God wil u redden

  • ‘Dat nu de God van de hoop u mag vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, zodat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van Zijn Geest’ (Rom.15:13).

Ik ben enorm dankbaar dat ik de boodschap van het Koninkrijk van de hemelen, zoals Jezus die leerde, heb leren verstaan voor mijn eigen leven. Het heeft mijn geloof inderdaad vervuld met vreugde en vrede. Toen ik twaalf jaar was, vroeg ik me vaak af of God wel bestond; altijd kwam ik tot de conclusie dat er toch een macht moest zijn die alles geschapen heeft. Wat een wijsheid als je kijkt naar mensen-, dieren- en plantenwereld, hoe dat alles functioneert! Door mijn opvoeding kwam ik op club, catechisatie en de gereformeerde jeugdvereniging terecht. Hoewel ik er belangstelling voor had, gaf het me het eigenlijk geen voldoening. Ik deed belijdenis op grond van de Bijbel, dat Jezus je redder is en je niet verloren zou gaan wanneer je in Hem gelooft. Eén ding wist ik zeker: aan Jezus wilde ik me onderwerpen, maar aan dogma’s, formulieren, enzovoort, nee, dat boeide me beslist niet.

In die periode kwam ik via een vriendin bij een christelijke studentenvereniging terecht. Op de meetings werd enthousiast gesproken en gezongen over Jezus Christus. Mijn ogen gingen een beetje open; wat een blijdschap en al moest ik er erg veel moeite voor doen om daar te komen, ik was enorm blij als ik er weer geweest was. Aan twee mensen die een gebedsverhoring meegemaakt hadden, vroeg ik uit welke kring of kerk zij kwamen. Het bleek een gemeente te zijn, waar het eeuwig evangelie werd gebracht en dat knoopte ik in mijn oren.

In diezelfde tijd kwam ik geregeld bij onze buurvrouw, die me heel ontspannen vertelde wat de Heer in haar leven gedaan had, hoe Hij haar verlost had van dodelijke angsten. En hoe haar gezin veranderde. Dat kon ik zelf constateren; er heerste een klimaat van vrede. Natuurlijk mocht ik mee naar de gemeente daar. Dolgraag wilde ik mee, maar werd ervan weerhouden.

Enige tijd later verhuisde ik. Daar keek ik de kranten na of er ook samenkomsten gehouden werden van zo’n gemeente en inderdaad. De eerste keer dat ik er was, had ik veel kritiek; er waren totaal geen jonge mensen. Ik dacht: hier zien ze mij nooit weer. Totdat er een visioen kwam: er werd een huis gebouwd, en de woorden daarbij waren: ‘Ik zal zelf mijn gemeente bouwen en de stenen breng Ik zelf aan.’ Zo, dat gaf te denken, als dit nou werkelijk van de Heer was? Met een vriend – nu mijn man – die ik intussen op een Youth-for-Christ-avond ontmoet had, ging ik weer terug. Die zondag werd er iemand ‘bediend’. Demonen werden verjaagd in de naam van de Heer Jezus en genezing werd in diezelfde naam meegedeeld. Het kwam mij vreemd over. Zou het wel Bijbels zijn? We kregen een boekje mee en werden uitgenodigd op de Bijbelstudie te komen. Ook werden we geweldig opgevangen door een echtpaar, die eigenlijk hadden willen scheiden maar die nu door dit evangelie blij konden zijn met elkaar (en dat is te merken). Altijd hadden ze de deur voor ons open, waar we veel gebruik van hebben gemaakt.

We zochten alles in de Bijbel na of het wel echt was. Steeds duidelijker kwam het echte evangelie (van bevrijding en herstel) naar boven. We gingen elkaar anders zien. Wanneer je als mens van verkeerde en slechte eigenschappen verlost wil worden en gaat streven naar het goede, word je gaaf en mooi van innerlijk. Ons denken werd veranderd, werd positief; we gingen hoe langer hoe meer van elkaar houden, wat resulteerde in ons huwelijk. De ochtend na de vervulling met Gods Geest kwam er bij mij een enorme hoofdpijn opzetten, zoals ik vaak had. Maar nu was Gods kracht in mij en in de naam van Jezus heb ik mijn vijand aangesproken. Onmiddellijk verdween de pijn. Mijn hart juichte. De zon was over mij opgegaan en hij is niet weer ondergegaan. Dit evangelie bazuinde ik uit, maar helaas, velen willen het niet weten. Degenen die er wel op ingaan, en dat is heerlijk om te zien, worden fijne positieve mensen, verlost van de zonde en er komt vrede in hun hart.

