Ziende de onzienlijke – De Drie-Zelf-Patriotten-Beweging

Dit artikel is niet ‘heet van de naald’, maar geeft wel de huidige situatie weer van Chinese christenen. Hoewel er nog maar weinig communes over zijn, de communistische, demonische geesten zijn nog zeer actief. Christendom en communisme gaan nog steeds niet samen en menig Chinees die het vrije westen bezoekt beaamt de enorme geestelijk leegte in zijn land. Dit artikel geeft een blik achter de schermen van de communistische Drie-Zelf-Patriotten-Beweging. Een door de communistische partij goedgekeurde beweging die vrijwel niets te maken heeft met het evangelie van Jezus Christus, maar een door de satan geïnspireerd vals surrogaat is.

Zal de Chinese kerk kunnen standhouden?

Een jonge Chinese christen is één van de velen die in Shanghai in de gevangenis zitten. Hij brengt de meeste tijd door in gebed. De communisten kunnen het niet begrijpen. Hij weigert om ermee op te houden, zelfs al is hem beloofd dat hij vrijgelaten wordt als hij het doet. Ze hebben hem haast gesmeekt ermee op te houden, want het schijnt dat de communisten bang zijn voor zijn gebed en zijn kracht. Dit is een kracht die ze niet begrijpen en die ze niet kunnen verklaren, een kracht waarvoor geen wetenschappelijke of rationele verklaring is, maar een kracht die ze niettemin erkennen. Een kracht die vrede en blijdschap geeft aan mannen en vrouwen die voor Christus lijden. Een kracht die jonge meisjes met blijdschap naar de gevangenis deed gaan, die een meisje haar polsen deed uitstrekken naar de politie die haar kwam arresteren, om de handboeien om te doen met de woorden:

  • ‘Ik ben een christen!’

Dit zijn allen Chinezen, burgers van een China in de weeën van een vooruitgang zonder weerga: massa-opvoeding, krotopruiming, bouwactiviteit, woningbouwprogramma’s, een prachtige nieuwe brug over de Yangtze River, enorme stuwdammen, toenemende staalproductie, mammoet-programma’s voor de industrie, spectaculaire toename van de export, verhoging van de levensstandaard, verbetering van de gezondheidszorg, het uitroeien van epidemieën, toename van de landbouwproductie. En toch staan deze jonge mensen niet toe dat een gevoel van nationale trots hen van hun stuk brengt. Want hoewel loyale Chinezen zijn het christenen, die niet ‘zien op het zichtbare’, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.’ Uiteindelijk is alleen de eeuwigheid van belang; en dus verkiezen ze om in de gevangenis te blijven en te bidden!

Materiële vooruitgang

In zoverre de vooruitgang in Communistisch China het materiële welzijn van de mensen bevordert, zullen christenen zich verheugen en zich op economische of sociale gronden onthouden van kritiek op het nieuwe China, hoewel er zelfs op dit terrein veel redenen tot argwaan kunnen zijn. Maar een christen interesseert zich niet in de eerste plaats voor materiële dingen, maar voor geestelijke en godsdienstige waarden.

Het is echter buiten twijfel dat een Chinees niet langer meer het recht geniet om een individu te zijn; hij heeft als zodanig geen enkel recht meer; hij wordt geacht geen andere behoeften te hebben dan materiële; hij is beroofd van zijn persoonlijkheid, zijn privéleven, zijn gezinsleven en is bij elkaar gedreven in communes om onmogelijk lange uren te werken met onvoldoende slaap.

Daarboven wordt zijn geest zonder ophouden murw gemaakt door alle subtiele en schrikaanjagende handelwijzen die de moderne psychologie beschikbaar heeft gesteld, totdat een toestand van verdoving wordt bereikt. Hij is beroofd van zijn macht om als individu te denken en er een eigen mening op na te houden en moet instinctief denken en handelen in overeenstemming met elke aansporing van staatswege, want er is immers geen God en de mens heeft geen eeuwige bestemming. Hij bestaat alleen maar om het materiële welzijn van de maatschappij van zijn tijd te bevorderen. Zo wordt het tenminste aan elk kind in China geleerd.

Zelfs het geloof van christenen wordt dikwijls geschokt en er is grote vraag geweest naar een boekje, getiteld: ‘Is er een God?’ Het is niet te verwonderen dat de Communisten de toestemming voor een herdruk hebben geweigerd.

