens.

Jezus Christus

Jezus Christus heeft a.h.w. een middel gevonden om die neerslag weg te nemen. Hij heeft met Zijn bloed het voorhangsel weggenomen, het vuil weggewassen. Met Zijn kostbaar leven heeft Hij de mens gereinigd van zijn schuld. Hij heeft de schuld op Zich genomen, waardoor men rechtvaardige geworden is. Door Zijn verlossing staat de mens open voor de Geest van God, die als een zuivere lucht binnenkomt. Dit alles voltrekt zich in de geestelijke wereld, je ziet niet als er een boze geest binnen komt, zo zie je het ook niet als de Heilige Geest in je komt. De gevolgen zijn te merken, van beide kanten. Jezus heeft het daarom aan de mens geopenbaard. Hij heeft de sleutels gegeven zodat er inzicht komt in de geestelijke wereld. Hij heeft bekend gemaakt hoe de machten van de duisternis de schepping in hun greep hebben. Tegelijkertijd heeft Hij laten zien hoe men het kleed van gerechtigheid kan verwerven. Zo kan men naar de innerlijke mens veranderen. De Bijbel spreekt over die innerlijke mens als een gebouw, niet met handen gemaakt maar het is eeuwig in de hemelse gewesten. Dat geestelijk lichaam wordt na het sterven weer opgewekt, om op aarde – in de zichtbare wereld – te kunnen functioneren.

Ieder mens heeft een geweten, of men nu in God gelooft of niet. Vanuit dat geweten doet men van nature wat de wet gebiedt. Het kan ook zijn dat het geweten dichtgeschroeid is, zowel bewust of onbewust. Dit heeft ook te maken met het milieu waarin men leeft. Denk bijvoorbeeld aan de voorvaders zoals een Abraham en een Jacob, die meerdere vrouwen hadden. Wie kon hen in die tijd waarschuwen? Hen erop wijzen dat God geen polygamie toestaat? Met de kennis van nu over de geestelijke wereld, weten wij dat het hebben van meerdere vrouwen ons van God afhoudt. Via Jezus Christus is er een andere gedachtewereld geopenbaard. Hij heeft de wetten van God in het hart geplant, zoals het vanaf het begin geweest was. Zo is vandaag de dag ook het milieu van grote invloed op hoe we leven. Het is geen wonder als kinderen de zonden en slechte gewoonten van hun ouders overnemen en als ze nooit iets anders om zich heen zien. Denk aan onreinheid, maar ook aan stelen en liegen. De Heer zegt over die ouders, die hun kinderen daarmee grootbrengen:

  • ‘Het zou beter voor hen zijn dat ze met een molensteen om hun hals zouden verdrinken in de diepte van de zee, dan dat ze één van deze kleinen tot zonde verleidt’.

Het is vreselijk als de mens zijn ingeschapen geweten bewust dichtschroeit en hoeveel mensen doen dat vandaag niet, de wereldlijke en geestelijke leiders voorop! Dit doet men door actief de demonen binnen te laten in eigen huis. Wanneer demonen de mens dan vertellen om bv. letterlijk alle onschuldige mensen wereldwijd te vermoorden, zoals vandaag volop gebeurt door de ‘religie van de vrede’, is er sprake van zonde tot de dood.

In tegenstelling met wat velen denken is bidden voor demonenaanbidders on-Bijbels. Het Woord zegt dat wij alle last en zonde moeten afleggen. Toch spreekt de Schrift in dit verband nergens over de zonde van occultisme, afgoderij en toverij. Dit is wel zeer opmerkelijk, omdat in de tijd van de apostelen, het hele maatschappelijke leven met afgoderij verweven was. Op de weg van de heiligmaking kunnen de conventionele zonden als stelen, lasteren, hoogmoed, gierigheid, jaloersheid, haat, stemmingmakerij, vrees en dergelijke in de kracht van God overwonnen worden. Deze zonden horen immers bij de oude mens, bij de verdorven menselijke natuur.

