Slaaf van de zonde?

Vraagt u zichzelf wel eens af of u slaaf van de zonde bent en of u op een bepaald gebied van uw leven nog verbonden bent aan de duisternis? Dat moet namelijk ieder mens voor zich onderzoeken, ieder weet zelf wat er in zijn hart leeft. Misschien moet u erkennen dat u nog onder een macht leeft en dat u dus daarvan verlost moet worden.

Paulus worstelde daar ook mee, hij noemde zich zelf een ‘ellendig mens’ (Rom.7:24). Hij was door zijn opvoeding in zijn jeugd niet bekend met de offers en ceremoniën. Hij stond wat dat betreft gelijk aan de heidenen, die van nature doen wat de wet gebiedt. Hij was nog geen prooi van de boze geesten, pas toen hij in Jeruzalem aan de voeten van Gamaliël studeerde voor rabbi, werd hij een gebonden mens. Hij nam deel aan de ceremoniën, waarna de demonen in hem actief werden. De zonde begon in hem te leven, toen hij de wetten moest onderhouden. Voor hem werd het wet op wet, eis op eis. Zijn menselijke geest bezweek onder de menselijke inzettingen, waardoor hij een gebonden mens werd, een fatsoenlijke zondaar, die de uiterlijke voorschriften trouw in acht nam. Hij had ondanks alle kennis en inspanning geen enkele overwinning in de hemelse gewesten. De wet geeft leven maar werd voor hem de dood.

Veel aardsgerichte kerkgangers worstelen hier ook nog mee. Ze kennen geen overwinningen in hun leven. De wet van God is leven, het houden van Gods geboden en instellingen geeft leven, maar het wordt bij hen verstikt door vrome leugengeesten. Zij leiden de mens af met allemaal zichtbare rituelen en starre formulieren, waardoor Gods Woord geen doorgang kan vinden. Het hart van de mens is dichtgeslibd door allerlei dogma’s en overleveringen van voorouders en God kan de mens niet meer bereiken. Het contact tussen God en de fatsoenlijke, vrome mens is verdwenen. De geboden van God worden zo misvormd, dat Paulus zegt:

  • ‘Ik ben door de duivel misleid, de zonde die in mij woont’.

De fatsoenlijke kerkmens is zo bezig met de menselijke regels en inzettingen, dat zij Christusvervolgers worden. Op hen is van toepassing wat God tegen Paulus zegt, op weg naar Damascus: ‘Waarom vervolg je Mij?’ (Hand.9:4). Dit zegt Jezus ook tegen de Joden (vers 36). Paulus stapelde zonde op zonde, hoewel hij onberispelijk leefde. Hij noemt zichzelf: ‘naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid van de wet onberispelijk’ (Fil.3:6). Zo zijn er ook nu mensen die elke zondag de wet aanhoren en er naar proberen te leven en toch een vervolger zijn van Christus en zijn gemeente. Zij zijn te vergelijken met de zonen van Hagar, die de vrijen in Christus minachten, haten en zelfs vervolgen, zoals Paulus schrijft aan de Galaten:

  • ‘Zeg me, u die zo graag onder de wet wilt staan, luistert u wel naar de wet? Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen kreeg, een van de slavin en een van de vrije vrouw. Maar de zoon van de slavin werd geboren uit de kracht van de natuur, die van de vrije vrouw uit de kracht van de belofte. Deze dingen zijn allegorisch bedoeld. Want de twee vrouwen zijn twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, brengt slaven voort en dat is Hagar. De Sinaï is namelijk een berg in Arabië. Zij beantwoordt aan het tegenwoordige Jeruzalem, dat immers met zijn kinderen in slavernij leeft. Maar het Jeruzalem van boven is vrij en dat is ónze moeder. Want er staat geschreven: Verheug u, onvruchtbare, die niet baart, jubel en juich, u die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame zullen talrijker zijn dan de kinderen van haar die de man heeft. Welnu, broers en zusters, u bent evenals Izaäk kinderen van de belofte. Maar zoals indertijd het kind van de natuur het kind van de geest vervolgde, zo gaat het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? Verjaag de slavin en haar zoon, want de zoon van de slavin hoort de erfenis niet te delen met de zoon van de vrije vrouw. Dus broers en zusters, wij zijn geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw’ (Gal.4:21-31).

