Geestelijk inzicht

  • ‘Wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden. Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid’ (1 Cor.2:6,7).

Paulus heeft de opdracht gekregen om het evangelie van Jezus Christus onder de mensen te brengen. Hij maakt duidelijk dat dit evangelie niet door iedereen wordt geaccepteerd. Iedereen mag het evangelie aannemen, maar lang niet iedereen zal dit doen. Het evangelie zal scheiding en moeilijkheden brengen. Men vindt dan ook dat Paulus gevaarlijk bezig is. Stel dat een Jood dit evangelie aanneemt, dan wordt zijn hele leven en dat van zijn gezin ondersteboven gegooid. Of als een heiden dit accepteert, zal ook hij en zijn familie uit elkaar kunnen gaan.

Paulus legt in het gedeelte vóór deze tekst uit dat hij niet komt met schittering van woorden, met allerlei filosofieën of met Joodse traditionele leringen. Hij weet wat hij veroorzaakt, maar hij kan het niet laten om erover te spreken en te schrijven. Het maakt hem niet uit hoe hij het beschrijft, of hij de goede woorden zegt, maar het is belangrijk dat men zijn prediking gelooft. Met andere woorden: de prediker is niet belangrijk, als je het evangelie maar aanneemt. Wie Paulus’ prediking aanneemt, zal in hem een man van God zien, zoals ze dat in Jezus zagen: ‘En wij hebben zijn heerlijkheid gezien’. Daarom zegt Paulus: ‘Toch breng ik de wijsheid van God’.

De wijsheid van God is hoger en reikt verder dan de mens in de natuurlijke wereld. Iedere christen zal dit zonder meer beamen, maar het is belangrijk dat men weet wat Paulus hiermee bedoelt. Jacobus maakt ook verschil tussen de ene en de andere wijsheid. Bij beiden gaat het om de wijsheid van de geestelijke mens tegenover die van de natuurlijke mens. Hierbij gaat het niet alleen om het verschil tussen de mensen van de wereld, zij die buiten God om leven, er zijn evengoed vleselijke en onmondige mensen in de gemeente. In 1 Cor.3:1 zegt Paulus namelijk dat hij zijn boodschap niet eens kwijt kon, omdat hij te maken had met ongeestelijke mensen. Paulus wist ook wel dat niet iedereen met deze boodschap te bereiken is, hij heeft het over hen, die geestelijk volwassen zijn. De Statenvertaling heeft het zo geformuleerd:

  • ‘Wij spreken wijsheid onder de volmaakten’.

Het woord volwassen kan op veel manieren vertaald worden: vol, volledig, volmaakt, onberispelijk, compleet, volkomen. Hoe dan ook, als je geestelijk volwassen bent, ben je acceptabel voor God. God zoekt zulke mensen, dat was Zijn doel. Maar helaas, veel kerkmensen zullen zich daar niet in herkennen, ze vinden dat zij niet volmaakt zijn. Trouwens, dit geldt voor 90% van de westerse bevolking, die het ‘wij zijn slecht’-gevoel maar al te graag uitdragen. Paulus spreekt volgens velen hier over iets dat onmogelijk is. Het woord volmaakt of rijp wordt ook genoemd in Filippenzen 3: ‘Laten wij die volmaakt zijn, zo gezind zijn…’ Wie zijn dat dan die volmaakten, als zoveel mensen zeggen, die dat nooit te zullen bereiken in dit leven?

Letterlijk of geestelijk lezen?

Hier zien we dat we de Bijbel op een geestelijke manier moeten gaan lezen. Paulus bedoelt met het volmaakt zijn, hen die juist denken. Je kunt nooit volmaakt zijn als je niet op de juiste manier denkt. Het gaat hier dus allereerst om een andere manier van denken, een vergevorderd denken, waarbij je in je gedachten niet meer aangetast wordt door de beheerser van deze eeuw, oftewel door de geest van deze tijd. De meeste mensen zijn aangetast in hun denken, daardoor begrijpen ze de woorden van Paulus niet en voelen ze zich verre van volmaakt. Bovendien letten ze haarscherp op de fouten van hen, die zich wèl volmaakt noemen. Als zij struikelen, zeggen ze: ‘Zie je nou wel, niemand is volmaakt.’ Deze in hun denken aangetaste mensen worden door Paulus onmondigen genoemd, het zijn kleine kinderen, onvolwassen in hun denken. In 1 Cor.14:20 zegt hij:

  • ‘Broers, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid en word in uw denken volwassen’.

