
‘Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met het dienen van de zonde, om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven’ (1 Petr.4:1,2).
De kerngedachte in deze tekst is dat de mens opgehouden is met de zonde. Dit wordt door veel, zo niet alle kerkgangers ontkend. Velen van hen willen deze uitspraak ook nog nuanceren, zij zijn immers zondaar-tot-de-dood! Hun ‘belijdenis’ staat echter lijnrecht tegenover de belijdenis van Petrus, die toch ook zeker wist wat zondigen was. De vraag is dus: wat wil Petrus nu zeggen, wat betekent het dat je onttrokken, los of ook wel opgehouden bent met de zonde?
Onttrekt ú zich aan de zonde?
Ieder die het evangelie van het koninkrijk van het hemelen aanvaardt, moet in eigen leven a.h.w. een soort examen doen. Ieder moet vanaf zijn oprechte(!) bekering, proberen te realiseren om vrij van de zonde te zijn. Als mensen zich onttrekken aan de gemeente en geen enkele connectie meer hebben met de gemeente, kan de gemeente geen enkele invloed meer uitoefenen op deze mensen. Als kinderen worden onttrokken aan het gezag van hun ouders, hebben die ouders geen gezag meer over hen en hebben zo geen invloed meer op de opvoeding. In dat kader kan men zich dus ook onttrekken aan de zonde.
Het Woord van God, dat uitgaat, overwinnende en om te overwinnen
Om te kunnen zeggen dat je onttrokken ben aan de zonde, moet je hemels leren denken. Als je je onttrekt aan de zonde, heeft de zonde geen claim meer op – en geen gezag meer over je. De natuurlijke mens, inclusief de kerkganger, vindt het maar raar als je dit zegt. Zo iemand kan ook niets met het evangelie dat wij brengen. Maar een geestelijk mens wil het hoogste doel bereiken wat er is: onttrokken zijn aan de zonde, overwinningen boeken op het terrein van de zonde en contact hebben met God. Dat kan men realiseren door het Woord van God, dat uitgaat, overwinnende en om te overwinnen (Op.6:2 en 19:11).
Omdat wij ons willen onttrekken aan de zonde, worden we vaak en intens aangevallen door de duivel. Als we ons niets aantrekken van de zonde, zouden we het veel rustiger krijgen in ons (natuurlijke) leven. Maar dat gebeurt niet, omdat wij ons wél willen onttrekken aan het rijk van de satan, het rijk van de duisternis en willen leven in het Licht van God, in Zijn liefde.
Hoe bereikt u dat u zich onttrekt aan de zonde? Hoe kunt u zich bevrijden van de drift, de onreinheid, de gevoelens van twijfel of van angst? Moet u zich terug trekken in een klooster? Moet u zich nog meer inspannen, moet u nog meer dingen laten? Misschien moet u inderdaad eens het een en ander opruimen in uw leven, zoals bepaalde boeken, films en vooral de staatspropaganda, maar dat is alleen een gevolg van een beslissing die u neemt om u te onttrekken aan de zonde. Moet u dan tot bloedens toe strijden? Nee, de Bijbel vraagt van u geen (fysieke) inspanning, zoals dat in het Oude Testament eens was. In het Nieuwe Testament is het ‘doe dit en u zult leven..,’ veranderd in: ‘gelóóf en u zult leven!’ Petrus appelleert in onze tekst aan iets wat hij al in hoofdstuk 3 heeft gezegd:
- ‘Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, zodat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door Gods Geest’ (1 Petr.3:18).
Petrus legt hier een verband tussen Christus’ lijden en de overwinning van de zonde. Christus heeft tijdens zijn leven op aarde naar het vlees geleden, Hij heeft verleidingen doorstaan en heeft verdrukkingen ondergaan. De machten van de duisternis hebben Jezus aangevallen, rechtstreeks en door mensen. Denk aan de verzoeking in de woestijn (Luc.4:1-12), aan de mensen die hem van de rotswand wilden gooien in Nazareth. Jezus heeft echter altijd in volkomen rust weerstand geboden, Hij wist dat Zijn uur nog niet gekomen was. Hij had het Woord van God in Zich, Hij was het Vleesgeworden Woord van God (Gods Logos – Joh.1:1) (en dus niet God zelf) en vervuld met de Geest van God. Hij dacht altijd wat de Vader dacht.
