Van Heerlijkheid tot Heerlijkheid

  • ‘Wij allen, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer zien, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de heerlijkheid van dat beeld worden veranderd’ (2 Corinthe 3:18).

Er komt een tijd in het leven van een christen, waarin hij zich gaat realiseren waaruit zijn geestelijk bezit eigenlijk bestaat. Er is een tijd om te planten, een tijd van groei en wachten op ontwikkeling, een tijd om het onkruid te bestrijden, maar ook een ogenblik dat de vruchten openbaar worden. Jezus zegt: ‘Ga uw weg zolang het licht is en laat de duisternis u niet overvallen; wie in het donker loopt weet niet waar hij heen gaat’ (Joh.12:35). Als iemand niet in het licht wandelt of naar de wil van God leeft, wordt hij een prooi van de duisternis en de satan zal hem met blindheid slaan, zodat hij geen onderscheid meer zien zal tussen goed en kwaad.

De Joden hadden ooit het licht, maar omdat zij er niet in wandelden werden zij met blindheid geslagen: ‘Ondanks de wondertekens die Hij voor hun ogen gedaan had, geloofden ze niet in Hem. Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei: ‘Heer, wie heeft onze boodschap geloofd? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’

Vandaag de dag voltrekt opnieuw dit proces onder kerkmensen. Zij beweren dat men de wil van de Heer niet kan doen en dat niemand ertoe in staat is! Dit geldt dan voor de niet opnieuw geborene die nog in de duisternis wandelt. Zo iemand moet niet menen dat er geen wandel is in het licht voor degene die Gods wil overdenkt en Hem van harte zoekt. In veel kerken wordt verkondigd:

  • ‘Wij zijn allen zondaars en wij wachten op het uur van de bevrijding.’

Dat uur zou dan aanbreken na de dood! Dat men hiermee de kracht van het bloed van Jezus Christus tekort doet en zijn werk devalueert in deze tijd, merkt men niet op. De Bijbel kent geen verlossing door de dood of na de dood. Nergens wordt tegen de kinderen van God gezegd dat zij allen zondaars zijn, maar wel vermaant de Heer: ‘Die de zonde doet is een slaaf van de zonde!’ (Joh.8:34). Ook zegt Hij, dat wie de wil van de Heer gekend heeft en die niet heeft gedaan, vele slagen zal ontvangen (Lucas 12:48). Het is satan die in uw oor fluistert, dat u toch maar een zondaar bent, want hij heeft er belang bij dat u nooit tot een ander inzicht of andere belijdenis komt. Want deze belijdenis vergt geen geloof en u verheerlijkt er God niet mee.

Deze leugen is onder kerkgangers zó doorgedrongen, dat men het als vanzelfsprekend is gaan beschouwen dat een kind van God zondigt, net als een kind van deze wereld. De valse leer dat de allerheiligste toch nog maar een klein beginsel heeft en dat zijn beste werken onvolkomen zijn en met zonde bevlekt, brengt niemand nader tot God. Zij vraagt geen geloof en geen vertrouwen, maar is gebaseerd op wat voor ogen is en op de ervaring van het menselijke hart. Deze valse leer geeft geen aansporing om te streven naar heiligmaking, noch om te groeien en te komen tot de maat van de grootte van de volheid van Christus (Ef.4:14).

Jezus Christus is echter niet het Licht van de wereld voor zichzelf, maar voor ieder oprecht zoekende christen. Het woord van God, de geboden van God, de wijsheid van God, de heiligheid van God werden door Hem in het vlees geopenbaard. Hij leefde overeenkomstig de wil van God en wij zijn geroepen: ‘Zijn voorbeeld na te volgen en in zijn voetstappen te treden’ (1 Petrus 2:21). Maar dit kan men alleen door geloof en in het aanvaarden dat er geen grenzen zijn aan Jezus macht:

  • ‘Wie zegt, dat hij in Hem blijft, hoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft’ (1 Johannes 2:6).

Er is blijdschap bij opnieuw geboren christenen. Want hun gedachten vertoeven in het Koninkrijk van God, dat in hun hart is doorgedrongen. Zij mogen de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen! Zij worden naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid. Zou dit bij de Heer onmogelijk zijn en zijn zijn woorden onwaar? Maar waarom heeft Hij dit dan door zijn profeten laten uitjubelen in deze wereld?

