De schepping wacht

Gods goede gedachten

Het is een rare gedachte van veel kerkmensen, dat zij het ontstaan van het kwaad niet aan de duivel, maar aan zichzelf toeschrijven. Nog curieuzer wordt het, wanneer zij aan God verkeerde gedachten en ideeën toeschrijven. Ook Bijbelvertalingen kunnen er wat van. Zo luidt de tegenwoordige Nieuwe Vertaling van Romeinen 8:20, dat de schepping aan de vruchteloosheid is onderworpen ‘om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft’. In deze tekst zou God de schuld krijgen: Het zou Gods raadsbesluit zijn om zijn schepping aan de wetteloosheid dienstbaar te maken. In de eerste uitgave van de Nieuwe Vertaling staat nog wel: ‘Niet vrijwillig, maar om diens wil, die haar daaraan onderworpen heeft’. De Statenvertaling heeft: ‘Maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft’.

De levende en ook de levenloze schepping hoeft zich nooit zuchtend te buigen onder de wil van God, want deze wil ‘het goede, volmaakte en welgevallige’. De Schepper had de mens als koning over de aarde aangesteld, zodat hij – goed toegerust – met grote wijsheid zou heersen. De mens heeft zich echter onderworpen aan de duivel, die overste van de wereld werd. De mens kon voortaan alleen regeren onder zijn supervisie. Hij kon dit niet meer doen met de inzichten van God, maar met aardse wijsheid, waarvan Jacobus schrijft dat zij ongeestelijk en duivels is. De mens werd vruchteloos, dit wil zeggen dat hij niet meer tot zijn volle vrucht kwam. Daarom werd ook de natuur aan de corruptie onderworpen.

De mens wordt in zijn hoge roeping belemmerd, omdat hij een slaaf is van wetteloze geesten. Hij is een gebondene. De mens heeft wel de krachten van de natuur ontdekt en die ontketend, maar hij gebruikt ze verkeerd en dit in tegenstelling met de wil van God ‘die de hemel geschapen heeft – Hij is God! – , die de aarde gemaakt en gevormd heeft en die haar heeft gegrondvest – niet als chaos schiep Hij de aarde, maar om te bewonen heeft Hij haar gevormd’. De mens is echter bezig haar onbewoonbaar en tot een chaos te maken.

De schepping aan de vruchteloosheid onderworpen

De schepping zucht onder andere onder het milieubederf. De satan heeft door middel van de mens, kroon van de schepping, hele landstreken ontbost, bepaalde diersoorten uitgeroeid en roofbouw gepleegd op de vissen van de zee. Hij gebruikt daarvoor regeringen die in de klimaatwaanzin geloven en daardoor alles ontregelen. Ook hebben de mensen zich tegen elkaar gekeerd. Door wrede oorlogen verdrukkingen worden miljoenen uitgeroeid of hun waardigheid ontroofd. Ook de zogenaamde christenen nemen, door de machten van de duisternis geleid, hieraan deel. De goedwillende cultuurvolken proberen nu wel de onderontwikkelde derde of vierde wereld te helpen, maar zij houden geen rekening met de demonen en daarom gaat het ondanks alle goede bedoelingen, van kwaad tot erger en de kloven tussen arme en rijke volken worden steeds groter.

De barmhartige en humane mensen spannen zich in om zieken te genezen, gebondenen en verslaafden te bevrijden, geschonden mensen en gehandicapten te helpen, maar de zuchtende schepping wordt niet hersteld. Ondanks alle moderne hulpmiddelen en ondanks alle inspanningen tot verbetering wordt de schepping steeds meer aan de vruchteloosheid onderworpen.

De schepping wacht daarom op het openbaar worden van de zonen van God. Zij hoopt door hen bevrijd te worden van de voortgaande ellende. Zij wil deel hebben aan de heerlijkheid van de wil van God. De apostel voegt er dan aan toe, ‘dat ook wij bij onszelf in ons binnenste zuchten’.

Het openbaar worden van de zonen van God

In de volheid van de tijd werd de Zoon van God geboren onder mensen ‘die de verlossing in Israël verwachtten’. Een kleine groep mannen en vrouwen zag hunkerend uit naar Hem door wie het herstel zou beginnen. De Zoon van God openbaarde een nieuwe werkwijze tot redding en genezing. Hij kon verschijnen, omdat men Hem verwachtte. Zei Maria niet: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’?

Jezus was de eerste van een nieuw geslacht van zonen van God die de schepping zullen herstellen. Onder hun leiding komen de tijden van verkwikking en verademing, want zij zullen, verlost van satan, weer heersen met de wijsheid van God. De zuchtende schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden van de zonen van God, maar ziet u hier ook naar uit? Verwacht u voor uzelf dit zoonschap? Paulus schreef:

  • ‘En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan’.

Ondersteunt u de smachtende schepping in dit gebed? Houdt u het voor mogelijk dat u als zoon van God zult geopenbaard worden? Identificeert u zich met de volheid van de aarde, met haar rijpe vrucht? In de boekrol is ook over de zonen van God geschreven, Zegt u daarom ook: ‘Zie, hier ben ik’? Zo ja, dan kan God zijn verlossingsplan in u uitvoeren. Zónder deze verwachting wordt u nooit als zoon van God geopenbaard.

Toen Jezus op aarde rondging, was de grote vraag: hoe kan deze Mensenzoon tegelijkertijd Zoon van God zijn? De religieuze wereld aanvaardde daarom zijn verschijning niet. In onze tijd is de probleemstelling: hoe kunnen zonen van mensen ook zonen van God zijn? Opnieuw wordt deze gedachte door de godsdienstige mens als een onmogelijkheid van de hand gewezen. Het woord van God gaat echter uit: overwinnende en om te overwinnen. De zonen van God zullen geopenbaard worden.

Er is een heilsverwachting voor de zuchtende aarde. Daarom klimmen w naar de top van de berg Sion, waar het parlement samengeroepen wordt van de nieuwe wereldregering. Wij willen horen bij de legers in de hemel, die de Koning van de koningen volgen op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos linnen. Ieder in zijn rangorde: als eerste de Zoon van God en vervolgens de zonen van God met wie Hij zijn Koninkrijk kan vestigen. Wat wilt u?