De barmhartigheid van God

  • ‘Prijs de Heer, want Hij is goed, zijn liefde kent geen grenzen’ (Psalm 107:1).

Het is niet zeker wanneer psalm 107 geschreven werd, men kan wel zeggen dat dit ongeveer 800 jaar voor de geboorte van de Heer Jezus Christus was. Deze woorden zijn dus al bijna 3000 jaar geleden geschreven en zij hebben nog steeds veel waarde. In de Romeinenbrief staat dat de goedheid van God tot bekering leidt. Het is goed om het wezen of het karakter van God te leren kennen. De God en Schepper van het universum is goed. Bij Hem is geen enkele fout en Hij maakt geen vergissing. God levert feilloos werk af en daarom kon er van de schepping gezegd worden, dat deze zeer goed was. Men ziet de maker als men zijn werk ziet.

Ook uit de strijd van het rijk van de duisternis tegen het licht zal God iets volmaakt goeds tevoorschijn brengen, dat is het Koninkrijk van God, beproefd en gelouterd als zuiver goud. Gods wezen is goed en zijn bedoelingen zijn goed. Wie honger en dorst heeft naar de gerechtigheid, zal naar de goede God getrokken worden. Ook wat God zegt is goed. Zijn wetten zijn volmaakt en bekeren de ziel. Als Hij zegt dat wij ‘de vrouw van onze jeugd zullen liefhebben, dat wij haar nooit verstoten zullen’, dan is zijn wet alleen goed. Dan kan men wel allerlei redeneringen er tegenover stellen: met de feiten aantonen dat het niet langer gaat samen te leven, maar men zondigt en de oorzaak van de scheiding is de hardheid van de harten.

Alles wat mooi is, alles wat zuiver is, alles wat harmonieert, alles wat rust en vrede geeft, alles wat rechtvaardig is, komt van God, want Hij is goed. De psalmist spreekt over de onveranderlijke goedheid van God. Volgens de woordafleiding in de oude vertaling, betekent ‘goedertieren‘: aarden of geaard zijn. Dit woord staat verder in verband met schoonheid, sieraad en het werkwoord stralen. Gods wezen, zijn geaardheid is dus goed. Zijn goedheid straalt van Hem af en de mensen, die iets over deze goedheid van God weten, worden in psalm 107 aangewezen.

Het zijn de verlosten die Hij bevrijd heeft uit de klauwen van de vijand. Een verlost mens is iemand die de goedheid van God geproefd en gevoeld heeft en zijn goedheid ervaren heeft. Het is iemand die de verdrukking en slavernij ondergaan heeft, maar vrijgekocht is. Het is iemand die een heer gediend heeft, die niet goed is, die hem bracht tot slechtheid en wetteloosheid naar geest, ziel en lichaam, zonder uitzicht om uit de ellende gered te worden. Wanneer zo’n mens door Jezus Christus, die voor hem met zijn bloed betaald heeft, in verbinding gebracht wordt met de goede God, de Vader die in de hemelen is, leert hij wat het is zo’n God te dienen die als een goede Vader een nieuwe schepping in hem begint en een volkomen zorg draagt over zijn totaal bevrijde ziel, geest en lichaam.

Zij die deze vrijheid ontvangen hebben, verheugen zich erin, dat alles gloednieuw geworden is. Zij hebben gemerkt dat God goed is en de duivel slecht en de vrede, de blijdschap en de reinheid daalde in hun hart. De duivel heeft geen recht meer op de vrijgekochten van God. Jezus werd door de rijke jonge man aangesproken met ‘goede Meester’. Het antwoord van de Heer was: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.’ De bedoeling is duidelijk. Wanneer Jezus goed is, is Hij uit God. Hij kwam om de goedheid van God te openbaren. Wie de goedheid van de Meester gezien heeft, heeft de goedheid van God opgemerkt. Wie Hem gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hij is de afdruk van Gods heerlijkheid (Hebr.1:1,2).

  • ‘Hij ging het land door, goeddoende en allen genezende die door de duivel overweldigd waren, want God was met Hem’ (Hand.10:38).

De goede God en de goede mens

Als het wieltje van een speelgoedautootje stuk is, gaat het kind naar vader toe om het te laten maken. De vader slaat daarop niet het andere wieltje ook stuk, maar hij herstelt en repareert. Zo doet ook de hemelse Vader, want Hij is goed. De duivel is een kwade meester. Hij brengt de mens tot zonde en maakt hem ziek. Hij bindt de mens, zodat deze geen vrije wil meer heeft om tot God te gaan, ook al zou hij willen. Gods Zoon heeft ingestemd met het plan van zijn Vader om de mens te verlossen en vrij te maken (Psalm 2:7; Joh.10:17,18). Jezus maakt de mens volkomen vrij en schenkt deze Gods Heilige Geest. Daarom kan gesproken worden over de goede mens, die het goede voortbrengt uit de goede voorraad (Matth.12:35). Christus legt weer verbinding tussen de goede God en de mens en de Heilige Geest houdt deze verbinding levend.

