Gods Kapitaal voor de mens

Geloof is iets geweldigs! Het heeft ontelbare mensen in moeilijke tijden de kracht gegeven het hoofd boven water te houden, oorlogen en rampen te overleven en dwars tegen de omstandigheden in te getuigen. Men spreekt van klein en groot geloof. De Heer vroeg zijn leerlingen bij de storm op het meer, waar ineens hun geloof was gebleven. Later vroegen de leerlingen de Heer hun geloof te vermeerderen. Wie heeft nooit gehoord over geloof als een mosterdzaadje? Bijna iedereen heeft wel een gedachte over het begrip ‘geloof’. Wie de moeite neemt, mensen te vragen wat geloof voor hen eigenlijk inhoudt, krijgt merkwaardige antwoorden te horen. Men verwijst naar oudere mensen, geloofshelden of men associeert het met vrome jurken, ernst, geboden en verboden.

Horen

Geloof heeft echter met andere dingen te maken. Het ontstaat als de mens de blijde boodschap hoort over God, de Heer Jezus, de goede en de kwade engelen en verder als men gaat kennisnemen van de overweldigende rijkdom van zijn heerlijkheid voor de heiligen (Efeze 1:18). Geloof komt de mens niet aanwaaien. De Bijbel zegt: ‘Het geloof is uit het horen en het horen door het Woord van Christus’ (Rom.10:17). In eerste instantie is de Heer Jezus het vleesgeworden Woord van God (uit Gods Logos, Joh.1:1) aan de wereld, (en niet God zelf), zodat de mens de weg weer zou gaan zien, het is ook de waarheid ten aanzien van het plan van God, zodat daardoor het waarachtige leven gerealiseerd kan worden. Naar welke gemeente men ook gaat, steeds zal een zekere mate van geloof ontstaan. Gaat men echter naar een gemeente, waar de gezonde woorden van Jezus Christus niet gesproken worden (2 Tim.1:13), dan ontstaat een verkeerd gericht geloof, dat de mens vroeg of laat toch weer doet afvallen, omdat het gebaseerd is op leringen van boze geesten en dwaalgeesten (1 Tim.4:1).

  • Daarom moet een mens bij het luisteren naar de boodschap zich steeds weer af te vragen: ‘Is dit dezelfde boodschap zoals Jezus die bracht?’

In zijn woorden en voorbeeld ligt immers de volle waarheid, waardoor de mens in het geloof kan groeien. De apostel Paulus getuigde hierover: ‘Ik heb immers mijn uiterste best gedaan om u vertrouwd te maken met àl Gods wil’ (Hand.20:27). De prediking van het Koninkrijk van God omvat redding, genezing, doop in Heilige Geest en een wandel en strijd in de hemelse gewesten. Als op deze site de boodschap van het Koninkrijk der hemelen onversneden wordt gebracht, is het omdat men alleen kan groeien als de waarheid aan het licht wordt gebracht. Persoonlijk hebben wij jaren lang in veel kringen met het woord gediend. We hebben echter geconstateerd dat velen de afgelopen jaren zijn vastgelopen en verstard in hun geloof, ondanks het feit dat men in al deze kringen dat bepaalde missende gedeelte juist bij elkaar hoopte te vinden. Men ging zelfs connecties aan met rooms-katholieke, feministische theologes, die homofiele oudsten geen enkel bezwaar vonden. Deze ‘charismatische diensten’ waren voor ons de bekende druppel. Deze zelf bij elkaar gehaalde rampen zijn daarna ook volkomen ingestort.

Hieruit hebben wij geleerd, dat de mens wel geloof ontvangt door te luisteren naar het Woord van God, maar dat het mogelijk is dat dit geloof in de praktijk van iedere dag van weinig waarde blijkt te zijn. Toen we dat eenmaal begonnen te zien, begrepen we waarom Paulus getuigde, niet een gedeelte, maar de totale wil van God te hebben gebracht. Ook zijn vermaning ‘bij de gezonde woorden van Jezus Christus te blijven’, krijgt in dit kader een duidelijker betekenis en Johannes vat dit samen in de schitterende bewoordingen:

  • ‘Laat wat u vanaf het begin gehoord hebt, in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin gehoord hebt, dan zult ook u in de Zoon en in de Vader blijven. En dit is de belofte die Hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven’ (1 Joh.2:24,25).

Verwerken

Uit het bovenstaande is gebleken dat een mens meer of minder geloof kan opbrengen voor een bepaalde zaak, al naar de mate, dat hij geluisterd heeft naar het Woord van God. Wie echter meent dat het door het luisteren opgedane geloof alles is, komt bedrogen uit. De gelovige moet niet alleen horen, maar het beluisterde ook gaan verwerken in de binnenkamer. Hiervoor is tijd en geduld nodig. In een gezonde gemeente zal men daarom de pasbekeerden niet opjutten of allerlei lasten gaan opleggen. Men zal elkaar royaal de tijd en gelegenheid moeten geven, onder de leiding van Gods Heilige Geest de woorden van God te verwerken. Wie de boodschap van het Koninkrijk der hemelen leert verstaan, begrijpt de waarde van 1 Samuël 16:7:

  • ‘Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart’. Paulus voegt hieraan toe, dat het in het leven niet in de eerste plaats om de zichtbare dingen gaat, als wel om de onzichtbare. ‘Immers, het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.’

