Kruistocht tegen de Katharen – Albigenzen

De Katharen beleden de enkel goede God!

Deze christenen leefden in de twaalfde en dertiende eeuw voornamelijk in Zuid-Frankrijk. Van hen las ik in het blad ‘In de rechte straat’ hoe onberispelijk deze christenen wandelden op het niveau van de Bergrede. Zij kenden de doop in Heilige Geest door middel van handoplegging net zoals de eerste christenen. Ook Walter Nigg beschrijft in zijn boek ‘Tragiek en triomf van het geweten’, uitvoerig over deze trouwe volgelingen van Jezus Christus. Om hen volledig uit te roeien werd voor het eerst in de historie door christenen een oorlog tegen medechristenen toegepast. Als sektariërs werden de Katharen vaak bij honderden tegelijk levend verbrand.

  • “De inquisiteurs legden alle contacten met de katharen vast. Ze konden overgaan tot huiszoekingen. Katharen die vrijwillig bekenden, moesten boete doen. Ze werden geherhuisvest, moesten een boetekruis dragen, de mis bijwonen, processies volgen en op bedevaart gaan. Katharen die onder dwang bekenden werden overgedragen aan de burgerlijke overheid. Zij kregen geldboetes, geselingen, gevangenisstraffen en verbanningen opgelegd. Hun huizen werden geconfisqueerd of gesloopt. Wie zijn Kathaars geloof niet afzwoer, werd levenslang opgesloten of ter dood gebracht door verbranding of ophanging. Er werden ook overleden katharen uit hun graf gehaald en verbrand.”

Bloeiende landstreken werden veranderd in woestijnen. Het aantal doden van dit wrede bloedbad werd op één miljoen geschat. Wanneer de hel zo ongelofelijk kwaadaardig tegen opnieuw geboren en Geestvervulde christenen woedt, is het duidelijk dat de satan de gemeente van Jezus Christus intens haat. Het enige belangrijke verschil tussen het rooms-katholicisme en het Katharisme was het feit, dat volgens het roomse geloof God de oorzaak is van het kwaad, waarvoor Hij dan de zondaars straft. De Katharen leerden echter dat God niemand straft. Hij keert het loon van de zonde niet uit. Hun God was precies dezelfde als die wordt voorgesteld door de vader in de gelijkenis van de verloren zoon:

  • Hij die licht is. Hij die goed en heilig is. Hij die de levensbron is. Hij die de oorsprong is van alle mildheid, tederheid en gerechtigheid.’

Ook in ónze tijd

Het is merkwaardig dat in onze tijd deze eigenschap van Gods absolute en oneindige goedheid ook in de kerken nog steeds ontkend wordt. Wij zijn al jarenlang bezig ons los te maken van traditionele leringen, die niet gegrond zijn op de uitspraken van Jezus en Zijn apostelen. Het gaat hierbij duidelijk over het verschil in Godsvoorstelling tussen het oude en het nieuwe verbond. Lezen wij het Oude Testament in het licht van het Nieuwe, of leven wij zoals massa’s christenen nog op oudtestamentische basis? Het katholicisme met zijn oudtestamentische eredienst, zijn priesters en gewijde jurken, zijn altaar en zijn onbloedige offers hebben alle nog de god van het oude verbond, aangevuld met de koningin van de hemel, een grootvorst uit de afgrond van het dodenrijk.

Na de hervorming, toen men met veel dwalingen brak, heeft men toch de leugen dat God goed èn kwaad veroorzaakt, meegenomen op de nieuwe weg. Jezus, die ons de Vader heeft doen kennen, leerde echter dat God enkel licht en enkel goed is. Aan zijn woorden moeten wij ons vasthouden, want Hij heeft de geheimen van het Koninkrijk der hemelen, het wezen van God en Zijn plan geopenbaard. Wanneer wij zijn leer volgen, is het duidelijk dat wij met verschillende opvattingen in het Oude Testament in conflict komen. Denk bijvoorbeeld maar aan het polygame huwelijksleven van de aartsvaders, dat niet strookt met Gods oorspronkelijke bedoeling en waarvan Jezus duidelijk getuigenis gaf. Wij zijn nu zover gekomen, dat wij de leugens verder zullen bestrijden.

De grootste leugen in de hof van Eden

De grootste leugen door de slang in het Paradijs uitgesproken, is een halve waarheid en daarom een leugen. God (er)kent inderdaad zowel het goede als het kwade, maar niet door zelf het kwaad ook toe te passen of te bewerken (volgens satans influisteringen). Het kwaad is als eerste in de satan zelf ontstaan (Ez.28:12-19; Jes.14). God ziet alles van bovenaf, zonder er zelf deel aan te hebben, dus ook het kwaad dat de satan via de mens na zijn val uitwerkt. God is enkel licht en daar kan geen duisternis uit voort komen. Door de grote leugen dat God àls de mens zou zijn, weet de duivel zichzelf met zijn werken te camoufleren. Wij moeten echter weer de volle waarheid verstaan, die alléén door Jezus Christus openbaar geworden is en ook wat Jacobus daarover schrijft:

‘Dwaal niet, mijn geliefde broeders! Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader van de lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer’  (Jacobus 1:16,17).