Wie in zijn denken volwassen wordt, krijgt van God kracht om te leven en het doel van God te bereiken. Paulus zegt heel duidelijk dat de ongeestelijk, onvolwassen mens de dingen van God niet kan begrijpen. Zo iemand aanvaardt niet wat de Geest van God hem geven wil. Het denken van de ongeestelijke mens is totaal anders dan de gedachten van de geestelijke mens. De ongeestelijke mens wordt beheerst door de beheersers van deze eeuw en denkt dus vanuit de zichtbare wereld.

Het begrip ‘onzienlijke wereld’ komt op zich niet in de Bijbel voor. Paulus heeft het over de dingen die men ziet en niet ziet, het zichtbare dat tijdelijk is en het onzichtbare dat eeuwig is. Onzichtbaar en onzienlijk zijn synoniemen. Het is een zuiver Bijbels begrip. Als iemand moeilijk doet omdat deze term niet in de Bijbel voorkomt, kun je er bijna zeker van zijn dat zo’n persoon niet geestelijk kàn en wíl denken. Er zijn veel ongeestelijke mensen, in de tijd van Paulus, maar ook nu. Voor hen is het moeilijk om bijvoorbeeld de gelijkenissen te begrijpen. Jezus vertelde deze om verborgenheden te openbaren. Alleen geestelijke mensen, die honger en dorst hebben naar het levende woord van God, kunnen deze begrijpen. Dat is het mooie aan wat Jezus leerde: Hij liet wat over voor de geestelijke mens, zodat die zelf op zoek zou gaan naar de verborgenheden, zodat ze zelf de gelijkenissen zouden gaan vergeestelijken. Je moet het geestelijke met het geestelijke vergelijken.

Het laatste ‘examen’ dat je hierin moet afleggen, is het boek Openbaring. De ongeestelijke mens strandt hier en gaat zich daarom vastklemmen aan uiterlijke gebeurtenissen. De geestelijke mens houdt zich bezig met de wereld van de geesten, terwijl de natuurlijke mens zich richt op stoffelijke dingen, zoals de lucht, de wolk en het graf. De joden geloofden bijvoorbeeld wel in de opstanding, maar dan vanuit de graven, die open zullen gaan. Ze wilden niet dat Jezus op zou staan. Zij misten volkomen het geestelijk inzicht, ze dachten dat ze Jezus tegen konden houden met een wacht van soldaten en een verzegeling van het graf.

Een geestelijk boek

De Bijbel is een geestelijk boek. Paulus was bezig om de mensen dat uit te leggen, want ze bleven steken bij het letterlijk lezen wat er staat. Iemand die eerlijk is en nadenkt over het letterlijke, zal moeten bekennen dat dit allemaal niet te verklaren is. Het probleem is namelijk dat de vragen zich maar blijven opstapelen. Bijvoorbeeld de wolk waarop Jezus terug komt: Hoe groot is die? Kan die al die mensen houden die met Jezus meekomen? Hoe ga je Hem dan tegemoet in de lucht? De hemel wordt vervolgens een verlengstuk van de aarde, een schitterend recreatieoord. Zo ontstaat bijvoorbeeld de aardse Israëlleer, een ontzaglijke, ongeestelijke benadering van het Woord van God.

Heeft men het over de besnijdenis, dan heeft men het nog steeds over een natuurlijke besnijdenis. Maar Paulus heeft het over een besnijdenis zonder handen, dat is geestelijk. Hij heeft het over een sabbat in je hart, terwijl er nog duizenden kerkmensen zich houden aan de sabbat in de zichtbare wereld. Ze gehoorzamen aan dat sabbatsgebod, ieder kan er zelf iets van maken, op zaterdag of zondag, met of zonder zwarte kousen. Dit alles gaat in tegen de leer van de apostel, omdat het gaat over de wijsheid van God. De andere wijsheid, die van de natuurlijke mens is ronduit belachelijk.