Een onbuigzaam atheïsme

Al geven we feiten toe zoals de verbeterde levensstandaard in China, de culturele trots, de poging om te voldoen aan de instincten van de menselijke natuur door kunst en toneel en de opwinding van de volksdans en de kolossale en fantastisch georganiseerde massa-optochten, het is niettemin waar dat de mens ‘niet bij brood alleen’ zal leven! De mens is niet alleen maar een individu, hij is meer, hij is een levende ziel. Dit is wat de communist ontkent en daarmee de waarde van iedere godsdienst:

  • ‘Alle religie is iets onuitsprekelijk minderwaardigs.’

De nieuwe communist van vandaag is niet zomaar een verdraagzaam agnosticus, maar een strijdbare atheïst. Hij is vastbesloten om de godsdienst uit te roeien. De nieuwe Chinese communist is daarom geen uitzondering van alle voorgaande communisten, alhoewel hij stellig zijn bedoelingen verbergt achter een oosterse glimlach en zijn oogmerken doet uitvoeren met de traditionele Chinese hoffelijkheid.

De Chinese regering en de christelijke kerk

Het Bureau voor Religieuze Zaken – een departement van de regering – heeft gewerkt door middel van de Drie-Zelf-Patriotten-Beweging om haar politiek met betrekking tot de Protestantse Kerk ten uitvoer te brengen. Haar optreden is erg spitsvondig en zeer doeltreffend geweest. Om te beginnen vond men willige, maar misleide werktuigen in een zekere Y.T. Wu en zijn ex-collega’s van de Y.M.C.A. Onlangs gaf mijnheer Wu te kennen:

  • ‘Zonder de Communistische partij zou de ‘Drie-Zelf-Beweging’ van de Christelijke Kerk niet bestaan en evenmin het nieuwe leven van de Kerk en dan zouden wij Christenen geen opvoeding in het socialisme hebben genoten en de gelegenheid om ons hart aan de Communistische Partij te geven. Ik bemin de Communistische partij. De Kerk had dringend behoefte aan een zuivering van de verwoestende vergiften van het imperialisme en het antipartij, antisocialistisch denken. Op deze wijze heeft de ‘Drie-Zelf-Beweging’ nu al verscheidene jaren dit louteringswerk van de kerk bevorderd, maar dit was een werk dat niet zou kunnen worden voortgezet zonder de steun en leiding van de partij.’

Dit zijn duidelijke woorden! Zelfs de Nazipropagandist Joseph Goebbels, zou er jaloers op zijn geweest. En zij maken het volkomen duidelijk wie de fasen heeft gedecreteerd van een beleid waardoor de partij langzamerhand een wurgende greep verkregen heeft op de christelijke kerk. Alles wat de afgelopen jaren gebeurd is, is de ontwikkeling van een zorgvuldig gecoördineerd plan. Dit plan heeft vier duidelijk bepaalde etappen van actie gekend:

  1. De fase van het Manifest

Om te beginnen was daar de fase van het Manifest: de tekst van het afgekondigde Manifest werd ontworpen door de overheid en een groep kerkelijke leiders onder leiding van mijnheer Y.T. Wu. Het document gelastte de christelijke kerk zonder omhaal van woorden zich te zuiveren van ‘imperialisme’ (bedoeld werd de buitenlandse zending), om haar trouw in de eerste en voornaamste plaats te betonen aan de Staat (de volgorde is: de liefde voor de Staat gaat boven de liefde voor de gemeente) en een onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de partij. De directe uitwerking van de afkondiging van het manifest was een dwang van overheidswege op de kerken, om de zendelingen uit te stoten en ogenblikkelijk op eigen benen te staan.

  1. De fase van de beschuldiging

De tweede fase zouden we de beschuldigingsfase kunnen noemen. Om tegenstanders op te sporen en alle anticommunisten in de kerken te intimideren, werd iedere gemeente in China gedwongen om z.g. beschuldigingssamenkomsten te houden, waarin voorgangers en leiders aan de kaak werden gesteld, beschuldigd van pro-imperialistische sympathieën, veroordeeld en aan de regering overgeleverd om gestraft te worden. Dit kon excommunicatie betekenen, gevangenisstraf of een jarenlange tewerkstelling als dwangarbeider. Daarna waren er een reeks campagnes die de hele natie beroerden en iedere tegenstand tegen het regime beoogde uit te zuiveren.

