Er is dus verschil tussen het vuur van Pinksteren en het vuur van satan en zijn demonen. Let op wat op de Pinksterdag gebeurde.
- ‘Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten’ (Hand.2:2,3).
We lezen hier van een geluid alsof er een hevige windvlaag voorbij joeg. In Lucas 21:25 wordt het Griekse woord voor ‘geluid’ vertaald door ‘bulderen’. Dit geluid symboliseert de heftigheid van de aanvallen op Gods kinderen, die na de doop met Gods Geest steeds moeten bidden: ‘En nu, Heer, let op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken’ (Hand.4:29). Elia leerde echter al in zijn dagen, dat God niet in de geweldige, sterke wind is en ook niet in het vuur. De goede God is altijd in het suizen van een koelte (1 Kon.19:11,12). God zei immers tegen zijn volk:
- ‘Ongelukkige, zo door storm opgejaagd en ongetroost… word je toch aangevallen, het komt niet van Mij!’ (Jes.54:11-15).
Ook de tongen als van vuur, die zich op de hoofden van de aanwezigen verspreidden, wijzen erop, dat het vuur op de aarde was geworpen door de boodschap van het eeuwig evangelie. De vijandschap van de demonen zou zich bijzonder keren tegen hen die met Gods Geest vervuld waren. Daarom kon Petrus zeggen: ‘Dit is het! Er komen wonderen van genade en redding in de hemelse gewesten waarin wij overgeplaatst zijn en tekens vanuit het rijk van de duisternis op aarde: ‘bloed, vuur en rookwalm.’
- Wanneer gezegd wordt: ‘Ook onze God is een verterend vuur’ wijst deze uitspraak erop, dat wie tot God nadert, dezelfde ervaringen in de geestelijke wereld krijgt, die Israël eenmaal bij de Sinaï meemaakte: brandend vuur, donkerheid, duisternis en stormwind, dus een satanische tegenstand (Hebr.12:18).
Aan het slot van Hebreeën 12 wordt gezegd dat voordat wij het onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, niet alleen de aarde maar ook de hemel zal gaan beven. Het beven van de onzienlijke wereld heeft zijn uitwerking in de zichtbare dingen: radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding. Zee en branding zijn beelden van de geestelijke wereld. Asaf schilderde het verschijnen van God als een lichtglans, maar tegelijkertijd staat er: ‘Laaiend vuur raast voor hem uit, rondom hem wervelt een storm’ (Ps.50:3).
De Ruiter op het witte paard
- ‘En ik zag en zie, een wit paard en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen’ (Op.6:2).
De ruiter op het witte paard, het Woord van God, wordt vergezeld door drie macabere gedaanten op zwarte, rode en vale paarden (Openb.6:5,6). Voordat de grote en laatste pinksterdag komt (de late regen) zal duisternis de aarde bedekken en donkerheid de volken. Allen die echter vervuld zijn met Gods Geest, zullen de heerlijkheid van God zien (Jes.60:1,2). Hoe dichter de opnieuw geboren christen met God is verbonden, hoe zwaarder zijn geestelijke strijd wordt.
Een zee van glas met vuur vermengd
De climax wordt bereikt wanneer de geopenbaarde zonen van God worden ingezet in de strijd in het hemelse Armageddon. Zij trekken (om een ander beeld te gebruiken) door een zee van glas vermengd met vuur. Bij deze doop in vuur geldt: ‘Als u door het vuur gaat, zult u niet verteren en zal de vlam u niet verbranden’ (Jes.43:2). Wie in een concordantie het woord ‘vuur’ in het Nieuwe Testament opzoekt, zal het ongeveer 70 keer vinden. Een enkele keer als natuurlijk vuur dat warmte of licht geeft, maar voor het allergrootste deel is ‘vuur’ beeld van satans demonen in hun vernietigende en beschadigende uitwerking. De demonen zijn het vuur. De Bijbel zegt: ‘Strijd de goede strijd van het geloof’. Tegen de duivel vechten is dus een goed werk! De Heer wil dat wij deze strijd voeren.
Strijden of deserteren?
