Een niet-zakelijke zakenman

  • ‘Geen duivelse muziek in de zaak van een christen’. Wat brengt een zakenman ertoe zo’n beslissing te nemen, wanneer juist hier voor hem de winst voor het grijpen ligt? Hier volgt het getuigenis van iemand die jaren geleden die beslissing nam:

Wanneer ik wel eens een boek las over opwekkingen in vroeger tijden, dan bekroop mij soms een gevoel van heimwee; ik verlangde er naar zelf zo’n opwekking mee te maken. Ik sprak er wel eens met iemand over en hoorde op een keer iemand zeggen: ‘Opwekking begint allereerst in je eigen hart’. Daar dacht ik over na. Was mijn leven volkomen afgestemd op God en de dingen van zijn Koninkrijk?

Wanneer ik in mijn zaak zo eens om mij heen keek, werd mijn aandacht steeds weer bepaald bij de muziekafdeling. Keurig geordend stonden daar de cd’s met geestelijke en klassieke muziek, maar ook de beat- en rockmuziek met de nieuwste toppers ontbraken er niet. Logisch, er is vraag naar, het zijn de hardlopers die zichzelf verkopen. Toch had ik er geen vrede mee. Ik ben geen puritein die in elk vlot, modern liedje meteen een gevaar ziet, maar daar ging het hier niet om. Het zijn allerlei soorten muziek, die ik als een groot gevaar heb leren zien. Veel is naar mijn overtuiging geïnspireerd door de duivel zelf. Dit klinkt erg cru en fanatiek, maar ik weet dat veel van de mensen, die deze muziek scheppen en uitvoeren, onder invloed staan van ‘geestverruimende’ middelen. Terwijl zij min of meer ‘high’ zijn, ontstaan de creaties die uit de duistere diepten afkomstig zijn. Tekst, ritme en melodie verzieken de geest van degenen die zich aan deze ‘ontspanning’ overgeven.

Meer en meer werd ik hiervan overtuigd. Maar ik suste mijn geweten, wanneer ik opmerkzaam werd gemaakt op mijn medeverantwoordelijkheid in dit opzicht. Per slot van rekening kon ik deze ontwikkeling in mijn eentje toch niet tegenhouden. De mensen kopen die cd’s immers toch. Niettemin begon ik mij te voelen als Lot in Sodom, ik wist dat ik scheiding moest maken in deze dingen. Maar o, wat was dit moeilijk! Door verschillende gesprekken werd het mij steeds duidelijker dat ik zou moeten capituleren. Ik stelde het echter steeds weer uit.

Toen kwam ik in een gezelschap aan de praat met een jongeman, die volkomen in de wereld leefde. Uiterlijk en innerlijk was hij ermee verweven. In de loop van het gesprek was het echter juist deze wereldling, die mij een enorme les gaf. Hij verweet mij dat ik niet zo christelijk moest praten, terwijl in mijn winkel een hele serie van die ‘rot cd’s’ stond uitgestald. Hijzelf leefde in deze wereld, maar hij vond het bij mijn getuigenis niet passen. Dat was de spijker op zijn kop!

De definitieve doorslag kreeg ik, toen ik een poosje daarna een speciale gebedssamenkomst bezocht. Er werd daar gesteld dat wij pas grote dingen van God kunnen verwachten, wanneer in ons leven alles in het reine is met de Heer. Opnieuw kwam mijn probleem levensgroot voor mij te staan, het benauwde mij. Ik wist dat ik nu moest beslissen. Ik vertelde de aanwezigen wat mij dwarszat en dat ik nu bereid was ook in mijn zakenleven schoon schip te maken. Ik beleed het de Heer dat ik zolang tegengestribbeld had en was nu bereid de hele troep letterlijk op te ruimen. En inderdaad, de hele partij ongewenste cd’s heb ik in een keer van de hand gedaan. Het kostte mij geld, maar wat was ik opgelucht!