De overwinning van Jezus
Toen het uur van Jezus gekomen was, probeerde Petrus, als instrument van de satan, het lijden te voorkomen. Maar Jezus zei ‘Mijn uur is wel gekomen, ga weg van Mij, satan’. In alle rust ging Jezus toen het woord van God uitvoeren, Hij legde Zijn leven af en Hij nam het weer op. Jezus heeft Zich geïdentificeerd met de gedachten van God, daarin ligt de overwinning. Het Woord van God is onverbrekelijk met Hem verbonden en dus kan men Hem niets doen. Alle verleidingen en verzoekingen hadden geen vat op Jezus, de overste van deze wereld vond niets in Hem. Wat de duivel wel in Hem vond, was het Woord van God: ‘Er staat geschreven!’
Als wij het Woord van God vasthouden, zijn wij in de overwinning. Wij moeten ons wapenen met dezelfde gedachten. We kunnen de gedachten van de duivel in ons toelaten, maar Petrus roept ons op om ons te wapenen met Gods gedachten. Zo waarschuwde God Kaïn om de belager aan de deur van zijn hart, de duivel, niet binnen te laten. Als u de gedachten van de duivel toelaat, schieten die gedachten wortel en de vrucht daarvan is, dat de gedachten omgezet worden in daden. Wapen u daarom met de gedachten die uit God zijn (verg. Jac.1:14-16). Het wapen dat God u geeft is Zijn Woord én Zijn gedachten (Ef.6:10-24). Op die manier kunt u de zonden overwinnen. Laat God in het diepst van uw gedachten wonen, dan zijn Zijn gedachten in u. Als u Gods gedachten loslaat, laat u God los. Neem God aan door Jezus Christus, zoals Johannes zegt:
- ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God … Zij die het (vleesgeworden) Woord van God aangenomen hebben, geeft Hij macht om kinderen van God te worden.’
Wij nemen de Woorden van God aan en laten Zijn gedachten in ons inwerken. Jezus heeft Gods gedachten tot het uiterste toe bewaard, daarom bleef Hij in de rust. Hij heeft aan het eind van Zijn leven aan het kruis naar het vlees geleden. Innerlijk heeft Hij toen Zijn Vader niet losgelaten, want Hij noemde op het laatste moment God nog steeds Zijn Vader. Hij had ook de naaste lief en bad voor Zijn vijanden. Zo heeft Hij de zondeschuld van de mensen op Zich genomen. Paulus zegt: ‘Wij zijn met Hem gekruisigd’, d.w.z. onze schuld is op dat kruis, met onze schuld is Jezus neergedaald in het dodenrijk, daar heeft Hij Zijn loon ontvangen. Dat verdiende loon is aan Hem uitbetaald. Toen Jezus is opgestaan uit de dood, bleef onze schuld achter. Omdat Hij zelf zonder zonden was kon de Dood hem niet ‘rechtmatig’ vasthouden (Hebr.2:14,15). U mag zich wapenen met deze gedachte: ‘Mijn schuld is weg’. En als men dan aan u vraagt of u nog zondaar bent, kunt u zeggen dat u dat niet meer bent! Wat een geweldig wapen is dat in de geestelijke strijd om te kunnen zeggen: ‘Ik ben een kind van God, een rechtvaardige!’
Door deze gedachte worden wij onttrokken aan het klimaat van de duisternis. Deze gedachte vasthouden is een strijd op zich, omdat wij daar telkens op worden aangevallen. De duivel zal altijd blijven komen met beschuldigingen: ‘Weet u nog, vorige keer? En die andere keer? Bent u echt vrij van zonde?’ De aanklager van de broers en zusters kunnen wij de mond snoeren als wij belijden dat wij geloven in de rechtvaardiging door Jezus Christus; Hij heeft mijn zonden aan de Satan betaald met Zijn bloed. ‘Elke keer’, is dat er bij onze zekerheid geen plaats meer is voor twijfel of onzekerheid, want wij weten dat wij rechtvaardigen zijn, zonder besef van kwaad (Hebr.10:22).
- ‘Het tegenbeeld (van de zondvloed, de doop) behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar een gebed van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus’ (1 Petr.3:21).
Door de doop hebben we deze weg aanvaard en deze gedachten overgenomen. De doop is een gebed van een goed geweten. Mijn oude mens is ondergegaan, zoals die miljarden mensen in de tijd van de zondvloed ondergingen. Mijn oude mens is begraven, de nieuwe, gehoorzame mens is opgestaan. Die nieuwe mens is te vergelijken met de rechtvaardige Noach. Door de doop hebben we een getuigenis afgelegd dat we een rechtvaardige zijn, want we zijn met Jezus gestorven en met Hem zijn we ook opgestaan. Door de doop hebben we getuigd dat we niet meer als natuurlijk, maar als geestelijk mens willen leven. Dan laten we ons niet meer aanklagen, ook niet meer door onszelf.
