U zult door allen gehaat worden

Het staat toch echt in de Bijbel en op verschillende plaatsen nog wel. Het zijn woorden van Jezus Christus zelf, Hij zei dit tegen zijn leerlingen:

  • ‘U zult door allen gehaat worden om Mijn Naam’ (Mattheüs 10:22, Marcus 13:13). Het staat er niet één keer, maar zelfs twee keer, waarbij het de tweede keer nog breder getrokken wordt: ‘Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden en u zult door alle volken gehaat worden vanwege Mijn Naam’ (Mattheüs 24:9 en Lucas 21:17).

Eerst is er alleen maar haat, maar later bereidt Jezus Zijn leerlingen er op voor dat zij niet alleen door àlle volken gehaat worden, maar daarnaast ook uitgeleverd zullen worden aan de overheden. De haat is zelfs zo groot dat wanner de twee getuigen zijn vermoord, de hele wereld feest viert en elkaar cadeautjes stuurt (Openbaring 11:9,10). Opnieuw geboren en Geestvervulde christenen zijn immers een pijniging voor hen die op de aarde wonen. Hoe is het vandaag de dag gesteld met deze uitspraak? Is het waar wat Jezus hier zegt? Als we om ons heen kijken, zien we heel veel mensen die zich christen noemen, vernoemd naar Jezus Christus. Als we aan hen vragen of zij gehaat worden, kijken ze ons vreemd aan:

  • ‘Gehaat, hoezo? Omdat we christen zijn? Nee, die tijd hebben we toch al achter ons? Vroeger, ja toen was er een strijd tussen de ‘openbaren’ en de christelijken. Dat begon al tussen de leerlingen van de openbare en christelijke school. Er was haat, rivaliteit, pesterijen, die de christenen lijdzaam over zich heen lieten gaan. Dat was dan wel geen pretje, maar och, het hoorde er bij. Gelukkig is dat nu wel anders. Er is veel meer begrip over en weer en er zijn zelfs ‘brede’ scholen zodat er plaats is voor een grote tolerantie. Wij sluiten zelfs compromissen met Goddeloze, politieke bananenkartels. Nee, die haat valt best mee.…’

Niet alleen de kinderen hadden vroeger met haat te maken, ook de volwassenen liepen stuk op de grote verschillen tussen christelijk en niet-christelijk. Je werd uitgelachen zodra duidelijk werd dat je in God geloofde en zodra men wist dat je zondags (soms zelfs 2 keer) naar de kerk ging. Dat je niet meedeed aan allerlei feestjes en niet mee ging stappen, omdat je dat niet vond passen bij wat je zondags in de kerk leerde. Ja toen, toen was er haat, maar nu? Nee joh, iedereen mag zijn geloof hebben en je hoeft je niet meer te verantwoorden. Respect alom, participeren, toch?

Dat die ‘christenen’ elkaar onderling ook haatten, nee daar moeten we het helemaal maar niet meer over hebben. Wat was er een haat als je niet naar dezelfde kerk ging. Vooral de gereformeerden en dan met name de vrijgemaakten maakten het helemaal bont, zij hadden het lef om te zeggen dat zij ‘de ware kerk’ waren. En alle anderen, zelfs andere gereformeerden, nee die hoorden niet bij het verbondsvolk. Men kon daarom niet met elkaar om blijven gaan en families werden uit elkaar gescheurd. Je kon toch niet bij iemand van de valse kerk gaan eten, want wat moest je doen als daar voor het eten gebeden werd? Zij hadden toch zeker een andere God?

WWJD

Een aantal jaren geleden waren er van die armbandjes in omloop met de slogan ‘What would Jesus do?’ Wat zou Jezus doen? Heel veel mensen staan daar niet meer bij stil, toetsen hun gedrag niet meer aan het doen en laten van Jezus. Zij vinden het prima dat ze naamchristen zijn, naar Hem vernoemd zijn, maar daar willen zij het bij laten. In een samenleving waar zij zo gerespecteerd worden, moet men niet al te moeilijk gaan doen.

  • ‘U zult door allen gehaat worden om Mijn Naam’

Klopt het dan niet wat Jezus zegt? Is het ouderwets, achterhaald, alleen maar van toepassing voor die tijd, waarin de leerlingen op pad werden gestuurd? En is het niet wat overdreven dat Jezus er ook nog aan toevoegde, dat we overgeleverd zullen worden? Wie heeft er nou gelijk? De christen van vandaag of toch Jezus Christus? U zult zeggen: Jezus liegt niet, want Hij is zonder zonde. Helemaal waar, maar die christenen dan? Is de tijd van brandstapels en martelaren voorbij?

Als we de tekst nog eens goed lezen, zien we dat een christen gehaat zal worden om de Naam van Jezus Christus. En iemand die in Zijn Naam gelooft, zal Jezus in alles willen volgen, zal naar zijn woorden luisteren en zijn gedachten en handelen overnemen. Maar vooral moet hij vandaag zien wat Jezus nooit gedaan heeft en ook nooit zal doen. Dat betekent meer dan alleen maar in naam christen zijn en de daarbij behorende fatsoensnormen in acht nemen. Het betekent dat je in alles wat je doet, je steeds afvraagt wat Jezus wel of juist niet zou doen. Op zoek naar het WWJD-armbandje, kwamen we bij een andere illustratie uit, die beter verwoordt wat er nu aan de hand is: In plaats van ‘Wat zou Jezus doen?’ wordt hier gezegd:

  • ‘Als je niet weet wat Jezus deed, hoe kun je dan hetzelfde doen?’