Wie de zonde koestert, is een slaaf van de zonde. De Joden en ook de vrome christenen zijn daarom slaven en gebondenen. Een slaaf blijft niet eeuwig in het huis, zoals de zoon wel altijd thuis blijft. Je kunt niet altijd God dienen en tegelijk vast blijven houden aan de zonde. Dat kan wel voor een poosje, maar dat kan niet altijd blijven doorgaan. De zoon alleen blijft eeuwig in het huis, omdat de woorden van God in hem blijven, zoals Johannes later ook in zijn brief schrijft: ‘Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen’ (1 Joh.2:14). U moet de satan overwinnen, zodat u een vrij mens wordt. Dan hoeft u niets meer en moet u niets meer. U kunt dan alles: wat ik wil dat doe ik en wat ik niet wil, dat laat ik. Wat ben ik dan een gelukkig mens, ik ben verlost door Jezus Christus en de doop in Gods Geest, door de krachten die in mij werken. Zo leven wij als overwinnaars.

  • Een slaaf van de zonde is een slaaf van de demonen. Hoe zit dat met u?

‘Ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid’ (2 Tim.2:19). Ieder mens moet zich bekeren, breken met de gedachten van ongerechtigheid, zich afwenden van het rijk van de duisternis en gaan leven met God, die Licht is. Weten dat de zonden hem zijn vergeven, maar ook de banden met de zonde verbreken. Velen houden de leugen vast, ook door de kerkelijke dogma’s. Zij blijven in de kerk, maar komen geestelijk niet verder, omdat de dogma’s daar de dienst uitmaken. Denk aan het dogma van de erfzonde, waardoor je tot de dood zondaar blijft. Je hebt de zonde dus altijd in je en voor iemand, die die leugen leert, geldt:

  • ‘U hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoordenaar vanaf het begin en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen’ (Joh.8:44).

De leer van de babybesprenkeling en de uitverkiezing zijn ook dogma’s, die de mens beletten om het doel van God te bereiken. In kerken en kringen wordt geleerd dat de vrouw minderwaardig is ten opzichte van de man, maar in de Heer zijn wij allen gelijk. Al deze gedachten zijn niet uit God, het zijn vrome geesten die (in de kerk en daarbuiten) alle aandacht krijgen. Omdat de weg in de hemelse gewesten niet geleerd wordt, zal de mens in de kerk nooit het volle zoonschap kunnen bereiken.

Wanneer wij dit schrijven, realiseren we ons dat ook onder de lezers weerstand zal ontstaan tegen de gedachte dat ze bevrijd moeten worden. Die weerstand komt vanuit de boze geesten, die hen slaaf van de zonde maken. Maar bedenk eens hoe het zal zijn als je je gedachten niet meer hoeft te laten beïnvloeden door die demonen, door de satan. Eindelijk kan je dan weer vrij zijn in je gedachten. Dan kun je je openstellen voor het plan van God en kun je de woorden van Jezus in je bewaren. Je wordt niet meer opgejut door duistere gedachten, maar je kunt werkelijk gelukkig, werkelijk vrij zijn. Want: ‘Zo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet leeg tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend’ (Jes.55:11). Het is onze strijd om het Woord van God vast te houden, waardoor het in ons gaat werken door Gods Geest.

Een mens onder de wet moet zelf inspanningen leveren en als hij het niet bereiken kan, kan hij altijd nog gaan vasten. Hij zal echter nooit iets kunnen bereiken, want hij strijdt met de demonen waarmee hij verbonden is, zo is hij dus een vijand van zichzelf. Maar de Heer zegt dat u de boze geesten op hun eigen terrein moet aanvallen, waarbij u de geestelijke wapenuitrusting hanteren (Ef.6:10-24). Zo kunt u strijden èn overwinnen, als u maar vasthoudt wat Jezus leert: u bent gerechtvaardigd door Zijn bloed (Openb.12:11). Daarom kunnen wij weerstand bieden als wij aangevallen worden. Lukt dat niet alleen, dan is er de gemeente. Laat je bevrijden door betrouwbare oudsten en laat voor je bidden. Je kunt alleen echt vrij worden van de gebondenheden en de leugens in je leven, als je zelf zoekt naar de woorden van God, naar Zijn plan en Zijn gedachten. Dan willen we worden naar Gods beeld en naar Zijn gelijkenis, ware geestelijke mensen.

