Ga ik naar de hemel of naar de hel?

Dankbaarheid en bewondering leeft in er mijn hart voor Mijn Verlosser, Jezus Christus. Hij heeft mij geleid naar die ene hoge weg, waarop ik verder wil gaan, te midden van een heel gezelschap. Ik weet dat Jezus Christus door zijn bloed mijn zondeschuld heeft weggenomen en dat ik vergeving en kwijtschelding door Hem heb ontvangen. Ook heeft Hij mij bevrijd van andere lasten. Ik wil er hier graag over vertellen.

Ik ben in een gereformeerd gezin geboren. We emigreerden als gezin naar Pretoria, Zuid Afrika en daar werd de Afrikaans sprekende gereformeerde kerk door ons allen trouw bezocht. Nadat ik trouwde, vertrokken mijn man en ik en ons dochtertje naar een stad met een ander klimaat. Dit was op advies van een specialist, omdat mijn gezondheid te wensen overliet. Acht jaar woonden we daar en al gauw werd ik lichamelijk beter. We kregen er een tweede dochter bij. We hadden een gelukkige tijd, ook met de kinderen, al waren er ook de ‘normale’ moeilijkheden.

Wij bezochten ook hier geregeld de Afrikaans sprekende gereformeerde kerk, waar mijn man zo nu en dan de organist verving. Aan het einde van deze periode voelden wij ons echter in deze kerk niet langer thuis. Men oefende kritiek op ons uit en zei dat we geen goede christenen waren, omdat onze kinderen naar Engels sprekende scholen gingen. De achtergrond van deze zienswijze was ons niet vreemd, maar nu werd God daar indirect mee verbonden. Wij waren enigszins geschokt en konden ons God niet voorstellen met een voorkeur of antipathie wat betreft nationaliteit en taal.

In die tijd had ik te kampen met conflicten in mijn innerlijke leven die ik niet aankon, maakte fouten en voelde me daardoor ver van God. Bij het inzicht dat we toen hadden, wilden we toch graag de Heer en onze medemens dienen. Maar hoe dan? Bovendien, zou Hij een politiek gezinde God zijn? Het was toen allemaal niet zo makkelijk.

Hoeveel boeken heeft God?

Later kwam er een overplaatsing naar een andere stad. Ik greep de gelegenheid aan en vroeg de Heer ons te leiden naar een kerk waar we Hem beter zouden leren kennen en waar de mensen bereid waren ons te accepteren zoals we waren, kinderen en al. Dat antwoord kwam heel gauw. Door een leiding die mijn man ontving, sloten wij ons aan bij de methodistenkerk, die in onze nieuwe woonplaats Engels sprekend was. We voelden ons daar direct thuis en ondervonden overal grote vriendelijkheid. De woorden van hun zingen waren op zichzelf al voedsel voor onze hongerige harten. Nieuwe hoop vervulde ons voor ‘iets’. We wisten nog niet wat dat was. Ook het contact met de kerkjeugd en hun zingen maakte mijn hart blij. De hele atmosfeer hier gaf ons een nieuw en beter beeld van God en zijn uitnodigende liefde voor de mens, door Jezus Christus.

Ik kreeg de indruk dat God, bij wijze van spreken, slechts een boek bijhield waarin veel namen van mensen geschreven stonden, maar er waren ook nog veel lege bladzijden. Steeds weer werden er namen bijgeschreven, waarbij Zijn hart zich geweldig verheugde samen met de engelen. Er was ruimte voor iedereen. Maar voor je ingeschreven werd, moest je een weldoordacht besluit nemen om voortaan de Heer in alles te volgen. Iedereen, die bekleed wilde worden met de gerechtigheid van Jezus Christus, zou nooit afgewezen worden, maar zou deze ontvangen als een vrij geschenk.

