Onderzoek de geesten of ze uit God zijn

We ontvingen een reactie van een lezeres, waarin enkele vragen voorgelegd werden. De eerste vraag luidt:

  • ‘Hoe komt het dat mensen die met Gods Geest gedoopt zijn, zoveel diverse en totaal verschillende meningen kunnen hebben? Gods Geest brengt toch geen verdeeldheid en toch worden al de uitleggingen toegeschreven aan het werk van de Heilige Geest. Dit is toch absurd?’

Dwalingen zijn leringen van boze geesten

Bij veel mensen leeft de gedachte, dat iemand die de Heilige Geest heeft, geen andere geest bezitten kan. Volgens hen kan de Geest van de waarheid nooit wonen in een mens, waarin ook leugenmachten genesteld zijn. Daarom is er de funeste slogan: een kind van God kan niet gebonden zijn. De praktijk toont echter aan dat veel mensen, die zich christen noemen een verdeeld hart hebben, van bepaalde zonden niet kunnen loskomen en dat juist in de evangelische beweging enorm veel dwalingen geleerd en geloofd worden. Zelfs staat in Hebreeën 6:4 en 5 dat wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan Gods heilige Geest, vervolgens ontrouw kan worden.

In dezelfde brief wordt in hoofdstuk 3:12 gezegd: ‘Zie toe dat niemand van u door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God’. Het gaat immers bij velen als met een plant, waarvan enkele groene blaadjes boven de grond uitkomen, maar die zich verder niet kan ontwikkelen, doordat er factoren in het spel zijn, die de groei belemmeren. Zo’n plantje komt nooit tot vrucht dragen en na korte of lange tijd sterft het. Bij de Corinthiërs ging de apostel van de mogelijkheid uit, dat in gelovigen die met Heilige Geest gedoopt zijn, toch een andere geest werkzaam kan zijn en dat er door hen grove dwalingen geaccepteerd kunnen worden:

  • ‘U hebt er immers geen enkel bezwaar tegen dat iemand u een andere Jezus verkondigt dan wij hebben gedaan, of dat u een andere Geest of een ander evangelie ontvangt dan u ontvangen hebt’ (2 Cor.11:4).

Dwalingen zijn leringen van boze geesten. Dezen vermommen zich dikwijls als engelen van het licht en wie een dwaling aanvaardt, ontvangt ook de geest die deze leer inspireert. Men leest tegenwoordig dat rooms-katholieken met Heilige Geest gedoopt worden. Zij spreken in talen, hebben visioenen, profeteren en ervaren genezingen. Dit kan gezien worden als een werk van God. Maar tegelijkertijd wordt overal geconstateerd dat deze mensen hun kerk niet vaarwel zeggen, maar fijner rooms worden dan ooit tevoren. De mis, het altaar, het wijwater, de biecht, de priesterkaste en vooral Maria blijven voor hen belangrijk. Zij hechten zelfs meer dan vroeger waarde aan hun crucifix, bidden met de rozenkrans en blijven gestorven heiligen aanroepen. De occulte demonen die met deze dwalingen verbonden zijn, verdwijnen beslist niet met de doop in Heilige Geest. De bevrijding gaat niet hocus pocus. Men zal bewust met deze geesten moeten breken en hun werken weg moeten doen, wil men tot een vernieuwing van denken komen en het proces van verandering van inzichten op gang brengen.

Voortgaand proces van groei

Vroeger was ik gereformeerd. Ik was een aanhanger van de kinderdoop en deze wel zo vroeg mogelijk, ‘op tijd’. Wat de leer van de uitverkiezing betreft, was ik een supralapsatiër die de verkiezing en verwerping van eeuwigheid leert. Ik werd, omdat ik in de hele Bijbel geloofde, gedoopt met Heilige Geest en sprak in talen. Pas veel later brak ik met de dwaling van de kinderdoop en liet ik mij op Bijbelse wijze onderdompelen. Weer later brak ik ook met de leer van de erfzonde, dus met het geloof dat de mens van nature door en door verdorven zou zijn, aan de duivel gelijk.

