De realiteit

  • ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld bekendgemaakt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde komen’ (Matth.24:14).

Het aanvaarden van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen maakt de opnieuw geboren christen tot realist. Dit evangelie zorgt voor een reële voorstelling van het volkomene, waarbij het zwaartepunt niet in het materiële maar in het geestelijke ligt. Het woord realiteit is verwant met zien. Een realist heeft visie. Tot Johannes werd gezegd: ‘Schrijf op wat je gezien hebt’. Johannes schreef:

  • ‘En ik zag en zie, een wit paard en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen’ (6:2).

De naam van deze ruiter was het Woord van God, Jezus Christus, beeld van onze realiteit want er staat: ‘Het  hemelse leger, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden’. Ze zijn de verkondigers van het eeuwig evangelie dat Jezus eenmaal op aarde predikte. De herauten van de Mensenzoon brengen zijn evangelie in alle landen en dan komt het ‘einde’, de vervulling van het waarachtige: ‘En ik zag en zie, een witte wolk en op de wolk zat iemand als een Mensenzoon, met op Zijn hoofd een gouden kroon’ (Openb.14:14). Onze realiteit is om deel uit te maken van deze wolk, die beeld is van de verheven plaats die de gemeente van Jezus Christus in de hemelse gewesten inneemt. Er is veel te zien in de geestelijke wereld.

Tegenstand

Johannes zag ook een beest, dat opsteeg uit de zee. Dit visioen hoorde bij de tegenstander, die de realisering van de waarheid weerstaat. Het luidt het antichristelijke tijdperk in. Maar Johannes zag de realiteit van Zijn Heer, die met eer en heerlijkheid gekroond is en hij schreef: ‘Ook zag ik tronen en zij zetten zich daarop en aan hen die erop zaten werd recht gedaan en het oordeel werd hun gegeven’ (Openb.20:4). Dat is het resultaat, wanneer dit evangelie van het Koninkrijk over de hele wereld is gegaan. Wie oren heeft om te horen, die hoort wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Niet achterom kijken

De reële waarheden van de opnieuw geboren christen zijn grootse voorstellingen die altijd op de toekomst zijn gericht. Hij is geen bejaarde fundamentalist die achterom kijkt, want hierdoor werkt men het aftakelingsproces in de hand. Zijn realiteit betreft de openbaring van de zonen van God. De ware christen verlangt ernaar mens te worden die naar het beeld van God is gevormd en op Hem lijkt en die toegerust is om in het rijk van God als koning te regeren. Hij kijkt niet naar het verleden, want dit is niet relevant. Hij ziet uit naar nieuwe en komende dingen. Het oude is voorbijgegaan. Hij houdt zich bezig met het ‘einde’, dat is met de vervulling van de beloften. Paulus schreef:

  • ‘Maar ik hou vol in de hoop dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft’ (Fill.3:12).

Ook hij was in zijn ouderdom nog een realist. Die waarheid vormt ook het toekomstbeeld van de Mensenzoon, die zonen vormt, die volkomen zijn en tot alle goede werken volkomen toegerust (2 Tim.3:16). De werkelijkheid van Jezus is ‘om een gemeente voor zich te plaatsen, die stralend is, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat ze heilig is en onbesmet’ (Ef.5:27). De werkelijkheid is, dat men met heel zijn geest, ziel en  geestelijk lichaam in elk opzicht gaaf en onberispelijk zal zijn bij Zijn terugkomst.

De realiteit – voor velen onbekend

Deze realiteit is voor veel kerkmensen een onbekende zaak. Zij hadden en hebben een geloof met vage begrippen en zonder doel. ‘Tot alle goede werken toegerust,’ wordt bijna altijd automatisch vertaald met ‘zondaar tot de dood’. De uitverkiezing is een eindeloze rampzaligheid, waar geen plaats is voor een reële toekomst. De weg van de uitverkiezing tot behoud gaat buiten de voorwaarden tot vernieuwing en vlekkeloosheid om. Zelfs de persoon van Jezus is voor deze uitverkiezingleer van eeuwigheid niet onmisbaar, want ze is al verankerd in de onveranderlijke raad van God.