Het is nodig om God de eer geven, dat Hij goed is. Veel mensen hebben, door de vader van de leugen geïnsinueerd, een verkeerde voorstelling van het wezen en de aard van God. Zij denken niet goed over Hem, zoals de vrienden van Job. Zij schrijven Hem ongerijmde dingen toe, die zelfs niet goed klinken in de oren van natuurlijke mensen. Maar:

  • ‘Elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven, van de Vader van de hemellichten, bij wie geen verandering is of verduistering door omwenteling’ (1:17).

Zijn goedheid is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in alle eeuwigheid! Zijn goedheid kent geen grenzen.

Vanaf de middeleeuwen heeft men het beeld van God verdraaid: God werd een strenge rechter zonder medelijden, erbarming en vriendelijkheid. Hij woonde bij duisternis en onweer. Hij werd omringd door engelen die zijn oordelen uitvoerden. Hij zag toe hoe zijn zwaard de slachtoffers kon verteren en wierp zelfs de kleine kinderen in het helse vuur. Hoewel de toorn van God in de Schrift duidelijk geopenbaard is, ontspruit deze toch uit een rechtvaardigheid die wel superieur is aan het menselijk denken. Zijn toorn richt zich altijd op de satan en zijn demonen, maar helaas plaatst de mens die de boze geesten liefheeft zichzelf ook onder de toorn van God.

  • Men mag echter aan onze God niets ongerijmds toeschrijven, want Hij is goed! Zijn goedheid duurt tot in eeuwigheid!

Daarom toornde Jezus tegen de leiders van het volk. Deze beweerden immers bij Gods volk te horen en zij openbaarden de werken van de duivel. Zoals het in de kerkgeschiedenis zo vaak voorkomt, gold het ook voor hen: wel orthodox en zuiver in de leer, maar niet goed!

God is goed! Hij is dit zonder enige reserve. Hoe moeilijk komen toch deze woorden over de lippen van veel kerkmensen. Wie hangt dit tekstwoord aan zijn muur? Wie gelooft het met zijn hele hart? Meestal wordt het zo gezegd: ‘God is wel goed, maar….’ Dan komen de beperkingen die de mens dwingen dit niet te aanvaarden en het Koninkrijk van God zo niet af te wijzen, dan toch wel te verschuiven naar andere tijden en andere gewesten. Dan worden eigen zonden zo groot, dat men Jezus niet durft toe te eigenen. Dan wordt ook ziekte voorgesteld als komende uit de hand van de goede God. Dan wordt aan Hem een goedheid toegeschreven, die ieder aardse vader van de hand zou wijzen, omdat het meer te maken heeft met vernielen en verderven, dan met herstellen en genezen!

Wie zoekt u? Want ieder die zoekt, vindt. Zoekt u een God die de Bijbel openbaart, die de mens geschapen heeft en weer herscheppen wil en die hem roept tot de gemeenschap met zijn Zoon, of volgt u een beeld van God, dat door de vader van de leugen is vertekend? Wie de goede, verlossende en genezende God zoekt, zal Hem vinden. Zie, hoe Hij zich openbaarde in zijn geliefde Zoon! Jezus was met innerlijke ontferming bewogen over de menigte en genas hun zieken (Matth.14:14). Hij beantwoordde het gehuil van een moeder, die zijn hulp inriep om haar bezeten kind. Hij noemde zich de goede Herder, die zijn schapen naar grazige weiden voert. Waar zijn goedheid zich openbaart, wijkt satan. Leer weer inzien, dat God goed is en dan kan Hij grote dingen onder ons doen.

  • ‘Toen de priesters het heiligdom verlieten en blazers en zangers tegelijk het loflied ter eer van de Heer inzetten, onder het geschetter van de trompetten, het gerinkel van de bekkens en de muziek van de andere instrumenten en allen zongen: ‘Loof God, want Hij is goed en zijn liefde kent geen grenzen’, toen vulde een wolk het huis van de Heer’ (2 Kron.5:13).

Merk op dat Gods goedheid in volkomen harmonie is met zijn kracht, met zijn trouw en met zijn heiligheid. Nooit accepteert Hij de zonde, maar Hij verlost van alle kwaad. Hij is niet rechtvaardig volgens een kerkelijke standaard waar alles ondergeschoven kan worden, maar waarlijk rechtvaardig uit zichzelf. Hij aanvaardt de mens om hem naar zijn beeld om te vormen, zodat Hij ook van zijn nieuwe schepping kan getuigen: de mens is goed! Zo goed is God, dat Hij niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen behouden worden. In aanbidding mag u het dan ook uitspreken:

  • ‘Hoe groot bent U! Hoe goed bent U!’