De waarheid zal u vrijmaken

U zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken’ (Johannes 8:32).

Naar deze waarheid heb ik altijd al gezocht, ook al was ik het me niet bewust. Deze waarheid: dat God enkel goed is, dat Hij een en al gerechtigheid is, leven en licht (Jac.1:17). Alles wat van God komt, is goed!: ‘God is licht en in Hem is er geen spoor van duisternis’ (1 Johannes 1:5).

Ik heb altijd van het leven gehouden, van alles wat fijn en goed en harmonieus is. Maar er kwam duisternis in m’n leven. Ik kreeg op ongeveer 12-jarige leeftijd enorme angsten, in het bijzonder angst voor de dood, vooral ‘s nachts, dan wist ik niet waar ik het zoeken moest, zo bang was ik en ik kreeg ook hartkloppingen. Ik ging ermee naar de huisarts, hij onderzocht me, maar ik was op zijn terrein kerngezond; hij kon niks vinden, heet dat dan. Toch bleef ik bang.

Het werd zo erg dat mijn vader besloot me mee te nemen naar een magnetiseur; wat kon hij anders doen? Hij had hiervoor ook niet het juiste inzicht en dat dit nu juist verkeerd was, dat wist hij helemaal niet en ik wist dat toen ook nog niet. Deze kwakzalver behandelde me, maar toen de angsten verdwenen waren, bleek ik ineens erg depressief te zijn. Geen blijdschap meer in mijn werk, geen vreugde over normale fijne dingen; het leven lokte me niet meer. Ik kon toen ineens ook erg driftig worden, dat was niet mooi meer, ik werd dan razend en men liep dan met een boogje om me heen. Ik zat met veel zaken in de knoop en ik deed nog meer zonde die ik eigenlijk niet wilde (Rom.7:17).

Maar – en hier ben ik de Heer zeer dankbaar voor – ik kwam toen in aanraking met mensen die de waarheid kenden en zij vertelden over Jezus die mij kon bevrijden van alle banden die me bekneld hielden. Ik nam de Heer Jezus aan, bekeerde me (Hand.2:38) en de handen werden mij opgelegd. In de naam van Jezus en in de kracht van Gods Geest werden de occulte demonen en de depressies verdreven. Toen kwam er zo’n  geweldige vrede en blijdschap in mijn hart en leven. Ik kwam in zo’n intense rust. Het was een totale bevrijding. Ook de driftmacht is op de loop gegaan en sindsdien ben ik altijd gelijkmatig van gedrag en dat is voor mij een ongekende ervaring.

Toch kwam de satan wel weer terug (Luc.11:26). Hij had terrein verloren en dat wilde hij terug hebben; hij wil de mens nou eenmaal niet op een hoger niveau zien leven. God wil dit wel, maar de gevallen engel, de satan, absoluut niet. Daarom kwam hij terug. Hij probeerde het steeds weer met zijn sfeer van duisternis en dood. Steeds via slinkse sluipwegen, bijvoorbeeld je isoleren, je terug laten trekken, juist daar waar mensen waren. Terwijl je behoefte hebt aan gezelschap of communicatie, beletten de boze geesten het je en proberen ze je er van af te houden. Maar nu ik eenmaal weet hoe de duivel werkt, is het niet zo moeilijk meer het te onderkennen en er tegenin te gaan, weerstand te bieden en juist de gemeenschap te zoeken.

God is goed. Hij gaf mij ook zijn Geest, de Heilige Geest, een Geest van kracht, liefde en bezonnenheid, dezelfde Geest die Jezus uit de doden deed opstaan. En dan zijn Woord, dat levend is en krachtig en dat licht en duisternis van elkaar scheidt. Dit Woord is niet meer weg te denken uit mijn leven, dat overdenk je, daar praat je over, dat bestudeer je en het is een machtig wapen tegen de vijand die probeert binnen te dringen. Met dat Woord van God val je de vijand aan en drijf je hem terug. Zo heb ik gaandeweg geleerd te overwinnen en ook om te volharden, niet op te geven, ook al duurt het even voor de overwinning zichtbaar wordt.

Houd het Woord van God vast, want dat is ‘ja’ en ‘amen’.

Wat een voorrecht dat ik inzicht heb gekregen in de strategie van de duivel en in het plan van God. Omdat ik weet dat de duistere machten vanuit de voorgeslachten me steeds weer uit m’n positie in Christus willen halen en me willen concentreren op vreugdeloze dingen, is het niet moeilijk deze demonen te onderkennen in onze kinderen en dubbel fijn om dezen hiervoor te beschermen. We kunnen ze ook nu al leren te kiezen tussen goed en kwaad en als hun wil helemaal volwassen is, zullen ze het goede kiezen omdat ze dat van de ouders leren. Waar de sfeer is van het Koninkrijk van God, met de vrede, blijdschap en gerechtigheid, kunnen kinderen zich op een normale manier ontplooien.