Bij mijn bewuste bekering was ik in aanraking gekomen met de evangelische richting. Daar maakte ik onder meer kennis met de Maranathabeweging en met de leer met betrekking tot het herstel van het natuurlijke volk Israël. God zou aan dit volk vanwege hun vlees en bloed en ondanks hun ongeloof, nog extra beloften geschonken hebben, die niet voor de gemeente waren. Alle beloften van God zouden dus niet ‘in Christus’ voor alle gelovigen gelden. Ik kreeg door deze dwaling een Bijbel met een dubbele bodem. Wat het modernisme nooit bij mij had kunnen teweegbrengen, gebeurde toen. Onder invloed van de zogenaamde Bedélingenleer begon ik grote stukken van de Bijbel te elimineren. Zo werd in de kringen, waarin ik terecht kwam, geleerd dat de Bijbel voor ons eigenlijk ophield bij Openbaring 3. De gebeurtenissen na hoofdstuk 4 beschreven, golden alleen maar voor Israël en voor allen die bij de opname achtergebleven waren. Op deze manier werd het eeuwige woord van God krachteloos gemaakt.

De Bergrede verworpen

Andere gedeelten van de Bijbel waren ook niet meer voor ons, maar voor vroeger of voor later. Zo verwerpen veel maranatha-gelovigen voor zich de Bergrede. Ik hoorde zelfs een maranatha-’pinkster’ prediker op een samenkomst van voorgangers beweren, dat de uitstorting van Gods Geest, waarover Handelingen 2 spreekt, niet voor ons bedoeld zou zijn, maar voor het onbekeerde, natuurlijke volk Israël.  Een Christusvijandig volk, waarover  staat geschreven: Wie Mijn offer niet accepteert, heeft ook de Vader niet’. De tekst uit Lucas 11:13 over het ontvangen van de Heilige Geest werd en wordt in deze kringen ook niet geaccepteerd. Johannes de Heer erken ik als een evangelist die door God gebruikt werd, maar hij bezat een diepe afkeer van de pinksterwaarheid en hij importeerde door middel van ‘Het Zoeklicht’ bovengenoemde grove, ongeestelijke dwalingen.

Geesten met kadaverdiscipline

Ik was dus gedoopt met Heilige Geest, sprak in talen, maar ontving tegelijkertijd een aantal valse geesten, die mij dwalingen deden aanhangen, die veel afwijkender waren dan ik ooit in de gereformeerde kerk geleerd had. Bovendien kwam ik onder een slavenjuk van geboden en instellingen, die zwaarder en ingrijpender voor mijn leven waren dan ooit de wet in de kerk van mijn ouders mij opgelegd had. Lange bidstonden bijwonen, vasten (jarenlang eenmaal per week en twee maal zelfs een hele week achter elkaar), stille tijd houden, het eigen ik doden en niets meer te mogen zijn, enzovoort, waren verzwarende lasten die mij bij het verlaten van het ‘diensthuis’ van de kerk, in de evangelische kringen opgelegd werden.

Was het een wonder dat de Heilige Geest die ik ontvangen had, niet kon doorwerken en dat de geestelijke gaven zich bij mij niet konden ontwikkelen? Bovendien bevrijdde niemand in evangelische of pinksterkringen mij van de occulte machten, waarmee ik als kind in aanraking gekomen was en die mij bezet hadden. Ondanks de doop in Heilige Geest deed ik dikwijls wat ik niet wilde en liet ik na wat ik wel wilde. Daarnaast was ik, met de Geest van de waarheid in mij, een prooi van vele dwalingen.

Bevrijd en verlost werd ik pas door de leer van Jezus, die een inzicht verschafte in de onzienlijke wereld van het Koninkrijk der hemelen. Daardoor leerde ik de geesten te onderkennen en mijn denken te oefenen in het onderscheiden van goed en kwaad. Het is daarom heel erg te betreuren dat de broers en zusters, die net als ik in hun bidstonden om een opwekking smeekten, de enige weg, de hoge, die door de hemelse gewesten naar het beoogde doel voert, weigeren te gaan en deze zelfs verwerpen. Zij zullen daarom wel blijven bidden om een opwekking, op dezelfde wijze als vijftig jaar geleden, maar deze nooit ontvangen.