  • ‘Die in de hemel zit, zal er om lachen’ (Ps.2:4).

De natuurlijke mens mist het orgaan om het te begrijpen. Voor hem is de onzienlijke wereld dwaasheid. Paulus kende dit uit ervaring, hij was ook een Bijbelgetrouwe Jood geweest. Hij was ook recht in de leer, hij had christenen vervolgd, die de Bijbel als een geestelijk boek zagen, zoals Stefanus. Deze had gezegd dat de Allerhoogste niet in de tempel met handen gemaakt woonde, maar dat God in de geestelijke wereld woonde. Daarbij zei hij ook nog nota bene dat zij, vrome orthodoxe Joden, altijd de Heilige Geest weerstaan. Paulus en de andere orthodoxe Joden werden kwaad en knarsten hun tanden, ze waren duidelijk bezet gebied omdat dat geknars een teken van de hel was.

Op weg naar Damascus kreeg Paulus de sleutels van het Koninkrijk der hemelen. Hij zag door een visioen iets van de geestelijke wereld. Dat bracht een radicale omkeer in zijn denken. Het duurde in totaal 21 jaar (14 jaar in de woestijn en toen nog 7 jaar daarna) voor hij dit allemaal verwerkt had. Maar dan is de ongeestelijke mens bij Paulus ook helemaal verdwenen: het oude is voorbij, zie het nieuwe is gekomen. Paulus dacht vanaf die tijd geestelijk en kon toen goed van kwaad onderscheiden, zoals Jezus zei:

  • ‘Ik zal je Mijn Geest geven, die overtuigd van zonde, gerechtigheid en van oordeel’.

Dat oordeel is de scheiding die gemaakt wordt tussen zonde en gerechtigheid, die scheiding is nodig om geestelijk te kunnen leven en de volkomenheid te bereiken. Door geestelijk inzicht te hebben kun je problemen oplossen. Zo loste Paulus met zijn geestelijk inzicht huwelijksproblemen op, de ruzies die de Corinthiërs hadden, het vraagstuk van de opstanding en het verzamelen van het geld. Zo gebeurt dat ook in deze tijd. Men krijgt geestelijk inzicht over de vele vraagstukken, zoals wel of niet cremeren, abortus, de pil, politiek, seks voor het huwelijk, etc., daar waar de Bijbel ogenschijnlijk niets over zegt. Een geestelijk mens vindt er een antwoord op voor zijn eigen leven, zodat hij kan zeggen dat hij naar de wil van God leeft. Het is een groeiproces; er is inzet voor nodig om geestelijk te leren leven. Dat is heel anders leven dan iemand die de Bijbel niet geestelijk leest.

De verborgen wijsheid van God

De natuurlijke mens wordt geïnspireerd door de beheersers van deze eeuw, of zoals de Statenvertaling zegt ‘de overste van deze wereld’. Niemand heeft Gods wijsheid beter gekend dan de overste van deze wereld. Voor Paulus waren de beheersers van deze eeuw de Joodse traditie, zoals hij thuis en in Jeruzalem had gezien, de rabbijnen die alles zo scherpzinnig beredeneerden, de Grieks Romeinse cultuur. Achter deze mensen stonden de demonen. Paulus wist dat, in de brief aan de Efeziërs noemt hij hen zelfs de beheersers van deze duisternis (Ef.6:12). Als zij de mensen inspireren, krijg je de traditie en religie, de opvoeding en het onderwijs, de politiek en de wetten. Al deze uiterlijke zaken vormen de mens in de natuurlijke wereld.

Wie geestelijk wil denken, zal deze natuurlijke patronen stuk voor stuk onder de loep nemen, afvragend of dit allemaal wel uit God is. Dat kan ertoe leiden dat je alleen komt te staan, verwijderd van familie en kerkgenootschap. Paulus zegt dat al het natuurlijke, ook in het leven van de natuurlijke christen, gaat verdwijnen, omdat het met deze eeuw verbonden is, met deze tijdgeest. Maar wie met de Heilige Geest verbonden is, is verbonden met een Geest die bezig is met de eeuwen der eeuwen, met de eeuwigheid.

