Leerling van het koninkrijk der hemelen

  • ‘Hij zei hun: ‘Daarom gaat het met iedere Schriftgeleerde die leerling is geworden in het koninkrijk der hemelen als met een huisvader, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt’ (Mattheüs 13:52).

Er zijn in de Verenigde Staten miljoenen christenen zijn, die zich ‘leerlingen van Christus’ noemen. Dit is een mooie naam, niet alleen voor een bepaalde kerkgemeenschap, maar ook voor alle ware kinderen van God. Ook van Jozef van Arimathéa werd gezegd, dat hij een leerling van Jezus geworden was. Hebt u echter wel eens iemand horen zeggen dat hij een leerling van het Koninkrijk der hemelen is? Misschien zou u verwonderd opzien, wanneer u dit hoorde en vragen van welke sekte deze man nu weer was. Toch is deze uitdrukking Bijbels. In Mattheüs 13:52 spreekt Jezus over Schriftgeleerden, die leerlingen geworden waren van het Koninkrijk der hemelen. In die tijd waren er veel mannen, die zich bezig hielden met de bestudering van het Woord van God.

Uit de opmerking van de Heer blijkt echter dat zo’n Bijbelonderzoeker nog niet vanzelfsprekend een leerling van de onzienlijke wereld is. Dit moet hij nog worden, zegt Jezus. Men kan een fundamenteel christen en trouwe kerkganger zijn, men kan zich net als de rabbijnen vastklemmen aan alles wat geschreven is en toch horen bij de blinde wegwijzers in het Koninkrijk der hemelen. Het gaat immers om het verstaan wat men leest en niet enkel te lezen wat er staat.

De vernieuwing van denken is onmisbaar voor de groei naar het volwassen zoonschap. Jezus ging rond van stad tot stad, lerend in de synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. Dit was zijn specialiteit, ‘de nieuwe leer met gezag’. Deze prediking kenmerkte zijn optreden en zij sloeg bij de menigte mensen aan, want duizenden volgden Hem. Jezus getuigde:

  • ‘De Wet en de Profeten gaan tot Johannes; sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd en iedereen staat te dringen om er binnen te komen’ (Luc.16:16).

Dat zijn boodschap over de onzienlijke, de geestelijke wereld, geen ingang vond in Israël, was te wijten aan de orthodoxe leiders. Zij wilden dit nieuwe evangelie niet. Het paste nergens in hun systeem. Zij wilden, rechtzinnig als zij waren, wèl recht hebben op bekering en vergeving van zonden. Daartoe spanden zij zich tot het uiterste in. Zij gingen zelfs naar Johannes de Doper om van hem de doop van bekering en vergeving van zonden te ontvangen. Paulus zei daarvan:

  • ‘Maar Israël, dat ernaar streefde door de wet rechtvaardig te worden, heeft dat niet bereikt. Wat is daarvan de oorzaak? Ze handelden alsof het van hun daden afhing en niet van geloof’ (Rom.9:31,32).

Men kan de onzienlijke wereld niet binnengaan door natuurlijke krachtsinspanning. Men overwint geen boze geesten van zonde, ziekte, gebondenheid, vrees, twijfel, depressie, geen occulte demonen, geen onreine machten of geesten van verslaving door zijn best te doen. De Farizeeën en schriftgeleerden probeerden overwinningen te forceren door zware lasten bijeen te binden en die te leggen op de schouders van de mensen, maar zelf wilden zij ze met hun vinger niet verroeren. Door hun werken gaven zij wel het goede voorbeeld om door de mensen opgemerkt te worden, maar het was voor hen na vele goede maaltijden geen offer om driemaal in de week te vasten of ook van hun rijkdommen tienden te geven. Het was voor hen niet moeilijk zich stipt te houden aan de sabbatswetten, de reinigingen, de gebedstijden en dergelijke, want ze beschikten over voldoende vrije tijd.

Zo is het nu voor een doorsnee kerkganger niet moeilijk om een nachtbidstond bij te wonen, ‘s morgens een uitgebreide stille tijd te houden en te ontbijten en op te roepen tot vasten of gebed of allerlei activiteiten voor te schrijven voor zijn organisatie. Men suggereert echter wel op deze manier dat zij kinderen van het Koninkrijk zouden zijn, als zij op die manier inzetten. Van de leiders in Jezus’ dagen wordt gezegd: ‘Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan en de geweldigers nemen hetzelve met geweld’ (Matth.11:12 St. Vert.) of ‘geweldenaars grijpen ernaar’ (N. Vert.). De vertaling Brouwer heeft het nog duidelijker:

  • ‘Men tracht het Koninkrijk der hemelen stormenderhand te veroveren en het met geweld in hun macht te brengen’.

Dit nu is een onmogelijkheid. God wil niet met geweld te maken hebben. Hij is niet in een aardbeving of in een storm. Hij is niet in geschreeuw of in gejammer, niet in ernst of in enig opgelegd teken van nederigheid of boetedoening. Ook niet in opjutterij, het gebruiken van slogans en kreten. Geweld en geforceerdheid zijn altijd van satan. Paulus was ooit zo’n geweldenaar die een zoon van God wilde zijn, maar die allen vervolgde die door geloof ‘van de (hoge) weg waren’. Hij noemt zich dan later ook: ‘Een godslasteraar, een vervolger en een geweldenaar’. Wanneer u leerlingen van Jezus Christus wilt zijn, zult u ook leerling van het Koninkrijk der hemelen moeten zijn. U moet Hem in de eerste plaats volgen waar Hij is, dat is in de onzienlijke wereld en dit kan alleen met uw inwendige mens, met uw verstand en met uw ‘hart’.

Het evangelie van Jezus Christus is dat van het Koninkrijk der hemelen. Op de Pinksterdag zei Petrus: ‘Dit is het!’ God zou wonderen geven in de hemel boven. Zijn Geest zou verbonden worden met de menselijke geest. Dit was nooit eerder gebeurd dan alleen bij zijn Zoon, de mens Jezus. Door de doop in Gods Heilige Geest vindt een verbintenis als een huwelijk plaats tussen deze Geest en de geest van de opnieuw geboren christen. Maar zoals het met vele huwelijken gaat, zo ook met deze band tussen God en de opnieuw geboren mens. Velen zijn wel gedoopt met Gods Geest, maar hun gemeenschapsleven met God is mislukt. Zij zijn niet overgegaan in een andere staat van leven. Hun innerlijke mens werd niet afgestemd op God die geest is en op zijn rijk, maar zij bleven op aards niveau. Zij verloren hun eerste liefde, waardoor zij ‘omhoog’ getrokken werden. Zij wandelden niet als geestelijke mensen in de wereld van de geesten.

Wie nu alleen het Koninkrijk der hemelen predikt, zoals Jezus dit deed en ook de apostel Paulus, van wie gezegd wordt dat hij rondreisde met de prediking van het Koninkrijk, krijgt opnieuw de rechtzinnige geweldenaars tegen. Ook die van de pinksterbeweging, waarin velen bondgenoten gaan zoeken onder hen die zelfs de doop in Heilige Geest loochenen. Zo ontstaat een kloof tussen hen die na de doop met Heilige Geest de hoge weg willen gaan en zij wiens gedachten blijven rondcirkelen op aarde. Wel roept men hard om vernieuwing, om een opwekking, om boetedoening en om verootmoediging, maar de goddelijke remedie voor nu, de prediking van het Koninkrijk der hemelen, weigert men te accepteren. En hiermee verwerpt men de raad van God voor deze tijd!