4. Jezus toont ons de enkel goede God

<<<<<

Hebreeën 1:1,2:

‘Πολυμερῶς καὶ πολυτρόπως πάλαι ὁ θεὸς λαλήσας τοῖς πατράσιν ἐν τοῖς προφήταις ἐπ’ ἐσχάτου τῶν ἡμερῶν τούτων ἐλάλησεν ἡμῖν ἐν υἱῷ, ὃν ἔθηκεν κληρονόμον πάντων, δι’ οὗ καὶ ἐποίησεν τοὺς αἰῶνας⸃ (Greek Interlinear):

‘Nadat God voorheen veel keren en op veel wijzen tot de (voor) vaders gesproken had en door profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door een van karakter Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie (Gods Logos en niet Jezus Christus; John 1:1) Hij ook de wereld gemaakt heeft’ (Hebreeën 1:1,2).

In het herstelplan van God was van eeuwigheid al de Christus: ‘Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend’ (2 Cor.5:19). Paulus merkt hierbij op dat deze gedachte van herstel en vernieuwing in het hart van God werd geboren: ‘Dit alles is uit God!’ Zo kan gezegd worden:

  • ‘Het Lam van God is geslacht vanaf de grondvesting van de wereld’ (verg. Matth.13:35).

De mensheid is door Gods liefde uit de macht van de vijandschap gebracht. Zij is met God verzoend, ook al erkent zij dit niet. Opnieuw geboren christenen geloven in deze verzoening. Zij aanvaarden dat God hen de zonde niet toerekent. De rekening werd immers aan Jezus gepresenteerd, niet door God maar door de satan.

De kostbare parel

Het woord ‘verzoening’ (katallagè) heeft de betekenis van verwisseling of ruil. Men zou het ook kunnen omschrijven met ‘vervangingswaarde’. Zo kan men een geldsom betalen om iets anders ervoor in de plaats te krijgen. In Romeinen 11:15 noemt Paulus de verwerping van Israël de prijs, die betaald moest worden als vervangingswaarde om de heidenen tot de redding en verlossing te brengen. In Romeinen 5:11 is de verwerping van de Zoon, de ruil die gedaan werd om Gods kinderen deel te laten krijgen aan het zoonschap. Israël werd dus verworpen in ruil voor de redding van de volken en de Zoon van God werd verworpen in ruil voor de mensheid. Hier is dus sprake van een plaatsvervanging. Paulus verduidelijkt een en ander in 2 Corinthiërs 5:21, waar hij schrijft:

  • ‘God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.’

Jezus nam dus van Gods kinderen het zondaar zijn over en zij ontvingen van Hem de gerechtigheid die Hij bij God had. Hij werd tot zonde gemaakt en zij werden rechtvaardig. Hij droeg de schuld en zij ontvingen de vrijspraak. Aan hen is nu het woord van de verzoening toevertrouwd. Geestvervulde christenen hebben een bediening van verzoening (2 Cor.5:18,19). Zij presenteren met het evangelie geen rekening aan de wereld en geen ‘hel en verdoemenis’, maar zij zijn medewerkers door God uitgezonden om redding te brengen. Daarom: accepteer de verzoening door Jezus Christus, want het is haast ongelooflijk, dat Hij die geen zonde gekend heeft, tot zonde voor óns is gemaakt. Zo’n boodschap kan alleen vanuit de kennis van de onzienlijke wereld begrepen worden en alleen ontstaan aan het denken van God, die de mens alléén met het goede tegemoet komt (1 Cor.2:8).

De losprijs aan satan door Jezus Christus betaald

In 1 Corinthiërs 10:16 spreekt Paulus over de beker van de dankzegging, die de gemeenschap aanduidt met het bloed van Jezus Christus. Zijn bloed was de vervangingswaarde op aarde en het beeldt zijn leven uit, dat Hij als losprijs bracht in de hemelse gewesten. Het evangelie van de verzoening is dat van de tegemoetkoming van Godswege. Hijzelf betaalde door Zijn Zoon de zondeschuld. Men hoeft geen natuurlijke offers te brengen, maar men mag de beker van de dankzegging omhoog heffen voor de genade, die Hij bewees in Jezus Christus. Gods Zoon was het offer, Hij werd overgeleverd aan de macht van de duivel en van de dood. Dank daarvoor aan de Heer, dat Hij Zich als een smetteloos lam vrijwillig(!) ten offer stelde om veel levens vrij te kopen.