Veel kerkgangers benaderen de ander negatief
‘O, dus jij dacht… Ja maar, jij deed… Die ene keer dat jij… Maak je zelf maar niets wijs…’
Wij leven en denken niet meer zo. Wij zijn onttrokken aan de zonde. Wij zijn onttrokken aan de claim van de satan. Er staat niet voor niets in onze tekst dat wij ons moeten wapenen met de gedachten van God. In Openbaring 12:11 staat: ‘En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam’. Wij hebben ons met de gedachte gewapend dat wij overwinnen door Jezus Christus. Wij zijn onschuldigen en rechtvaardigen in Hem. Dat vraagt van ons geen inspanning, wij moeten alleen dat woord vasthouden. Wij geloven met ons hart tot deze rechtvaardigheid (Rom.10:10) en wij belijden met onze lippen tot ons behoud. Dat wil zeggen: we nemen Gods Woorden aan voor waar naar onze innerlijke mens, dat wij een rechtvaardige zijn. Elke keer als we aangevallen worden, houden we dat in gedachten. Het contact met de duivel (die enkel slecht is) wordt verbroken en de gemeenschap met de enkel goede God komt er voor in de plaats.
Niet meer leven naar de eisen van mensen
Vanuit het rijk van het Licht is er geen verbinding meer met het rijk van de duisternis. Als er zondige gedachten in ons opkomen, gaan we staan in het Licht en we belijden dat we een rechtvaardige zijn. We beroepen ons op de woorden van Jezus Christus. Bij onreine gedachten beroepen we ons op de beloften dat we rein zijn (Joh.15:3). Op die manier blijft de duivel buiten ons hart, onze gedachten. We laten hem niet binnen en we zoeken geen contact, want wij zijn rein door de woorden die Jezus gesproken heeft. Als woede in ons wil komen beroepen we ons op de vrede van het hart, die God aan ons geeft. Met de vrede van God is er geen plaats voor boosheid, drift en ruzie. We hoeven ook niet meer jaloers te zijn op een ander, want we zijn erfgenaam van God en mede-erfgenaam van Jezus Christus. Wij hebben veel meer dan wat de wereld heeft, wij hebben schatten in de onzienlijke wereld, daarmee kunnen we de overwinnen.
De Bijbel spreekt niet voor niets over de vernieuwing van het denken. Gods gedachten worden ónze gedachten en die gedachten spreken we uit met ónze lippen en vanuit óns hart tot ons behoud en tot overwinning. De Heer leert ons en geeft ons dat wij onze gedachten vernieuwen. Onze levensinstelling verandert daardoor. Wij zoeken het niet meer in krachtsinspanningen, in vroom gedrag, in uiterlijkheden, maar wij handelen vanuit onze innerlijke geestelijke kracht. Wij hebben geen vrome gezichten met zwarte pakken en soepjurken nodig. Al dat uiterlijk vertoon is in wezen een camouflage van het ware denken van de mens. Wij leven vanuit de dingen die we niet zien, want die zijn van eeuwigheidswaarde. Niemand kan zien welke gedachte ik in mij heb, maar als ik mij wapen met Gods gedachten, vind ik de overwinning.
De verlangens van (vrome) mensen hebben altijd te maken met iets zichtbaars. Mensen die alleen maar bezig zijn aardse gedachten, gaan steeds meer overhellen naar het zichtbare: massale samenkomsten, vlaggen en dansen ‘in de geest’, opzwepende muziek en vallen ‘in de geest’.
Camouflage
Er moet iets in de zichtbare wereld geopenbaard worden, of het nu een hoed, soepjurk, lang haar of het lopen met een kruis is, het is en blijft een camouflage. Want als men dan thuis is en de geestelijke hagelbuien breken los, dan is men nergens meer. Wij wapenen ons niet met uiterlijkheden, maar met de gedachten van God. David moest strijden tegen Goliath, de natuurlijke mensen om hem heen zochten de overwinning in het zichtbare: de wapenuitrusting van Saul. Maar dat paste niet met David, toen hij op Goliath afliep, zei hij:
- ‘Jij treedt me tegemoet met zwaard en spies, maar ik treed je tegemoet in de Naam van de Heer’. David liep daar met de gedachten van God in zich en hij wist dat Goliath hem niet kon verslaan. Hij vertelde zelfs al de afloop aan Goliath: ‘Ik zal je hoofd afhakken en de soldaten achter je zullen straks ook sneuvelen, de dieren zullen hen opeten’.
Omdat David de gedachten van God kende, was hij zelfverzekerd en zeker van zijn overwinning. Iedereen moest het horen:
- ‘Je zult niet winnen door zwaard en speer, maar ik overwin in de naam van de God van de hemelse slagorde’.

