26. Het monotheïsme als struikelblok tussen christendom, jodendom en islam

<<<<<

Christus als Zoon van God vormt het struikelblok tussen drie godsdiensten, die ook nog onderling verdeeld zijn. Terwijl Jezus voor ons de Bemiddelaar is, door wie wij met God zijn verzoend, blijft God voor b.v. de Joden en islam ongenaakbaar. Zij aanvaarden Jezus’ Messiasschap en Bemiddelaarschap absoluut niet. Door de Joden verworpen en door islam alleen als een ‘soort profeet’ aanvaard, is Jezus Christus geworden tot een ‘steen waaraan men zich stoot’. Het hele conflict in het Midden-Oosten stoelt in feite op de verwerping van Jezus Christus als Messias en Bemiddelaar. De volle manifestatie van het Koninkrijk van God zal pas vrede brengen in de harten van het Midden Oosten.

Nadat islam eerder in deze reeks is voorgesteld als een monotheïstisch bolwerk tegen de pauselijke hiërarchie, zoals deze zich in de Middeleeuwen ontwikkeld heeft, moet ik nog nader ingaan op het begrip ‘monotheïsme’ (het geloof in één God, zoals dit in diverse religies tot uiting komt). Dit vage begrip heb ik expres gekozen, omdat wij op grond van de Woorden van God duidelijk onderscheid moeten maken tussen de gemeente van Jezus Christus en veel kerken en sekten, die zich met het predicaat ‘christelijk’ tooien. In het voorafgaande artikel heb ik dus gesteld dat het zeer de vraag is, of Rome ‘überhaupt’ als zuiver monotheïstisch kan worden beschouwd.

Maria en de heiligen fanatiek aanbeden

Theologisch heeft Rome het overigens piekfijn voor elkaar: de R.-k. theologen hebben immers drie vormen van aanbidding en verering bedacht en wie zich stipt daaraan houdt, belijdt – theologisch bekeken – een monotheletische godsdienst, zij belijdt en dient maar één God. Maar zodra deze scheidslijn vervaagt, krijgen (om nu maar bij Rome te blijven) Maria en de heiligen een verering die volgens de Bijbel alleen God toekomt.

Hagiografieën

In zuidelijke landen heb ik vaak hagiografieën (beschrijvingen van de levens van heiligen) te lezen gekregen. Iedere plaats of streek heeft daar z’n eigen hagiografie, omdat er bijna in iedere parochiekerk een ander Christus, Maria- of heiligenbeeld vereerd wordt. Bij het lezen van die geschriften heeft het mij telkens getroffen dat deze lieveheren, madonna’s en heiligen, hun eigen attributen hebben. In de ene nood wendt men zich tot een bepaalde heilige, terwijl men met een ander probleem beter bij een andere heilige, madonna of lieveheer terecht kan. In Zuid-Europa is mij inderdaad gebleken dat men bij het zoeken naar troost en steun bij heiligen, gemakkelijk in een vorm van hagiolatrie (heiligenaanbidding), vervalt. Op dat moment wordt de grens tussen monotheïsme en polytheïsme (waar men dus verschillende godheden vereert) overschreden. En deze grensoverschrijdingen zijn daar schering en inslag. 

Maar waarom heb ik het toch altijd weer over Zuid-Europa, wanneer ik het over roomse praktijken heb? Eenvoudig omdat onze noordelijke landen missiegebieden zijn waar Rome rekening moet houden met een hoog percentage andersdenkenden. Daarom zijn de ‘Calvinistische roomsen’ van Nederland geheel anders dan de roomsen in Rome’s erflanden. De roomsen in Noord-Europa zijn dus niet representatief op het punt van de uitoefening van hun geloofspraktijken. De geloofsleer, de catechismus, mag dan overal dezelfde zijn, in de praktijk pakt de zaak vaak heel anders uit. Maar ook de Joden twijfelen er aan of christenen inderdaad monotheïsten zijn, dus: in één God geloven, omdat de meeste van hen Jezus ook als God zien, naast de Heilige Geest als derde God(heid). Bekijken wij dit door een zuiver joodse bril dan kunnen wij deze bedenking niet zomaar wegredeneren. Om van deze twijfel te worden bevrijd, moet men inderdaad de verzoening met God door Jezus Christus hebben ervaren en verlost zijn van de valse, Roomse uitvinding: de drie-eenheidsleugen.

