Jozef – een type van de gemeente in de eindtijd

Jozef en zijn broers

  • ‘Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is’ (1 Cor.10:11).

De bedoeling van de Schrift

Het Oude Testament is vóór alles voor ons (opnieuw geboren en met Gods geest vervulde christenen) geschreven. In de typen en de schaduwen zien wij de huidige en toekomende dingen in de gemeente van Jezus Christus. In de tweede plaats is het een geschreven geschiedenis in verband met het oude volk Israël. In de Bijbel is dus niet de geschiedenis hoofdzaak, maar de profetie, zelfs in de verhalen. De typen en schaduwen die op Jezus wijzen, zijn als historisch materiaal slechts van secondaire aard ten opzichte van hun belangrijkheid om Hem te openbaren. Zo is ook de geschiedenis van het volk Israël allereerst van belang in verband met de gemeente van Jezus Christus, verspreid over de hele aarde.

De levensbeschrijving van Jozef is een schaduw van de menigte die de Heer bereidt om koningen te zijn op deze aarde. Jozef is een type van hen die de Heer roept om de broers en zusters te dienen, te helpen en te verlossen. In zijn rede voor de Joodse Raad wijst Stéfanus op de betekenis van Jozef te midden van zijn broers: ‘Uit jaloezie verkochten de stamvaders Jozef naar Egypte, maar God was met hem’ (Hand.7:9). God was niet met de stamvaders, niet met de massa, maar met de enkeling die zich stelde onder de leiding van Gods Geest. Voor de meerderheid gold het en geldt het nog als regel:

  • ‘Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? U weerstaat altijd Gods Heilige Geest!’

Jozef, een zoon van de ouderdom

Jacob beleefde weinig vreugde van zijn kinderen. Ja, er waren onder hen die hun handen bevuilden met onschuldig bloed. Zij hadden, om met de oude vertaling te spreken, hun vader ‘stinkend gemaakt onder de inwoners van het land’ (Gen. 34:30). Zo is het ook in de kerkgeschiedenis gegaan. De kerk heeft net als Jacob veel zonen grootgebracht, maar helaas zijn er onder hen ook velen geweest, die onschuldig bloed hebben laten stromen van talloze martelaars. De portalen van de kerken zijn vol met het bloed van de getuigen van Christus die als zogenaamde ketters werden gedood en hoeveel heksenprocessen zijn er niet geweest bij Roomsen en Protestanten? Wie over het lijden van deze ‘stiefkinderen van het christendom’ heeft gelezen, krijgt het gevoel alsof hij nooit meer vrolijk kan zijn.

Als de essentiële eigenschappen van het Koninkrijk van God naar het Woord van de Heer ‘rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest’ zijn, waar moeten wij dan in de historie zoeken om deze openbaring te vinden? Het woord van de apostel Paulus tot Timotheüs, dat ‘allen die naar Gods wil willen leven in Christus Jezus, vervolgd zullen worden’, was onder de kinderen van de aartsvader al waarheid gebleken en kwam ook uit onder hen die het geestelijk Israël zijn. Overal waar naamchristenen tot wereldse macht en aanzien kwamen, wandelden zij niet langer op de weg van het evangelie en vervolgden zij degenen die niet naar het vlees wandelden, maar naar de Geest. Van de concilies, kerkvergaderingen en synodes kan meestal gezegd worden, wat vader Jacob uitsprak:

  • ‘Hun messen zijn gereedschap van geweld! Met hun kring wil ik niet omgaan; waar zij bij elkaar zijn, wil ik niet zijn!’ (Gen.49:5,6).