Paulus schrijft in bovengenoemde tekst, dat de heerlijkheid van het nieuwe verbond die van het oude ver overtreft: ‘Wanneer wat tot veroordeling leidt al met heerlijkheid is bekleed, dan is wat tot vrijspraak leidt dat des te meer. De heerlijkheid van toen is niets in vergelijking met de overweldigende heerlijkheid van nu’ (vers 9,10). Wij geloven dit gelukbrengende en troostrijke woord. Alle dingen zijn mogelijk voor hem die gelooft. Het oude verbond eiste van de mens krachtsinspanning om God te behagen: ‘Doe dat en u zult leven.’ De wet activeerde dus de mens tot het uiterste, maar al deze regels, wetten en voorschriften, brachten geen overwinning over de zonde. De mens bleef vleselijk en verkocht onder de zonde (Rom.7:14). Het nieuwe verbond vraagt echter al deze acties voor dood te houden en belooft dan tegelijkertijd dat de Heer de gerechtigheid in ons zal verrichten, zonder alle krampachtige inspanningen van onze kant.

De wet eist iets van de mens dat hij niet kan, maar de genade door Jezus Christus volvoert het gebod in de mens. Voor het nieuwe verbond geldt: ‘Ik zal Mijn wetten in hun verstand leggen en Ik zal die in hun harten schrijven’ (Hebr.8:10). Jezus houdt in ons zijn werk in stand. Hij doet dit zo dat er gezegd wordt: ‘Om het werk van zijn ziel zal Hij het zien en verzadigd worden’ (Jes.53:11). Dat is een heerlijkheid die het oude verbond verre te boven gaat. Paulus schrijft in dit verband hierover: ‘Zo’n vertrouwen hebben wij door Christus op God. Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als ons werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk, Die ons ook geschikt gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond’ (vers 4 en 5).

De God van Paulus is ook onze God. Deze God schenkt verlossing, rechtvaardigheid, heiligheid, reinheid, wijsheid, kracht en liefde, ja alle goede en volmaakte gaven dalen van Hem af op degenen die geloven in God en zijn Woord, in Christus en zijn werk, in de Geest én zijn onderwijzing. Hoe meer het geloof zich verdiept, hoe meer dit goddelijk leven zich in de mens openbaart. Daarom kan de heerlijkheid van morgen groter zijn dan die van vandaag. De Vader gaf zijn Woord en wij weten dat zijn Woord de waarheid is en dat het een levend woord is, want de Schepper van hemel en aarde staat er achter; het doet wat Hem behaagt en waartoe Hij het gezonden heeft:

  • ‘Voor een doornstruik zal een cipres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Heer zijn tot een naam, tot een eeuwig teken dat niet uitgeroeid zal worden’ (Jesaja 55:13).

Dat is geluk en heerlijkheid. Wij willen niet op de omstandigheden letten, niet op wat de duivel of het natuurlijke hart ons ingeeft, maar wij spreken de woorden van God. En het woord van God keert niet leeg uit onze harten terug: ‘Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen’ (1 Cor.1:31). Als nieuw geboren kinderen zijn wij een meesterstuk uit de handen van onze Heer en Schepper. Het oude is voorbij en het is alles nieuw geworden. God heeft ons veranderd en wij mogen leven als veranderde mensen. De Bijbel zegt: ‘U, geheel anders.’ Wij zijn geschapen in Christus Jezus tot goede werken, niet om deze te verrichten in eigen kracht of uit dankbaarheid, maar vanwege het feit dat Christus in ons woont als hoop van de heerlijkheid. Hoe meer wij dit als een vaststaand feit accepteren, hoe meer de Heer in ons de zonde kan overwinnen.

De nieuwe mens groeit naarmate het geloof in de vernieuwende macht van Jezus toeneemt. Geloof toch niet in uw onvolkomenheid, in uw zondige erfelijkheid, in uw gebondenheid, maar geloof in het bevrijdende woord van God, dat Jezus voor u gekomen is om u te verlossen naar ziel, geest en lichaam. Belijd niet: ik ben een zondaar; maar zeg: ik ben rechtvaardig, ik ben heilig. Dit staat in Gods Woord. Door dit geloof dat alleen rust op wat God zegt, zal de zonde en de ziekte in uw leven overwonnen worden. Leef uit het woord van God en nooit uit de omstandigheden. Zeg niet: ik ben zo slecht; maar spreek: de Heer heeft mij bevrijd. Zeg niet: ik ben ongeneeslijk ziek; maar zeg: door zijn striemen is mij genezing geworden. Aanvaard dit en de Heer zal zijn woord machtig in u tot openbaring brengen. Hij handelt naar uw geloof.