Ook wordt de realiteit van de openbaring van de zonen van God geblokkeerd door een opnameleer, die wel een grote ontrouw van het volk van God kent, maar geen volle zegen brengt. Men zou immers geen deel hebben aan de late regen, waarop de Landman wacht om de rijpe vrucht te zien als het ‘einde’ van zijn werk. Wij blijven echter onveranderlijke realisten, want wij bezitten een goddelijke visie. Daarom weigeren wij het evangelie van het Koninkrijk der hemelen te verkwanselen en compromissen te sluiten met hen die een aardse weg bewandelen. Wij houden het hemelse perspectief voortdurend in zicht en verblijden ons in het draaiboek van de komende gebeurtenissen. Daarom weigeren wij naar rechts of links te kijken om zo meegesleurd te worden door de misleidende geesten die in onze tijd werkzaam zijn.

Wij zullen overwinnen

Jezus zegt: ‘Dit evangelie van het Koninkrijk der hemelen, dat Ik in deze laatste jaren opnieuw geopenbaard heb, zal over de hele wereld worden gebracht’. Hij vraagt Zich daarbij wel af: ‘Zal Ik nog geloof vinden in deze specifieke boodschap, die Ik eenmaal zelf op aarde drie jaar lang predikte?’ Zijn er nog gelovigen die werkelijk in Mij geloven? Zijn er nog realisten in verband met mijn terugkomst? Vanuit zijn gevangenis schreef Paulus – ook een realist: ‘Wees altijd verheugd’, want die bereikt het einddoel. Petrus schreef dat de apostelen ‘geen sprookjes waren nagevolgd, toen zij de kracht en de komst van Jezus hadden verkondigd’ (2 Petr.1:16). Daarom tellen wij geen aantallen en houden geen rekening met natuurlijke mogelijkheden zoals geld, invloed of media, want de wereld wordt overwonnen door ons geloof in het brengen van het evangelie van het Koninkrijk van God. Wij overwinnen de wereld, omdat wij het oog voortdurend richten op de hemel en niet op de aarde. Wij overwinnen, omdat ons goede nieuws alles te boven gaat. De hemelse realiteit stuwt ons voort, zodat wij niet door matheid van ziel verslappen of met knikkende knieën de levensweg afleggen.

Doemdenken

In deze tijd is het woord ‘doemdenken’ ook bij zogenaamde christenen ingeburgerd. Zij houden zich constant bezig met de ruiters die het overwinnende Woord vergezellen, dus met die op het rossige, op het vale of op het zwarte paard en met de hen begeleidende rampen. Hen rest nog slechts een vage hoop om in een ondeelbaar ogenblik door een mysterieuze hemelvaart te kunnen ontkomen. Zij schuwen immers de strijd, want ze zijn er niet voor klaar gemaakt. Zij worden onrustig bij de omringende teksten van Mattheüs 24:14. Daar is sprake van ‘ten val komen’, ‘valse profeten’, ‘wetsverachting’, ‘de gruwel van de verwoesting’, ‘grote verdrukking’. Maar Jezus zegt in vers 13 niet: wie volhardt tót de eindtijd, maar wie volhardt tót het einde, dat is tot de realisering van mijn werkelijkheid, zal gered worden.

Onze specifieke tekst

Het evangelie van het Koninkrijk gaat verder. Het is de hoge weg door de (geestelijke) en geen natuurlijke woestijn. Het gaat als een licht door de chaos van de eindtijd: ‘Want duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de volken, maar over u zal het licht opgaan en mijn heerlijkheid zal over u gezien worden’. Het evangelie van het Koninkrijk ontwikkelt zich in de verborgenheid van ons hart ondanks de tegenstand van de duivel en ondanks de verkettering die wij overal ontmoeten. Het zal de wereld doorgaan en overal worden gehoord. Het zal alle mensen dwingen hun standpunt in te nemen: ja of nee, voor of tegen. Christus zal de Sterkere blijken!

Mosterdzaadje

Het evangelie van het Koninkrijk komt overeen met een mosterdzaadje, dat kleiner is dan alle andere zaden. Dit minuscule begin is opnieuw in de aarde gebracht. Het zal echter tot een grote boom worden, zodat de vogels van de hemel in zijn takken gaan nestelen. Het evangelie van de onzienlijke geestelijke wereld trekt immers de heilige engelen naar ons toe. De engelen van de gemeenten komen weer in actie (Openb.12:7,8).

