Wat is nu eigenlijk het verschil?

  • ‘Zeg eens, is er nu eigenlijk wel verschil tussen jullie en die andere kerken? Ze geloven toch allemaal in God en in Christus? Anders zouden ze zich niet ‘christelijk’ noemen. Wat is dan het verschil tussen hen en de gemeente waar u naar toe gaat?’

Deze vraag werd ons gesteld door iemand die, hoewel zelf hervormd zijnde, enkele keren de ‘Vrij evangelische gemeente’ bezocht had. Hij had het er best naar z’n zin gehad en kon het erg waarderen dat er na afloop van de dienst nog gezellig met elkaar koffie gedronken werd. Omdat hij kennelijk niet veel kennis van zaken had en hij een duidelijke klankverwantschap zag tussen dit kerkgenootschap en een gemeente waar het enige eeuwig evangelie gebracht wordt, wilde hij wel eens weten of er nu werkelijk veel onderscheid hiertussen bestaat.

Het wezen van God

De basis van het geloof in de christelijke kerken is Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Heer is. Dat geloven zij (als ze tenminste niet vrijzinnig zijn). Dit is een belangrijk punt van overeenkomst. Maar daarnaast zijn er nog vele, niet minder belangrijke, zaken die dat grote verschil veroorzaken.

Een van de belangrijkste punten betreft de opvatting over het wezen van God. De Bijbel leert dat God barmhartig, genadig en vol van goedertierenheid is. Kort gezegd: God is enkel goed. Dat belijden wij met heel ons hart. ‘Bij Hem is geen zweem van ommekeer’ leert de Bijbel. Onze Vader blijft onveranderlijk dezelfde. Deze simpele redenering wordt door vele gelovigen aangevochten. Men erkent wel dat God goed is, maar beweert daarnaast ook het tegenovergestelde. Met de gelovige Job belijden zij: ‘Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?’ De houding van Job was goed, hij was nederig en kwam niet in opstand tegen God, maar het ontbrak hem aan inzicht. In het einde van het laatste hoofdstuk van het boek Job lezen we gelukkig ook zijn belijdenis: ‘Ik verkondigde dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep .. daarom herroep ik en doe boete in stof en as’. Job zag niet dat in de onzienlijke wereld gestreden wordt om de ziel van de rechtvaardige.

Ook nu nog zijn er veel kerkgangers die dat niet in de gaten hebben. Alles wat hen overkomt, schrijven zij met zondag 10 HC toe als afkomstig uit ‘Gods milde Vaderhand’: Wanneer we gezond zijn danken we God hiervoor, zijn we ziek dan hebben we maar te berusten; het is de wil van de Vader .. Voorspoed hebben we aan onze God te danken, maar ook de tegenspoed wordt ons door Hem toebedeeld, enzovoort. Zo wordt er door tallozen geredeneerd.

De Bijbel leert echter heel wat anders. ‘God is licht en in Hem is er geen spoor van duisternis’ (1 Joh.1:5). Hoe kan deze onuitputtelijke Lichtbron dan ooit duisternis in ons leven brengen? Wij weten dat in dergelijke omstandigheden het rijk van de duisternis in elk leven actief is. Net als bij Job, met de bedoeling ons van God af te brengen, door opstandigheid of moedeloosheid. Het eeuwig evangelie nu leert de ware vijanden kennen en schrijft God niets ongerijmds toe. Van alle nood en ellende leggen wij de volle verantwoordelijkheid op de schouders van de satan. Niet voor niets betekent diens naam: tegenstander. Tegenstander van het werk dat God ook in ons leven is begonnen. Daarom bestrijden wij deze wetteloze tegenpartij, in de kracht van de Heilige Geest. Het wezen, de aard van God? Enkel goed!

