5. Gods reactie op de val van de mens

<<<<<

De val van Adam en Eva was van een andere orde dan die van dé troonengel. Lucifer is nooit door iemand misleid. In hem zelf is het kwaad ontstaan. Hij is door deze daad definitief onbereikbaar geworden voor God. Dit geldt ook voor de engelen die hem volgden. Lucifer heeft deze engelen aangezet tot weerspannigheid en ongehoorzaamheid t.o.v. God en daarbij zelf het voorbeeld gegeven, maar uiteindelijk maakte iedere engel zijn eigen keus. Zij zijn daar ieder persoonlijk, volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor. Door die keus veranderde hun wezen en hun gedaante in één keer volledig en voor eeuwig. Hun einde staat daarmee ook volledig vast: de vuurpoel (Op.20:14,15).

Adam is tijdens zijn groei naar geestelijke volwassenheid door de satan verleid. Hij heeft zich niet verweerd tijdens de confrontatie met de duivel, maar voor hem gevallen. De zonde van de mens was het resultaat van gemeenschap in de geestelijke wereld. De keus die Adam in zijn groeiproces maakte, was een onvolwassen keus. Daardoor was de verandering slechts deels: er ontstond ‘duisternis’ naast het al aanwezige ‘licht’; er ontstond een innerlijke verdeeldheid. De mens was en is voor dit gebeuren niet de hoofdverantwoordelijke. De hoofdschuldige blijft satan en diens rijk. De zonde is niet uit de mens voortgekomen zoals de belijdenisgeschriften leren, maar uit de satan.

De mens die zondigt, is wel medeverantwoordelijk en daarom medeschuldig. Het wezen van Adam werd door diens zonde niet veranderd. Hij werd door deze daad van ongehoorzaamheid niet verdorven. Het einde van de mens stond op dat moment nog helemaal niet vast. Maar er moest wel iets gebeuren om de mens te beschermen tegen totale neergang en het verderf. De mens was nog steeds bereikbaar voor God. Hij was dus ook nog te redden. 

Opnieuw beginnen?

Na de val van Adam en Eva begon de dood te heersen. Maar Gods liefde voor de mens is oneindig groot. Geen enkele daad van Satan kan Gods vertrouwen in Zijn plan met de mens aantasten. Moest God helemaal opnieuw beginnen? Dat zou betekenen dat zijn ‘eerste schepping’ niet goed genoeg was geweest en nog verbeterd zou kunnen worden. Nee, God had de schepping volmaakt gemaakt: ‘En zie, het was zeer goed’. Zijn almacht uit zich juist daarin, dat Hij – ondanks wat er was gebeurd – zichzelf blijft. Hij kan en zal voltooien wat Hij is begonnen. God heeft vooraf in zijn plan geen extra mogelijkheden ingebouwd voor dit soort tegenslagen. Hij heeft ook geen voorzorgsmaatregelen getroffen voor eventuele moeilijkheden. Op die manier denkt God niet. Hij bedenkt en schept alleen goede dingen, overeenkomend met zijn eigen wezen.

Het kwaad was er in het begin niet. Het is in Lucifer ontstaan en pas op dat moment als kwaad door God onderkend, omdat het niet overeenkwam met het alleen goede dat van Hem uitgaat. God denkt op een heel ander, een veel hoger niveau. Hijzelf staat garant voor de volmaking van al zijn plannen. God heeft tevoren niet voorzien dat Lucifer wel eens zou kunnen vallen waardoor er een rijk van de duisternis zou ontstaan. Toen dit wèl gebeurde, wist God onmiddellijk wat de gevolgen zouden zijn en hoe Hij zijn plan met de mens kon laten doorgaan. Vanuit dat gezichtspunt heeft God gesproken tot de mens en hem gewezen op de boom van kennis van goed en kwaad.

God is van tevoren ook niet bezig geweest met de mogelijkheid dat de mens in zonde zou vallen. Deze gedachten horen niet bij God. Hij had geen inlegvel om zijn eerste plan te redden. Hij had geen ‘achterdeurtje’, geen ‘verzekeringspolis’, geen ‘noodvoorziening’. Er bestaat dus geen apart ‘herstelplan’ naast het oorspronkelijke plan van God. Het plan dat vanaf het begin was, het plan dat uiteindelijk – en tot in eeuwigheid – volledig werkelijkheid zal zijn.

  • Schrijf God in dit opzicht niets ongerijmds toe. Zie Hem zoals Hij is. Zijn inzicht en almacht in alle dingen komen overeen met zijn enkel goede wezen. Hij is God! Klim op tot zijn niveau van denken, bedenk de dingen die boven zijn (Col.3:2), die ‘van God’ zijn. Ga ‘op je hoogte staan’ (Hab.3:19). Ga tot zijn rust in. Dat geeft houvast en verbindt u met de eeuwige en onveranderlijke God.