De satan wil echter dat wij geen aandacht aan hem besteden. Daarom gebruikt hij de zieke leugens van de Staphorster Varianten: ‘Wie over de duivel spreekt, bewijst hem teveel eer.’ Wij zullen ons echter met hem bezig moéten houden want de Heer zegt: ‘Wie de vijand overwint (en niet deserteert) die zal mogen zitten op mijn troon, zoals ook Ik heb overwonnen’ (Op.3:21).
De engel Michaël. Grote medestrijder in de oorlog tegen satan
Paulus kende inmiddels zijn vijand. Zijn gedachten waren hem niet onbekend (2 Cor.2:11). Het is gevaarlijk om in een oorlogssituatie de vijand steeds maar weer uit de weg te gaan en te doen alsof hij er niet is. Men noemt dit struisvogelpolitiek of geraffineerd zakken vullen, zoals vandaag. De duivel gaat rond als een brullende leeuw en wij moeten hem weerstaan, zodat hij voor ons moet vluchten. Kinderen van God kunnen het kwaad overwinnen en de aartsengel Michaël is dé medestrijder in deze oorlog. Door zijn strijd bewijst de mens dat hij zijn plaats op de troon waard is en dat hij daarmee boven de engelen is gesteld (Hebr.2:6,7).
Adam en Eva verloren de strijd vanwege hun onbekendheid met de vijand. Onder het leiderschap van de laatste Adam (Jezus Christus) zal de mensheid echter de strijd winnen. De nooit bekeerde kerkgevangenen, die het Bijbels Fundament bewust afwijzen, schieten schromelijk tekort omdat zij absoluut geen rekening willen houden met de invloed van de demonen in eigen leven of in de levens van hun vrijwillige medegevangenen. Nog altijd geldt deze Paulinische waarheid en realiteit:
- ‘Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelse gewesten’ (Ef.6:12).
Mozes en Jozua
In Hebreeën 12 wordt vanaf vers 18 een vergelijking gemaakt tussen het gebeuren op de berg Sinaï en dat wat eerst in de hemel en daarna op de aarde zich afspeelt rond de hemelse berg Sion in het einde van de tijden. De schrijver schildert de berg Sinaï waar God was. Deze berg was omringd door duisternis, stormwind en vuur, zoals bij een zwaar onweer. God wilde een verbinding leggen tussen hem en zijn volk, dit wil zeggen met Israël een verbond sluiten. De beroering van de elementen die toen ontstond, was een beeld van de geestelijke werkelijkheid, dat de duivel zijn leger om de berg concentreerde om het volk bang te maken en in angst en in spanning te brengen, zodat het niet de berg op durfde te klimmen. Alleen Mozes en zijn knecht Jozua wezen de uitnodiging om op te klimmen niet af, maar ze trotseerden de angstwekkende verschijnsels.
Mozes ontmoette uiteindelijk de levende God en door middel van heilige engelen ontving hij de woorden van het verbond met Israël. Het volk wees – vanwege hun ongeloof en angst – het luisteren naar de Godsspraken af. Dat het in de woestijn ongehoorzaam en rebellerend bleef, was hiervan het resultaat. Het gevolg van alles was dat allen, op Jozua en Kaleb na, in de woestijn stierven en de vervulling van de belofte om het beloofde land binnen te gaan, niet meemaakten.
De berg Sion
In het einde van de tijden nodigt God zijn volk uit om de hemelse berg Sion te ‘naderen’ en de berg op te klimmen. Hij wil met hen een nieuw en beter verbond sluiten, dat onwankelbaar is:
- ‘Nee, u staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem’, de woonplaats van God in de geestelijke wereld’ (Hebr.12:22).
Opnieuw concentreren de legers van de gevallen engelen zich om de berg om het beklimmen tegen te houden en de vervulling van de eeuwige belofte van leven en overvloed te weerhouden (vs.26). De belofte houdt nu in dat wij de hemel en de aarde doen beven. Is het een wonder dat de demonen zich opmaken om ons het zicht op de heerlijkheid van God te af te pakken, ons te verleugenen en bang te maken? Deze machten moéten zich wel concentreren, want zij zien dat er zonen van God komen, die gedoopt zijn met Gods Geest en de hemelse gewesten zonder angst binnen trekken. Zij zijn toegerust met geestelijke talenten, autoriteit en kracht. Zoals Mozes ondanks het gevaar toch doorging, zo zullen ook deze zonen van God volhouden ook al krijgen zij weerstand. Zij houden vast aan de belofte het hemels land binnen te gaan en als de engelenwereld hierdoor in beweging komt, overwinnen zij door geloof.