Maar Jacob had ook een zoon gekregen toen hij al oud was. Er is een belofte weggelegd voor de laatste dagen, namelijk de openbaring van de kinderen van God. Er wordt een zoon in ouderdom geboren, een gemeente die beantwoordt aan het doel waarvoor Jezus Christus hier op aarde gekomen is. In haar komt de Heer tot openbaring. In haar zal men zien wat verlossing van de macht van de zonde en duisternis betekent:

  • ‘Vanwege het doorstane lijden zal hij het licht mogen zien en met kennis verzadigd worden’ (Jes.53:11). Paulus profeteert van een gemeente: ‘die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks. Heilig en onbesmet’ (Efeze 5:27).

Jozef wordt door zijn vader bemind

‘En Israël had Jozef lief boven al zijn zonen’ (Gen.37:3). Jozef wist dit en hij was er blij mee. Jacob zei van Jozef: ‘Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit’ (Genesis 49:22). Jozef was een vruchtdrager. Wij dragen alleen vrucht als wij gemeenschap hebben met Jezus Christus en het levend water van Hem als bron ontvangen. De takken van de gemeente van de eindtijd stijgen boven de scheidingsmuren van leerstellingen, richtingen en kerkformaties uit. Juist het weten bemind te zijn door de hemelse Vader is zo belangrijk, want dit maakt blijde opnieuw geboren christenen. Blijdschap met Gods Heilige Geest hoort bij het wezen van het rijk van God (Rom.14:17). Deze blijdschap wordt alleen daar gevonden waar de Geest van God de harten vervult en:

  • ‘men spreekt elkaar toe in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Men zingt en speelt met het hele hart voor de Heer’ (Efeze 5:19).

Een prachtig gewaad

Wat de andere zonen niet ontvingen, kreeg deze zoon van de ouderdom wel, namelijk een bont gekleurd gewaad. ‘Hij heeft de mensen gaven gegeven.’ De gemeente van de eindtijd is er een rijk aan geestelijke gaven. Meer dan ooit moet in onze tijd vertelt worden:

  • ‘Kom daarom tot inkeer en bekeer u, zodat uw zonden worden uitgewist. Dan komen er van Godswege tijden van verademing en zendt Hij de Messias, die Hij u tevoren al had aangewezen, Jezus, die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd van het herstel van alles, waarover God van oudsher heeft gesproken bij monde van zijn heilige profeten’ (Hand.3:19-21).

De Heer gaat het geloof in zijn Woord herstellen. De Heer gaat mensen hiertoe afzonderen. Joël profeteerde over deze tijd: ‘Regenstromen laat Hij voor u neerdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen. De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen’ (2:23,24). Het resultaat van dit herstel zal zijn: een dubbele portie, namelijk de vroege en de late regen. Zij ontvangt dus een Elisa’s deel, want Elisa zei: ‘Zo mag dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn’ (2 Kon.2:9). Zo lezen wij ook in Ezechiël 47:13: ‘Jozef ontvangt twee delen’. In de tijd van deze grote zegen, waarin ook het woord van Jezus in vervulling zal gaan: ‘de werken die Ik doe, zal hij ook doen en zal meer doen dan deze’ komt de oogst, want wij lezen: ‘Heb dus geduld, broers en zusters, tot de komst van de Heer. De boer die uitziet naar de kostbare vrucht van zijn land, kan alleen maar geduldig wachten, totdat in de herfst en het voorjaar de regen valt’ (Jac.5:7). Het bontgekleurde feestgewaad van Jozef is een profetie van de rijkdom aan geestelijke gaven die in deze laatste tijd de gemeente sieren zal. Zij zal ontvangen ‘sieraad voor as en het gewaad van lofprijzing voor een benauwde geest.’

