Alles in het juiste perspectief kunnen zien

Mijn getuigenis kan ik het beste beginnen bij de periode dat ik een jaar of 22 was. Toen heb ik namelijk een beslissing genomen die erg belangrijk was: ik bekeerde mij. Dat is niet zomaar gebeurd, daar was heel wat denken aan voorafgegaan. Mijn ouders waren opnieuw geboren christenen, die een leven leidden dat mij jaloers maakte. Op allerlei manieren kon je zien, dat zij de Heer persoonlijk kenden. En ik? Ondanks dat ik getrouwd was, voelde ik me erg eenzaam en onvoldaan. Ik verlangde ernaar net zo te kunnen leven als mijn ouders. Ik wist maar al te goed wat ik dan moest doen:

  • ‘Geloof in de Heer Jezus en je zult behouden worden’.

Zoals gezegd, die keus heb ik toen gedaan. Vanaf dat ogenblik doortintelde mij een grote vreugde. Stralend licht werd mijn leven en overal waar ik kwam getuigde ik ervan. Allerlei samenkomsten ging ik bezoeken en ik genoot overal met volle teugen. Heerlijk vond ik het om een kind van God te zijn. Het was gewoon een geestelijke fruitbak waar ik van aan het eten was; het kon gewoon niet op.

Doordat ik in verschillende kringen kwam, werd ik geconfronteerd met de noodzaak van de doop IN water. En omdat ik de Heer volkomen wilde dienen, ben ik daarin gehoorzaam geweest. Aanvankelijk leek het er niet op dat mijn vrouw ook deze stap zou doen. Ze verzette zich hevig tegen het geloof en naarmate ik blijer werd (na mijn bekering) werd zij grimmiger in haar reacties. Het is dan ook een wonder van God geweest, dat zij gekomen is en dat wij voortaan samen de nieuwe weg gingen bewandelen. Samen met mijn vrouw liet ik mij door onderdompeling in water dopen, net zoals de Heer Jezus dit vroeger gedaan had.

Doordat mijn vader vanwege zijn ziekte niet langer een juwelierszaak kon runnen, nam ik deze van hem over. Dat was een hele onderneming. Maar ik was er op voorbereid en had bij een gerenommeerde juwelier heel wat ervaring en vakkennis opgedaan. En ik was erg ambitieus; ik zag grote mogelijkheden. Met alle energie die in me was wierp ik me op deze uitdaging. Het zou een zaak worden die klonk als een klok. Nu dat werd het inderdaad. Om een idee te geven: in vijf jaar tijd was onze omzet vervijftienvoudigd. Wat eerst een kleine juwelierszaak was, werd nu een bedrijf dat er wezen mocht. De zaken begonnen steeds beter te lopen; er werd flink verdiend.

Binnen een jaar nadat de zaak was overgenomen was mijn geestelijk leven helemaal nergens meer. Mijn vroegere enthousiasme voor de Heer was volkomen verdwenen. Heel de week keihard werken en zondags uitslapen, dat was zo mijn levenspatroon geworden. De handelsgeest in mij kreeg steeds meer vat op me; ik zag overal winst in en pakte van alles aan. En die winst kwam er dan ook inderdaad volop uit. Nu is winst maken op zich geen zonde, maar toch ging ik de fout in doordat er veel ‘onder de tafel doorging’. Ieder jaar wanneer het boekjaar moest worden afgesloten, moest ik mijn geweten geweld aandoen. Want ik had voor grote bedragen gesjoemeld en al wist geen mens daarvan, toch liet het me niet met rust.

Ook het feit dat ik zo ontzettend door dat zakendoen beheerst werd, klaagde me aan. Ik dreef de zaak niet, maar ik zèlf werd gedreven. Het draaide bij mij allemaal om geld, goed en het uitbuiten van mogelijkheden. Voor de buitenwereld was ik de geslaagde zakenman, een joviale kerel die maar al te graag een glas sherry voor je inschonk en met wie je over de dingen van de wereld kon praten.

M’n vrouw ging in dit spoor mee; ook zij ging helemaal op in de business. Met als gevolg dat ons huwelijk en ons gezinsleven de mist inging. Voor onze kinderen hadden we geen tijd; de aandacht en de liefde die zij nodig hadden moesten anderen hun geven. Ook als man en vrouw groeiden we steeds verder uit elkaar. Maar het ergste van alles was dat mijn verhouding met God verbroken was. Alles draaide om geld verdienen, wat gepaard ging met allerlei financiële manipulaties. De Bijbel leert dat je God niet kunt dienen en de Mammon. Nu, dat werd mij hoe langer hoe duidelijker. Steeds moeilijker werd het dan ook voor mij om de stem van mijn geweten het zwijgen op te leggen. De duivel had me goed te pakken … maar de Heer liet me niet los!