Dit was een heel andere situatie dan wat ik gewend was van vroeger. Want als kind al dacht ik dat God twee boeken had. Het ene boek met de namen van mensen voorbestemd om verloren te gaan en het andere van mensen voorbestemd voor de hemel. Geen mens die daar wat aan veranderen kon. Doe nou maar je best en wees een goed kind (en dat was ik niet altijd, al wilde ik wel graag) en pas als je dood gaat, kom je erachter waar je bij hoort. Als gedoopt gereformeerde had ik veel kans op de hemel, want dat was de zuiverste kerk, vertelde men mij. Maar, dacht ik:

  • “wat dan als ik nou eens in dat zwarte boek stond van vóór de grondvesting van de wereld? Het zal je maar overkomen!”

Een kind wil graag een concreet antwoord, maar dat kon eenvoudig niet beloofd worden. Het was toch altijd zo geweest? Alleen God heeft alle antwoorden en die houdt Hij voor Zichzelf. Ik zat zo nu en dan op de ‘wip’, wat zal het worden, hemel of hel? In mijn jeugdjaren, op mijn vraag of ik mij ook niet moest bekeren om opnieuw geboren te worden, kreeg ik als antwoord:

  • “Pieker daar maar niet over, dat moet je aan God overlaten. Hij besluit die dingen en je bent als baby gedoopt.”

Hier werd natuurlijk niet mee bedoeld dat ik maar aan kon leven. Het was een “normaal” antwoord naar het geestelijk inzicht dat men had in mijn omgeving en daar legde ik mij voorlopig bij neer. Ik bad jarenlang in stilte: ‘Heer Jezus, maak mij alstublieft een schaapje van uw kudde, neem mij alstublieft aan’. Wat een onzekerheid en wat erg dat de kerk daar geen antwoord op had!

Dat kind groeide op tot moeder, had zelf twee kinderen, was intussen 37 jaar oud en nóg wist ze niet of ze bij die kudde hoorde, ja of nee. In deze methodistenkerk hoorde ik voor het eerst van mijn leven dat het mogelijk was om met zekerheid te weten voor jezelf of jij een kind van God was. Dat was precies waar ik nou al die jaren zo naar verlangd had: blijvende vrede met God te kennen die mij na de dood niet ineens weer afgenomen zou worden.

Langzamerhand bereidde de Heer mij voor. Ik wilde ook van binnen veranderen. Hier leerde ik dat dit ook zou gebeuren als ik de Heer en mezelf een kans gaf en tijd. Mijn hoop en geloof in God werden innerlijk versterkt telkens wanneer ik hier iemand hoorde getuigen van wat de Heer in zijn of haar leven had gedaan, het was een praktisch leven met de Heer geworden. Heilig klinkende woorden had ik mijn hele leven al gehoord, zonder geestelijke vernieuwing te zien of te ondervinden. Dezelfde zondaar zou je toch altijd blijven, was me vroeger geleerd.

Mijn zonden zijn vergeven

Toen kwam het moment dat ik me werkelijk en finaal afkeerde van mijn vroegere leven van geestelijke onzekerheid en van een verkeerde leer. Duidelijk wist ik mijn zondeschuld voorgoed weggenomen en ontving ik vergeving en daarmee nieuw en eeuwig leven aan de voeten van Jezus. Omdat ik deze woorden geloofde: ‘zodat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Joh.3:16).

Van de strijd in de hemelse gewesten wist ik niet veel. Maar ik voelde een strijd over me heen gaan die niet mis was, enkele ogenblikken voor ik mij helemaal aan de Heer overgaf. De duivel was het er absoluut niet mee eens. De oude miserabele gedachte van twee boeken met vastgelegde namen doemde even op, maar ik verwierp dat meteen weer, want mijn hele hart ging uit naar Jezus Christus die hier en nu iets voor mij had wat ik nooit eerder gekend had. Ondanks een daverende hoofdpijn van al dat gespook van die ‘vrome’ duivelse geesten, stond ik op. In geloof kwam ik tot de Heer, die mijn hart kende en mijn verlangen zag naar schuldvergeving en een vernieuwd leven. Om te beginnen, gaf Hij mij een heerlijk cadeau: zijn vrede vervulde mijn hele wezen. Ik wist mij thuisgekomen bij de Vader.