Een droom van God

Jozef weet dat hij meer heeft dan zijn broers. Dat prachtige gewaad is het uiterlijk teken van zijn innerlijke rijkdom. Jozef droomt van een koningschap. Hebben zo ook de gelovigen niet de toezegging een koninklijk priesterdom te zijn? Maar is ons ooit geleerd daar in het geloof waarde aan te hechten en daaruit te leven? Veel christenen kiezen een leven met een prachtig gewaad, struikelingen en zonden boven een overwinnend leven onder de leiding van de Geest van de Heer. Zij hechten meer waarde aan de leiding van eigen ‘verduisterd’ verstand en leiding door omstandigheden dan aan de onmiddellijke besturing van de Geest van God, die toch alleen in alle waarheid leiden kan. Ja, velen benijden en haten degene die vrolijk en blij voor de Heer leeft en het prachtige gewaad van de geestelijke gaven wil dragen:

  • ‘De broers haatten Jozef en ze hadden geen goed woord meer voor hem over.’

Jozef geloofde in wat de Heer hem in dromen beloofd had. Hij hield dit niet alleen vast terwijl hij thuis blij was met de liefde van zijn vader, maar ook toen hij het moeilijk had. Want na 13 jaar geen koning, maar slaaf en gevangene te zijn geweest, getuigde hij nog tegen de schenker en de bakker dat de uitleg en dus ook de vervulling van de droom van God is. En echt, Hij die het beloofd had, was trouw. Hij heeft het aan Jozef vervuld en zal ook al zijn toezeggingen aan zijn kinderen vervullen. Ook Jozef heeft door geloof en geduld de beloften verkregen!

Jozef, de afgezonderde

Jozef wordt de afgezonderde of uitverkorene onder zijn broers genoemd: ‘Op Jozefs hoofd komt die zegen; op de schedel van hem, de afgezonderde onder zijn broers’ (Gen.49:26). Zijn zegeningen ‘reiken boven de zegeningen van de oude bergen, boven het heerlijkste van de eeuwige heuvels.’ Jozef kwam bij zijn broers apart te staan, omdat hij leefde in de gemeenschap met Gods Geest, waarvan ook zijn rein en overwinnend leven getuigenis aflegde. Hij wilde geen gemeenschap hebben met de onheilige werken van zijn broers, noch gehoor geven aan de verleiding van de wereld. De gemeenschap met God was hem meer waard dan het pretpakket dat de wereld hem kon geven. Zijn enige angst was uit die gemeenschap te raken. ‘Hoe zou ik dan dat grote kwaad kunnen bedrijven en zondigen tegen God?’ (Gen.39:9). Ook is zijn wens altijd geweest het huis van zijn vader te redden. Daarom bracht hij het kwaad gerucht van zijn broers aan zijn vader over. De eer van het huis, de eer van zijn vader was ermee gemoeid. Daarom heeft hij hen ook uiteindelijk van de hongerdood mogen redden.

Ook nu is het vaak zo, dat om de zonden van de kinderen van God, ‘de naam van de Heer gelasterd wordt onder de ongelovigen’ (Rom.2:24). Maar de dagen komen dat de Heer zich een volk verwekt, dat Hem volkomen dienen wil, gehoorzaam aan zijn Woord en geleid en gereinigd door zijn Geest, dat noch eigen eer zoekt, noch die van eigen groep of richting, maar dat de eer van de Vader zoekt die in de hemelen is en het geluk van al zijn kinderen. In hen vinden wij de volkomen openbaring van de kinderen van God, waarnaar de schepping reikhalzend uitziet (Rom.8:19). Want zoals Jozef gesteld werd tot een zegen voor zijn vaders huis in Egypte, zo zullen ook de zonen van God in hun openbaring tot een zegen zijn voor hun medechristenen en voor de wereld. Zij zullen het evangelie van het Koninkrijk in de hele wereld prediken tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde komen (Matth.21:14).

Hun getuigenis zal bevestigd worden door grote tekens en wonderen, want ‘God is met hen’ (Hand.7:9). Zoals Jozef gezegd heeft: ‘God heeft mij voor u uitgezonden om u in het leven te houden’, zo zullen ook deze, die het Lam volgen waar het ook heen gaat, voortrekkers zijn om het geestelijke voedsel tot redding van zielen uit te reiken, zodat de Heer een toebereid volk bij de dag van zijn terugkomst zal vinden.