Jezus is geen 1/3e God, maar de Zóón van God

Wie gelooft dat Jezus de Zoon van God is en in Jezus het vleesgeworden Woord van God ziet (de van God uitgegane Logos, Joh.1:1) en niet alleen een profeet, ervaart juist door de Christus de enige juiste vorm van monotheïsme, omdat wij in Christus, God niet meer zien als een ongenaakbare God, die ergens ‘hoog in de hemelen’ troont, maar Die ons in Christus dichter bij is dan de lucht die wij inademen. Als criterium van een theologische benadering kunnen wij stellen, dat wij niet voor het ene probleem tot God gaan en voor het ander tot Christus. Zij zijn beiden één in denken, handelen en doen. Jezus zegt zelf: ‘Vraag het de Vader in mijn Naam en Hij zal het u geven’ (Joh.15:16b). God de Vader en zijn eniggeboren Zoon hebben niet elkaars verschillende attributen, zoals wij die vinden bij de godheden van de heidense religies, of bij de verschillende heiligen, madonna’s en lieveheren in de roomse kerk (met name in Zuid­ Europa). De Heilige Geest, die wij ontvangen, is de Geest van de Vader Zelf en niet een derde (roomse) godspersoon. Zoals een mens een geest heeft, heeft de Vader dit ook. Wij zijn immers naar zijn beeld en gelijkenis geschapen. Om dit te ervaren, moeten wij in de boodschap van de Woorden van God gelóven.

Theologische beschouwingen over een ‘godheid’ van Christus helpen de christen geen stap verder, enkel het moeras in. De boeken, die over dit onderwerp zijn geschreven, vullen onze bibliotheken: allemaal wijze woorden die echter niemand overtuigen, omdat ze op menselijke wijsheid gegrond zijn. Menselijke wijsheid heeft ons niet tot God gebracht; het zoeken naar God wordt in ons uitsluitend bewerkt door Gods Geest. Maar als de mens volgepropt zit met menselijke wijsheid en als zijn eigen vroomheid en religiositeit hem in de weg staan, is hij horende doof voor de stem van God. Dat God door zijn Geest tot hem wil komen, wordt door de radar van de mens niet opgevangen… Dus, Jezus Christus als Zoon van God wordt niet aanvaard door de joden en ook niet door islam. Hoe de joden zich zouden opstellen tegenover een Messias die zij nu nog steeds verwachten, is allerminst duidelijk. Het zou waarschijnlijk daarop uitlopen dat zij ook een andere Messias zouden verwerpen, zodra deze de kenmerken zou gaan vertonen van dè Gezalfde, zoals deze door oudtestamentische profeten werd aangekondigd en ook gekomen IS.

Afgodenaanbidding

De afwijzing door islam van Jezus Christus als de Zoon van God, stoelt ongeveer op hetzelfde principe. Als ene mo zich beschouwt als de derde profeet na Mozes en Christus, houdt dit in, dat islam Jezus wel wil aanvaarden als profeet, maar niet als dè eniggeboren Zoon van God. islam ziet Jezus Christus als een mens met goddelijke attributen, maar niet als de uit God geboren Zoon.

  • “Hier zijn de accenten wat verplaatst’, zou de wereldraad van kerken wellicht zeggen, die tot iedere concessie bereid is, mits ze zou bijdragen tot de vorming van de door hen bedoelde eenheidsworst…”

Het gaat hier echter niet om verplaatste accenten, maar om fundamentele verschillen! De god van islam al net zo ongenaakbaar is als Elohim voor de Joden. Zij kennen geen Bemiddelaar tussen God en mensen.

Hoe moeten wij dan de wereld van het jodendom en islam benaderen? Hoe maken wij de joden duidelijk dat zij een Verlosser nodig hebben die hen met God verzoent? Dat vereist niets minder dan de openbaring van de zonen van God; Christus moet zich door ons heen kunnen openbaren. Wij moeten de werken van Christus doen, wat oneindig veel meer is dan christelijke naastenliefde, hoezeer deze een kenmerk is van de christengemeente. De mensheid, joden incluis, moet in ons kunnen zien dat Jezus Christus meer is dan een profeet. In ons moeten de krachten van het Koninkrijk van God openbaar worden, maar laten we daarbij de waarschuwing van Johannes niet vergeten. Volken die afgoden aanbidden, veroorzaken zelf een zonde tot de dood en daarvoor hoeven wij niet te bidden (1 Joh.5:16). De Heer breekt nergens in met geweld bij iemands zelf verzonnen ‘godsbeeld’ (Marc.6:11). 

‘Heilige Plaatsen…’ – Mekka, Jeruzalem, enz…

Mekka is voor islam wat Jeruzalem is voor de Jood: hèt godsdienstig centrum. Zo heeft iedere wereldreligie haar centrum, behalve de gemeente van Jezus Christus, omdat zij haar plaats heeft in het hemelse Koninkrijk van God. Daarom gaan wij niet meer naar een bepaalde aanwijsbare plaats om verzoening af te kopen, of een gratis zegen te ontvangen. Vandaar dat het naamchristendom – naar analogie van de joden, islam en tal van heidense godsdiensten – behoefte heeft aan aardse cultuscentra, pelgrimsoorden en bedevaartplaatsen. Wie toegang heeft tot het hemels Jeruzalem, voelt geen behoefte aan een pelgrimstocht naar het aardse Jeruzalem om daar een speciale zegen te ontvangen.

