De bedekking weggenomen

  • ‘Op deze berg verscheurt Hij de bedekking die over alle volken ligt, de sluier die alle naties bedekt’ (Jesaja 25:7)

Geheimen onthuld

De grote opdracht voor Gods Zoon, Jezus Christus, bestond hieruit dat door zijn prediking de geheimen van het Koninkrijk der hemelen werden onthuld en de gedachten van God over de mens bekend werden gemaakt. Jezus toonde zijn luisteraars de onzienlijke wereld, hoe het daar toegaat en wie daar hun vrienden en wie hun vijanden waren. Hij leerde hun werkelijk bidden, dat is bezig zijn in de hemelse gewesten en daar te wandelen, te strijden, te overwinnen en schatten te verzamelen. Hij toonde ook aan dat de godsdienstige leiders van zijn tijd, ondanks hun rechtzinnigheid, door de boze geestenwereld werden bespeeld en de duivel tot vader hadden.

Jezus liet de weg zien, waarlangs allen die honger en dorst hebben naar de gerechtigheid, kinderen kunnen worden van God, zijn hemelse Vader. Hij leerde hoe zieke en gebonden mensen kunnen worden verlost van de demonen van de duisternis en hoe zij, die in de leugen verstrikt zijn, door de waarheid kunnen worden vrijgemaakt. Jezus heeft voor de eerste maal in de geschiedenis de mysteries van het Koninkrijk der hemelen onthuld. Hij deed dit vaak door het vertellen van gelijkenissen:

  • ‘Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was’ (Matth.13:35).

In het oude verbond wist men immers niet dat God nog een hoger doel met de mens had dan alleen zijn ontwikkeling als rechtvaardige op aards niveau. Toen zei men: ‘De hemel is de hemel van de Heer, maar de aarde heeft Hij aan de mensen gegeven’ (Psalm 115:16). God had liefde voor allen die op aarde rechtvaardig en onberispelijk leefden en in hen die zijn geboden en eisen nakwamen. Het oude verbond had echter geen oplossing voor de mens die bezet gebied was, die wel het goede wilde, maar die onmachtig was dit ook te doen. Paulus beleed:

  • ‘Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde (macht) die in mij heerst’ (Romeinen 7:19,20).

Het oudtestamentisch gerichte evangelie, dat ook in deze dagen nog volop (en eigenlijk alleen maar) in de kerken gepredikt wordt, kent geen weg tot overwinning, kent geen bevrijding van satans demonen en geen verlossing. Het kent beslist geen ontwikkeling tot een volmaakt geestelijk mens. Veel christenen hebben de kerk wel verlaten, maar hebben haar inwonende, zichzelf verwerpende geesten helaas meegenomen. Men ziet ze nu openlijk collaboreren met politieke en gerechtelijke bananenkartels in de wereld en ze laten hun volgelingen omkomen.

Vanaf de grondvesting van de wereld hing voor het Koninkrijk van God een sluier. Ook voor Adam in het paradijs was het rijk van God een verborgen zaak. Hij was een goede natuurlijke man, maar toen de Heer hem een blik wilde gunnen in de onzienlijke wereld, kwam de duivel met zijn leugens. Omdat het eerste mensenpaar deze geloofde, kwam er een scheiding tussen God en hen. Het gordijn werd weer dicht getrokken. De natuurlijke mens die niet met boze geesten verbonden is, kent nog geen scheiding van God. Over kinderen wordt gezegd: ‘Want voor hen is het Koninkrijk der hemelen’, dit geldt ook voor ‘de vervolgden om de gerechtigheid’. De bedekking komt door leugen en zonde. De wijsheid van de natuurlijke mens is dan niet alleen aards en ongeestelijk, maar bovendien demonisch zoals in Jacobus 3:15 staat.