Bij de zonde van demonenaanbidding heeft men echter te maken met een rechtstreeks contact met boze geesten, met een samensmelting van demonische geesten met de menselijke geest (Openb.13:16-18). Dit is een zonde tot de dood, dat wil zeggen tot de geestelijke dood. Een afgodenaanbidder maakt zich één met demonen, identificeert zich met hen en voert hun satanische werken uit. Het massaal vermoorden van miljoenen onschuldige mensen, inclusief baby’s en kinderen doet hen daarom niets. De Bijbel zegt niets voor niet: ‘Wee hen, die het kwade goed noemen en het goede kwaad’. Johannes schrijft:

  • ‘Als iemand zijn broer ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan moet hij tot God bidden en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden … Er bestaat ook zonde die wél tot de dood leidt. In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet. Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood’ (Deut.32:17; 1 Kron.10:13,14; Psalm 106:37,38; 2 Thess.2:8-12; 1 Joh.5:16,17; 9:1-11; 13:1-8).

Zonden die voor de mens uitgaan

Er zijn zonden die zo duidelijk zijn, dat ze voor de mens uitgaan. De wetten – ook de wetten die door aardse overheden zijn ingesteld – zijn gegeven om duidelijk te maken wat zonde is. Bij het uitbreken van de zonde is het vanzelfsprekend dat er een straf op moet volgen (Rom.13:1-7). De straf wordt gegeven om herhaling te voorkomen, maar vooral om in de zienlijke wereld duidelijk te maken dat er bij een overtreding een vergelding moet plaats vinden. Voor wat, hoort wat. Maar de aardse overheden houden geen rekening mee met de veroorzaker van alle zonden, de satan. Een normaal mens moet sterk genoeg zijn om zo’n zonde niet weer te willen doen, hij wil de zonde overwinnen. Met Paulus weten wij echter dat men, als men zonden doet, gebonden is (Rom.7). Met de zondegeest in zich doet men niet wat de wet gebiedt, maar wordt men als het ware gedwongen om ons juist niet aan de wet te houden.

Zo moet de mens erkennen dat hij op bepaalde terreinen de demonen niet de baas is. De geest van de mens wil dan wel het juiste doen, maar het vlees kan niet op tegen de boze geest die de touwtjes in handen heeft. Dit is een geestelijke strijd. Daarom zal een mens, die buiten het Koninkrijk van God leeft, nooit de strijd tegen de zonde kunnen winnen. Hij kan ervoor kiezen om zich nog meer in te spannen, maar hij blijft gebonden. Er zijn veel mensen, die niet beseffen dat ze gebonden zijn, ze zijn niet bekend met de geestelijke wereld. Daarom houden ze altijd een moeizaam leven.

Jezus heeft echter geleerd hoe men de zondemachten kan weerstaan en hoe men ervan bevrijd kan worden. Zet de boze geesten buiten ‘uw huis’, vreemde kostgangers moeten de toegang ontzegd worden. Als u uzelf niet kunt bevrijden van zonde- en ziektegeesten, kunt u in de gemeente om hulp vragen om die demonen uit te drijven. Ga allereerst bij u zelf na door welke machten u beheerst wordt. Denk aan geweldmachten, die een mens volledig kunnen beheersen. Het kan tijden lang goed gaan, maar plotseling grijpt die demon je aan, vergelijk ook hoe de machten de maanzieke jongen beheersten. Geef u zelf niet de schuld van uw gedrag, maar wijs de boze geesten aan die dit veroorzaken. Geef u zelf ook niet de schuld als u ziek wordt, wijs ook dan de ziektegeesten aan, die u ziek en zelfs dood willen hebben. Natuurlijk is het verstandig om goed om te gaan met je lijf en leden, maar tijdens de ziekte spreekt u de ziektedemonen aan.

Denk ook aan de machten van de duisternis die de mens opjutten tot onreine gedachten en handelingen. De machten die een mens verslaafd laten raken aan een genotsmiddel of aan het steeds maar weer móeten gokken, stelen of brandstichten. De hartstocht tot het verkeerde wordt constant door de boze geesten aangewakkerd. Het Oude Testament kende geen enkele oplossing voor dit soort zaken. Ook de kerken van vandaag de dag, inclusief veel evangelische kringen, leven nog oudtestamentisch. Je kan dus niet verwachten dat ze gebonden mensen op een geestelijke wijze kunnen verlossen. Ze gaan ervan uit dat de dood de uiteindelijke oplossing van het probleem is. Maar in het Nieuwe Testament wordt toch duidelijk gewezen op de mogelijkheid tot bevrijding van gebondenen. Er is herstel mogelijk, zoals Paulus zegt in 1 Cor.6:11:

  • ‘Sommige van u zijn dat (ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en oplichters) geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de naam van de Heer Jezus en door de Geest van onze God’.

