De wil van God

Vernieuwing van denken

Wie zich bezighoudt met het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen, weet dat deze boodschap niet aansluit bij het denken van onze tijd. In Romeinen 12:2 schrijft de apostel:

  • ‘U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en voor Hem aangenaam is’.

De wereld is hier de ‘aión’, de eeuw, een tijdperk van onbepaalde duur dat in verband staat met de dingen die in die periode gebeuren. Ons denken sluit niet aan bij dat van onze tijd, want wij brengen immers een wijsheid, die niet van deze eeuw is, maar van de toekomende (1 Cor.2:6). Wij stellen ons in op de krachten van de toekomende eeuw, wij leven in het einde van het tijdperk waarin de mens helemaal in aanraking komt met de werking van Gods Geest óf met een massale uitstorting van demonen. De Joëlsprofetie die Petrus op de Pinksterdag aanhaalde, spreekt hierover.

Kerkmensen aanvaarden ziekte, gebondenheid en onreinheid als een vanzelfsprekend iets. In hun boekjes staat immers dat ook alle rampen van God uitgaan. Men kent immers niet de verwekkers ervan en beschouwt daarom de wetteloosheid als een normaal verschijnsel, dat nu eenmaal bij dit leven hoort. Onze innerlijke mens wordt echter ‘gemetamorfoseerd’, dat is van gedaante veranderd door de vernieuwing van ons denken. Wij staan niet meer onder invloed van de god van deze eeuw, die de mensen in hun denken hypnotiseert, zodat ze het licht van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is, niet kunnen zien’ (2 Cor.4:4). Wij zijn namelijk ‘vernieuwd door de geest in ons denken’ (Ef.4:23).

Gedachten van God

Wij nemen de eeuwige gedachten van God over en daaruit leren wij Zijn wil en wet ten opzichte van de schepping kennen. De natuurlijke mens houdt zich via krant, internet, tv en gesprekken bezig met de gedachten van de god van onze eeuw. Wanneer men echter zijn geweten aanspreekt en men bewust afstand neemt van het demonische denken, kunnen de gedachten van God de mens vervullen. Deze gaat er dan vanuit dat de Schepper de vernieuwing van de totale mens verlangt, want zijn wil is het goede, aangename en volmaakte.

Gods wil is de volmaakte mens

Veel zogenaamde christenen vragen zich af: hoe leer ik de wil van God kennen? Wat is dat bewuste doel van de Allerhoogste met mij? Omdat ze vaak een verkeerd Godsbeeld hebben, denken ze al snel dat ze hoe dan ook Gods doelen nooit zullen kunnen bereiken. Hun geloofsleven lijkt dan op een golf van de zee, die heen en weer wordt bewogen. Daarom weten ze ook niet wat ze willen en doen ze nu dit en dan weer dat. Ze zijn voor zichzelf en voor anderen moeilijke en lastige mensen in plaats van verspreiders van het evangelie. De wil van God is immers het streven naar de volmaakt geestelijke mens. In het evangelie wordt deze wil bekend met de woorden

  • ‘zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust’ (2 Tim.3:17).

Alle handelingen van God worden ondersteund door zijn wil. God zoekt een partner, de mensheid in wie Hij woning wil maken en met wie Hij een eeuwige verbinding wil. Hij zoekt een vrouw, de gemeente, die van zijn niveau is en die bij Hem past. Daarom heeft Hij de mens ook een vrije wil geschonken, zodat deze vanuit eigen keuze God zal liefhebben. Ook daarin is de mens naar zijn beeld en zijn gelijkenis geschapen. God heeft een onbuigzame en sterke wil, want Hij heeft een gemotiveerd plan. Wat Hij zich voorgenomen heeft, voert Hij ook uit met de kracht van zijn Geest. Ondanks het verzet van de duivel gaat God door, want ‘niemand gaat toch in tegen zijn wil’ in verband met de verhoging van de mens?

Deze mens zelf kan echter tegen de wil van God ingaan, omdat hij een vrije wil heeft. Vanwege zijn hoge doel is de mens bijna goddelijk gemaakt (Ps.8:6). Een baby in de wieg is bestemd om zich te ontwikkelen zoals God het heeft bedoeld. Wanneer er geen negatieve invloeden, geen remmingen uit het rijk van de duisternis voorkomen, kunnen alle gaven van het kind tot ontwikkeling komen, niet alleen de natuurlijke maar ook de goddelijke. God wil immers dit kleine mensje eenmaal inschakelen om te heersen over al de werken van zijn handen. Hierin zet God zijn wil door en gaat Hij ook nooit een compromis aan.

Vaten tot eervol en tot alledaags gebruik

De engelenwereld is uit elkaar gerukt vanwege het plan van God met de mens. Engelen die er mee eens waren bleven gespaard maar de onwillige engelen werden verstoten. Wanneer een mens zich bekeert en vernieuwd wordt in zijn denken, is er blijdschap bij de heilige engelen. Zij zien dan dat ze de juiste keus hebben gemaakt en zij rechtvaardigen daarmee God. Omdat zij Gods wil wensten te doen, weigerden de goede geesten over de mensen te heersen, maar zij werden, geheel in lijn met zijn plan, dienaars en helpers van de mens. Hoewel engelen en mensen niet op dezelfde manier gemaakt zijn, zouden wij toch het beeld van Paulus in Romeinen 9:21-25 met betrekking tot hun beider doel wel kunnen overnemen. Paulus schreef:

  • ‘over degenen die het voorwerp zijn van zijn barmhartigheid ertoe voorbestemd om in zijn majesteit te delen en hen heeft hij ook geroepen’.