Werken met het kapitaal

Het belangrijkste in de ontwikkeling van het geloofsleven is dat de verwerkte kennis in praktijk wordt gebracht. Iemand heeft eens gezegd: ‘Ongetwijfeld is een van de grootste problemen van onze moderne tijd, dat iedereen een Bijbel heeft, maar dat niemand erin leest, laat staan het gelezene toepast in zijn leven’. Jacobus merkt in dit verband op:

  • ‘U gelooft, dat God één is? Daaraan doet u goed, maar dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen!’

Enkele verzen eerder had hij al verklaard, dat geloof niet op zichzelf mag blijven staan, maar dat het moet worden toegepast, zodat het iets uitwerkt. Gebeurt dit niet, dan heeft men niet meer dan een dood geloof. De Heer zelf zei daarover:

  • ‘Ieder nu, die mijn woorden hoort en ze doet, zal lijken op een verstandig man’ (Mattheüs 7:24).

Met een variant op 1 Corinthiërs 13 kan men nu stellen: ‘Al had ik alle kennis, die over de Schrift maar te verzamelen is, maar ik had het nooit verwerkt in de binnenkamer, om het daarna in mijn dagelijks leven toe te passen, ik was niets.’ Geloven heeft te maken met verantwoording nemen. Dat betekent in concreto, dat de zondaar niet meer zondigt, dat de gebondene niet langer gebonden wil blijven, maar zich uitstrekt naar volledig herstel. Het is immers Gods wil, dat de mens zowel innerlijk (naar ziel en geest), alsook uiterlijk (naar het lichaam) volledig hersteld wordt van de aantastingen van het rijk van de duisternis. Het is in dit verband van groot belang dat de zondaar de oorzaak van de zonde gaat leren onderkennen, zodat hij leert de duivel te weerstaan en hem zal weten te overwinnen. Het weer normaal onderscheiden van goed en kwaad moet weer overeenkomen met zijn door God ingeslapen geweten. Hij moet kappen met de miljoenen leugens die dit vandaag continue tegenspreken. Zich niet laten intimideren door satans hulpjes op aarde, maar stelling nemen!

Toen de Heer de boodschap van het Koninkrijk der hemelen bracht, gaf Hij de mens weer geloof, hoop en uitzicht op een machtige toekomst. De Heer liet zijn Woord achter: zijn beginkapitaal voor de mens. Met dit kapitaal zal echter gewerkt moeten worden, zodat het zal toenemen. De gelijkenis van de ponden, in Lucas 19, spreekt hierover duidelijke taal. Het is goed om regelmatig de balans eens op te maken en zichzelf af te vragen of men het gehoorde en geleerde ook werkelijk in toepassing heeft gebracht. Paulus zei zelfs tegen de Corinthiërs: ‘Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef’ (2 Cor.13:5). Waar het hier over gaat, kunt u duidelijk lezen in hoofdstuk 12:19-21. Men kan het Woord horen op de manier van ‘het ene oor in en het andere weer uit’: het zal waardeloos blijken. Een groot geloof hoeft niet perse gepaard te gaan met geweldig veel kennis, al zal weliswaar de mens zonder kennis nooit tot een groot geloof kunnen komen. Een volwassen gelovige herkent men aan zijn wandel en aan de mate, waarin hij het Woord in zijn leven verwerkt en toepast. Jacobus zegt hierover:

  • ‘Wees daarom geen hoorders, maar daders van het Woord’.

De grote inzet

Voor miljarden mensen is het een onbekend Bijbels gegeven, dat er een geweldige strijd gaande is in de onzichtbare wereld, waar de mens en zijn geloof de inzet van vormen. Paulus doorzag dit en waarschuwde dan ook, dat de mens niet zou strijden tegen vlees en bloed (tegen mensen of tegen zichzelf), maar ‘tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’ (Efeze 6:12). Wanneer later het eind van zijn aardse bestaan nadert, verklaart Paulus: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden.’ De moderne mens verzekert en bewapent zich tegen elk mogelijk (en onmogelijk) kwaad of onheil. De ware vijand onderkent men echter niet: satan en zijn occulte demonenhorden, die het geloof willen roven. Satan weet dat een wáár geloof tot grote dingen in staat is.

Paulus getuigde dat satan hem zijn geloof niet heeft kunnen ontroven, omdat zijn gedachten hem niet onbekend waren. De apostel wist hoe en tegen wie hij moest strijden. God zoekt vandaag mensen vol van geloof en waarheid. Mensen, die het gehoorde ook uitwerken en toepassen in woord, geschrift en in allerlei media. Daarom sluiten wij geen enkel compromis, maar getuigen mét de apostel Johannes:

  • ‘Want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld. En het wapen waarmee wij de wereld overwinnen, is geen ander dan ons geloof’ (1 Johannes 5:4).