Het woord schoon wassen geeft aan dat de zonde niet langer heerst. Als de mens gereinigd is, is de mens in wezen niet slecht. De mens is goed, er komt alleen zo’n vuile laag, zo’n neerslag over. Wij zijn geen duivels, wij zijn in wezen niet verdorven, maar we zijn er mee vergroeid. Daar moeten we van gereinigd worden, zoals David zei: ‘Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw’ (Ps.51:9). Dat is de boodschap van David uit Psalm 51, dat is heel wat anders dan de vermeende erfzondeleer. Door de reiniging van de zonden bent u heilig, afgezonderd van de demonen van de duisternis. U bent gerechtvaardigd door de naam van Jezus Christus, die Zich tegenover de vijand heeft gesteld en door Gods Geest die in u werkt als u de machten van de duisternis verdreven heeft.

Het evangelie van het koninkrijk der hemelen geeft Goddank inzicht in deze materie. Jezus heeft dit geopenbaard, Hij kon zeggen: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet door wie zij gebruikt worden’. Zo zei Jezus ook tegen Petrus: ‘Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd u te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken’ (Luc.22:31,32). De satan is de veroorzaker van alle kwaad. Tegen de Farizeeën zegt Jezus dat zij de duivel als vader hebben, Hij zegt er ook bij dat zij niet van hem bevrijd willen worden. Zo kunt u de duistere machten, die op u en anderen afkomen, identificeren.

Mensen zijn soms overweldigd door die machten, zoals Jezus in Marc.1:23 ziet hoe een man door onreine geesten overweldigd was. De geesten in die man worden onrustig als Jezus hen herkent, zij schreeuwen naar Hem, maar Jezus drijft ze uit. Ook nu zijn er mensen, die merken dat ze in de greep komen of zijn van een (onreine) geest en hoewel zij het wel willen, kunnen zij zich er niet aan ontworstelen. In de gemeente mag men die mensen bevrijden, waarbij het niet gaat over of iemand schuldig is. De machten zijn de veroorzakers van het kwaad, zij zijn schuldig.

Zonden achteraf

Er zijn ook zonden die achteraf openbaar worden, je doet het zonder of voordat je het weet. Zo zijn er mensen die met hun ondraaglijke pijn naar de magnetiseur gaan. Zij schrijven de paranormale krachten die zo’n man of vrouw heeft, toe aan God. Dit komt omdat zij op oudtestamentische wijze denken: alles wat uit de onzienlijke wereld komt is van God. Er is geen zicht op de onzienlijke wereld en dus ook geen zicht op het werk van de satan. Maar door de magnetiseur te bezoeken, wordt hun kleed alleen maar zwaarder en vuiler en God kan niet meer tot hen doordringen. Zij worden steeds depressiever, hoewel ze misschien op natuurlijk gebied genezing ontvangen. Een natuurlijk mens zoekt zo genezing bij een geestelijk mens, want zeker weten, de magnetiseur is een geestelijk mens. Hij werkt alleen wel vanuit het verkeerde deel van de geestelijke wereld, het rijk van de duisternis en op die manier zul je niet genezen, maar bezet gebied worden. Zo kan de duivel ook mensen genezen. Het gaat daarom ook hierin om de rol van het geweten. Durf je eerlijk te zijn en op je gevoel af te gaan, durf je te zeggen dat dit eigenlijk niet de goede weg is?