Weiger ook te discussiëren met wie dan ook of met uzelf over de vraag of Gods woorden wel voor u bedoeld zijn. Want het is de stem van de satan, die u toefluistert: ‘Het woord is wel waar voor vrome of uitverkoren mensen, maar niet voor u’. Werp deze gedachte van u weg en vertrouw dat de Heer zijn woord aan u bevestigen zal. Misschien zegt iemand: er staat toch maar dat wij de schat in aarden vaten hebben. Lees dan maar wat achter deze woorden staat: ‘Zo dat de kracht die alles te boven gaat van God is en niet van ons’ (2 Cor.4:7). Weet u wie ook de schat in een aarden vat had, behalve de apostel en u? Jezus Christus! Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen en Hij is aan de mensen gelijk geworden. Hij heeft overwonnen door het geloof en door de Geest van God Die in Hem was. Zo ook wij. Wij zijn wat de Bijbel zegt dat wij zijn: met Christus opgestaan tot een nieuw leven en met Hem hebben wij een plaats in de hemelse gewesten (Ef. 2:6). Wij zijn als leden van het lichaam van onze Heer met Hem. Onze wandel is in de hemel. Dat zegt het Woord dat niet liegen kan. Als wij dit aanvaarden als blijde realiteit, zullen wij ook in ons leven ervaren wat een heerlijkheid dit in zich verbergt.

Wij aanvaarden dus eerst Gods Woord en de Heer maakt dit in ons leven tot werkelijkheid. De meeste kerkmensen willen dit omdraaien. Zij willen eerst de ervaring en openbaring zien, om daarna Gods Woord te aanvaarden, als zij al ooit zo ver zouden komen! Wij zijn Gods uitverkoren volk, zodat wij in deze wereld zouden openbaren wat God in Christus vermag in het leven van hen, die eerst in de macht van de satan verkeerden. ‘Wie overwint zal samen met Mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit’ (Openb.3:21). Wij overwinnen op dezelfde wijze als Jezus overwonnen heeft. Wij hebben het Woord van God om te overwinnen, zoals Hij. Wij hebben ook de Geest van God, zoals Hij. Wij hebben legioenen engelen die gezonden zijn om ons te dienen, zoals Hij. Wij hebben de geestelijke gaven om te overwinnen en de kracht en de heerlijkheid van God te openbaren zoals Hij. Hij is in alles de eerste en wij mogen zijn voetstappen drukken:

  • ‘Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed Hij voor ons is door Christus Jezus’ (Efeze 2:7). ‘Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het Die rechtvaardigt; wie zal veroordelen?’ (Romeinen 8:33).

Geen duivel, geen goddeloze en geen vrome wereld zal dit kunnen, omdat wij vertrouwen op Hem die een heerlijk werk volbracht heeft. Wij geloven in het machtige werk van Jezus Christus. Het gaat bij ons niet als bij Mozes. Diens heerlijkheid verminderde en verdween, omdat zij een afstraling was van het oude verbond dat teniet gedaan wordt (vers 13). Maar wij hebben de belofte dat de dag van morgen glorierijker zijn zal als die van vandaag. Wij veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid naar zijn goddelijk beeld.

Laat deze woorden uw hart bereiken. Zij zullen uw leven veranderen, u overwinning geven over de zonde, uw ziekte en verdriet wegnemen. Velen zijn gevangen in leringen en dogma’s van mensen, die hen niet kunnen veranderen. Zij zijn niet alleen gevangen in filosofische redeneringen, maar ook zijn hun de ogen uitgestoken als Simson. Zij zien de redding en het geluk van de Heer niet meer. Jezus zei: ‘Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt’ (Joh.17:22). Hou deze heerlijkheid vast tegenover starre traditie en menselijke dogma’s. Dit is het ware evangelie:

  • ‘Hij leidt veel kinderen tot de heerlijkheid’ (Hebr.2:10).

Niet na dit leven, maar nu en wel van heerlijkheid tot heerlijkheid. Velen hebben deze heerlijkheid naar het profetische woord ‘gelasterd’, omdat zij het wezen van het christendom verworpen hebben. Zij hebben geen Christus meer die verlost, bevrijdt en geneest en de mensen volkomen verandert. Zij hebben slechts waardeloze inzettingen die onmachtig zijn hun het goede te doen zien. Maar het geluk dat God voor zijn volk bereid heeft – waar de engelen begerig zijn om in te zien en op wat voor openbaring de zuchtende schepping wacht – is het vrij maken van de mens uit de dienstbaarheid van het verderf, tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God (Rom.8:21)!