Vervolgens besloot ik mijn klantenkring via een advertentie in de plaatselijke krant van mijn besluit op de hoogte te stellen. Op dat moment wist ik nog niet dat deze advertentie aanleiding zou worden voor een uitgebreide publiciteit. Naast de verschillende verslagen, die in allerlei kranten en bladen verschenen, was er ook een weekblad zo humoristisch deze advertentie als ‘lachertje’ over te nemen en er boven te zetten ‘Hemeltjelief’. De redactie van dat blad gaf hiermee blijk dat zij onbewust de achtergrond begrepen had, namelijk: de hemelse gewesten…

Er kwamen verschillende reacties binnen, meestal positieve. Van sommige gelovigen ontving ik werkelijk hartverwarmende bemoedigingen. Er was in ieder geval een grote last van mij afgevallen, ik wist: het is goed zo. De omzet van de cd’s is inderdaad aanzienlijk teruggelopen. De duivels geïnspireerde muziek wordt nu wel gekocht bij andere handelaren die op dit gebied een ruimer geweten bezitten dan ik. Maar rijker dan ik kunnen zij nooit zijn, want ik heb vrede in mijn hart.

Voordat ik zover ben gekomen, is er heel wat aan voorafgegaan. Als gereformeerd jongeman deed ik destijds wel belijdenis, maar zonder precies te weten wat dit eigenlijk zou moeten betekenen. Ik kende dan ook niet de vreugde van het zeker weten een kind van God te zijn. Later kwam ik in aanraking met een Youth for Christ-groep, die ik regelmatig ging bezoeken. Hier hoorde ik dat ieder mens zich bekeren moet en dat hij Jezus persoonlijk moet aannemen. Mij trof speciaal het Bijbelwoord:

  • ‘Wie Hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden’ (Joh.1:12).

Nu zag ik het en ik nam Jezus bewust aan als mijn persoonlijke verlosser, waardoor ik mij een kind van God mocht weten. Toen enkele jongeren van onze groep een poosje later met Gods Geest gedoopt werden, vond ik dit geweldig, maar ik geloofde niet dat dit er ook voor mij was. Via verschillende ervaringen kwam ik terecht in evangelische kringen. Hier werd mij het ‘vuur’ na aan de schenen gelegd, wat betreft de doop met Gods Geest. Men verzekerde mij dat God dit ook voor mij bedoeld had. Na afloop van de samenkomst bad men daarom met mij, terwijl mij de handen werden opgelegd. Ik liet dit maar over mij heen gaan, zonder overtuigd te zijn. Er gebeurde dan ook niets bijzonders. Pas een tijd later, toen ik beter had begrepen wat dit betekent, werd opnieuw hiervoor met mij gebeden en doopte de Heer mij met Gods Geest.

Zo groeide ik ook naar de waterdoop toe. Ik stond hierin helemaal alleen, want mijn vrouw zag deze dingen nog niet en mijn familie was hier fel tegen gekant. Tot op de laatste dag werd geprobeerd mij ervan af te houden, maar ik wilde de Heer gehoorzamen. Direct na mijn doop hoorde ik ‘s nachts voor het eerst van mijn leven een stem, die mij zei dat ik niet goed gehandeld had en dat ik terug moest naar de kerk. Dit maakte mij bang. Had ik dan toch naar de verkeerde stem geluisterd, was het dan niet God geweest die mij tot de volwassendoop had gebracht?

De twijfel bleef totdat ik een preek hoorde over de doop van Jezus. De spreker wees erop dat Jezus direct na zijn doop naar de woestijn geleid werd om daar verzocht te worden door de duivel. Het werd mij duidelijk: na een grote geestelijke ervaring komt de beproeving. Het was satan die mij na dit hoogtepunt aan het wankelen wilde brengen. De twijfel was toen verdwenen. Wel begreep ik dat ik meer moest leren over de tactiek van de tegenpartij. Ik wist dat satan rondgaat als een brullende leeuw, maar ervaring had ik hier niet in. De realiteit van de Satans demonen zou zich anders nog wel openbaren.

Op een avond werden mijn vrouw en ik opgeschrikt door het gekrijs van een van onze kinderen, die erg bang was voor iets wat zij op haar kamer zag. Wij zagen niets en daarom kalmeerden we haar en lieten haar weer naar bed gaan. Nauwelijks waren wij verdwenen of het kind stond weer voor ons, met grote schrikogen. Toen werd het mij opeens duidelijk, ik bestrafte in haar kamer de demon van satan in de naam van Jezus en sommeerde hem te verdwijnen en niet meer terug te komen. Toen werd het rustiger en kon ons dochtertje rustig gaan slapen, omdat Jezus machtiger is dan de duivel. Dit was een duidelijke les. De strijd in de hemelse gewesten is een reële zaak, die gestreden moet worden in de kracht van Gods Geest. Daarom is het zo belangrijk dat christenen werkelijk vervuld zijn met Gods Geest.