Wie eerlijk is en zijn geweten niet heeft dichtgeschroeid, gaat geestelijk denken en daarnaar handelen. Die onderkent dat de krachten van zo’n genezer niet van God kunnen komen en dat je uit de buurt moet blijven van dit soort behandelmethodes. Want als de ene macht uitgedreven wordt, komt een andere, sterkere macht in je wonen met alle gevolgen van dien. Als je geestelijk gaat leven, ga je bidden om genezing, want alleen Jezus heeft de macht over zowel de boze als de goede engelen. De hoofdman van Kapernaüm wist dat ook, toen hij voor genezing van zijn zieke knecht naar Jezus toe ging: De macht die zijn knecht ziek maakte, zou alleen maar op bevel van Jezus kunnen wijken, want Jezus heeft alle macht. Als Hij de demonen verdrijft, komen er geen andere, sterkere duivelen. Dat gebeurt wel als de duivel, de overste van deze wereld, de machten weg stuurt. Je ziet er niets van, het is een geestelijk gebeuren, maar Jezus heeft ons de tegenwerkende machten geopenbaard. Zo blijven we niet meer zitten in onze ellende, we nemen er geen genoegen meer mee, maar we gaan de strijd aan.

Er zijn mensen die willen weten hoe hun toekomst er uit is. Zij gaan daarvoor niet naar Jezus, maar naar een waarzegger of een astroloog, of ze lezen de horoscopen. Paulus schijft echter dat je daarvoor bij de gemeente moet zijn, zodat door de gemeente de veelkleurige wijsheid van God bekend gemaakt zal worden (Ef.3:10). De Heer maakt duidelijk hoe de toekomst zal zijn, het is opvallend hoe weinig kerkmensen daar iets van kennen. Ze kunnen voorspellen dat er rampen zullen zijn, als hongersnoden en aardbevingen, maar dat halen ze uit de krant. Maar de Heer zegt dat we als koningen op de troon zullen zitten en dat we de demonen van de duisternis zullen overwinnen, dat is onze toekomst.

Gods Heilige Geest maakt ons duidelijk wat voor heerlijke toekomst wij hebben: Wij zullen bij de herschepping alles herstellen, wij zullen mensen brengen naar het nieuwe Jeruzalem, naar de Levensboom onder wiens bladeren genezing is (Openb.22:1,2). Voor veel mensen houdt de toekomst op bij het sterven, zij komen dan in een onzekere wereld. Wij weten dat we de dood niet zullen zien en onze werken volgens ons na. De moeiten blijven achter, maar wat wij hier gedaan hebben in de naam van Jezus, doen we na ons sterven duizendvoudig. Daarom zoeken we onze zekerheid niet in een sterrenbeeld of in een amulet, als het nodig zal de Heer ons zijn engelen ter bescherming sturen.

Er zijn veel volken, die in de zichtbare wereld verbonden zijn met dieren en daarmee onzichtbaar verbonden zijn met demonen. Zo kennen we de heilige koe in India, maar ook in Canada zijn stammen verbonden met bijvoorbeeld een arend. Er zijn veel gebonden mensen, doordat zij op reis allerlei tempels bezoeken en zich laten inwijden of meedoen aan bepaalde rituelen. Zij onderkennen niet het gevaar wat daarin schuilt, het gevaar dat je bezet gebied wordt, dat zo’n macht van je bezit neemt. Ook al is het nog zo ‘in’, pas op dat u daar niet in meegaat.

Het is ook onbegrijpelijk dat kerkmensen beelden in hun huis nemen. Denk aan de souvenirs die meegenomen worden uit oosterse landen. Trouwens, je kan ze tegenwoordig ook gewoon kopen in woonwinkels en tuincentra. Wie kent niet de Boeddhabeelden en de wierookstokjes, om maar eens enkele te noemen. Mensen beseffen niet welke demonen hier achter zitten. Paulus zegt: ‘Een afgod is niets, maar de demon die er achter zit, die bestaat echt en oefent zijn macht uit’.

Wij willen ons oefenen in het herkennen van dit soort zaken. Wij willen steeds meer inzicht krijgen in de geestelijke wereld. Wij willen de camouflage van de duivel wegnemen en bewust zijn van de macht die hij in ons leven uit wil oefenen. Wij willen de zonde leren (her)kennen, zodat we weerstand bieden aan de duivel, die ons wil verleiden tot allerlei soort van zonde. Wilt u dat ook?