Versluiering en bedekking

Eeuwenlang wisten christenen ook geen raad met het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. Zo wordt bijvoorbeeld de benaming ‘Apocalypsis’ ook weergegeven door het woord ‘ontsluiering’, maar desondanks bleef het boek Openbaring een geheim. God zij dank is er meer zicht op de geestelijke betekenis van de visioenen en beelden, omdat er nu opnieuw geboren en Geestvervulde christenen zijn. Men heeft dit Bijbelboek steeds uitgelegd op het natuurlijke vlak, omdat de kinderen van God net als de gemeente te Efeze van toen, van hun hoogte waren gevallen, dus uit de hemelse gewesten op aarde (Openb.2:5). De Heer heeft echter door zijn Geest de bedekking, die over dat boek lag, weggenomen. Hij rolt haar op als een kleed.

Voor wie echter niet in zijn denken vernieuwd is, blijft de onzienlijke, geestelijke wereld een dwaasheid, want een ongeestelijk mens aanvaardt niet wat van de Geest van God is. Hij kan het niet begrijpen, omdat het slechts geestelijk is te beoordelen (1 Cor.2:14).

Zijn geest is niet ontwikkeld en niet uitgegroeid. Alleen het natuurlijke leven kent bij hem een groei en zijn geest blijft verbonden met de aarde (Openb.8:13). Zijn wijsheid, kennis en onderscheiding van geesten hebben niets te maken met een herkennen van het goede en kwade in de hemelse gewesten. Integendeel; deze waarden worden vandaag geheel omgedraaid door hunzelf binnengehaalde demonen.

De bedekking ligt over alle volken

De profeet Jesaja zegt, dat de versluiering van denken alle volken geldt en daar kunnen ook alle kerken en continenten met hun regeringen en talloze ‘leiders’, aan toegevoegd worden. Er is een bedekking waarmee alle volken bedekt zijn, net zoals dit het geval was met het volk Israël. De voorstellingen die men had en heeft over het rijk van God, zijn als een versluierde foto, vaag en onherkenbaar. Een bedekking is een sterkere uitdrukking dan versluiering. Een bedekking houdt de mens volkomen aan de grond, laat hem struikelen en vallen. Zij is ondoordringbaar, terwijl men door een sluier nog enigszins iets kan waarnemen.

Paulus schreef dat bij de wetsvoorlezing een bedekking op het hart van de kinderen van Israël lag. Daarom zijn ze als volk gestruikeld en gevallen. Zij konden de wet niet houden en niet waarmaken, want de waarheid was versluierd door leugens. Hun gedachten waren verhard door verkeerde gedachten. Deze verharding was het gevolg van de inspiratie van demonen, want zij hadden de duivel tot vader en die is de leugenaar vanaf het begin. Deze bedekking verdwijnt alleen in Christus, dit wil zeggen door de prediking van zijn eeuwig evangelie. Paulus schreef dat hij de waarheid aan het licht bracht, zodat Jood en heiden werd verlicht. Toch nam het evangelie dat hij verkondigde niet altijd de bedekking weg, want het had niet altijd resultaat. Het was bedekt bij hen die verloren gingen:

  • ‘De ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is’ (dus die een waar geestelijk mens is – 2 Cor.4:4).

De god van deze wereld die het gedachteleven beheerst, heeft zo’n grote invloed op mensen, dat hun verstand waarin de overleggingen geboren worden, niet meer zuiver functioneert. Het werd niet ‘geopend’ zoals eenmaal bij de Emmaüsgangers, maar het bleef dicht. De bedekking ligt over alle volken, want alleen de waarheid maakt vrij en laat de dingen zien zoals ze werkelijk zijn. Alleen door het evangelie van Christus gaat de christen het Koninkrijk der hemelen bewust binnen. Dan gaat hij zien en horen. Dan krijgt hij een verlicht hart en wordt de bedekking weggenomen.