Vergeving van zonden

Bij het avondmaal sprak Jezus over zijn bloed dat vergoten werd tot vergeving van de zonden. Nu wordt bij het woordje ‘vergeving’ nooit gedacht aan betaling. Toen de vader de verloren zoon vastpakte, vergaf hij hem, zonder dat er van betaling of van een losprijs bij een van beide partijen sprake was. Een kind krijgt vergeving van schuld door belijdenis van zijn kwaad. Vergeven betekent: voorbijzien, niet meer aan denken. Wanneer in Mattheüs 26:29 bij het laatste avondmaal gewezen wordt op het bloed, dat dient tot vergeving van zonde, gebruikt de Heer een woord dat ook vertaald wordt door ‘vrijmaking’ of ‘verlossing’. Dit is ook terug te vinden in bijvoorbeeld Lucas 4:18, waar sprake is van ‘loslating’ van gevangenen. Het bloed van Jezus was het betaalmiddel tot in vrijheid stelling van de gevangenen van de duivel: ‘Zonder bloedstorting is er geen vrijmaking van zonde’ (Hebr.9:22). Colossenzen 1:14 moet men dan zo lezen:

  • ‘In wie wij de loskoping hebben, de vrijmaking uit de hand van satans’ zondige demonen’.

Jezus stortte zijn bloed in de zienlijke wereld en zijn leven werd hierbij uitgegoten in de onzienlijke gewesten. Er kwamen toen veel gevangenen in het dodenrijk tot vrijheid (Matth.27:52). Zo gaat het bij de viering van het avondmaal over de vrijkoping uit de macht van satan. Er staat immers van het Lam van God geschreven: ‘U hebt hen voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie’ (Op.5:9). Jezus zelf zei dat Hij was gekomen om ‘zijn leven te geven als losprijs voor velen’ (Matth.20:28). De ‘Christelijke Encyclopedie’ merkt bij het trefwoord ‘genoegdoening’ op:

  • ‘Of kunnen we zinvol de vraag stellen, aan wie Christus betaald heeft: aan de duivel (zo hebben de eerste christenen het vooral gemeend) of aan God volgens Augustinus, Anselmus van Canterbury en de gereformeerde theologen? (En vandaag de vele Bijbelgordels en Rome).

Opnieuw geboren christenen kiezen met hun hart en verstand de kant van de eerste christenen. Wanneer van de dood van Christus gesproken wordt als van een ‘losprijs’, is dit beeld ontleend aan de slavenhandel. De gedachtegang is dan, dat deze slavenhouder de duivel is en dat Jezus Christus de mensen vrijkocht door een koopsom te betalen aan degene die toen hun eigenaar was (Matth.13:44).

Israël – Een natuurlijk volk

Israël was geen geestelijk volk, maar een natuurlijk. Paulus schreef al: ‘Zie, hoe het gaat bij het Israël naar het vlees’ (1 Cor.10:18). Dit volk had nooit geleerd demonen uit te drijven en door gebed, bezig te zijn in de hemelse gewesten. Net als vandaag. Zij wisten niet wat het betekende de Vader te aanbidden in geest en in waarheid. Het uur zou immers daarvoor nog moeten komen (Joh.4:23). In het oude verbond moesten de overtreders daarom gedood worden. Israël voerde de oorlogen van de Heer op een aardse manier, zoals de voorvaders dit verwoordden onder het motto: ‘Vertrouw op God, maar houd je kruit droog’.

Het volk wist dat God hun Kanaän beloofd had. De Amorieten, de Kenieten, de Hethieten, de Ferizieten zaten er onrechtmatig, net als Ismaël in de tent van Abraham ten opzichte van Izaäk en Ezau als erfgenaam in de tent van Izaäk ten opzichte van Jacob. De afgodische en ongerechtige stammen moesten verdreven worden uit het land dat de Heer voor zijn volk had afgezonderd. Het aardse Israël had geen andere wapens dan de natuurlijke. Het kende wel een strijd tegen vlees en bloed, maar geen worsteling tegen satans demonen in de hemelse gewesten. De God van Israël kon zich en kan zich naar zijn wezen immers niet in zijn oneindige goedheid en kracht aan dit volk openbaren. Vandaar dat men de strijd van het natuurlijke volk Israël toen en ook nu nooit mag verbinden met het evangelie van Jezus Christus. Wie dit wél doet, ontheiligt de naam van de Heer op dezelfde manier als hij, die met beroep op mannen van het oude verbond als Abraham, Jacob of David, met meer dan één vrouw zou samenleven. Zo’n zondaar staat buiten het Koninkrijk van God.