Al met al ging ik nog steeds naar de kerk, maar ik wist nu veel meer. Ik heb de Heer gebeden waar nu mijn plaats zou zijn. Tot drie keer toe kreeg ik dezelfde tekst onder ogen: 1 Corinthiërs 5:7

  • ‘Verwijder dan het oude zuurdeeg, zodat u een nieuw deeg zult zijn’.

Toeval? Ik was nog niet tevreden en heb de Heer om een teken gevraagd. Dat teken kwam op een moment dat ik een lied zong, met als refrein ‘Hij verhoort uw gebeden alleen’. Duidelijker kon niet. Ook wilden we gedoopt worden, als getuigenis van wat binnen in ons gebeurd was: met Hem begraven en met Hem opgestaan tot nieuw leven. Samen gingen we het water in, kopje onder en stonden weer op uit het watergraf. Dit beeld heb ik de vijand in de hemelse gewesten vaak voorgehouden. De satan heeft geen recht meer op mijn leven. Wij vonden het een geweldig voorrecht al deze dingen in onze verkering / verlovingstijd verwerkt te hebben, zodat we samen hetzelfde doel hadden en nog hebben, wat je één maakt en enorm veel misverstanden voorkomt. Voor onze trouwdag hebben we gebeden of de Heer zelf daar zou zijn. Het antwoord: ‘Ik zal daar zijn’ werd bevestigd in een profetie die over ons leven uitgesproken werd. Het ontroerde ons, de Heer zelf had Zijn hand op ons leven gelegd. De Vader van Jezus is een God van dichtbij.

Dat merkten we ook tijdens de geboorte van onze tweeling. Er was een geweldige tegenwerking. De dag tevoren kwam ik flink te vallen; in het ziekenhuis werkte het team behoorlijk langs elkaar heen: in plaats van een infuus te geven, pompten ze bloed uit een ader. De vacuümpomp, waarmee de kinderen gehaald werden, werkte niet. Maar wij stelden ons vertrouwen op de Heer, die sterker is en wat meer is: overwinnaar over duistere krachten, zodat we dokters en verpleegsters moed konden inspreken. Het was geweldig dit te ervaren. En wij kregen een koninklijk geschenk: een zoon en een dochter.

Al wilde ik nooit meer een bevalling meemaken, ik wist dat het ook anders kon en dat hebben we bij de geboorte van onze andere dochter ervaren, waarbij echt alles voorbeeldig verliep. We hebben een machtige Heer en een fijne gemeente waar de Heer zijn kracht ontwikkelt. Er is nog heel veel meer te vertellen van wat de Heer doet in ons leven en al die zegeningen stimuleren ons al de woorden van de Heer voor waar te houden en ons uit te strekken naar het doel wat Hij stelt aan Zijn beeld gelijkvormig te zijn.

  • Mijn man vertelt:

Het evangelie van het Koninkrijk van God maakt echt vrij, al kon ik dat in het begin niet beamen. Nog erger, ik had gewoon niet door dat ik niet vrij was. Ik was driftig, oneerlijk, had haat tegen deze en gene en zo waren er wel nog meer van die ‘schoonheidsfoutjes’. Ik rommelde maar wat aan. Trouw naar de kerk gaan deed ik wel, maar dat was meer omdat het moest, want het kon mij niet zo boeien. Dat was eigenlijk wel logisch, want àls er wat inging, was het ook zo weer geroofd. Mijn vrouw, die ik bij Youth-for-Christ had ontmoet, ging in mijn leven een plaats innemen. Het klikte wel en als ik een paar dagen overkwam, arriveerde ik daar in een feeststemming, wat wel te begrijpen is. Maar dat blijde was altijd maar van korte duur, omdat het werd weggedrukt door irritatie. Dit uitte zich dan in een lang gezicht, ergernissen en nog meer van die ‘ondingen’.

Ik maakte het zelfs zo bont dat tijdens de vakantie, die we via de jeugdherbergen in het buitenland hadden, de verkering uit raakte. En dat ondanks het feit dat ik mij ‘heilig’ had voorgenomen mijn innerlijke vrede te bewaren, positief te zijn, omdat er al het nodige was voorgevallen. Maar ja, hoe bewaar je, als je je niet weet hoe moet dat gebeuren, de vrede? Op basis van een ‘gentlemen’s agreement’, om niet de vakantie helemaal te bederven, bleven we toch bij elkaar. De verhouding herstelde zich zelfs wat. Maar het bleef rommelen, waarbij ik nog dreigde mijzelf iets aan te doen, als de verkering toch verbroken werd.

