De weg van Jezus

De wereld is bezet gebied. Toen Adam aan de duivel gehoorzaamde, schonk hij de macht en de regie over de aarde aan de duivel. De slagboom werd weggenomen en de onreine demonen met satan aan het hoofd overstroomden de wereld. Op deze manier werd de aarde vervloekt, dat betekent prijsgegeven aan de boze geesten. Voortaan was satan ‘de overste van deze wereld’. Hij kan zeggen: ‘Zij is aan mij gegeven’ (Luc.4:6).

Het mag bekend zijn hoe een bezetter handelt. Hij probeert het onderworpen volk met mooie praatjes te verleiden of, als dit niet lukt, door geweld te dwingen hem te gehoorzamen. De verzetsgroepen, die weerstand durven te bieden en weigeren de wetten van de bezetter te gehoorzamen, wacht een genadeloze strijd. Hun eigen kracht is echter zo klein dat zij tenslotte ten ondergang zijn gedoemd, als zij van buitenaf geen hulp ontvangen.

Jezus heeft tijdens zijn leven hier op aarde getoond hoe men als verzetsstrijders kan standhouden en overwinnen. Zijn leer week af van alles wat tot die tijd gepredikt was. Hij overhandigde zijn volgelingen ‘de sleutels van het Koninkrijk der hemelen’. Hij gaf hun dus inzicht in de onzienlijke wereld, waar Hijzelf was en zich nu op dit ogenblik ook naar het lichaam bevindt, waar de hemelse Vader die geest is, troont, waar de heilige engelen zijn, maar ook de duivel met zijn boze geesten. In dit Koninkrijk der hemelen is het Koninkrijk van God, maar ook dat van satan en dat van de dood. Hier bevindt zich de oorsprong van al het goede, maar ook van het kwade.

Jezus en zijn leerlingen hebben aan de gelovigen de ogen geopend voor deze onzienlijke wereld. Paulus schreef hierover: ‘Wij zien niet op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig’ (2 Cor.4:18). Jezus raadde zijn volgelingen aan om eerst dat onzienlijke Koninkrijk te zoeken. Hij zei: ‘Verzamel u geen schatten op de aarde, maar in de hemel’. Met de inwendige mens, dat is met ziel en met geest, is men ook in deze onzienlijke wereld. In Efeziërs 6:12 staat: ’Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’. Jezus heeft een doeltreffende methode nagelaten, waarmee de zonde- en de ziektemachten overwonnen kunnen worden. Hij sprak tot zijn volgelingen:

  • ‘Als tekens zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitwerpen’ (Marc. 16:17).

De gemeente van Jezus Christus onderscheidt zich van alle kerkelijke groeperingen, doordat zij de woorden van Jezus serieus neemt en zij op dezelfde manier ziekte en zonde wil overwinnen als haar Heer. Zij gelooft dat de methode van Jezus niet verouderd is. De noden zijn dezelfde, de ellende is niet veranderd, de zonde en ziekte kwellen de mens nog steeds, maar Jezus is ook Dezelfde en zijn manier van herstel en redding is niet veranderd.

Op zekere dag kwam er bij Jezus een officier van het Romeinse leger met het verzoek of de Heer zijn verlamde knecht, die met hevige pijn op bed lag, wilde genezen. Jezus vroeg of Hij soms met hem mee moest gaan naar zijn huis. Het antwoord van deze militair was zeer merkwaardig. Hij zei: ‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het’ (Matth.8:5-13). Jezus verwonderde zich over het inzicht van deze Romein. Zoals deze in de zichtbare wereld zijn commando’s gaf en gehoorzaamd werd, zo deed de Heer in de onzichtbare wereld. Daarom zei Jezus tot de hoofdman: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren. Op hetzelfde moment genas zijn slaaf’, want de Heer had deze ziektemachten gesommeerd heen te gaan en zij gingen.

Jezus kwam in de wereld ‘opdat Hij de werken van de duivel zou verbreken’. In Handelingen 10:38 staat: ‘Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij’. Op de vraag wat de Heer dag aan dag uitvoerde, is het antwoord: ‘Zie, Ik drijf boze geesten uit en genees, nu en morgen’ (Luc.13:32). Jezus was ook hierin zijn volgelingen tot voorbeeld, opdat zij zijn voetsporen zouden drukken, dat is de goede werken doen die Hij deed.

De vijand van God en de mens is de duivel met zijn boze aanhang. Jezus heeft tijdens zijn leven op aarde ‘de overheden en machten ontwapend en openlijk ten toon gesteld en zo over hen gezegevierd’ (Col.2:15). Hij heeft aangewezen wie de eigenlijke verwekkers zijn van zonde, ziekte en ellende. Natuurlijk wil dit niet zeggen dat wij ons natuurlijk verstand niet meer hoeven te gebruiken. Wie bij iemand een onreine geest uitdrijft, zal hem tegelijkertijd moeten adviseren zijn pornografische lectuur op te ruimen en te verbranden. Wie de machten bindt bij zijn kind dat een driftbui heeft, zal ook de aandacht van zijn geestje proberen af te leiden door deze bijvoorbeeld op wat mooi speelgoed te richten. Wie de ziektemachten weerstaan wil, zal ook bepaalde hygiënische voorschriften in acht moeten nemen. Waar echter het menselijke kennen en kunnen tekort schieten, zal men zich ook volkomen mogen verlaten op de kracht en de wijsheid van de Geest van God. Onze gemeenten houden zich aan de woorden en werken van Jezus Christus, want langs deze weg komt de verlossing van de mens.

Door de Geest van God

Jezus zei: ‘Wanneer Ik door de Geest van God de boze geesten uitdrijf, is het Koninkrijk van God bij u gekomen’ (Matth.12:28). Na zijn waterdoop in de Jordaan door Johannes ontving de Heer de Heilige Geest. Door deze Geest was Hij in staat de werken van de duivel te verbreken. Door deze Geest openbaarde de Heer het wezen van God en de bedoeling van de Vader. Hij bad: ‘Ik heb uw naam geopenbaard’. Hij toonde niet alleen de zwarte kant van het Koninkrijk der hemelen, maar ook de lichtzijde. Aan het einde van zijn leven restte Jezus nog één taak, namelijk de schuld van de wereld weg te nemen, want deze maakt scheiding tussen God en de mens. Jezus stierf voor de zondeschuld en hierdoor werd het mogelijk dat de mens weer opnieuw contact kon krijgen met God.

Wie gelooft dat zijn zonden verzoend zijn door het bloed van het Lam van God, mag nu ook de Geest ontvangen die onze Heer had en die Hem in staat stelde de werken van God te verrichten. Wij geloven en belijden dat Jezus Christus ook nú doopt met Gods Heilige Geest. Wij ontvangen kracht uit de onzienlijke wereld. Deze Geest woont in ons en wij ervaren zijn klimaat van vrede, blijdschap en gerechtigheid.