Het wezen van de mens

Een tweede belangrijk punt is de mening over wie en wat de mens is. ‘De mens is van nature slecht en geneigd tot alle kwaad’, belijdt het grootste deel van de kerken. De mens deugt niet, nog voor geen cent. Wanneer wij iemand zo horen spreken, zeggen wij wel eens: ‘Je hebt zeker nogal veel zelfkennis?’ Maar wanneer zo iemand verontwaardigd wordt en gaat beweren, dat wij mensen allemaal slecht zijn en dit nog wel tot aan onze dood toe zullen blijven, protesteren we. Als mensen die gegrepen zijn door de boodschap van het evangelie doen wij niet mee aan die algemene degradatie van de mens. Het scheppingsverhaal (zoals de Bijbel het weergeeft) spreekt er van dat de mens als kroon van de schepping werd geschapen. Toen hij geschapen was, zei God dat de mens ‘goed, ja zeer goed’ was. Van oorsprong is de mens dus in ieder geval niet slecht. Dat hij dit wel geworden is, is een heel andere zaak.

Inderdaad zien wij in de praktijk van het leven dat de meeste mensen gauw geneigd zijn om het kwade te bedenken en te doen. Er is een zondeval geweest. Het eerste mensenpaar luisterde naar de leugenachtige verlokking van de satan en verspeelde daarmee zijn koningschap. De mens, die bedoeld was om over de schepping te heersen, raakte zijn bevoegdheden kwijt. Hij droeg zijn koningschap over aan hem die hem had weten te verleiden. En sindsdien is het met de mens bergafwaarts gegaan. Velen zondigen en blijven dit doen tot aan hun laatste snik. Ook onder christenen is dit het geval. Maar dat je zondig bent geboren, nee dat is absoluut niet waar. Deze kerkmensen zuchten ook altijd: Volmaakt zal je nooit worden…

In een gemeente waar het eeuwig evangelie gebracht wordt, worden deze opvattingen met klem van de hand gewezen! Nuchter genoeg om te erkennen dat niemand van ons al volmaakt is, belijden wij toch: ‘Toch worden wij wel volmaakt’. Is dit nu een dom fanatisme of zijn hier Bijbelse aanwijzingen voor? Allereerst is er die uiterst belangrijke tekst die aangeeft waartoe, met welk doel, de Schrift ons gegeven is:

  • ‘Elk van God ingegeven Schriftwoord (grondtekst), is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, zodat de mens van God volkomen is, tot alle goede werken volkomen toegerust’ (2 Tim.3:16,17).

Als dit het enige Bijbelwoord was dat deze dingen aan de orde stelt, zou het al voldoende zijn. Deze tekst is immers voor geen andere uitleg vatbaar. Er is sprake van het feit dat wij ons door de Schrift laten onderwijzen, opgevoed worden in de gerechtigheid. En dan worden wij volkomen toegerust tot alle goede werken. Als we zover gevorderd zijn (en dat moet dus mogelijk zijn), kunnen we dan toch nog ongerechtigheid doen?

Er zijn nog meer Bijbelse uitspraken die ons sterken in onze overtuiging. We noemen er hier nog een paar. ‘Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat u volkomen en onberispelijk bent en in niets tekort schiet’ (Jac.1:4). Dit is dus het doel van alle beproevingen die wij moeten doorstaan: dat wij volkomen en onberispelijk zullen zijn. En voor degene die dan nog komt aandragen met het argument van ‘een onjuiste vertaling’, staat er nog ten overvloede bij dat wij in niets tekort zullen schieten!

  • Vraag: wanneer van een christen deze drie kwalificaties gegeven kunnen worden, kan deze dan toch nog steeds tot aan zijn sterven toe een zondaar blijven?

Een uitspraak van Jezus zelf is: ‘Wees dan volmaakt, zoals uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is’. Deze uitspraak spant toch wel de kroon! En het is zelfs nog wel een opdracht: wees volmaakt, als God. ‘Dat kan nooit en te nimmer’, weerklinkt het nu in koor. ‘Wij zijn maar mensen, ieder met z’n lek en gebrek’. Wie in dit koor meedoet, maakt Gods Woord krachteloos. Zo iemand geeft aan de hier geciteerde uitspraken een eigenmachtige uitleg.