Er zijn zoveel gebonden mensen op de wereld. In plaats van dat ze zich richten op God en Zijn plan, zijn ze zich gaan verdiepen in de duistere kant van de geestelijke wereld. Ze houden zich bezig met allerlei soorten van occultisme, zoals spiritisme en astrologie, met waarzeggerij en magnetisme. Zij zijn bezig met de krachten van deze eeuw maar wij hebben de kracht van de toekomende eeuw, zodat wij hen kunnen bevrijden als zij verlost willen worden van hun gebondenheid. De schepping zucht en wacht op de openbaring van de zonen van God (Rom.8:19). Als wij dat doel nu nog niet willen bereiken, dan zullen we dat later helemaal niet meer kunnen bereiken. Wij leren nu te strijden, dat gaat (nog) met vallen en opstaan, maar dat wordt volkomen, zodat wij de slag van Armageddon met Jezus Christus zullen winnen.

Is het onmogelijk om echt vrij te zijn? Nee, het is een belofte, we kunnen echt vrij zijn als we in Jezus’ woorden blijven. Het is geen hersenschim, maar het is realiteit dat we met de gaven van Gods Geest ons kunnen ontwikkelen tot zonen van God. Het is niet iets voor na onze dood, maar we kunnen nu al in dit leven overwinnen. Maar dan moeten we ons wel laten verlossen van onze gebondenheden, onze verslavingen en niet langer mee willen doen in de massahypnose van de hedendaagse wereld.

  • ‘Ik weet dat u Abrahams nageslacht bent, maar u probeert Mij te doden, omdat Mijn woord in u geen plaats krijgt. Ik spreek over wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; u doet dus ook wat u bij uw vader gezien hebt’ (Joh.8:37,38).

‘Mijn woord krijgt geen plaats’ kan beter vertaald worden met: ‘Mijn woord maakt geen voortgang in u.’ De woorden van Jezus moeten doorgang vinden, zoals een beekje steeds zijn weg verder omlaag zoekt. Jezus’ woorden moeten doorstromen, voortgaan. De Joden zijn echt wel het nageslacht van Abraham, maar Jezus wil dat zij horen wat hun hemelse Vader tot hen te zeggen heeft. De natuurlijke afkomst heeft geen enkele waarde meer, het is van groot belang dat je in de hemelse gewesten je plaats en afkomst kent. Dan maakt het ook niet uit of je besneden of onbesneden bent (Psalm 87), het gaat om de besnijdenis van je hart, je vernieuwing van denken.

Ook nu nog wordt er gesproken over Israël als het uitverkoren volk, het zaad van Abraham, maar – zegt Johannes de Doper – God is zelfs bij machte om uit stenen kinderen van Abraham te verwekken (Matth.3:9). Paulus zegt ook: ‘Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël’ (Rom.9:6) en hij voegt er aan toe: ‘Door Izaäk zal men van nageslacht van u spreken’. Abraham had meerdere kinderen, maar er was maar één kind in het geloof verwekt: Izaäk. Hij zal het zaad genoemd worden en dat is Jezus Christus. Paulus schrijft daarom aan de Galaten die zich door de Joden weer allerlei wetten en ceremoniën lieten opleggen dat zij geen kinderen van de slavin zijn maar van de vrijgeboren vrouw.

Er wordt vaak gezegd dat het uitverkoren volk in Israël moet wonen vanwege de belofte aan Abraham. Maar Abraham heeft heel veel beloften gekregen. Bovendien woonde hij in het land Kanaän in tenten, want hij was daar een vreemdeling. Hij zocht geen aards Jeruzalem, maar de stad van God, waarvan God zelf de bouwmeester is. Abraham zocht zijn woonplaats niet in de natuurlijke wereld, God zegt over hem: ‘Want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg van de Heer zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heer aan Abraham vervult wat Hij over hem gesproken heeft’ (Gen.18:19). Zo is de zegen van Abraham (de gerechtigheid) tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte van de Geest ontvangen zouden door het geloof (Gal.3:14). In het zaad (Izaäk en door hem Jezus Christus) van de rechtvaardige (Abraham) zouden alle volken gezegend zijn.