Als je wilt weten wat Jezus deed, moet je je weer in Hem gaan verdiepen. En dan niet alleen kijken hóe Hij alles deed, maar vooral luisteren en uitzoeken waarom Hij zo deed. Jezus deed heel veel tekens in de zichtbare wereld, maar Hij handelde vanuit het zicht op de onzienlijke wereld. Zijn gedrag kwam voort vanuit het geestelijk denken. Hij liet op aarde zien wie Zijn Vader is, hoe Zijn Vader is. Als je Jezus ziet, zie je Zijn Vader. Juist door Jezus leren we God, onze Vader kennen, daarbij leren we niet alleen de daden van God, maar vooral de gedachten van God. Door Jezus raken wij steeds meer vertrouwd met het plan van God.

De naamchristen

Een opnieuw geboren, Geestvervulde christen die in Jezus’ Naam gelooft, gelooft in dat plan van God. En ieder die het plan van God kent en Gods gedachten overneemt, gaat zich anders gedragen in de natuurlijke wereld. Dan is hij niet meer een naamchristen, die door iedereen getolereerd en zelfs gerespecteerd wordt. Nee, een geestelijk, opnieuw geboren christen, ziet wat er echt in de natuurlijke èn geestelijke wereld aan de hand is. Hij ziet, dat niet de samenleving méér is gaan accepteren, maar dat de naamchristenen zich anders zijn gaan gedragen. Zij hebben heel veel water bij de wijn gedaan en komen niet meer uit voor wat; en vooral in Wie zij geloven. Ze werken nu volop mee om het goede kwaad te noemen en het kwade goed. Dit gebeurt vooral door te bagatelliseren, crimineel weg te kijken of maatschappelijk rampen heel bewust te negeren. Ze getuigen niet meer over wat voor hen werkelijk telt. Zij zijn zelf het zicht op Jezus kwijt geraakt, hebben daardoor ook niet meer zo’n behoefte aan het Levende Water en het Levende Woord. Hun leven is gevuld met het compromissen sluiten met de farizeeërs van deze tijd. Iets wat Jezus nooit gedaan heeft en ook nooit zal doen. Ze willen graag gezien en positief geduid worden door de staatspropaganda; erkenning en hoogachting van hen die op de aarde wonen.

De niet-gelovige weet soms niet eens dat hij met een christen te maken heeft. Zo is het christendom verworden tot een etiket, wat je al dan niet op jezelf kunt plakken. Het is zelfs zo erg geworden dat de mens die van nature doet wat de wet gebiedt, méér vanuit zijn ingeschapen geweten handelt dan de naamchristen (Romeinen 2:14,15). Ja, zo erg zelfs, dat de mens die vandaag met een goed werkend geweten handelt, vervolgd wordt door dezelfde naamchristenen.

  • ‘U zult door allen gehaat worden om Mijn Naam’

Wie getuigt er tegenwoordig nog openlijk van zijn geloof in Jezus Christus, wetende dat dit vandaag een levensgevaarlijke zaak is? Want het is realiteit in de levens van de oprechte christenen. Daar waar andersdenkenden geaccepteerd, bewonderd en vooral níet gehaat worden, wordt de oprechte christen gehaat en waar maar mogelijk, zelfs overgeleverd aan de overheden. In het buitenland zijn daar schrijnende voorbeelden genoeg van, maar ook voor ons is dit niet nieuw. Ieder die gelooft in het evangelie van het koninkrijk der hemelen, het enige Bijbels Fundament in zijn leven heeft gelegd en vanuit geloof wil leven, ervaart dezelfde, intense haat. Juist van de naamchristen die deze wereld zo liefheeft en de rampen graag accepteert om zijn aandacht, aanzien en zelfverzonnen ‘veiligheid.’

De twee getuigen

Het weerhoudt ons er echter niet van om te blijven getuigen en daarom zijn wij geestelijk verbonden met de 2 getuigen uit Openbaring 11. Het is opvallend dat daar niet gesproken wordt over een grote groep van getuigen, maar van slechts 2 getuigen. Zelfs niet van 12, 72, of 144.000 wat toch veel voorkomt in de Bijbel. Het is beeldspraak, maar toch maar 2 getuigen, als beeld van Jozua en Zerubbabel, de uitvoerders van Gods plan in het Oude Testament (Zacharia 4:14). Een kleine groep zal trouw blijven aan het evangelie van het koninkrijk der hemelen. Zij proeven niet alleen het heerlijke boek, maar eten het ook op al wordt het bitter in de maag (Openbaring 10:8-11). Zij lopen niet weg voor de waarheid, maar accepteren het hele evangelie, maar niet als pretpakket, verzekering, inkomen, narcistische bevrediging of een leven zonder strijd. Daarom vertellen zij iedereen van het eeuwig evangelie; zij willen altijd dit kostbare evangelie – wat eeuwigheidswaarde heeft – doorgeven, wat het hen ook kost. Zij willen Jezus en zijn eeuwig evangelie volgen en zullen daarom gehaat worden. Zij houden vast aan de woorden van Jezus:

  • U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen en als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend. En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten. Voorwaar zeg Ik u: Het zal voor Sodom of Gomorra draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor hen.