Gedurende deze tijd hebben sommige groepen van de Kerk een laatste wal opgeworpen tegen de Drie-Zelf-propaganda die gericht was tegen de zendingsbeweging, welke op iedere denkbare wijze werd zwartgemaakt. Dominee Wang Minq-tao van Peking was allang een grote vijand geweest van de Drie-Zelf-leiders op grond van hun vrijzinnige theologie. Nu bevond hij zich opnieuw tegenover hen op soortgelijke gronden en begon aan te tonen dat hetgeen zij uitkreten voor ‘imperialistisch vergif’ niets meer of minder was dan de leer van het Christelijk geloof. Ongetwijfeld was het hoofddoel van de Drie-Zelf-leiders om het evangelische element in de Kerk te vernietigen. En de evangelische Christenen moeten vandaag de dag boven allen lijden voor hun trouw en gehoorzaamheid aan het Woord van God. Ds. Wang Minq-tao en zijn vrouw zijn opnieuw in de gevangenis na een korte periode van vrijlating – en zo zijn er nog honderden. Soms blijven de mensen de hele nacht op om lijsten samen te stellen met een paar honderd zelfbeschuldigingen, gehoor gevend aan bevelen en om zichzelf te redden!

  1. De fase van de Rectificatie

De derde fase kwam als ‘de fase van het herstel’. De Chinese president was overtuigd dat hij de natie nu wel onder controle had en daarom liet hij de teugels een beetje vieren om kritiek op de regering uit te lokken, bedoeld werd natuurlijk opbouwende kritiek. De uitbarsting van scheldpartijen die over het hele land ontstonden – ook onder hooggeplaatste personen – was een schok voor China’s regeerders. In verschillende steden kwam het zelfs tot relletjes. Ook de Christenen namen deel aan openhartige kritiek en Marcus Cheng waagde het zelfs om kritiek op de regering uit te spreken in tegenwoordigheid van de regeringsleiders in de Politieke Raadgevende Volksraad, het Chinese Parlement. Direct werd de campagne tot ‘correctie van verkeerd denken’ ingesteld. De campagne betrof het hele land, maar de Kerk werd wel aan een zeer nauwkeurig onderzoek onderworpen door de Drie-Zelf-organisatie. Honderden christelijke leiders werden beschuldigd en aangeklaagd als ‘rechtsen’, hun vergunning om te prediken werd ingetrokken en ze werden naar arbeidskampen gezonden in afgelegen gedeelten van China en zelfs terechtgesteld. Sommigen werden tot zelfmoord gedreven.

Vandaag de dag zijn er zeker duizenden trouwe christenen in de gevangenis of in arbeidskampen, met inbegrip van veertig afgestudeerden van het ‘Seminarie voor Geestelijk Leven’ van Dr. Chia Yuming in Shanghai. Eén van de vroegere leden van de staf van dit seminarie werd samen met een lotgenote naar Tsinghai aan de Tibetaanse grens gezonden, waar ze moesten leven in een hut van stro, in de bittere kou en zonder voldoende kleding of voedsel. Deze twee jonge vrouwen moesten in de bergen brandhout rapen en stukbakken totdat hun gezondheid geheel ondermijnd was. Waarom? Omdat zij ‘rechtsen’ waren en weigerden op de nieuwe leer te reageren, zo echt en standvastig was hun christelijk geloof.

Grote aantallen christenen zijn naar Tsinghai gestuurd, een soort Chinees Siberië. Een derdejaars medisch studente, die in haar geloof van geen toegeven wilde weten en die weigerde om een bepaalde predikant te beschuldigen, werd gedegradeerd tot dienstbode in de universiteit. Zij verklaarde dat ze heel gelukkig is dat zij zó voor Christus mag getuigen en voorts: ‘Als mijn lijden de komst van de Heer zou kunnen bespoedigen, zou ik met blijdschap willen sterven!’

Christenstudenten roepen elkaar dikwijls bij het afscheid toe: ‘Misschien ontmoeten we elkaar de volgende keer binnen de gevangenis!’ Vrienden kunnen soms christenen bezoeken die hun gevangenistijd uitzitten en berichten dat zij erg blijmoedig zijn en zich verheugen in de Heer. Verschillende mensen zijn in de gevangenis bekeerd door het getuigenis van Christenen.

  1. De fase van de Unificatie

Daarna kwam de vierde fase, waarin de meeste gemeenten in de steden tot maar enkele erediensten werden teruggebracht. In Shanghai werd het aantal kerken teruggebracht van omstreeks tweehonderd tot twintig; in Peking van vijftig tot vier. De overtollige predikanten werden aan het werk gezet in de communen die tegen die tijd over het hele platteland van China waren ingesteld. In die gebieden heeft de requisitie van de gehele bevolking tot dwangarbeid, het normale maatschappelijke leven zó ontwricht, dat men zich moeilijk kan indenken hoe er nog enig kerkelijk leven mogelijk zou zijn.