God noemt ons ‘geliefden’. De engelen zijn echter voorwerpen tot alledaags gebruik. Zij hebben een dienende functie. Dit laatste wilden Satan en zijn gevallen engelen niet. Toen bleek het dat voor hen het verderf was. Hun eeuwige bestemming is de vuurpoel, ‘die voor de duivel en zijn engelen bereid is’ (Matth.25:41). Zij gaan niet akkoord met het plan van God in verband met de mens. Ook de mens die de wil van God bewust tegenwerkt, wordt met de verworpen engelen tot één klomp of kneedsel in het eeuwige vuur geworpen. De mens is een grote dwaas als hij de kant van Satan kiest en de wil van God ten opzichte van zichzelf tegenwerkt. De Bijbel zegt hierover:

  • ‘Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil’ (Ef.5:17). ‘Hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat’ (2 Petr.3:9).

Jezus zei dat God goed is. Zijn karakter en zijn wezen zijn volmaakt en worden openbaar in het geluk en in de zegen die Hij overvloedig schenkt. God wil immers het welgevallige, het aangename of het acceptabele voor de mens. In Titus 2:9 is het woord ‘euarestos’, welgevallige, vertaald door ‘het naar de zin maken’. God wil dus alles wat de mens eeuwige blijheid geeft. Wanneer een mens graag iets heeft of doet, merken de ‘vrome‘ geesten vaak op, dat dit wel verkeerd moet zijn. Zij gaan er vanuit dat de dienst van God onprettig is en een zwaar juk oplegt. Zo is het beslist niet. Wees daarom blij met het plan van God:

  • ‘Wees altijd blij, bidt onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt’ (1 Thess.5:16-18). Wij leren dit geheim van zijn wil kennen en ‘trekken daarom de nieuwe mens aan, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid’ (Ef.4:24).

God wil ook het volmaakte in de mens tot stand brengen. Het woord ‘teleiotes’ betekent de completering, de perfectie, het einde van een heerlijk ontwikkelingsproces (verg. Hebr.7:11). Schreef Paulus in Hebreeën 6:1 niet: ‘We moeten de eerste beginselen van de leer – gebracht in kerken, evangelisatiesamenkomsten, in kringen – over Christus hier toch maar laten rusten en ons richten op wat voor volwassenen bedoeld is. We willen niet nog eens het – noodzakelijke – fundament leggen.’ 

Het grote schisma in de hemel

Wij bidden: ‘Laat uw wil worden gedaan, zowel in de hemel als op de aarde’. In de hemel is Gods wil al gedaan. De absolute scheiding tussen goed en kwaad, tussen heilige en onreine engelen, tussen trouwe en trouweloze geesten is daar al gebeurd. Nu begint het oordeel bij het huis van God (1 Petr.4:17). Daarom wordt in de gemeente de wil van God uitgedrukt in onze heiliging, dat is de totale afzondering van de machten van de duisternis (1 Thess.4:3). Om dit te realiseren geeft God ons Zijn Geest als hulp. Hij deelt deze uit naar zijn wil, niet willekeurig, maar aan alle opnieuw geborenen die Hem erom bidden (Luc.11:13). Wij zeggen nu: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die mij gezonden heeft en zijn werk af maken’.

Gods wil is het dat het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen over de hele wereld wordt verspreid, zodat de mens van God geopenbaard en tot heerlijkheid wordt gebracht. Het is Gods wil dat de zuchtende schepping wordt hersteld door de zonen van God. God herstelt niet, ook de heilige engelen doen dit niet en ook het volk Israël is hier niet voor geroepen, maar de gemeente van Jezus Christus heeft die opdracht. Satans demonen proberen ons bij dit werk te hinderen door als ‘hielbijters’ te fungeren. Zij slaan terug als wij hen verdrijven, maar wij weten, dat ‘allen die lijden omdat God dat wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan Hem op wie wij mogen vertrouwen omdat hij ons heeft geschapen’ (1 Petr.4:19).

In de hof van Gethsémane bad Jezus: laat uw wil gedaan worden op aarde. Daar zou Hij worden gekruisigd en sterven. Hij volbracht de wil van zijn Vader. Daarom kwam door zijn lijden het goede, aangename en het volkomene tot stand. Toen Paulus naar Jeruzalem reisde, wilde zijn vrienden dit tegenhouden. Toen zij merkten dat de apostel zijn opdracht van Gods Geest toch uitvoerde, zeiden zij: ‘Laat de wil van de Heer gedaan worden’ (Hand 21:14). In Rome bevond de apostel zich in het centrum van het Romeinse wereldrijk. Daar streed hij tegen de wereldbeheersers van de duisternis en behaalde hij de overwinning in de onzienlijke wereld. De christelijke kerk deed het machtige imperium tot op zijn fundamenten schudden en 150 jaren later kwam zij overwinnend tevoorschijn.

Conformeert u zich op aarde ook aan de goede wil van God? ‘De wereld met haar begeerte gaat immers voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid’ (1 Joh.2:17). De wil van God is: trek uit deze tegenwoordige slechte wereld, die u dwingt de wil van haar overste te doen. Uw antwoord moet zijn: Laat Gods wil gedaan worden in mij en door mij. Johannes schreef: ‘ik hoop dat het u in alle opzichten goed gaat en dat u gezond bent. Dat het uw ziel goed gaat weet ik’ (3 Joh.2). Wij conformeren ons graag aan deze wil van God.

Veel kerkmensen belijden echter dat het Gods wil is, dat de mens door allerlei ellende, door ziekte en door tegenslag gekweld en geteisterd wordt. Zij verwisselen daarmee de wil van God met die van de duivel. Bij doen van de wil van God stijgen wij omhoog en zijn blij met het loflied van de hemelingen:

‘U komt alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is’ (Openb.4:11).