Alles wat adem heeft…

Graag wil ik hier mijn getuigenis geven. Mijn hart is namelijk vol dankbaarheid voor God voor wat Hij in mijn leven gedaan heeft. Hij heeft mij verlost van lichamelijke en geestelijke kwellingen. Ik leed in ernstige mate aan astma en had het daardoor vaak vreselijk benauwd. Geregeld moest ik hiervoor naar het ziekenhuis, waar ik dan zuurstof kreeg toegediend; ook kreeg ik geregeld injecties. De eerste keer dat ik in dat ziekenhuis behandeld werd, zal me altijd blijven heugen. Ik kreeg in een dag tijd 40 prikken in mijn lichaam. Dit was nodig voor het onderzoek, waarschijnlijk om vast te stellen voor welke stoffen ik overgevoelig was.

Ondanks alle medische zorg kon toch niet voorkomen worden dat ik verschrikkelijk veel last had van deze kwaal. Ik kon op het laatst de trap niet meer oplopen en dus waren we gedwongen om beneden een slaapkamer te maken. Om een idee te geven hoe erg het wel was: het gebeurde wel dat ik in één week tijd zeven keer zuurstof toegediend kreeg, soms twee keer op een dag. Ik was met recht een astmalijdster; heel mijn bestaan was verweven met deze aandoening. Dit werd nog erger door de verhalen die ik hoorde in de wachtkamer in het ziekenhuis, waar allemaal patiënten zaten met ademhalingsmoeilijkheden. ‘Je komt er nooit van af’, was de algemene mening. En ik zelf dacht er ook zo over. De dokter zei het immers ook: er was geen mogelijkheid tot genezing.

Naast mijn ellendige lichamelijke toestand werd ik de laatste jaren bovendien gekweld door angst en bezorgdheid. Ik zat haast altijd in de put. Soms kon ik het allemaal niet meer aan en liep ik eruit weg. De sfeer in ons gezin werd hierdoor erg gespannen, dat is te begrijpen. En al was ik dan lid van de hervormde kerk en mijn man van de gereformeerde kerk, toch zei het geloof ons niets. Ik ging zelden naar de kerk en mijn man helemaal niet. Dit was niet zo vreemd, want de ervaring was dat de kerk weinig te bieden had. Je ging er leeg in en kwam er leeg uit. Met elkaar tobden we zo maar voort. Uitzicht op verbetering was er niet.

Het zal een jaar of twee geleden zijn dat een van onze zoons door een vriend werd uitgenodigd om eens mee te gaan naar een gemeente waar het eeuwig evangelie werd verkondigd. Deze vriend kwam namelijk uit een gezin dat bij die gemeente hoorde. Onze Lex wilde dat wel eens meemaken en besloot dus om mee te gaan. Na die bewuste zondag is hij dit blijven doen. Hij had daar in die samenkomsten iets geproefd wat bij hem aansprak. Al gauw merkten wij dat onze zoon begon te veranderen. Hij ging ‘s avonds niet meer uit en ging ook verder veel serieuzer leven. Ook merkten wij dat hij de Bijbel ging lezen. We zagen een gedaanteverwisseling bij hem; veel over het geloof zei hij echter niet. Maar in de praktijk werd ons duidelijk wat dit kan uitwerken in een mensenleven. Eerlijk gezegd waren we wel jaloers op hem.

Op een dag kwam hij thuis en zei: ‘Ik wil me laten dopen, wat vinden jullie daarvan?’ Mijn man en ik waren wel wat verbaasd, maar konden toch niet anders zeggen dan dat we het goed vonden, wanneer het tenminste geen bevlieging van hem was. Toch wisten we eigenlijk al zeker dat hij het serieus meende; we hadden het immers in hem gezien. Vlak vóór die doopdienst gehouden werd, vroeg Lex mij of ik eens een keer wilde meegaan naar een samenkomst op zondagmorgen. Ik ben gegaan en kan zeggen dat ik er meteen getroffen werd door de blijde, ontspannen sfeer die ik er aantrof. Wat mij ook opviel was het zingen in talen, dat de gemeente deed voordat er met de aanbiddingdienst werd begonnen. Dat had ik nog nooit gehoord; ik wist niet eens dat dit ook in deze tijd nog mogelijk was. Toch stootte ik me er niet aan, integendeel, ik was ervan overtuigd dat dit geen onzin kon zijn dat al die mensen zomaar spontaan dit deden.