In de zaak ontmoette ik een dame die iets wilde kopen; de koop ging uiteindelijk niet door, maar wel was ik er intussen achter gekomen dat deze vrouw nood in haar leven had. Ik wist: er is maar één die haar helpen kan, namelijk Jezus. Ik kreeg het er vreselijk benauwd mee, want ik kon dit niet tegen haar zeggen. Ik, die mijn Verlosser dagelijks verloochende met mijn duistere praktijken, hoe kon ik ooit over Jezus spreken? Zo moest ik die vrouw aan haar lot overlaten. Sindsdien kreeg ik het geestelijk nog veel moeilijker. Gods Geest bleef verder werken aan mijn hart; de Heer had mij niet opgegeven.

Ongeveer vijf jaar lang dreef ik nu deze zaak; vijf jaar van opgang én neergang. De dag kwam dat ik weer de boeken moest afsluiten; ik zat aan tafel met alle paperassen voor me, vol met gegevens die niet klopten. Boekhoudkundig was het wel rond te krijgen, maar moreel beslist niet. Ik had de belasting voor enorme bedragen opgelicht; dat wist geen mens, alleen de Heer en ik. Toen overtuigde Gods Geest me dat ik zo niet langer kon doorgaan met al die falsificaties; ik moest schoon schip maken. Ik wist: als ik nu niet radicaal een beslissing neem, dan word ik doodongelukkig en ga ik onder in eeuwige duisternis.

Op dat moment ben ik op m’n knieën gegaan en heb ik mijn schuld beleden tegenover God. In de naam van Jezus, pleitend op Zijn vergoten bloed, ontving ik vergeving. En meteen daalde er een wonderlijke rust in mijn hart; ik had het juiste besluit genomen.

Mijn geestelijke schuld was nu weggedaan, maar daarmee was ik niet klaar. Net als Zacheüs, de tollenaar, wist ik dat ik de dingen die ik verkeerd gedaan had, moest goedmaken. En dat ging geld kosten en niet zo weinig ook. Maar nu was ik zover, dat dit me niets meer kon schelen. Ik wist: de Heer zal me hier doorheen helpen. Toen kwamen de beproevingen. De belasting was ingenomen met mijn bekentenis en de één na de andere aanslag volgde. Ook de crediteuren kregen er lucht van dat er met mij wat aan de hand was en ook zij begonnen vervelend te worden. Het werd me verschrikkelijk moeilijk gemaakt, maar elke keer ging ik dan maar weer met m’n nood naar de Heer. En dan kreeg ik weer de rust en vrede in m’n hart.

Een verschrikkelijke week maakte ik mee toen onze verbouwde en uitgebreide zaak heropend zou worden. Uitgerekend tijdens de openingsweek, toen alles klaarstond om de zakenrelaties en vrienden te ontvangen, kwam de fiscus vertellen dat er wel beslag op de zaak gelegd zou worden. Toch is ook dit allemaal goed gekomen, maar vraag niet door hoeveel strijd en bidden heen. ‘Heer, U hebt gezegd: Ik zal je niet begeven, Ik zal je niet verlaten’, bad ik. En inderdaad, Hij heeft mij uit alle diepten wonderlijk opgetild en mij weer vaste grond onder m’n voeten gegeven. En dat had ik hard nodig, want ik was ver weg gezonken.

Juist in die tijd dat het met de zaak zo moeilijk werd, begon mijn geestelijk leven op te bloeien. Nu merkte ik pas goed dat ik gedoopt was met Gods Geest; ik kon mijn leven bezien vanuit de hemelse gewesten. En nu kon ik ook de duistere machten bestrijden, die mij naar de ondergang hadden willen voeren. Ik werd een positief lid van een gemeente, waar het eeuwig evangelie gebracht werd. Daar werd ik aangesteld als jeugdleider. Met plezier heb ik deze taak op mij genomen. ‘Heer, laat uw Koninkrijk in mij doorgroeien en in anderen’, bad ik.

Wat mijzelf betreft kan ik zeggen: als je recht door zee gaat en de Heer in alles vertrouwt, zal Hij je overal doorheen helpen. Daar kan ik uit eigen ervaring van getuigen. Onze juwelierszaak ging niet failliet, wat velen destijds al gedacht en rondverteld hadden. Nadat alle kromme zaken rechtgemaakt waren, ten koste van grote bedragen, begon de zaak opnieuw op te bloeien. Maar nu op rechtmatige wijze, zonder sluwe trucjes. Hoewel ik nog maar 35 jaar ben, besloot ik een jaar geleden met dit bedrijf te stoppen. Ik wilde me meer gaan begeven in de dingen van het Koninkrijk van God. Er was een gegadigde die al die tijd al op de stoep had staan trappelen om tot aankoop over te gaan. En dit is gebeurd; op een prettige wijze is de overname geregeld. Nog steeds heb ik een prima contact met de nieuwe eigenaar.