  • ‘Wat wij spreken is als een geheimenis, de verborgen wijsheid van God’.

Dat kunnen opnieuw geborenen met Paulus zeggen. Dat klinkt eigenwijs, maar wij spreken over het koninkrijk der hemelen. Iets wat eeuwen lang verborgen terrein is geweest. Daarom is het een geheimenis, een mysterie. Jezus heeft de waarheden van dat koninkrijk ontsluierd. Hij heeft dat benaderd als de man die een schat in de akker vond. Hij heeft ontdekt wat sinds de grondlegging van de wereld verborgen is geweest (Matth.13:35). Hij heeft daar kennis van, Hij sprak erover in gelijkenissen. Jezus wilde niet dat een natuurlijk mens het zou begrijpen, omdat zo iemand er misbruik van zou gaan maken. Maar Hij maakte het bekend aan de mens die geestelijk wil denken, hij zal er net zolang over nadenken tot hij het geheim uiteindelijk vindt.

Jezus gaf de wijsheid, dat is het vermogen om de kennis van het koninkrijk der hemelen om te zetten in de praktijk. De natuurlijke mens staat daar lijnrecht tegenover, die heeft het over zijn monnikspij of priesterlijke jurken, over het vasten en de lange gebeden, de offers die hij moet brengen. Maar Jezus distantieert zich ervan, Hij leeft gewoon in de natuurlijke wereld met eten en drinken.

De orthodoxe wijsheid zweert bij traditie en kent alleen de natuurlijke Schriftuitleg en de antieke wereld accepteert alleen het rationele denken. Petrus heeft het echter over het profetische woord, dat geïnspireerd is door God. Dat is Licht, het geeft Leven en geeft inzicht in de diepste gedachten van God. Die gedachten hebben betrekking op het herstelplan van God, die verborgen wijsheid van God. Jezus heeft het plan van God geopenbaard. Jezus is zelfs wijsheid van God geworden, dat is het lijden dat over Hem komen zou en alle heerlijkheid daarna. God wil dat plan in de mens realiseren. Maar dan moet er wel een verandering van denken plaats vinden, zodat God er in kan werken. Dan wordt de mens gelijkvormig aan Jezus Christus, als hij inzicht krijgt in Gods gedachten, wordt hij deelgenoot van de wijsheid van God.

  • ‘Gods wijsheid is een wijsheid die niemand van de beheersers van deze eeuw gekend heeft.’

In de zichtbare wereld, maar ook in de onzichtbare wereld heeft niemand van de beheersers dit begrepen. Alleen Paulus begreep het. Dat zal heel zwaar geweest zijn voor hem. Hij zal voor arrogant zijn uitgemaakt, ze zullen hem uitgelachen hebben, hij stond lijnrecht tegenover de traditionele Joden. Paulus zegt over hen, dat als zij het geweten hadden, de Heer Jezus niet gekruisigd zouden hebben. Maar zelfs de duivel heeft er niets van geweten, als hij het had geweten, had hij zijn eigen ondergang niet bewerkt. Alleen Gods Geest kende Gods gedachten. Wie Gods Geest niet heeft, kent de diepste gedachten van God niet. Niemand begreep de geestelijke betekenis van de uitspraak: ‘Het is volbracht’. Hierdoor maakte Jezus duidelijk dat Hij niet meer de onderliggende partij was. Ze zagen wel iets in de zichtbare wereld gebeuren, maar begrepen niet dat Jezus door Zijn opstanding overwinnaar op de satan was geworden.