Door een nogal onprettige ervaring met collega’s, werd er vanuit de onzienlijke wereld nog een schepje bovenop gedaan en zag ik het met recht niet meer zitten. Ik wist niet waar ik het zoeken moest en probeerde dat toen bij mensen te doen. Maar onderweg daarheen schoot het door mij heen: niet bij mensen, maar bij Jezus moet je om hulp gaan. Ik heb toen mijn hele hebben en houden bij de Heer gebracht.

In die periode ging ik met mijn vriendin naar een samenkomst, waar zij al eens eerder geweest was. En na een paar samenkomsten hoorde ik op een zondag een preek over de man van Gadara en de daaraan voorafgaande storm op het meer (Matth.8:23). Ik kreeg toen door, hoe de geestelijke wereld zijn invloed uitoefent in de zichtbare wereld. Ik was er helemaal enthousiast over, hoewel ik de negatieve invloed in mijn eigen leven niet in de gaten had. Maar de invloed van Gods Geest miste zijn uitwerking niet. Dat bleek wel uit de opmerking van iemand bij ons thuis: ‘Ik weet niet hoe het komt, maar je bent makkelijker en vriendelijker geworden’. Dàt kwam nou door dat evangelie van wat Jezus aan armen zou brengen en voor gevangenen loslating zou betekenen (Luc.4:18,19) en wat ik ook ging ervaren. Ik wilde met de Heer verder leven en zo kon ook de liefde van God ruimte vinden in mijn hart in plaats van haat (Rom.5:5).

Mijn gedachten werden nog verder vernieuwd en ik leerde de beloften van de Heer mij eigen te maken. Onder andere ook die waar Hij zegt: ‘Ik heb u macht gegeven tegen de hele legermacht van de vijand’ (Marcus 16). En dan, door alles blijkt altijd de trouw van Hem, dat Hij beetje bij beetje ons wil opbouwen tot de volkomenheid. Ter illustratie een voorbeeld. Na het door mijn werkgever verplichte sportuur waren de in de kleedkamer gevoerde gesprekken tussen de collega’s niet van zo’n bijster hoog peil. Er waren ongeveer twaalf mensen, die ieder voor zich een (onreine) duit in het zakje deden. Ik was inmiddels zover gekomen, dat ik daar niet meer aan meedeed. Het schoot toen door mij heen, naar aanleiding van de hiervoor genoemde preek, dat als de machten van de duisternis zich door de mensen heen openbaarden, ik macht had tegen deze wetteloosheid. En dwars door dat gekrakeel zei ik tegen de Heer:

  • ‘Als ik het goed begrepen heb, zijn er nu onreine machten aan het werk, waar ik door uw overwinning aan het kruis macht over heb. In uw naam bind ik die onreine macht’.

Er werd op dat moment juist gebulderd om een opmerking en toen het gelach over was, bleef het stil… En vervolgens werd er weer een onderwerp aangeroerd, waar iedereen wat over wist te vertellen. Dat onderwerp? Auto’s! Later die middag drong het pas goed tot mij door wat er eigenlijk gebeurd was. De duivel had tegengas gekregen uit een hoek, waar hij het niet uit had verwacht. En de Heer had in dit begin van activiteit in het geloof, grote kracht gegeven.

Ook mijn sigaretten moesten uiteindelijk wijken en gingen (figuurlijk) in vlammen op, hoewel dat de nodige strijd kostte. Maar al doende leert men, luidt een gezegde en zo is het ook in de geestelijke strijd. Elke keer weer blijkt, dat als ik mij bewust van mijn positie in het Koninkrijk van God opstel, ik in Jezus naam overwinning heb. Hij wil toch dat we ‘groter’ groeien, nou dan. En als de duivel me ergens mee wil opschepen, wat het ook mag zijn, vanuit het diepst van mijn hart wil ik de overwinning behalen en dat lukt ook, omdat Jezus – genezende en goed doend – Zich ook in mijn leven openbaart. Waar er strijd tegen de duisternis is geweest en overwinning behaald is, merk ik, dat ik op die punten anderen juist kan helpen, die strijd tegen de duisternis te overwinnen. Zo wil en kan Jezus ook iedereen helpen; Hij is immers op dezelfde manier verzocht geweest, maar zonder te zondigen. Ik ervaar in mijn leven door deze blijde boodschap van het Koninkrijk ook de ‘eigenschappen’ daarvan: blijdschap, vrede en rechtvaardigheid. Daarvoor prijs ik Jezus!

Dit is het begin geworden, en mijn vrouw en ik willen doorgaan, niet tot het bittere eind, maar tot het volmaakte einde, waar Jezus zich, tot verbazing van velen, in de gelovigen zal openbaren. God wil niet, dat er iemand verloren gaat, maar behouden wordt (Hand.17:30; 2 Petr.3:9). Daar willen wij aan meewerken. Doet u mee?