Nadat wij een poosje een Bijbelkring van het ‘echte evangelie’ hebben gehad, zijn wij in contact gekomen met deze gemeente. Wij voelen ons hier nu thuis en willen ons hier verder laten opbouwen. Ik vind het een voorrecht dat ik hieraan als oudste een steentje mag bijdragen. Wij zien steeds weer in de gemeente hoe God in veel mensenlevens werkt. Met de andere broers en zussen mogen wij opgroeien tot het volle zoonschap.

Het is voor mij heerlijk dat ook mijn vrouw deze weg heeft gekozen, nadat dit eerst voor haar een onmogelijke opgave is geweest. Zij kwam uit bijzonder zware kringen en vond destijds zelfs onze Gereformeerde kerk enorm licht. Geen wonder dat zij later, toen zij wel eens meeging naar een pinkstersamenkomst, waar het wel eens rumoerig toeging, zich helemaal niet op haar gemak voelde. Wat een verschil met de kerk waar zij in grootgebracht was! Toch is zij deze kant opgegaan, daar ben ik ontzettend blij mee.

Ook de waterdoop heeft veel tijd gevergd bij haar en toch kwam deze nog onverwacht. Een paar jaar geleden hadden wij een doopdienst, waar zij als toeschouwster aanwezig was. Ze durfde het zelf nog steeds niet aan. Wie schetst echter mijn verbazing, toen ik opeens mijn vrouw in doopkleding zag staan! De uitnodiging van de Heer was haar toch te sterk geweest. En de Heer gaat door in ons leven.

Ook lichamelijke genezing langs de weg van het geloof, hebben wij meegemaakt. Mijn vrouw bijvoorbeeld had langere tijd veel buikklachten, waar maar geen verbetering in kwam. Wij hadden nog niet veel ervaring in deze dingen, maar zagen op een gegeven moment dat wij haar, naar Bijbels model, moesten zalven met olie en een (gelovig!) gebed over haar uitspreken; dan zal de zieke genezen, zegt Jacobus 5. En dit gebeurde: de andere dag was de pijn verdwenen en is niet meer terug gekomen.

Een ongewoon, maar niet minder ernstig geval, maakten wij mee met een van onze dochtertjes, toen zij zeven jaar was. Zij was met de andere kinderen aan het bokje springen en had reuze plezier. Toen kwam iemand op het idee om niet meer over elkaars rug te springen, maar over een staande closetrolhouder (een zogenaamde pleeboy). De afdekknop werd er afgehaald en nu sprongen de kinderen over het ruwe uiteinde van de stok heen. Een leuk spelletje, maar in feite niet door de kinderen zelf bedacht(!). Terwijl ons dochtertje weer sprong, kwam de stok, met duivelse precisie gericht, in haar onderlichaam terecht. Het kind bloedde hevig en moest naar het ziekenhuis gebracht worden. Daar zag men het niet zo rooskleurig in, vooral niet nadat de operatie mislukt was.

Het leek een langdurige kwestie te zullen worden. Een van de verpleegsters kwam ons zeggen dat de kleine meid na zes weken naar het Academisch Ziekenhuis zou moeten. Er waren inwendig beschadigingen aangericht, die de gang van bepaalde lichamelijke functies abnormaal deden verlopen. Toen ik hoorde dat het er zo voor stond, vatte ik moed om het kind in het ziekenhuis te zalven en haar de handen op te leggen. Een paar dagen daarna werd ik door dezelfde verpleegster staande gehouden, die mij nu vertelde dat ons dochtertje enorm vooruit ging. Een week of wat daarna waren alle gevolgen van dit vreemde ‘ongeluk’ helemaal verdwenen.

Zo zien wij dat de satan ons in veel opzichten kan aanvallen, maar nog heerlijker is het dat Jezus het laatste woord heeft. Juist dergelijke ervaringen doen ons inzien dat wij niet bij de zichtbare dingen moeten blijven stilstaan, maar dat wij inzicht moeten hebben in de onzienlijke wereld. Dit is ook de oorzaak geweest van mijn, in veel ogen vreemde, beslissing die ik nam, toen ik een groot deel van mijn voorraad cd’s als ‘duivelswerk’ kwalificeerde en ik er mee kapte. Ik wil een nuchter zakenman zijn, maar weiger om met geestelijke oogkleppen te lopen. En wanneer God duidelijk laat zien, dat bepaalde zaken met ‘Sodom’ te maken hebben, dan dient men als christen deze ‘stad’ te verlaten. Ik wil met mijn gezin Jezus volgen, dat is de béste weg, zelfs voor een zakenman!