Zowel de Joden als de machten van de duisternis hadden geen enkel inzicht in het herstelplan van God. Zelfs de verstandigste mens, ook al is hij niet gedemoniseerd, kan zonder Heilige Geest niets begrijpen van het plan van God. Denk aan Nicodémus, die niets begreep van het opnieuw geboren worden, dat is de opstanding van de geestelijke mens, het begin van de geestelijk functioneren. Zo komt de mens op de weg die naar het doel leidt, waardoor hij met zijn geestelijk lichaam zich manifesteert als overwinnaar in de zichtbare wereld. Niemand heeft het begrepen. De machten van de duisternis niet, Herodes niet, het Sanhedrin niet, maar Abraham en David ook niet. Ook heel veel kerkmensen begrijpen niet dat, toen Jezus stierf, de Heilige Geest met Jezus verbonden werd.

Petrus zegt: ‘levend gemaakt naar de Geest’, in de dood was Jezus verbonden met Gods Geest. Toen Jezus in de dood was, kon de dood het niet houden van al dat Licht en Leven. Hij kreeg verschrikkelijke pijn, de weeën van de dood, zoveel angst dat Hij Jezus eruit wierp. Dat gebeurde omdat Jezus verbonden was met Gods Geest. Niemand heeft ook maar iets van het plan van God begrepen. Daarom zeggen de leerlingen in Hand. 4:27: ‘Want inderdaad zijn in deze stad vergaderd tegen uw heilige knecht Jezus, die U gezalfd hebt, Herodes zowel als Pontius Pilatus met de heidenen en al de volken van Israël’. Ze zijn allemaal van de natuurlijk wereld, anders zouden ze de Heer van de heerlijkheid niet gekruisigd hebben.

Wij kunnen zeggen dat we de Heer zien, met eer en heerlijkheid gekroond. Wij zullen net als Paulus de verborgen wijsheid van God bekend maken. We weten dat het voor veel mensen moeilijk is om te veranderen in hun denken. Ze kunnen het misschien nazeggen, maar vinden het moeilijk om het zich eigen te maken. Er zijn mensen die zich blindstaren op de uiterlijke zaken, zij willen en kunnen niet geestelijk denken. Er zijn natuurlijke christenen die weglopen met een Jezus, waarvan ze door het steeds maar weer uitspreken van Zijn naam, in een soort trance raken. Of met een Jezus, afgebeeld op prenten als een soort zwak persoon met lange haren en een baard. Wij nemen daar afstand van, wij willen ons richten op Jezus en die gekruisigd. Hij, de Christus, leeft in ons hart en door Heilige Geest krijgen wij steeds meer en beter geestelijk inzicht. Jezus Christus zit op het witte paard, Hij gaat uit, overwinnende en om te overwinnen, Zijn naam is het Woord van God. Ons hart is daar vol van, daarom willen we ons verdiepen in de gedachtewereld van Paulus. Hij heeft de gedachten van Jezus over het koninkrijk der hemelen overgenomen.

Jezus is de Heer van de heerlijkheid, niet op de aarde, maar in de geestelijke wereld, de troon van God. Hij is de Eerstgeborene van de hele schepping, want toen God de mens ging maken, zag Hij zijn Zoon als de ware, volmaakte geestelijke mens, zo wil God de mens hebben. In Gods gedachten was Jezus de eerste, want zoals Jezus was, hadden wij moeten zijn. Daarom is Jezus de Eerstgeborene en heeft God Hem een Naam boven alle naam gegeven. Jezus’ Naam is verbonden met de overwinning: ‘In Mijn naam zullen duivelen uitgeworpen worden’ (Marc.16). Dat is de realiteit. Wij krijgen de gerechtigheid alleen door het overwinnen van alle wetteloze boze geesten in ons leven.

Noach was ook een prediker van de gerechtigheid, maar de mensen waren geïnfiltreerd door de machten van de duisternis. Paulus weet dat er gelukkig ook een categorie is die Gods gedachten wel willen leren kennen. Zij mogen de rijkdom zien wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen. Paulus zegt: ‘dat heeft God aan ons geopenbaard’. Hier citeert hij Jesaja 64:

  • ‘Wij hebben zo’n heerlijke God, van oudsher heeft men het niet gehoord noch vernomen, geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht. U komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op uw wegen aan U denken’.