‘Vallen in de geest’

In mijn ervaringen op weg naar de volle waarheid sta ik niet alleen. Ik denk aan de gereformeerde predikant Andrew Murray. Door zijn boeken hebben velen ‘de volle pinksterzegen’ ontvangen en toch was hij een fanatieke aanhanger van de babybesprenkeling. Ik las over een ‘Toronto blessing’. Is dit werkelijk een voorbeeld van werksters in de wijngaard van de Heer? Ik wilde dat niet in twijfel brengen, maar ik zag duidelijke verschijnselen die in de occulte wereld thuis horen. In het systematische vloeren’ van personen zit een vernederend element, zoals men dit ook aantreft bij epileptici. Het was ook voor de sterke, gewapende soldaten in de hof van Gethsemané geen zegen, toen zij ‘terugdeinsden en ter aarde vielen’. Wanneer Jezus een door de duivel overweldigde met zijn zegen en redding benaderde, sprak Hij: ‘Sta op’.

De Heilige Geest verheft de gelovigen en voert hen naar het Koninkrijk van God. Dit zich verheffen van de innerlijke mens wordt vergeleken met water dat omhoog stijgt en in de hoge luchtlagen een wolk vormt. Wij lezen dat de apostel Johannes door vrees overmand als dood neerviel aan de voeten van de verheerlijkte Meester. Daarna legde Jezus hem de hand op en sprak: ‘Wees niet bang’ (Openb.1:17). De maanzieke jongen viel op de grond, doordat hij aangegrepen werd door een boze geest. Toen Jezus zijn hand vastpakte, hielp Hij hem overeind (Marc.9:20,27). Johannes zowel als de maanzieke jongen vielen beiden op de grond vóórdat de Heer de hand op hen gelegd had. Toen de Meester hen aanraakte, werden zij hersteld en stonden op.

Uit eigen ervaring heb ik ook gelovigen op de grond zien vallen, maar dit was altijd onder beïnvloeding van de boze geesten, van wie ze nog niet verlost waren. Waar Gods Geest werkzaam wordt, beginnen de inwonende machten zich te roeren en zij grijpen de mens aan. De verschijnsels die zich dan voordoen, worden niet door de Heilige Geest veroorzaakt, maar door de demonen die in de personen wonen op wie de handen gelegd worden, of in hem of haar die de handen oplegt.

Onderzoek de geesten

De Heilige Geest brengt geen verdeeldheid, want de Heer zegt dat Hij ons de weg zal wijzen tot de volle waarheid, maar de zondemachten en de dwaalgeesten veroorzaken de verwarring. De apostel waarschuwde: ‘Geliefden, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen‘ (1 Joh.4:1). Omdat de geesten zich zo graag camoufleren, zullen zij juist gebonden mensen wijsmaken, dat een kind van God niet gebonden kan zijn. Zij worden dan met rust gelaten. Het is immers een normale zaak wanneer een mens zichzelf onderzoekt, of hij misschien nog aan iets verkeerds vastzit.

Voor iedere evangelist, prediker en leraar geldt de vermaning: ‘Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef’ (2 Cor.13:5). Wij hebben allen geleefd bij leringen die wij van onze jeugd af aan meekregen, of die wij van anderen overnamen. Het is echter van het grootste belang dat wij zeker weten of deze overgeërfde leringen overeenkomen met de waarheid die Jezus Christus verkondigde. Paulus vervolgt immers zijn waarschuwing met de woorden: ‘U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is?’

Zielenslaap en alverzoening

De normale gang van zaken zou moeten zijn, dat een mens die bij zijn bekering breekt met de ongerechtigheid, ook direct bevrijd wordt van de in hem wonende boze geesten en dat hij daarna de doop met Gods Heilige Geest ontvangt, zodat hij weerstand kan bieden aan de duivel en zijn trawanten. Hij moet dan verder onderwezen worden in de waarheid van het Koninkrijk der hemelen zoals Jezus deze leerde, en zich daaraan houden. Alle gelovigen zouden dan één zijn, zoals de Vader en de Zoon één zijn. Ik heb veel wereldbekende evangelisten, predikers en voorgangers ontmoet en ook achter de schermen kunnen kijken. Ik heb dikwijls moeten constateren dat niet alleen hun prediking vaak in strijd was met de waarheid van Gods Woord, maar dat ook bleek dat zij in hun leven door boze geesten beïnvloed werden, zodat zij aan zonden en begeerten gebonden waren. Onder hen waren er die leerden dat een kind van God die eeuwig leven bezit, naar de innerlijke mens toch dood kan zijn. Hun verderfelijke zielenslaaptheorie onderstreept de leugen dat dood dood is. Anderen leerden de algemene verzoening, waarbij zelfs de ‘vader van de leugen’ verlost kan worden van de satan! De dwaling van het natuurlijke Israël en Brits Israël wint zienderogen terrein.