Ik lees nu onze tekst als volgt:
- ‘Inderdaad (volgens de Interlineair vertaling) is onze God (door middel van zijn Geestvervulde zonen) een lichtend en laaiend vuur ten opzichte van de machten van de duisternis. De zonen van God laten hun licht schijnen op de duistere geesten en deze kunnen niet standhouden. Het gevolg ervan is dat hun plaats in de hemel niet meer wordt gevonden. God zal immers spoedig de satan onder ónze voeten verpletteren’ (Rom.16:20). Staat er van Mozes ook niet dat de huid van zijn gelaat straalde, doordat hij met God had gesproken?’
De hemel wordt bewogen en gereinigd door het licht van Gods Geest dat de zonen van God uitstralen. Zo worden de demonen die vluchten voor het licht, op aarde geworpen. Is het een wonder dat het ‘wee’ over de aarde wordt uitgeroepen, want met veel geweld verbinden de demonen zich dan met allen die de op aarde wonen, niet alleen met de natuurlijke mensen maar ook met de nooit bekeerde schijnchristenen, die hun plaats als hemelburger weigeren in te nemen:
- ‘Bij hen die verloren gaan, ongelovigen, van wie de overleggingen de god van deze eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het licht niet zien van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is (en niet God zelf)’ (2 Cor.44).
Er komt een grote verdrukking op de aarde zoals er nooit geweest is en ook nooit meer zal zijn. Die verdrukking ontstaat niet vanuit natuurlijke oorzaken, maar rechtstreeks vanuit demonen. Dan zal er grote beroering op de aarde komen. Jezus sprak over radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, beelden van geweld van de machten (Luc.21:25). Zo was het eigenlijk ook bij het volk Israël aan de voet van de Sinaï. Dan gaat ook de aarde de geestelijke heerschappij van de zonen van God opmerken, want er komt vuur uit hun mond, dat hun vijanden verteert (Openb.11:5).
Een ‘verterend vuur’ voor satans demonen en voor mensen die zich met de demonen hebben verbonden
In de strijd in de hemelse gewesten bieden de machten van de duisternis dus op twee manieren verzet: zij concentreren zich in het leger van de antichrist om niet door het licht te worden verslonden. Zij verdikken en verstevigen als het ware hiermee de duisternis om de doorwerking van het licht tegen te houden. De mensen die de duisternis liever hebben dan het licht, voegen zich bij hen. Ook weren de demonen zich tegen het laaiende vuur dat God openbaart in zijn zonen, doordat zij zich steeds verder van het licht verwijderen. Het lichtend vuur is beeld van het leger van Jezus Christus, waarvan gezegd wordt:
- ‘Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen’ (Openb.12:11).
De vuurpoel
Uiteindelijk vluchten de demonen naar de vuurpoel. Zij boeten daar met een eeuwig verderf.
- ‘Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit. Op die dag komt hij om te worden geprezen door al de zijnen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn’ (2 Thess.1:9,10).
Wanneer hemel en aarde gezuiverd zijn, gaat God zijn belofte in al haar volkomenheid vervullen. God is dan door middel van zijn zonen een verterend vuur geweest voor allen die Hem afwezen, zich van Hem afkeerden en zelfgemaakte sprookjes verzonnen:
- ‘Let er dan op dat u Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, dan zullen wij ook niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt’ (Hebr.12:25).
God is géén verterend vuur voor onwetenden of niet verantwoordelijke kinderen. De laatsten mochten toch ook Kanaän binnengaan, terwijl de lijken van hun ouders in de woestijn achterbleven (Hebr.3:17). De uitdrukking: ‘God is een verterend vuur’ mogen we dus niet losmaken van de context, want dan gaat deze uitdrukking een eigen leven leiden en past men haar in een kader van eigen voorstelling en begrip van God.
Wij lezen dus: ‘Onze God is een verterend vuur’ voor de satan en zijn demonen en voor hen die zich met deze demonen hebben verbonden!