Adam, waar ben je?

God zoekt de in zonde gevallen Adam en Eva op. Hij roept hen vol liefde en begrip. Hij is barmhartig zonder verwijt. Hij manifesteert zich op de voor de mens gebruikelijke en herkenbare tijd en plaats: in de avondkoelte en bij de levensboom. Adam en Eva herkennen Gods stem onmiddellijk, maar reageren op een voor hen heel ongebruikelijke manier. In plaats van de Heer blij tegemoet te gaan, lopen zij bij de levensboom vandaan en verbergen zij zich vol schaamte voor Hem. De invloed van duivel en dood in hun geestelijke toestand wordt hiermee scherp getekend: de mens wordt door hen bij God vandaan gedreven en met angst voor Hem vervuld. God roept hen echter zonder verwijt tot Zich: ‘Waar ben je?’ (Gen.3:9). God is niet verontwaardigd of boos. God wil Adam en Eva terugbrengen naar het Licht. En dat merken Adam en Eva. Zij komen direct tevoorschijn. Zij ervaren dat God niet is veranderd. Adam legt uit waarom zij zich verstopt hadden:

  • ‘Ik hoorde U in de tuin en toen werd ik bang omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen’ (vers 10).

God gaat niet in op de angst van Adam. Hij wil de oorzaak van de geestelijke afstand tussen Hem en Adam en Eva duidelijk hebben. Alleen dan kunnen de gevolgen ervan worden begrepen. Alleen dan kan God zijn genade geven: Hij kan ze verlossen uit de ontstane situatie. Daarom gaat God door met het stellen van vragen:

  • ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom die Ik verboden heb?’ (vers 11).

Het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, wordt door God verbonden aan het ontstane bewustzijn van het naakt zijn. En daarmee heeft Hij het gevoel van Adam hierover bevestigd. Adam ontkent dit ook niet. Hij begint zijn zonde te beseffen en zoekt naar motieven: waarom heb ik dat gedaan? In eerste instantie komt Adam nog niet verder dan een verwijzing naar Eva:

  • ‘De vrouw die U mij gegeven hebt, heeft mij van die boom gegeven en toen heb ik gegeten’ (vers 12).

Het is voor Adam nog niet duidelijk door wie hij eigenlijk verleid is. Daar is hij nog een paar stappen van verwijderd. Zijn denken is voor een deel vertroebeld door de invloed van het rijk van de duisternis. Dat wordt hem door God niet kwalijk genomen; God gaat verder met het bevragen van het eerste mensenpaar, om zo met hen bij de werkelijke oorzaak terecht te komen. God stelt nu Eva de vraag:

  • ‘Hoe heb je dat kunnen doen?’ (vers 13a).

Zowel het feit op zich, de verkeerde daad, als de diepere betekenis en inhoud ervan komen voor de mens op die manier aan het licht. Maar daarbij ook de oorzaak en de veroorzaker. Eva beantwoordt deze vraag heel direct:

  • ‘De slang heeft mij bedrogen (S.V.) en toen heb ik gegeten’ (vers 13b).

Zij ziet dat zij samen met haar man door de invloed van de slang op een verkeerd spoor is gezet en dat zij beiden daardoor ongehoorzaam geworden zijn aan Gods gebod. Zo is de zonde in hun leven gekomen. Eva ziet het aandeel van de slang en al wat daarmee verbonden is, als de aanleiding van waaruit de zonde is gezaaid. Ook beseft zij haar eigen aandeel erin. Het hele proces, dat hen tot zonde heeft geleid, is nu duidelijk geworden. Daarop heeft God gewacht. Verder doorvragen is niet meer nodig. Nu kan Hij op aarde en in de hemel scheiding maken en rechtspreken tussen de partij die verleid heeft en de partij die verleid is, tussen de duivel met zijn demonen en de mens met diens toekomstige nakomelingen.

Aan de slang worden verder geen vragen gesteld. De duivel hoeft niet ondervraagd te worden over wat hij heeft gedaan. Dat is duidelijk in de geestelijke wereld. Daarover bestaat geen enkele onduidelijkheid. Door het spreken van God zal het voor de mens nu ook duidelijk gaan worden hoe God deze zaak ziet en hoe Hij hierin als de grote Rechtvaardige oordeelt en handelt. Hij zal gaan merken dat God het vol liefde en genade voor hem opneemt.

>>>>>