We hebben hier te maken met een zeer belangrijk onderdeel van het geloofsleven. Het duidt de koers aan naar het doel dat wij voor ogen houden; het bepaalt ons leven van alledag. Wanneer wij er vanuit gaan dat het vallen en opstaan blijft, zullen wij metterdaad weinig overwinning kennen. Iemand, die geen geloof heeft in de kracht van de Heilige Geest die doet overwinnen, zal nooit volmaakt kunnen worden. Voor hem heeft Paulus tevergeefs gesproken; voor hem heeft Jacobus nutteloze dingen gezegd; voor hem heeft Jezus’ bevel geen waarde. En dan toch maar blijven beweren dat je Gods Woord liefhebt en het van kaft tot kaft gelooft!

Wij betreuren het dat de meeste kerkmensen in hun verzet tegen de prediking van de volmaaktheid, zo’n onderlinge verbondenheid aan de dag leggen. Hoe groot ook de leerverschillen tussen hen mogen zijn, op dit punt hebben zij elkaar gevonden. Spreek maar eens met een willekeurig iemand uit welke kerk dan ook, men zal fel ageren wanneer gesproken wordt over ‘de volmaakte mens’. Dit is wel een van de meest verfoeide leringen van het ‘eeuwig evangelie’. Leringen nota bene die regelrecht aan het Woord van God ontleend zijn.

Wij blijven geloven dat het Gods wil is dat wij opgroeien tot waarachtig geestelijke mensen, die geheel en al op Gods wil zijn afgestemd. Net als Jezus. Dit gebeurt niet bij toverslag, maar dit is een groeiproces. Wij groeien in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. Maar dan moeten we ons wel aan de waarheid houden en ons denken niet laten verleugenen. Jezus, de eerste volmaakte mens, wij (zijn volgelingen) ook. Zo zal het worden, ondanks alle sabotagepogingen van de tegenpartij.

Doop in Gods Heilige Geest en de strijd in de hemel

Een ander belangrijk facet van een goede christelijke gemeente is de doop in Heilige Geest. Hoeveel kerkgangers gaan er niet vanuit dat zij deze ontvingen bij hun bekering. In de rooms-katholieke kerk wordt zelfs geleerd dat men deze bij het vormsel (kruisje van een in paarse jurk, uitgedoste bisschop) ontvangt. En dus verlangt men later niet meer naar de doop in Heilige Geest. De Geest van God doet ons het Woord beter verstaan; Hij leidt in de volle waarheid, Gods Geest bekrachtigt ons wanneer wij ‘de goede strijd van het geloof’ moeten strijden. Op welk terrein dit ook mag zijn.

Er is nog een punt waar velen met ons over verschillen. Vaak zien we hoe mensen tegen elkaar strijden, tegen ‘vlees en bloed’ noemt Gods Woord dat en geeft daarbij duidelijk aan dat dit helemaal fout is; er is geen enkel mens die onze directe tegenstander is, al kan zo iemand het ons wel erg moeilijk maken. Onze ware tegenstander verschuilt zich in de geestelijke wereld. Hij kan hooguit mensen voor zijn karretje spannen om het ons lastig te maken. Wij laten ons echter niet verleiden om zulke mensen er op aan te zien. Al te duidelijk is ons de betekenis van het Bijbelwoord uit Efeze 6:12:

  • ‘Want niet tegen vlees en bloed geldt onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht’ (Canisiusvert.).