Mijn bekering bracht een nieuwe, persoonlijke verhouding met de Heer, wat zich geleidelijk ontwikkelde. Enkele dagen later verlangde ik om gedoopt te worden door onderdompeling in water. Niemand had met mij hierover gesproken. Maar ik las mijn Bijbel met nieuwe ogen en zag dat Jezus zich zo liet dopen, al was hij dan naar de wet besneden als baby. Ik wilde Hem nu in alles volgen, al was ik dan besprenkeld als baby (naar de wet van mensen). Ik begon in de kerk te informeren over de doop van Jezus voor mij, maar ik kwam niet erg ver.

  • ‘De doop van Jezus was eens voor allen, wij kunnen Hem daar niet in volgen’…., vertelde mij een “geestelijke leider.”

Sommigen wisten het antwoord niet en weer anderen vonden het niet nodig. Zodoende liet ik die zaak voorlopig maar rusten.

De Heer leidde me verder en gaf kracht en woorden om Hem met veel anderen te delen. Nooit van tevoren heb ik geweten dat Hij zo’n rijkdom kon zijn. Een nieuwe liefde voor anderen was in mijn hart uitgestort. Ik was mij bewust dat ik in twee werelden leefde, de zichtbare, natuurlijke wereld en de onzichtbare, geestelijke wereld. Ik begon innerlijk te veranderen door die vrede met de Heer. Vóór mijn bekering kon ik zo kwaad worden op de kinderen wanneer ze het te bont maakten, ik gooide er dan onjuiste woorden uit, al maakte ik het later wel weer goed. Na mijn bekering verdween dat driftige ineens. Wat was ik daar blij om, want ik had er zo’n hinder van gehad. De Heer liet mij zien hoe lief Hij onze kinderen had en dat Hij betere methoden van corrigeren had. De Heer was in het natuurlijke leven ook mijn sterkte.

Ongeveer een jaar later kreeg ik behoefte aan meer geestelijk inzicht en om beter in staat te zijn anderen te helpen. Juist toen kocht ik een boek dat mij aanbevolen werd. Een christelijke levensbeschrijving waarin deze persoon verlangde naar meer geestelijke overwinningskracht en ontdekte dat hij de Heer om de inwoning van Gods Geest moest vragen. Daarna kwam er meer en meer overwinning in zijn geloofsleven doordat hij verbonden was met de Geest van God, door zijn verrezen en verheerlijkte Meester. Zodra ik dit las, wist ik wat mij te doen stond en ging op mijn knieën. In geloof vroeg ik de Heer om ook mij deze Geest van God te geven, die voortaan mijn nieuwe ‘Manager’ zou zijn (Lucas 11:13). Ik nam eenvoudig aan dat ik Hem ter plaatse ontving en dankte de Heer ervoor. Ik had daarbij geen bijzondere emotionele belevenis, maar door geloof en vrede in mijn hart, wist ik dat de Heer mij gehoord had. Ik ondervind dat de Heer ons leidt naar het inzicht dat we hebben.

Zeer zeker ondervond ik enkele dagen later veranderingen, nieuwe inspirerende gedachten bij het Bijbellezen, ook praktische wenken op huishoudelijk gebied en met betrekking tot de liefde tot de naaste. Mijn nieuwe Manager was werkelijkheid voor mij. De Heer is immers in staat alle aspecten van ons dagelijks leven te behandelen waar nood is of verbetering nodig is. Hij wil dat het ons goed gaat naar geest, ziel en lichaam en alle andere dingen zullen ons gegeven worden als wij ons zijn koninkrijk voor ogen houden. Ik vond de veranderingen heerlijk. Zijn inzicht was zoveel beter. Lichamelijk begon ik ook sterker te worden. Wat was deze goede Meester toch heel anders dan een gereformeerde god!

Doop door onderdompeling

Enkele maanden later kwam het onderwerp de doop door onderdompeling weer opduiken. Ik hoorde van een lid van een pinksterkerk, dat dit een daad van gehoorzaamheid aan God is. Die uitdrukking kende ik niet. Het bracht me enigszins in verwarring, want niet zo lang geleden had onze methodistenkerk besloten dat mensen die bekeerd waren en als baby in een doopdienst besprenkeld waren, geen volwassendoop door onderdompeling meer nodig hadden. Bij gebrek aan een betere oplossing in onze kerk, had ik dat ook maar voor ‘waar’ aangenomen om de harmonie onderling hiermee te bewaren. Maar nu hoorde ik dus heel wat anders: een daad van gehoorzaamheid aan God en niets minder. De gedachte, dat ik dus eigenlijk mijn Meester ongehoorzaam was, kon ik eenvoudig niet verdragen. Het feit echter dat mijn verstand zo ongeopend was hierover, frustreerde mij niet weinig. Ik vroeg de Heer mij het ware antwoord te geven, indien mogelijk diezelfde dag nog. En dat gebeurde.