Koren en onkruid

Het goede graan gaat rijp worden, maar de Bijbel toont duidelijk aan dat dan ook het onkruid zijn volle ontplooiing bereikt. Veel naamchristenen staan op het standpunt dat men het onkruid niet mag aanwijzen of zelfs noemen, maar Jezus heeft gezegd dat er vele valse profeten, geleid en geïnspireerd door boze geesten, zouden opstaan en velen verleiden. Daarom gaan wij door met de dwaalgeesten te ontmaskeren en hen openlijk ten toon te stellen. Al wil men daarvan een oorzaak maken om ons verwerpelijk te achten, ‘wij kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten’ (2 Cor.13:8). Gerechtigheid en waarheid gaan hand in hand, om de eenheid van het volk van God te bewerken.

Nog een vraag

  • ‘Toch zou ik graag de waarheid onderscheiden en vooral ook het boek Openbaring spreekt mij erg aan. Ik ben op zoek naar een betrouwbare uitleg om enig inzicht te krijgen in de mystieke geheimen van dit boek. U moet weten dat ik al uitleg ontving van de Jehova’s getuigen, van de Zevendedagsadventisten en ook het boek van Branham ‘De zeven gemeentetijdperken’ ligt voor mij. Ik behoor nu een jaar tot de Pinkstergemeente hier en onze voorganger verklaart dat er niemand is, die elk gedeelte van dit boek verklaren of begrijpen kan. Ik vraag u daarom: hoe kan ik weten of de uitleg van uw boek de enige juiste is, want anders kan ik mij de moeite beter besparen om mijn geest nog meer in verwarring te brengen’.

Er zijn maar enkele complete uitleggingen over het boek de Openbaring. Alle hebben echter dit gemeenschappelijk, dat zij de visioenen van dit boek verklaren in de natuurlijke wereld. Visioenen zijn echter beelden. Wanneer in een gemeente gezichten worden gezien, volgt toch meestal een geestelijke verklaring. In de Openbaring spreekt Jezus Christus (door zijn engel), want er staat: ‘Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft’. Tijdens zijn leven op aarde openbaarde Jezus ook verborgenheden, namelijk over het wezen van het Koninkrijk der hemelen. Hij sprak in gelijkenissen of beelden ‘en zonder gelijkenissen zei Hij niets tot hen’. Hij zei: ‘Waarmee zal Ik het Koninkrijk van God vergelijken?’ In dit boek volgt Jezus dus dezelfde methode van onderwijs, die Hij ook op aarde toepaste, maar nu in de vorm van visioenen.

Er is sprake van een vrouw als beeld van de gemeente en van een hoer als beeld van de afgevallen kerk. De onzienlijke wereld komt tot ons in beelden van een draak, van ruiters, van vallende sterren, van bergen, enz. Er is een sleutel nodig om dit boek te begrijpen. Wie deze sleutel mist (zoals Branham) en geen kennis heeft van het Koninkrijk der hemelen, de wereld van de geesten, kan nooit een juiste en bevredigende verklaring geven.

De Heer predikte op aarde niet anders dan over het Koninkrijk der hemelen. Tot zijn leerlingen zei Hij: ‘Ik geef u de sleutels van dit Koninkrijk’. Ieder die deze sleutels gebruikt, kan ingaan in de hemelse schatkamer en kennis nemen van haar verborgenheden. De Heer zelf zegt aan het slot van de Openbaring: ‘Ik, Jezus, heb mijn engel gestuurd om jullie deze dingen bekend te maken voor de gemeenten’. Dit boek geeft dan ook een inzicht in de ontwikkeling van de ware en van de valse kerk, speciaal in de eindtijd, waarin de oogst rijp wordt. Tenslotte kan ik nog opmerken dat leringen van boze geesten of dwalingen altijd afvoeren van de hoge weg die naar het doel van God leidt, dit is de volkomenheid, de wil van God met de mens. Jezus zei:

  • ’Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn leer van God komt of dat ik namens mezelf spreek’ (Johannes 7:17).