Bij de strijd van het oude volk om Kanaän te veroveren, moet men niet vergeten, dat deze geschiedenissen zijn opgetekend in verband met de strijd in de hemelse gewesten. Er zijn zoveel gruwelijke verdelgingsoorlogen op de wereld gevoerd, maar ‘de oorlogen van de Heer’ bedoelen dat deze lessen voor de gelovigen zijn, maar niet dat zij de methoden van God voor de mens zouden openbaren. Deze gebeurtenissen zijn meegedeeld, zodat wij zouden weten hoe de strijd in de hemelse gewesten functioneert.

Ook de overheden worden gevormd door natuurlijke mensen. Van hen wordt niet verwacht dat zij de Heer Jezus zullen navolgen op zijn weg in het hemelse Koninkrijk. Zijn rijk is immers niet van de aarde en zal dit ook nooit worden, hoewel zijn volgelingen wel eenmaal koningen zullen zijn op de aarde, maar dan regeren zullen vanuit hun hemelse positie. Het is daarom dwaas om aan de overheid een geestelijke wet voor te schrijven. Wanneer zij de wet van de Sinaï zoveel mogelijk volgt, doet zij haar plicht.

Zelfvernietiging

Natuurlijk weten de gezagsdragers wel dat zij misdadiger niet door straf kunnen omturnen tot een beter mens, zelfs niet door middel van alternatieve straffen die een ‘opvoedkundige strekking’ hebben. Waarom doen zij dit dan vandaag wel en zelfs geforceerd? Dit komt omdat zij uit vroegere generaties komen van uit de bijbelgordels gevluchte kerkgangers. De daardoor vrijgekomen vrome geesten hebben zich echter in hun nakomelingen genesteld. Zo werkt dit in de geestelijke wereld en is vandaag in alle lagen van de bevolking doorgedrongen. Het zichzelf slecht vinden, ‘zichzelf moeten doden’ en de zelfverwerping, zijn inmiddels hele maatschappijen aan het verwoesten. De satan is blij met deze vrijwillige medewerking van bewuste zelfvernietigers.

De overheid heeft te zorgen dat de goedwillenden een stil en gerust leven kunnen leiden in een samenleving, die onder de beïnvloeding staat van de overste van deze wereld. Ook kan men niet verwachten dat de overheid haar grondgebied tegen een opdringende vijand op geestelijke manier kan beschermen. Zij zal daarvoor een militair apparaat moeten hebben. Opnieuw geboren christenen zullen echter in de gemeente en in hun huisgezin de geestelijke weg kiezen tot persoonlijke vrijmaking en bewaring. De kinderen zullen verzorgd en beschermd moeten worden in de natuurlijke wereld maar men zal hen ook heiligen en beschermen in de gééstelijke wereld.

In de gemeente en in het huisgezin handelt men naar de wetten van Gods Geest: men weerstaat de satan en drijft demonen uit. Men oefent dan bovendien om later in het duizendjarige rijk een hele schepping te herstellen en deze geestelijk op te bouwen (Openb.20:1-10). Daarom verwerpen Geestvervulde christenen de oudtestamentische methoden die bijvoorbeeld voorschrijven: ‘Geef die jongen van jou maar een flink pak slaag, totdat hij geheel murw is gemaakt’. Wanneer zijzelf bij God om vergeving vragen met kwijtschelding van straf, omdat Jezus deze voor hen droeg, zullen zij niet hun kinderen grijpen en zeggen: ik zal je betaald zetten wat je schuldig bent. God is een goede God en wij willen volmaakt zijn zoals de hemelse Vader dit is,

  • ‘want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen’ (Matth.5:45).

Opnieuw geboren christenen zijn ervan verzekerd dat wie consequent de weg van Jezus gaat, ook de goede resultaten ervan zal ervaren in hun gezin en gemeente, want de methode van de Heer werkt het efficiëntst.