Hij leidde mij die avond naar een echtpaar dat lid is van de ‘Brethren’ samenkomst. Dit waren rustige, vriendelijke mensen, direct bereid om me te helpen. Ik had de Heer van te voren gevraagd dat mij puur menselijke en persoonlijke opinies bespaard zouden blijven en dat zijn Woord alleen tot mij mocht doordringen om mijn gedachten te vernieuwen. Op mijn verzoek werden de betreffende Bijbelgedeelten aan mij voorgelezen en nog eens herhaald. Toen zag ik ineens waar het om ging en van blijdschap dankte ik de Heer hardop daar bij hen in de zitkamer. Na verdere diepgaande Bijbelstudie stond mijn besluit om mij te laten dopen door onderdompeling vast.

Mijn man en onze twee kinderen hadden zich inmiddels ook tot de Heer bekeerd en werden opnieuw geboren. Ik vroeg de Heer de gelegenheid te scheppen om hen van mijn verlangen en besluit om gedoopt te worden te vertellen. Die gelegenheid kwam, met het gevolg dat mijn man de Bijbel begon door te bladeren, zonder daarin steun te vinden voor de bezwaren die hij opperde en dat frustreerde hem die avond. Het was waarschijnlijk ook niet zo makkelijk te verwerken. Ik had met hem te doen en zond een gebed voor hem op en bleef er verder helemaal stil over. Na die avond sprak hij er hoegenaamd niet meer over en leek het kalm op te nemen. Ik had een boek in huis, over de Bijbelse doop voor de bekeerde gelovige. Toen ik het wilde terugbrengen naar de bibliotheek, wilde mijn man ineens weten waar dat over ging en zei dat ik het maar moest kopen voor ons zelf. Daarna begon ook hij dit boek te bestuderen.

Ik vond een voorganger van een gemeente, waar het eeuwig evangelie gebracht  werd, bereid om mij over drie weken te dopen. Wij hadden in onze vorige woonplaats jaren naast elkaar gewoond, zij kenden ons gezin nog en wisten dat wij bekeerd waren. Onze beide dochters hadden inmiddels nagedacht en lieten mij weten dat zij ook verlangden om gedoopt te worden. Het werd zo geregeld dat wij die zondagmiddag het gezin van de voorganger zouden bezoeken en daar te gast zouden zijn. Dat zou mij gelegenheid geven om het voor ons onbekende gebouw van de gemeente van te voren te bekijken, het doopbad te zien en voor verdere instructies. Het werkte zo uit dat mijn man helemaal bereid was ons die middag met de auto naar onze vrienden te brengen en zo verder bij ons en het gezelschap bleef.

De gastvrije en liefdevolle verzorging van onze vrienden die dag zal ik nooit vergeten. Het was bijzonder weldadig na al die spanningen van de laatste maanden. Hoe wonderlijk goed had de Heer voor alles gezorgd. Die avond in een goed bezochte samenkomst lieten wij ons alle vier dopen in water, samen met nog twee anderen uit die gemeente. Mijn man had in stilte een uur voor de dienst besloten dat dit toch ook voor hem de juiste weg was om te gaan. Het was een mooi moment, om niet alleen zelf gedoopt te worden, maar dat ook te zien van man en kinderen en dat in één dienst. Bovendien werden we allen gedoopt met Gods Geest, wat een rijkdom.

En dan nog iets: die hardnekkige pijnen in mijn lichaam waren ook ineens verdwenen! Wat een verlichting was het om normaal adem te kunnen halen! De terugtocht naar huis was vol feestvreugde en dankbaarheid; we hadden onze Heer gehoorzaamd!