Het is een zware taak om in deze tijd de kinderen nog gerechtigheid bij te brengen, waar ze zo te beïnvloeden zijn door mensen die een maakbaar, waanzin-Utopia willen realiseren. Wij willen het juiste voorbeeld van gezag voorleven in een tijd dat gezagsdragers misbruik maken van hun positie en het verval steeds groter en onmenselijker wordt. Toch zijn we niet bang of bezorgd, want we weten dat we samen met de Heer voor deze taak bekwaam zullen zijn en zijn blij dat we ervaren dat de Heer met ons is. Heerlijk te weten dat je dan bij een gemeente mag horen waar de volle boodschap van Jezus wordt gebracht en in praktijk wordt gebracht en waar je altijd kunt rekenen op positieve mensen. Het is mijn verlangen om in de gemeente me mee in te zetten voor het plan van God, dat is een gemeente, dus mensen vrij van leugen, zonde, ziekte en dood, ‘zodat de mens van God volkomen is en tot alle goede werken volkomen toegerust’ (2 Tim.3:17).

Mijn vrouw getuigt:

‘Wie U zoekt, laat U nooit in de steek, Heer’ (Ps.9:11).

Eigenlijk heb ik de Heer van jongs af aan al gezocht. Opgevoed ben ik in een milieu waar Bijbel en kerkgaan nogal een grote rol speelden; we hadden ontzag voor de Bijbel en we gingen als gezin compleet altijd twee keer per zondag naar de gereformeerde kerk, al dan niet met tegenzin. Veel van wat er daar gezegd werd, was wel mooi en ik werd er ook wel blij van, maar een ding begreep ik al heel gauw niet: waar bleef je blijdschap als de zondag of de kerkdienst voorbij was? Waar bleef die blijdschap ook bij de anderen? Je zag er niet veel meer van en ook begreep je niet waarom Jezus toch voor je zonden gestorven was. Hij had je zonden gedragen, maar waarom bleef je dan nog steeds zondigen, ja, ik zou zelfs een zondaar blijven tot de dood toe. Elke avond vroeg je maar weer vergeving, om de volgende dag weer ‘schoon’ te beginnen en ‘s avonds maar weer vergeving vragen, dag in dag uit. Was dat allemaal vanwege een misstap die Adam ooit eens deed en was Jezus dan voor niets gestorven? Dit vond ik onrechtvaardig; zelfs kwaadaardig.

Ook het belijdenis doen van het geloof, zo rond de 20-jarige leeftijd wilde niet erg vlotten. Wat kreeg ik hierdoor nou precies in handen? Was het alleen een toegang tot het Heilig (ernstig) Avondmaal en werd je dan lid van het kerkgenootschap met zijn dogma’s of had je deel aan de gemeenschap van de heiligen en waar waren dan die heiligen (die steeds ‘geneigd waren tot alle kwaad en onbekwaam tot enig goed’)? Ik kwam er niet uit. Toch heb ik op een ‘belijdenis-zondag’ mezelf hardop ‘ja’ horen zeggen, maar mijn hart was er verre van.

Hierna werd de godsdienstige kant van mijn leven erg passief en onverschillig; ik lette echter heel goed op alles wat met ‘mijn’ kerk te maken had en in die tijd bad ik eigenlijk zelden meer, ook niet voor het eten, alleen deze ene regel: ‘Heer, hou mij vast’. Elke dag deze zelfde woorden. En al heel snel, achteraf gezien, werd dit gebed verhoord, want toen ik door een vriendin voor het eerst werd mee geloodst naar een gemeente, waar het eeuwig evangelie gebracht werd, hoorde ik spreken over zaken die ik broodnodig bleek te hebben.

Ik was geestelijk zo hongerig, ik verslond alles en ik viel daarbij van de ene verbazing in de andere. Ten eerste ontmoette je er blije mensen en dan met een bepaald soort blijdschap; ze waren zo blij omdat ze kinderen van God waren, het straalde eruit. En mijn tweede verbazing was die Bijbel, die ik zelf door en door had moeten lezen, als onderdeel voor een bepaald diploma, maar waar toch dingen in bleken te staan die ik nog nooit van m’n leven in had gezien.

De waterdoop: Mensen, wat steigerde ik eerst; ik had er nog nooit over nagedacht. Je wist niet beter of het was fijn om baby’s te besprenkelen en zo in ‘het verbond met Abraham’ te worden opgenomen, terwijl de Bijbel er zo toch niet over spreekt. En de bekering, de nieuwe geboorte en vrij van erfzonde of smet, ook al zo’n punt, alles hoorde je logisch verklaren en allemaal uit die zelfde Bijbel. En de doop met Gods Geest, nog nooit van gehoord zelfs! Wat een openbaring!