David stond daar voor een groot probleem, maar omdat hij ervaring had met kleinere problemen (hij had al veel wilde dieren moeten doden, omdat ze de kudde schapen bedreigden), ging hij dit probleem op dezelfde manier te lijf: overwinnende en om te overwinnen: ‘Hij die met mij is, is sterker’. David lette niet op de kracht van de vijand, maar op de kracht die in hem was.
Dat zien wij ook in eigen leven: het toenemen van kracht. We hebben al een paar overwinningen behaald in het leven, nu kunnen we ook de grotere problemen aan, ook daar krijgen we kracht voor. Als we in ons lichaam worden aangevallen, wapenen we ons met de gedachten dat God ons sterker zal maken in ons sterfelijke lichaam (en niet het gestorven lichaam). Tegen de vijand zeggen we dan dat Gods Geest in ons woont, mijn lichaam is een tempel van Gods Geest, dit lichaam zal functioneren tot eer van God. Dat kost ons geen enkele inspanning, wij houden – net als David – de Heer continu in gedachten, zodat we niet wankelen. Zodra we gaan twijfelen, laten we het Woord van God los en luisteren we naar mensen, die door de duivel geïnspireerd zijn.
Wij moeten naar het vlees lijden
De Bijbel bedoelt met ‘het vlees’ ons lichaam dat vanaf jongs af aan bezet kan worden door de demonen van de duisternis. Het vlees let altijd op de situatie waarin we nu leven, maar God leert ons dat we moeten letten op de situatie in de gééstelijke wereld en op Zijn Woorden. Hij wil niet onze ondergang maar onze overwinning. Wij hoeven ons nergens druk over te maken. Zelfs als we zwaar worden aangevallen naar lichaam of geest, mogen we de woorden van God vasthouden dat Hij onze overwinning wil. Wij zijn daarom bezig met het realiseren en uitdragen van de gedachten van God. Het evangelie van het koninkrijk van de hemelen is beschikbaar voor iedereen die het aanvaarden wil. Dit evangelie van Jezus Christus zal de hele wereld overgaan en wij willen daaraan meewerken. Wij roepen ieder op om zich ook te wapenen met de gedachte dat je door het geloof in Jezus Christus en door Zijn sterven en opstanding een rechtvaardige bent. Met die gedachten kunnen ze je niets maken in de geestelijke wereld.
Hou vol!

Het natuurlijke leven is soms heel erg moeilijk, maar als u gericht bent op de hemelse gewesten, kunt u het leven aan. Laat u niet ontmoedigen, maar trek de geestelijke wapenuitrusting aan. Wapen u met de Woorden van God, leg het enige Bijbelse fundament in uw leven, breek met uw oude leven en laat u dopen IN water en ontvang Gods Geest door het vragend gebed hierom (geen automatisme). En als u al wat langer bekend bent met het evangelie van het koninkrijk van de hemelen en vandaar uit leeft, wapen u dan met de gedachte dat u niet meer wil leven naar de verlangens van mensen, maar dat u wilt leven naar de wil van God; de tijd die u nog rest. Dat geldt zowel voor ouderen als jongeren.
Strijd in de hemel

Wapen u niet met emoties als angst, nervositeit of twijfel die het zielenleven raken, want dat is op het natuurlijke vlak. Wapen u met de woorden van God, die zitten in uw geest. En geloof in de woorden van God, geloof is ook een eigenschap van de geest. Geloof dat u uw voet zal zetten op alle overheden en machten van het rijk van de duisternis, onderwerp het hele leger van de vijand (Marcus 16). Die gedachten zijn goed en waar. Zo voeren we de strijd die Jezus gevoerd heeft. Hij heeft onderscheiding van geesten beloofd en Hij heeft ons de kracht voor het strijden gegeven.
Zijn woorden en gedachten saai? Als je het vergelijkt met het emotionele en sensationele leven wel, maar wij willen niet op aards niveau strijden, wij willen de geestelijke strijd voeren en we zullen overwinnen. Velen zullen weggaan, want ze willen niet zo leven en strijden, net zoals er velen waren die Jezus verlieten. Wij gaan niet weg maar we spreken Petrus na, die tot Jezus zei: ‘Heer, tot wie zullen wij gaan? U hebt immers woorden van eeuwig leven!’ Woorden en gedachten van Jezus, die Petrus, maar ook wij nooit willen loslaten. Met die woorden en gedachten zullen we overwinnen, we zullen Jezus volgen:
‘En ik zag de hemel geopend en zie, een wit paard en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een naam, die opgeschreven was en die niemand kent dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed en Zijn naam luidt: Het Woord van God. En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God. Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze naam geschreven: Koning van de koningen en Heer van de heren’ (Openb.19:11-16).