In die tussentijd was ik begonnen aan de studie voor de akte ‘godsdienstonderwijs’, welke akte ik volgend jaar hoop te bezitten. Sinds een half jaar heb ik een voorlopige aanstelling op een school, waar ik 15 lesuren per week heb. Eerst was het wel wennen zo tussen jongelui van deze tijd; ik werd nu niet bepaald met open armen ontvangen. Maar gaandeweg gaven zij mij hun vertrouwen en nu is er een fijne band met de meesten van hen ontstaan. Niet alleen de wereldgodsdiensten komen ter sprake, maar ik mag hun het verschil tonen tussen al die religies – vooral dè ideologie die zich vroom voordoet – en het christendom. Ook bespreken we uitvoerig hedendaagse onderwerpen, zoals drugs, abortus en dergelijke. En daarin kan ik steeds de wil van God laten doorklinken. Stukje bij beetje worden deze jonge mensen geconfronteerd met de dingen van Gods Koninkrijk. En dat is voor hen net zo belangrijk als voor mij.

Erg blij ben ik dat ik op deze manier mag meewerken in het plan van God. Daarnaast mag ik dat samen met mijn vrouw ook nog doen in onze gemeente, waar wij als oudsten-echtpaar dienstdoen. Niet altijd een gemakkelijke taak, maar wel erg fijn.

Van veel dingen heeft de Heer mij moeten verlossen; ik werd niet alleen opgejut door de zucht naar geld en macht, maar werd ook beheerst door vraatzucht. Ik liep de hele dag door te eten en te snoepen. Vaak at ik vier keer op een dag, zelfs ‘s avonds om 10 uur was een rijsttafeltje geen bezwaar. Het gebeurde dat ik vlak na het eten naar de koelkast ging en daar het bekertje room nog even leegdronk, enzovoort. Gewoon absurd, maar toch deed ik het, ik móest het doen. Ik had niet voldoende in de gaten dat ook hier een boze geest mij in zijn macht had. Veel te dik was ik, dat wist ik drommels goed en ook dat dit erg ongezond was. Ik kon er niets tegen doen; ‘het was nu eenmaal zo’ en van het aan de lijn doen werd ik hopeloos. Totdat ik ontdekte dat dit een regelrechte gebondenheid was.

Dit inzicht kreeg ik door middel van een droom, waarin ik een grote, dikke beer om mij heen zag sjokken. Steeds maar in rondjes liep dat logge beest om mij heen, met z’n kop naar beneden. Op een gegeven moment kreeg ik z’n gezicht te zien en toen schrok ik me wild; wat een gemene tronie was dat. Ik schrok wakker en wist het meteen: dit was een beeld van de werkelijkheid. In de onzienlijke wereld liep een boze macht om mij heen, met de bedoeling mij ongelukkig te maken en te houden. Toen kwam ik in actie; in de naam van Jezus, mijn Redder, verbrak ik de banden van deze duistere demon en verwees hem naar het rijk van de duisternis, waar hij thuishoorde. Meteen wist ik het: nu is het afgelopen met deze vraatzucht. Ik geloofde en beleed het hardop tegen iedereen die het horen wilde: ‘Ik word niet meer dik, ik zal voortaan normaal eten.’ Vanaf dat moment was die abnormale aandrang weg en ben ik op het gewicht gebleven dat 17 kilo lager lag dan daarvoor.

Heerlijk is het, in vrijheid te kunnen leven en niet langer opgejaagd te worden. Zo wil de Heer het bij ieder mens. Daarom geef ik deze dingen in dit getuigenis door, in de hoop dat er lezers zijn die zichzelf in zekere zin erin herkennen. Dan is ook voor hen de oplossing: naar Jezus gaan, je door Hem laten bevrijden en gaan wandelen achter Hem aan. Dat betekent een ‘wandel in de hemelse gewesten.’ Dit kan wanneer je gedoopt bent met Gods Geest. Deze leidt in alle waarheid, ontmaskert de leugen en helpt je in de strijd die op deze weg je deel wordt. Maar dan volgen er ook overwinningen. Daar kan ik met blijdschap en grote dankbaarheid van getuigen. Jezus is Heer!

Lees ook het getuigenis van mijn vrouw: Ik wil nooit meer terug!