En ik maar observeren, was dat nou echte blijdschap van die mensen en als het ze nou tegen zat, hoe reageerden ze dan? Bij ziekte bijvoorbeeld. Jezus genas de zieken door al de evangeliën heen. Natuurlijk, dat is ook voor nu. Juist voor nu. Wat een evangelie! Jezus, die rondging en allen gesneesde die door de duivel overweldigd waren. ‘O, is dat nou de duivel, die dit tegenwerkt en niet God zelf’ (zondag 10)? En je begon te begrijpen van God en een tegenpartij. Van het plan van God om de mensen van die demonen los te maken en te bevrijden, zodat het beeld van God, dat Hij er zelf in gelegd heeft, er uit kan komen om samen met Gods Geest, die je mag ontvangen, op te kunnen groeien tot zonen van God. Ik was een en al oor en oog. Ik dronk het in en ik werd zo blij, zo blij. De hele wereld kon je wel aan, iedereen moest het horen. Je zou dom zijn als je zoiets aan je voorbij liet gaan, mensen, pak het toch! Het is voor iedereen en je krijgt het gratis!

Ik was zo enthousiast, zo vol vuur, gelukkig nu nog, alleen nu anders, het heeft alles nog veel vastere vorm aangenomen; het is in een bedding gekomen, waar het rustiger en meer overdacht is gaan stromen. Ik heb intussen meer kennis gekregen en meer inzicht en wijsheid, maar niettemin wil ik het toch graag kwijt aan allen die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, ook aan hen die nood hebben, ziek zijn en gebonden zijn. Men moet het gaan zien dat de duivel de schuld is van alle ellende en narigheid en dat Jezus de satan overwonnen heeft en dat Hij ons de sleutels in handen geeft van Zijn Koninkrijk en dat wij daarmee mogen werken.

We zijn naast al deze rijkdommen ook ontzaglijk blij met de gemeente waar we thuis horen. Wat een heerlijke ‘instelling’ van de Heer; we kunnen er geestelijk opgevoed worden en we krijgen er stevig voedsel om in de week nog over ‘door te kauwen’ en we verblijden ons dat we er van gedijen en stabiel en volwassen kunnen worden.

Ook in ons gezin vindt het natuurlijk z’n weerslag. Daar ligt je werkterrein en daar moet je ook waarmaken wat je belijdt. We hebben grote  overwinningen behaald. Een van de dagelijks zichtbare is wel die van ons eerste kind. Hij werd toen hij ongeveer twee jaar was een waar ‘probleemkind’ voor ons; hij was altijd in de contramine. Altijd was het ‘nee’, aankleden: ‘nee’, wassen: ‘nee’, eten: ‘nee’, uit bed: huilen, naar bed: huilen, haast niet slapen. Tot twee uur ‘s nachts stond hij in z’n bedje. Bij iedere kleine gebeurtenis raakte hij uit z’n evenwicht. Het was voor ons een hele toer om daar boven te blijven en om hem toch positief te blijven benaderen. Hij spartelde letterlijk en figuurlijk altijd tegen.

We wisten al gauw te doen te hebben met occulte demonen (door mensen opgeroepen uit de afgrond), satanische geesten die in de voorgeslachten danig hebben huisgehouden en die meenden ook rechten te hebben op nageslachten, maar dat ging niet door. Het werd wel een zaak van vasthouden en volharden, want de volledige overwinning brak toch nog niet geheel door. We begrepen maar al te goed, hoe ouders radeloos zijn bij zo’n gedrag en naar psychiaters gaan om een oplossing. Maar dit kwam niet in ons op, omdat we wisten dat de Heer ook onze zielsdokter is en dus ook voor onze  kinderen, want wat Hij beloofd heeft, dat geeft Hij ook. En dat is: ‘Dat iedereen die op Hem zijn geloof bouwt, niet beschaamd zal uitkomen.’ 

Langzaam maar zeker kwam die overwinning. We bleven het goddelijk normale gedrag vasthouden en onbewogen voor het gedrag wat nog niet normaal was. We bleven geestelijk voor hem op de bres staan en z’n papa pakte hem ook op een natuurlijke verstandige manier aan, want de kinderen hebben tenslotte nog een natuurlijk leven en dat leventje heeft consequente leiding nodig. Het is altijd zowel het ene als het andere en als je datzelfde kind nu dagelijks bezig ziet, dan springt je hart op van vreugde, zo positief is het kind nu. Hij heeft nu echt plezier in z’n leventje. Kostelijk gewoon! Dat is heerlijk en we zijn er dankbaar voor en het geeft alle moed om door te gaan.

Ja, moed heb je nodig, want de duivel gaat nog steeds rond en is nog op zoek naar mensen die hij wil verscheuren en hij heeft het vooral op de kinderen van God gemunt. Juist op hen. en helemaal op de gemeenten die van het plan van God op de hoogte zijn en die bezig zijn dat plan uit te voeren, midden in een duistere wereld waarin het steeds dreigender wordt en waar het leven steeds onmogelijker wordt. En de satan probeert alles, letterlijk alles om ons van die waarheid af te houden van dat grootse plan. Maar ik hou mijn blik op de onzienlijke wereld, want de geliefde leerling van Jezus, Johannes, zegt zelf:

  • ‘Want Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst’. Zo staat de Bijbel vol bemoedigingen. In de wereld lijden wij verdrukking (zonder dat we dit zoeken), maar hou goede moed, want Ik heb de wereld overwonnen (Joh.16:33; 1 Joh.4:4).

En dat is moed gevend!