Wat bij mijn zoon gebeurd was, gebeurde nu ook bij mij: ik bleef die samenkomsten bezoeken. Omdat ik er iets vond wat ik nodig had. Niet het minst was het de boodschap die ik hier steeds weer hoorde, die mijn gedachten vernieuwde en mij ervan overtuigde dat hier de waarheid gebracht werd. Toen onze zoon gedoopt werd, heeft mijn man deze dienst ook meegemaakt. Daarna bleven wij samen gaan. Mijn man is wel een keer of vier niet geweest in verband met zijn werkzaamheden, maar niet omdat hij het met het evangelie niet eens was. Het eeuwig evangelie boeide ons. Ik hoorde dat God enkel goed is en dat het kwade nooit van Hem afkomstig is (Jac.1:17). Dat was voor ons een openbaring. Ik hoorde spreken over de vijanden van de mens, de machten van de  duisternis en vernam dat wij deze moeten bestrijden en hen kunnen overwinnen (Ef.6:10-24). Zo werd mij de geestelijke wereld duidelijk voor ogen gesteld en ging ik de strijd zien die in de hemelse gewesten gevoerd wordt. Nu begreep ik dat ook mijn kwaal nooit van God kon zijn, zoals mij dit altijd geleerd is. Het was de satan, die met zijn ziektemachten mijn lichaam onder druk hield en mij het leven bemoeilijkte.

Toen ben ik begonnen om mij hier tegen innerlijk te verzetten. En ik ging er gericht voor bidden en strijden. Dit bleef niet zonder resultaat. Kwam eerst de wijkverpleegster iedere week een keer om mij in te spuiten, op de duur werd dit eens in de twee weken, later een keer per drie weken, eenmaal per maand en uiteindelijk eenmaal per zes weken. Toen kwam ik op het punt dat ik zag dat ik het niet meer nodig had. Ik geloofde dat de Heer mij verlost had van mijn astma. En werkelijk: ik kon zonder medische hulpmiddelen leven. En hoe! Ik had geen enkele last van benauwdheid meer. De Heer had mij genezen. Voor mijn man en mijzelf en ook voor de kinderen die het allemaal meegemaakt hebben, betekent dit een levensgroot wonder. Twintig jaar lang heb ik ermee geworsteld, vooral de laatste tien jaar was het verschrikkelijk. Nu ben ik blij met het grote wonder dat de Heer aan mij gedaan heeft. Daarvoor dank ik Jezus, mijn Redder en Dokter. Zo heb ik Hem namelijk leren kennen, als mijn Verlosser en Bevrijder. Dit werkt ook geestelijk door en dit is nog veel belangrijker dan lichamelijke genezing. Ook heeft Jezus mij bevrijd van die geest van bezorgdheid, want dat was het: een geest die mij er onder hield. Nu zat ik niet langer meer in de put. Het omgekeerde is nu het geval: ik ben ontzettend blij en kan wel jubelen van vreugde.

Het is begrijpelijk dat dit allemaal op mijn man grote indruk heeft gemaakt; hij zag gewoon dat het evangelie werkt en dat het niet alleen bij mooie woorden blijft. Ook hij gaf zich over aan Jezus en stelde zich open voor de volle boodschap van het evangelie. De Heer ging door in ons gezin; ook onze zoon en jongste dochter besloten Jezus te gaan volgen. Zo gebeurde het dat wij de eerstvolgende doopdienst met z’n vieren gedoopt werden. Een machtig feest was dat, te midden van al die anderen die net als wij de stap van gehoorzaamheid deden.

Sindsdien is er in ons gezin heel veel veranderd. We zijn allemaal heel anders gaan denken en anders gaan spreken. Dat komt in de praktijk van het leven natuurlijk ook tot uiting. De muziek in ons huis is heel wat beter dan vroeger en de tv staat steeds minder aan, omdat we nu de verschrikkelijke geesten kunnen onderscheiden die ons willen beïnvloeden via de media; op alle terreinen van het leven. Dat is een hinderpaal in het leven met de Heer. Onze verlangens liggen nu heel anders en zijn gericht op de dingen van Gods Koninkrijk. We kunnen nu werkelijk praten met elkaar en met de kinderen en als er problemen zijn bidden we er met elkaar voor. Er is openheid en eenheid in ons gezin gekomen. Ook ons jongste kind ondervindt er de zegen van. Bij mijn man is ook een enorme verandering te bespeuren. Zo was hij bijvoorbeeld nogal eens erg driftig; dat is nu gaandeweg helemaal aan het verdwijnen. Ook in andere dingen kunnen wij het merken dat hij de Heer heeft leren kennen.

Bij onze kinderen gaat het hetzelfde. Het evangelie werkt door in onze levens; innerlijke vernieuwing ontdekken we bij elkaar. En dat is iets heerlijks, daar kun je de Heer uitbundig voor danken. Want het is Zijn werk. Je begrijpt elkaar nu veel beter, je botst zo gauw niet meer. Ook krijg je nu meer begrip voor mensen waar je het nogal eens moeilijk mee kon hebben. Je onderkent nu hoe soms bepaalde geesten een mens dirigeren. Dan zie je de mens los van de boze geest, die hem vaak dingen laat zeggen of doen die je vroeger woedend gemaakt zouden hebben. Wij zijn blij met de vernieuwing van ons denken, met de inzichten die de Heer ons geeft in de geestelijke wereld. Daar waren we vroeger blind voor. Wij zijn blij met de boodschap van het eeuwig evangelie. Ons leven is er volslagen door veranderd. En al moeten we dan nog veel leren, we weten en ervaren dat we op de goeie weg zijn. Die weg willen we blijven bewandelen, omdat het de enige ware weg is!