Zo’n God hebben wij, die ons tegemoet komt. Wij hebben niet een god zoals de heidenen hebben, die zich met hun god moeten verzoenen omdat hij anders wraak zal nemen. Mozes zegt tot het ongehoorzame volk: ‘Maar de Heer heeft u geen hart gegeven om te verstaan of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de huidige dag’ (Deut.29:4).

De evangelieprediking van Paulus was erop gericht om de heerlijkheid van onze enkel goede God te openbaren. Hij spreekt vaak over het evangelie van de heerlijkheid van Jezus Christus. God kan de mens omhoog stuwen in de geestelijke wereld, tot hij een medewerker van God wordt, medeverlosser van een zuchtende schepping. Wie de prediking van Paulus over de geestelijke wereld niet gelooft, krijgt daar nooit inzicht in. Maar God heeft het aan Paulus en aan ons geopenbaard, door Zijn Woord en Zijn Geest. Dat is de blijdschap van de opnieuw geboren christen, dat dit evangelie aan hem geopenbaard wordt en dat men zich er in mag gaan verdiepen. Er is niets anders te roemen dan het kruis van Christus.

  • Als ik de rechtvaardiging door het bloed van Jezus Christus goed zie, is de wereld voor mij gekruisigd, wil ik graag afstand doen van alles wat de wereld mij biedt.

Waar het met het kruis begint, eindigt het met de troon van God en de volmaakte mens. Dat is geen hoogmoed, maar de realiteit. Die rijkdom is niet exclusief. Iedereen mag deel hebben aan die rijkdom van die geestelijke wereld. Wie in Christus is, is een nieuwe schepping en verandert in zijn denken. De Heilige Geest woont in hem en hij kan putten uit de gedachten van God, zoals Jezus deed. Wie Gods gedachten heeft, heeft de zin van Christus, d.w.z. dat je ook de gedachten van Jezus overneemt. Dan voel je je rijk en wil je dieper graven en verder onderzoeken wat God tot ons te zeggen heeft. De beheersers van deze eeuw hebben niet de geest van Christus; zij zullen uiteindelijk onder onze voeten worden verpletterd.

Jezus zei eens tegen Simon Petrus: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft je dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is’ (Matth.16:17). Voor Petrus was dit nog van buitenaf, wij hebben de inwoning van de Heilige Geest in ons hart. Wij gaan de rijkdommen van het Koninkrijk van God ontdekken. De denkwereld van God was voor de kerkleiders in die tijd radicaal verborgen. Dan gaat het niet om wonderen en tekens, want die volgen na de prediking over het koninkrijk der hemelen. De genade wordt geopenbaard, maar je moet eerst Zijn gedachten hebben.

In vers 11 worden tenslotte 3 geesten genoemd: de eigen geest, de Geest van God en de geest van de wereld. Als ik wil weten, wat er in een mens is, weet ik het alleen maar van mijzelf. Ik ken alleen mijn eigen verlangens, gevoelens, herinneringen, gedachten. Iemand kan mij beoordelen naar wat ik doe of zeg, maar niet over wat ik denk. Zo kan iemand niet zeggen: ‘Die man of vrouw heeft een geest van overspel’, terwijl hij of zij nog nooit overspelig is geweest. Meestal is het een projectie van je eigen gedachten op de ander als je denkt te weten wat iemand anders denkt of voelt. De innerlijke mens ken je alleen zelf, je wordt beoordeeld naar de uitwendige mens, naar je spreken en daden. De mens is het beeld van God, we kunnen van God alleen de uitwendigheid zien, bijvoorbeeld als we naar zijn schepping kijken. Romeinen 1:20 zegt:

  • ‘Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn Goddelijkheid.’

Maar in de schepping zien we niet wat God denkt en overlegt en zijn herstelplan kan je er niet in lezen. Het doel van God met de mens moet God openbaren en dat doet Hij door Heilige Geest. Veel (naam)christenen komen niet tot het doel van God. Ze erkennen Gods machtige hand in de schepping, maar ze missen Gods Geest in zich en begrijpen dus niet dat God de volkomen mens wil. Maar als Gods Geest in je werkt, word je innerlijk van dag tot dag vernieuwd. En dat is iets waar je nooit over uitgedacht raakt.