God spreekt, nog tijdens het gesprek met Adam en Eva, direct de slang aan. Daarmee richt God zich rechtstreeks tot de duivel. Hij is immers het wezenlijke middelpunt van de val van Adam en Eva. Satan krijgt de schuld van het hele gebeuren. Hij wordt door God volledig aansprakelijk gesteld en totaal veroordeeld. Er worden geen vragen gesteld zoals aan de mens. Vanuit zijn autoriteit bezegelt God het lot van de slang en daarmee de uiteindelijke bestemming van de duivel en zijn rijk:
- ‘Omdat je dit gedaan hebt, ben je vervloekt’ (vers 14).
Wat in de natuurlijke wereld voor de slang gaat gelden – op de buik en door het stof – zal in de geestelijke wereld net zo’n uitwerking hebben voor alle demonen: ze zullen tot het laagste niveau vernederd worden. En het zal de slang en zijn demonen uiteindelijk de kop gaan kosten. De kop zal vermorzeld worden, het eindstadium zal het eeuwige vuur zijn. Dit vernederingsproces zal door de mens worden uitgevoerd. De mens zal niet berusten in zijn onderworpenheid aan duivel en dood. Het goede van God in de mens is dan wel geweld aangedaan, maar niet uit hem verdwenen. De aard van de mens is niet veranderd. Het goede in de mens zal scherp tegenover het kwade komen te staan. Er zal een intense vijandschap oplaaien tussen de mens en het rijk van de duisternis. De strijd is niet voorbij, de strijd zal in volle hevigheid ontbranden:
- ‘Vijandschap zet Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare’ (vers 15).
Andere vertalingen spreken van vijandschap wekken, verwekken. Deze vijandschap ontstaat niet door het rechtstreeks zaaien van vijandschap in het hart van de mens; dat kan uit God niet voortkomen. God haalt het goede in de mens naar voren. Dat brengt ‘als vanzelf’ een confrontatie met het kwaad – en daarom met de veroorzakers van het kwaad – in de hemel van de mens teweeg. In deze confrontatie zal de mens altijd op de steun van God kunnen rekenen. Dat belooft God hier dus ook. In deze strijd zullen de Satan en zijn rijk uiteindelijk het onderspit delven. Zij zullen in aanwezigheid van God en mensen in vuur vergaan (vers 3b).
De losprijs aan satan
God spreekt hier over ‘zaad’. Dit betekent dat dit proces van overwinning niet meer door Adam en Eva wordt uitgevoerd. De totale overwinning zal behaald worden door het nageslacht. De vijandschap laait direct op, maar het kop vermorzelen gebeurt pas in de toekomst. God is daar actief bij betrokken. De nakomelingen van Adam en Eva zullen niet in staat zijn de satan volledig te overwinnen. Alle mensen zullen daardoor de heerlijkheid van God moeten missen. God zal echter zorgen voor ‘bijzonder zaad’. Uit de vrouw zal de Mensenzoon geboren worden. De mens die later door Paulus zeer terecht de tweede, de laatste Adam genoemd zou worden: Jezus Christus. Hij gaf zichzelf als losprijs.
Moederbelofte
De woorden uit Genesis 3:15 zijn bekend geworden als de moederbelofte, de basis van alle andere beloften. Met deze belofte geeft God de mens nieuwe hoop. Hij geeft de mens zekerheid m.b.t. haar uiteindelijke plaats en bestemming. De zondeval op zich wordt niet verdoezeld, maar in het juiste licht geplaatst. Verdere gevolgen daarvan worden vanzelf merkbaar. Maar voor dit alles uit klinkt echter allereerst de veroordeling van de duivel en zijn rijk en de belofte van verlossing voor de mens.
Hier komt een ander aspect van Gods Wezen tevoorschijn: Hij is een genadige God. Hij wil vanuit zijn liefde de mens de zonde vergeven. De genade die God aan de mens wil geven, gaat niet in tegen zijn rechtvaardigheid, maar komt daar helemaal mee overeen. God geeft Zichzelf aan de mens. Het is een vrijwillige gave van de goede God aan de in zonde en dood terechtgekomen mens. Zo wil God verder met de mensen en zo kan de mens verder met God. Hij mag in vrede en blijdschap de weg gaan die God hem wijst, dwars door het verzet van de duisternis heen! Hij mag geloven en ervaren dat deze goddelijke genade hem in staat stelt het doel van God alsnog te bereiken.
Ingrijpende gevolgen van de zondeval
Door de zonde van de mens is er veel veranderd. De primaire gevolgen – de dood kwam in hun bestaan – hebben Adam en Eva onmiddellijk ervaren. Maar zij zullen ook op andere terreinen van hun leven te maken krijgen met de invloed en macht van de Satan en Dood. Dit heeft gevolgen voor het leven op aarde voor álle mensen. De mens leeft in twee werelden tegelijk, daarom hebben geestelijke veranderingen in de hemel van de mens gevolgen voor het natuurlijke leven op aarde. Door de zonde van de mens is zijn positie in de geestelijke wereld t.o.v. het rijk van de duisternis verzwakt; de duivel heeft macht over hem gekregen. Geestelijke en lichamelijke schade zullen daardoor in de komende confrontaties met dit rijk niet meer te voorkomen zijn.
De mens zal de strijd tegen het rijk van de duisternis uiteindelijk winnen. Voor God staat vast dat de mens uiteindelijk toch zal kunnen beantwoorden aan Zijn bedoeling: partner van God tot in eeuwigheid. De weg naar dit doel zal anders zijn dan God had gewild. Er zal vertraging ontstaan en schade opgelopen worden. Er zullen overwinningen worden behaald, maar ook nederlagen worden geleden. De mensheid zal veel te verduren krijgen. Er is herstel en genezing nodig om de opgelopen schade geheel weg te werken. Maar God blijft geloven in zijn plan met mensen. En de vijand zal dit doel van God niet kunnen tegenhouden. Op deze (om)weg doelt God als Hij in Genesis 3:15c tot de slang zegt:
- ‘En jij zult het de hiel vermorzelen’.
De transscriptievertaling van Reisel spreekt van de hiel ‘aantasten’. Andere vertalingen zeggen het duidelijker: ‘Terwijl gij zult trachten het in de hiel te treffen; maar gij zult loeren naar zijn hiel.’ De voortgang van de mens zou door ‘de hielbijter’ ernstig bemoeilijkt worden. Satan en zijn demonen loeren continu naar kansen om de mens opnieuw tot zonde te verleiden. Ze willen hem nog verder onderuit halen en nog meer beschadigen. Omdat Dood al grip op het leven van de mens heeft gekregen, is het voor de mens niet eenvoudig om in deze confrontaties stand te houden en verdere schade te voorkomen. Zijn hiel zal aangetast worden en het lopen met een aangetaste hiel doet pijn, het maakt snel lopen bijna onmogelijk.
Kan men uit het feit dat God dit tegen de slang zegt, nu concluderen dat de duivel van God toestemming krijgt om de mens op deze manier te mogen hinderen op zijn levensweg? Zeker niet! Het is een constatering van God, een nuchtere vaststelling van een feit. Hij ziet en begrijpt dat de mens in de gegeven omstandigheden niet meer zal kunnen ontkomen aan de aanslagen van Satan. God geeft alleen maar door deze woorden aan dat het leven van de mens moeilijk en vol pijn zal zijn. Het doet Hem verdriet om dit te zeggen, maar de situatie is niet anders.