Babylon

De tegenstelling hiervan vindt men in het grote Babylon, dat een woonplaats is van demonen en een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte. Om in de laatste dagen zijn realiteit te concretiseren stort de Heer Jezus, Gods Heilige Geest in rijke mate over ons uit. Daar stellen wij ons geheel op in. Het evangelie is geen leer van de aarde, maar houdt zich bezig met de onzienlijke wereld, niet met een aards Jeruzalem maar met een hemels, want deze stad is ónze moeder (Gal.4:26; Hebr.12:22). Daarom leent dit evangelie zich niet tot dogmatiseren.

Belijdenisgeschriften

In het hemels Jeruzalem kan men geen belijdenisgeschriften opstellen en die ter ondertekening voorleggen. Dit evangelie betreft een strijd in de hemelse gewesten. Het gaat over directe inspiratie door Heilige Geest en over het luisteren naar de stem van een sprekende God. Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen houdt zich bezig met het leven en daarom is het dynamisch en niet statisch. Het veroorzaakt een groeiproces, want het ontwikkelt zich uit een mosterdzaad. Het is niet op te vangen in een aantal leerstellingen. De Farizeeën waren altijd druk bezig met leerstellingen. Zij hadden afgebakende voorschriften en hun wetten omheinden een heel volk. Het evangelie van het Koninkrijk is echter een geloofsprediking, waarbij men de onzienlijke dingen leert te grijpen. Het geloof hecht zich aan de inhoud en het doel van dit evangelie. Wie op de troon van God wil plaatsnemen, zal kennis moeten verzamelen van die geestelijke wereld, waar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn met de heilige engelen. Daarom staat er: ‘Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is’ (Col.3:1,2).

Getuigen

Wij zullen voorzichtig moeten zijn met de manier waarop wij de geestelijke wereld onder woorden brengen. Jezus verborg zijn leer zelfs in gelijkenissen vanwege de afgeslotenheid van zijn luisteraars voor de hemelse zaken. In de loop van de tijden ‘was immers het hart van het volk van God vet geworden en hun oren waren hardhorend geworden’ en dit deed God niet (zoals de bedelingenleer ons voorhoudt) maar de verharde Joden zèlf. Wij hebben geen reden om ons te verheffen. Ook wij weten nog niet alles en ook onze kennis is nog onvolkomen, maar we zijn bezig de sluier die alle volken nu nog bedekt, te vernietigen. Onze opdracht is om te getuigen, want het evangelie van het Koninkrijk moet gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken.

Wij zullen ervan getuigen dat God enkel goed is, dat Hij een goede Schepper is, uit wie alleen iets goeds voortkomt. Zijn Zoon is ook goed, want Hij redt, geneest en doopt met Gods Geest. Daarom verkondigen wij het evangelie van God of dat van Christus. Paulus sprak over ‘mijn’ evangelie en dat doen wij ook, want wij identificeren ons met deze boodschap. Wij getuigen wat God en zijn Zoon deden en nog doen voor ons en in ons en door ons. Ook hebben wij de zekerheid ‘dat God een medegetuigenis geeft door tekens en wonderen en veel krachten en door de Heilige Geest uit te delen naar zijn wil’ (Hebr.2:4). Deze wil is altijd gericht op het goede en op het volkomene (Rom.12:2).

Geen onheil en verderf

Wij kondigen geen onheil en verderf aan, geen hel en verdoemenis, hoewel ze er wel zijn. Onze opdracht is om vreugdeboodschappers te zijn voor allen die honger en dorst hebben naar de gerechtigheid. Wij zijn boodschappers van het goede nieuws, van het aangename jaar van de Heer. Wij zaaien goed zaad, terwijl wij bij het opgroeien het onkruid niet uittrekken, zoals men dit vroeger met geweld meende te moeten doen. Wij wijzen alleen het onkruid aan. Werkelijk, het einde is dichtbij gekomen en de realiteit wordt bereikt door de bekendmaking van dit evangelie!

  • ‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer’ (Openb.21:1).