Onze strijd is dus niet in de zichtbare wereld, maar in de hemelse gewesten. Daar moet allereerst onze wandel zijn, waartoe wij geestelijk moeten leren denken en handelen. En daar ontbreekt het veel gelovigen aan; zij zijn aardsgericht en onderkennen de geestelijke wereld niet. Nog erger: zij loochenen de werkingen vanuit de onzienlijke wereld en de noodzaak voor ons om ons daartegen te verweren. Hier ligt weer zo’n verschilpunt.

Dwalingen

Zo zouden wij nog verschillende andere dingen kunnen noemen waarin de gemeente van Jezus Christus zich onderscheidt van andere kerken en kringen. Denk aan de Uitverkiezings-‘leer’ en nog belangrijker de Drie-eenheid-‘leer’ (hoe zal men dit kunnen ‘zien’ als men niet gedoopt is in Heilige Geest?). We hebben ook geen behoefte om aan allerlei eenheidsbewegingen mee te doen. We streven inderdaad naar eenheid, maar dan enkel en alleen zoals God dit bedoelt: eenheid in de waarheid. Wij kunnen niet optrekken met gelovigen die in meerdere of mindere mate door leugengeesten geleid worden, omdat de leugen, vooral in geloofszaken voor God een gruwel is. De Heer wil dat wij in de waarheid wandelen, dat wij zijn wil bedenken en ons leven daarnaar richten. Wanneer God dan in zijn Woord duidelijk maakt dat wij geestelijk volwassen moeten worden, onberispelijk zullen zijn, zullen we ons daar niet aan mogen onttrekken. Doen we dit wel, denken we het op een lager niveau te kunnen redden, dan zijn we ongehoorzaam.

Wat de mens betreft, erkennen we dat deze vaak onder invloed staat van het rijk van de duisternis. Dan bedenkt hij het kwade en doet hij het kwade. Wanneer de menselijke geest door de satan ingekapseld is, zal de betreffende persoon nooit in staat zijn de satan definitief te overwinnen. Men blijft dan inderdaad tot aan zijn dood toe een zondaar. Maar nu: Gods Heilige Geest is uitgestort! Op Jezus als eerste, daarna op zijn leerlingen in Jeruzalem. Daarna op ontelbare anderen in de daarop volgende tijden. Wat de menselijke geest niet kon, doet nu Gods Geest in de gehoorzame christen: overwinning op elke demon van satan. Nu zijn wij in staat een heiligingsleven in praktijk te brengen. Nu kunnen wij elke macht van zonde maken tot een voetbank voor Jezus’ voeten. Ook bestrijden wij nu de geesten die ziekte en gebondenheden veroorzaken: ook deze worden successievelijk onder onze voet gebracht. Niets zal ons meer onmogelijk zijn; met Jezus zijn wij meer dan overwinnaar (Rom.8:37).

Dat noemen we nu het eeuwig evangelie. En daarmee zitten we meteen in de ‘extreme’ hoek. Zo worden we beschouwd met onze opvattingen. Opvattingen overigens die duidelijk door Gods Woord geleerd worden. Als u zoekt naar waarheid en gerechtigheid, mag u weten: niemand hoeft geestelijk honger te blijven lijden, geen enkel probleemgeval is voor de Heer te groot. God zendt in Jezus Christus verlossing en redding. Overwinningskracht, genezingskracht en bevrijdingskracht. Zondaars, zieken en gebondenen kunnen de volle redding ontvangen. Niet zonder strijd, niet zonder moeite en beproevingen, maar ook met uitkomst, overwinning!

Is er verschil met het evangelie dat in andere kerken en kringen gebracht wordt? Ja, jammer genoeg wel. Wat zou het heerlijk zijn wanneer ook daar ‘de volle raad van God’ verkondigd werd, zoals de apostel Paulus zijn boodschap typeerde. Helaas, dit is niet het geval. Er is verschil, een levensgroot verschil. Maar ook u kunt het meerdere vinden: ga de weg omhoog, maak een start, al was het maar via deze site. Zodat u met ons kunt getuigen: dìt is het!