Gedurende de samenvoeging van stadskerken zijn kerken met volkomen verschillende liturgische en theologische tradities gedwongen zich te verenigen en het lijkt wel alsof er een poging wordt gewaagd om elk onderscheid tussen de kerken onderling op te heffen. Immers, zo zegt men, dit zijn de laatste overblijfselen van ‘imperialistische’ invloed in de kerken. De Drie-Zelf-leiders drongen hier op aan tijdens een gehouden conferentie met kerkelijke leiders. Er mag nog maar één gezangboek zijn, één liturgie en één organisatie. Alle naslagboeken worden nauwkeurig onderzocht en alleen die boeken die de kerkelijke hereniging en het socialisme voorstaan worden voor gebruik vrijgeven. Alle eigendommen worden overgedragen aan de Drie-Zelf-autoriteiten.

Het grootste kerkgebouw in Shanghai is in een fabriek veranderd! Heden ten dage is de wereld getuige van het schouwspel van een Protestantse Kerk die in de ijzeren greep van de overheid is. Alle christenen zijn aangespoord om ‘hun hart te geven’ aan de Communistische Partij. Hun hoogste toewijding, zoals in het oorspronkelijk Manifest was bedoeld, is nu niet meer Voor God, maar voor de Partij. Dank God daarom voor hen die, staande tegenover dwangarbeid, langdurige gevangenisstraf en zelfs de dood, het toch nog met hun Heer kunnen zeggen: ‘Ga weg, Satan! Er staat immers geschreven: De Heer, uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen!’

Schaarste aan Bijbels

Het wordt langzamerhand wel duidelijk dat de dingen in China niet al te goed gaan: het experiment met de communen is niet zo succesvol geweest als men gehoopt had. In veel streken is hongersnood en gebrek aan voedsel en in Shanghai wordt het voedsel gerantsoeneerd. In een bepaald gebied leven de mensen van aardappelloof. Maar nog ernstiger is het feit dat er misschien al gauw een groot tekort aan Bijbels zal zijn. Achter elkaar zijn twee secretarissen van het Bijbelgenootschap ervan beschuldigd ‘rechtsgezind’ te zijn; één is in de gevangenis gestorven, de ander is daar nog. Het Bijbelhuis in Shanghai is enkele keren per week geopend en dan nog maar gedurende een paar uur per dag: degenen die Bijbels kopen moeten hun naam opgeven. De enige andere plaats waar Bijbels te verkrijgen zijn, zijn de tweedehands boekenstalletjes.

Het verraad

De tragiek is dat de gemeente verraden is door een groep van haar eigen leiders, die door de regering waren gekozen. Mannen die zich in het nastreven van hun doelstellingen aan de vijanden van God hebben geleend. Zij zijn geworden de beschuldigers van de broers en zusters, lasteraars van hun zendingsvrienden, bewonderaars van het marxistisch socialisme, verdedigers van atheïsme en hebben meegedaan aan het opjagen van honderden van hun medechristenen naar gevangenissen en arbeidskampen. Hen zelfs tot zelfmoord gebracht of de dood ingejaagd. Hun slachtoffers hebben:

  • ‘hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap, onder ontbering, verdrukking en mishandeling, zij hebben rondgedoold door woestijnen en gebergten, anderen hebben zich laten folteren (bijv. Christenen uit de stammen) en ‘van geen bevrijding willen weten’ (naar Hebr.11).

Dit zijn zij die weigeren om verblind te worden door de materiële vooruitgang om hen heen. Zij zien op het onzichtbare; hun liefde is voor de dingen boven en als zij lijden:

  • ‘verdragen zij als ziende de Onzienlijke’ (Hebr.11:27).

De lessen van China zijn duidelijk te lezen. Mogelijk zijn hier de communistische blauwdrukken voor de omverwerping van Jezus’ gemeente in het Midden-Oosten, Azië, Afrika, overal! Zendingsgenootschappen moeten de lessen tijdig leren. En Christenen over de hele wereld moeten in beweging komen als nooit te voren om te bidden voor hun Chinese broers en zusters.

  • ‘Voor het overige, broers en zusters, bid voor ons. Bid dat het woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en ook geprezen wordt als bij u. Bid ook dat wij worden behoed voor slechte en kwaadaardige mensen, want niet iedereen is betrouwbaar. Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen. De Heer geeft ons de overtuiging dat u doet wat wij u opdragen en dat zult blijven doen. Mag de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus’ (2 Thess.3:1-5).