De boodschap van het Koninkrijk der Hemelen

  • ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij’ (Marcus 1:15).

Dit was de boodschap waarmee Jezus het land doorging. Hij vertelde over de onzienlijke wereld die zintuiglijk niet waarneembaar en ondanks dat toch reëel is. Hij openbaarde door zijn boodschap de Vader, zijn wil, zijn bedoelingen en zijn wezen: ‘Ik heb aan de mensen, die U Mij uit de wereld gegeven hebt, Uw naam bekendgemaakt’. Hij openbaarde ook de bewoners van de onstoffelijke wereld, hun werkwijze en de wetten waaraan zij onderworpen zijn. Hij sprak van de engelen, die uitgezonden zijn voor hen die de redding door Jezus erven en als wachters altijd de hemelse Vader zien. Hij ontmaskerde de machten van de duisternis onder aanvoering van satan. Hij wees hen aan als de vijanden van God en van de mensen, als de bewerkers van alle ongerechtigheid.

Jezus had de ware theologie en de ware dogmatiek. Hij hanteerde de sleutels van het Koninkrijk: wie Hem volgde kreeg kennis, inzichten verstand van hemelse zaken. In Mattheüs 16:9 lezen we dat Jezus aan Petrus en met hem aan de andere leerlingen de sleutels geeft van het Koninkrijk der hemelen. De bedoeling van Jezus was dat zijn apostelen het werk zouden voortzetten, dat Hijzelf op aarde deed door de geheimenissen van het Koninkrijk van God ook aan anderen door te geven.

Apostelen zijn dus mannen die van God bijzonder inzicht ontvangen hebben met betrekking tot de geheimen van het Koninkrijk. Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk der hemelen kennen, hun is dat niet gegeven’. Het Koninkrijk der hemelen was voor allen, die in het oude verbond leefden, een onbekende zaak: ‘Veel profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen’. Jezus verkondigde dingen ‘wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was’ (Matth.13:11,17,35). Er was door de profeten over het Koninkrijk gesproken, maar zij hadden het niet begrepen. Voor zijn apostelen opende Jezus de Schriften. Zij hebben zijn leer van de geheimen van het Koninkrijk begrepen en die doorgegeven.

Ook Paulus rekende zich tot de apostelen, hoewel hij zelf geen leerling van Jezus was. Als Paulus zich een apostel noemt, beroemt hij zich niet op zijn natuurlijke afkomst of theologische kennis – hoewel hij dit wel zou kunnen – maar op gezichten en openbaringen waardoor hij inzicht kreeg in de geheimen van het Koninkrijk (2 Cor.11,12). Paulus was immers in de derde hemel opgetrokken en had daar in het paradijs de uiteindelijke overwinning gezien van het Koninkrijk van God. Hij zag het centrum van de stad van God, het paradijs met de boom van het leven. God zelf was hiervan niet alleen de bouwmeester, maar ook de kunstenaar en ontwerper. Wijzend op het inzicht dat de Heer hem gaf, vervolgt hij in zijn brief aan de Efeziërs:

  • ‘Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus. Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten’.

Apostelen en profeten zijn geroepen om te functioneren vanuit de onzienlijke wereld. De profeet is de bovennatuurlijke herder, die met woorden rechtstreeks uit de troon de gemeente bouwt, opbouwt en bemoedigt, vermaant en vertroost. Door de profeet ‘komt alles wat heimelijk beweegt aan het licht’ en door de apostel de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen (1 Cor.14:25).

Geestelijke kennis

Het Koninkrijk van God laat zich niet zomaar aanwijzen, maar het is binnen in de mens (Luc. 17:20,21). Het betreft de innerlijke en onzienlijke mens. Jezus verweet de wetgeleerden en schriftgeleerden dat hun leer met uiterlijk vertoon gepaard ging en hun religie aardsgericht was. Van de onzienlijke dingen hadden zij geen idee. Zij hielden alleen rekening met zichtbare zaken. Daarom verweet Jezus deze leiders dat zij het Koninkrijk van de hemelen toesloten voor de mensen. ‘Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe’ (Matth.23:14). Deze geestelijke leiders hadden de sleutel van de kennis weggenomen, de sleutel tot het Koninkrijk der Hemelen, de onzienlijke wereld. Deze geestelijke leiders hadden het Koninkrijk van God tot een aardse zaak gemaakt. Daarom doodden zij de apostelen en profeten, de boodschappers van de onzienlijke wereld (Luc.11:49).

Ook Paulus kende geen enkele toegeeflijkheid tegenover deze vervalsing van het evangelie van het Koninkrijk. Hij noemde zijn tegenstanders die aardse glorie en uiterlijke vorm zochten, bedrieglijke arbeiders, die zich slechts voordoen als apostelen van Christus (2 Cor.11:15). Deze mannen voldeden niet aan de eisen die aan apostelen en profeten vanaf het begin werden gesteld. Iemand die zichzelf zo noemt of door mensen daartoe verkozen wordt, is biet automatisch een apostel. Alleen hij of zij die zijn hemelse roeping bevestigd ziet door het geestelijk inzicht dat de Heer hem schenkt en de tekens die hem vergezellen, is een apostel (2 Cor.12:12).

Vandaag de dag

Ook wij leven in een tijd waarin het waarachtige, geestelijke inzicht in de geheimen van het Koninkrijk van God voor een groot deel verdwenen is. De kerk van vandaag gebruikt haar ‘sleutels’ alleen in de zichtbare wereld door mensen door haar leergezag en organisatorische structuur aan zich te binden of hen te excommuniceren, wanneer zij zich daaraan niet onderwerpen. Maar de tijd van het oordeel komt. De ‘grote en sterke stad’ – die op aarde gebouwd is en niet in de hemel – wordt in één uur verwoest:

  • ‘Juich om haar, hemel, juich heiligen, apostelen en profeten! Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken’ (18:20).

Toen de Heer Jezus op aarde was, werden veel gebonden mensen en zieken tot Hem gebracht. Hij hanteerde dan de sleutels van het Koninkrijk, trad in de geestelijke wereld en bestrafte en strafte de machten van de duisternis. Het gevolg was dat de bezetenen vrij werden en de kwalen weken. Deze sleutels nu gaf Hij aan zijn volgelingen. Hij gaf hun daarmee inzicht in de structuur en de wetten van het Koninkrijk van God. Jezus wil dat de stem van de sleuteldragers zal doorklinken in de onzienlijke wereld. De machten van de duisternis zullen op die manier gebonden worden en losgemaakt van hun slachtoffers die zij door zonde en ziekte geketend hadden.

Dit apostologische evangelie wordt ook nu doorgegeven. Het is de boodschap die Jezus bracht. God schenkt ons zijn Geest en deze valt als een late regen op de ware gelovigen. Gedoopt met deze Geest kunnen zij de grote opdracht weer gehoorzamen: ‘In mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen’. Als wij door de Geest van God de onreine geesten uitdrijven, is het Koninkrijk van God weer over ons gekomen. Daarom:

  • ‘Wees niet bang, kleine kudde, want uw Vader heeft u het koninkrijk willen geven’ (Lucas 12:32).