Door een evangelieprediking, die vermengd is met leugen en dwaling, kan men niet in de geestelijke wereld kijken. Leugen en zonde vormen de scheiding tussen God en de mens. Die vormen de bedekking. In Christus wordt de versluiering en de bedekking weggenomen. De verzoening door het bloed neemt immers de zondeschuld weg en de waarheid de leugen. Daarom wordt gezegd: ‘Zij hebben de duivel overwonnen door het bloed van het Lam en het woord van hun getuigenis’ (Openb.12:11). Hierdoor heeft de mens geen besef meer van kwaad en krijgt hij een gezicht, waarop geen bedekking meer is en weerspiegelt hij de heerlijkheid van de Heer. Men zou ook kunnen zeggen dat de bedekking wordt gevormd door de talrijke gebondenheden. Wordt de mens hiervan bevrijd, dan wordt de mogelijkheid geboden de gerechtigheid te doen en de waarheid te begrijpen en als een vrij mens naar het beeld van Christus toe te groeien.

Bergopwaarts

Paulus zei: ‘Wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele’ (1 Cor.13:9). Er blijft dus ook dan nog een versluiering in het denken. Er is een gedeelte dat nog onbekend is. Wanneer echter het volkomene in het zicht komt, wordt het onbekende gedeelte steeds kleiner. De raadsels waarover de apostel sprak, worden steeds verder opgelost. Het onvolmaakte wordt steeds meer volmaakt. Wie heilig is, wordt steeds meer geheiligd. Wie volmaakt is, wordt steeds meer volmaakt. Dit alles gebeurt door Woord en Geest. Op dit spoor gaan opnieuw geboren en Geestvervulde christenen dan steeds verder de berg Sion op, totdat zij volgroeid zijn en de volwassenheid hebben bereikt. In Hebreeën 12:22 staat:

  • ‘U staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem’.

Deze opmerking werd eeuwen geleden geschreven en veel mensen blijven maar naspreken, dat zij de berg van God aan het naderen zijn. Ze zijn echter nog nooit tot het beklimmen ervan toegekomen. Dit is een verschrikkelijke constatering, want het Lam en zijn vrijgekochten bevinden zich op de top van deze berg. Men zoekt echter geen groei en geen vooruitgang. Opnieuw geboren christenen belijden echter dat zij de berg al aan het beklimmen zijn. Hoe hoger zij komen, hoe meer uitzicht zij krijgen. Dit betekent dan voor hen dat de sluier doorzichtiger wordt en tenslotte helemaal verdwijnt, of met ons tekstwoord te spreken: ‘vernietigd wordt.’ Hun opdracht luidt: ‘Zeg het Israël van God dat het voorttrekt, dat het steeds hoger moet klimmen’. Daarom vergeten zij wat achter hen ligt en kijken zij uit naar wat voor hen ligt, jagend naar het doel, om de prijs van de roeping van God, de prijs die van boven is in Christus Jezus.

Apostelen, profeten en leraars

God schenkt apostelen, profeten en leraars als gidsen om de hoge weg af te bakenen en door middel van het eeuwig evangelie wegwijzers te plaatsen, zodat de reizigers niet zullen ronddwalen. De tijd van nu komt overeen met die van het volk Israël in de natuurlijke wereld. Dit ontving de opdracht te midden van duisternis, donkerheid en een brandend vuur een tastbare berg te bestijgen (Hebr.12:18). Er staat dat het volk in de legerplaats beefde en het liet afweten (Exodus19:13-16). Wie tot God nadert, krijgt te doen met het vuur van demonen, met verstikkende rookwalm, met stormwind en zwaar onweer. De doop in Gods Heilige Geest is immers verbonden met die in vuur, want ook ‘onze God is een verterend vuur’.

Wie echter boven de duisternis en de wolkengevaarten uitstijgt, komt in het volle licht van Gods genade. Die ziet een hemels panorama. Bij de beklimming van de berg Sion zal veel natuurlijke ballast moeten worden weggegooid en ook alle last en zonde, die ons vaak in de weg staat. De sluier en de bedekking worden op de berg Sion vernietigd tijdens het beklimmen, want wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, zal Hij de weg wijzen tot de volle waarheid!