  • ‘Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd. De Joden dan zeiden tot Hem: U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien? Jezus zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Voor Abraham er was, ben ik’ (Joh.8:56-58).

Abraham was niet gericht op het aardse bestaan, hij was niet op zoek naar een paradijselijk leven in de natuurlijke wereld. Hij zocht de stad van God in de hemelse gewesten, daar is geen strijd meer, daar is de overwinning, daar zijn alleen maar rechtvaardigen. Abraham zocht dus naar een zaad in de geestelijke wereld, hij wilde zich niet besmetten met de zonde van Kanaän, want die zonde was zeer groot. Abraham heeft daar geen deel aan gehad, het volk was zo goddeloos, dat hij er zelfs geen vrouw voor Izaäk kon vinden. Abraham begreep door de verwoesting van het goddeloze Sodom en Gomorra dat Jezus Christus de goddeloze machten zou verwoesten. Zo heeft Abraham zijn (geestelijke) dag gezien, hij geloofde dat zijn zonen ook de steden zouden omkeren, zoals later Jozua in het land Kanaän. Hij kreeg een doorkijkje naar de zonen van God die de machten van de duisternis zouden gaan onderwerpen. Abraham heeft zich verblijd, hij noemde zijn zoon Izaäk, d.w.z. hij die lacht. Hij wist dat het herstel plaats zou gaan vinden, want wat een wonder was het dat hij en Sara, beiden zeer oud, toch nog die zoon kregen.

Wij zijn ook geroepen om de machten te verbreken en de steden om te keren. Want zoals het land Kanaän zucht onder de demonen, zo zucht ook nu de schepping onder de overheersing door de satan. Wij willen de krachten van de toekomende eeuw gebruiken om de schepping te herstellen. Dat herstelplan was er al bij de schepping, daarom zegt Jezus: Voordat Abraham er was, was Ik er al. Er was een Lam van God, vanaf de grondlegging van de wereld. Buiten dat Lam is er geen eeuwigheid mogelijk. We moeten niet lezen wat er staat, maar we moeten begrijpen wat er staat. Als we letterlijk uitspraken gaan verklaren, komen we op allerlei rare gedachtegangen, maar door Gods Geest leren wij steeds meer begrijpen wat Gods plan en Zijn gedachten zijn.

In Gods plan staat Jezus Christus centraal, ‘Hij is de eerste van een nieuwe schepping’ (Openb.22:13). Er ontstaat zo een scheiding tussen het kerkvolk wat de Bijbel letterlijk wil verklaren en daarmee aardsgericht blijven denken en de christenen die bevrijd willen worden door het woord van God. De aardsgerichte mens heeft de duivel tot vader en is slaaf van de zonde en de leugen. Wij willen geestelijk denken en leven, wij willen meewerken aan het herstelplan van God.

  • ‘Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg Zich en verliet de tempel’ (Joh.8:59).

De Joden verzetten zich tegen de leer die Jezus bracht: ‘Wij zijn kinderen van Abraham en wij zijn gebonden?’ Zo begint de verwerping. In onze tijd kennen we ook die verwerping. We worden gehaat om deze boodschap, maar wij blijven strijden. Wij brengen geen lichtvoetig evangelie zoals we die kennen van Amerikaanse tv-kerken of van blijde evangelische gemeenten in eigen land. Zij brengen een eenzijdig evangelie en spreken alleen maar over ‘God is liefde’, vergezeld van pretpakketten als vallen in de geest, vlaggenzwaaien, muziek en dans. Wij willen in Zijn woord blijven, daarmee strijden we. Dat Woord gaat uit, overwinnende en om te overwinnen. Wij zijn de ruiters, die de ruiter op het witte paard volgen, waar het ook gaat. Wilt u dat ook?