De rol van islam in de geschiedenis van de christengemeente

De studie van islam biedt een klein facet, omdat islam zich op Abraham als stamvader beroept. Omdat de materie haast onuitputtelijk is, zullen wij ons binnen het bestek van deze artikelenreeks tot de meest saillante punten moeten beperken. Na de onverdraagzaamheid van islam tegenover de Joden, stelde haar leiders zich later voor korte tijd welwillender op tegenover de Joden en Christenen; mits dezen zich geheel aan hun machthebbers onderwierpen, net zolang tot er van hen niets meer te roven viel:

  • Niet-islamieten werden vanaf het begin duidelijk gemaakt dat zij zich aan de onderkant van de samenleving bevonden.
  • Ze moesten grote belastingen betalen.
  • Ze waren volgens islamitisch recht verplicht een uiterlijk teken van hun anders-zijn te dragen, zoals bepaalde kleren en mochten geen kleding en kleuren (groen) dragen die sterk verbonden waren met islam en koran.
  • Ze mochten geen wapens dragen of paarden berijden, hooguit zijwaarts zitten en veel achterom kijken….
  • Ze mochten geen nieuwe godshuizen bouwen en oude niet repareren zonder toestemming van islam.
  • Een niet-islamiet kon niet erven van islam.
  • Een niet-islamiet mocht niet trouwen met een islam-vrouw, maar islam mocht wel met een christelijke of joodse vrouw trouwen.

De bijna voortdurende staat van oorlog tussen Christenen en islam in de 10e eeuw blijkt ook uit het feit dat islam er een gewoonte van maakte om in de Christelijke gebieden de kerkklokken mee te voeren naar het zuiden, zoals na de inname van Santiago de Compostella in 997. In Al-Andalus was het Christenen verboden om kerkklokken te luiden; islam had een hekel aan het geluid. 

De beperkingen die christenen kregen opgelegd en daarnaast de actieve vervolging die bijvoorbeeld rond 850 plaatsvond, maakten dat er een regelmatige stroom van Christenen ontstond naar het Christelijke noorden. Dat er na duizend jaar nog weinig veranderd was merkte de Franse generaal Napoleon op, tijdens zijn verblijf in Egypte. Toen hij vroeg waarom een man achterstevoren op een paard zat, kreeg hij te horen:

  • “Dit is een christen, dezen mogen enkel op deze wijze op hun paard zitten…”

Maar goed, aan deze ‘schijnheilige verdraagzaamheid’ in de eerste 8 eeuwen, is het te danken dat de gemeente van Jezus Christus zich in Spanje en Portugal vrijer kon blijven ontwikkelen dan in het overige Europa.

Vredegroet?

Nu wij weten dat Jezus de enige weg is tot verzoening en vrede, moeten wij ons dan nog afvragen hoe het komt, dat men ons in het Midden­ Oosten vrede toeroept, terwijl men tot de tanden gewapend is? Integendeel, als er wel vrede was, zouden wij ons moeten afvragen of de apostel gelijk had, wanneer hij zei dat Jezus onze vrede was. Of zouden er meer wegen zijn die tot vrede leiden? Als dat zo was, zou er misschien wat meer vrede zijn op aarde. Maar de wereld- en kerkgeschiedenis bewijzen ons, dat de aarde maar betrekkelijk weinig jaren gekend heeft, dat er niet ergens gevochten werd. De tussenpozen tussen twee oorlogen in, die de politici dan ‘vrede’ noemen, zijn in feite maar perioden van voorbereiding op een nieuwe oorlog, om zijn tegenstander met machtiger middelen nog doeltreffender te kunnen verslaan.

Wij zien dus dat oorlog en vrede een godsdienstige achtergrond hebben en in beginsel wortelen in de God-mens ­relatie. Is deze niet in orde, dan gaat de mens op zoek naar vrede met God, of met het opperwezen zoals hij het zich voorstelt. Zo zien wij dat iedere religie een weg is, maar niet iedere weg voert naar omhoog! En om vrede met God te krijgen is er dus maar één weg, Jezus Christus. Dè Bemiddelaar tussen God en mensen.

In de loop van de middeleeuwen zou het nog tot geweldige botsingen komen tussen het rijk van mo en het gekerstend Imperium Romanum onder leiding van een pope. Daar tussenin ontwikkelde zich, tot eenzame plaatsen teruggedrongen, de gemeente van Jezus Christus. Geslagen, maar niet verslagen! De overheersing van Spanje door islam heeft liefst acht eeuwen geduurd en heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Spaanse samenleving. Dit verklaart ook dat de psyche van de Spanjaard en Portugees totaal afwijkt van die van andere Europese volken, met welk feit wij terdege rekening moeten houden bij het brengen van het evangelie in die landen. De Europese kerk – buiten Spanje en Portugal – heeft zich dus al in de vroege middeleeuwen aan uitbuiting van haar geestelijke macht schuldig gemaakt jegens het volk en men zou de komst van de Waldenzen moeten afwachten, dus een goede 500 jaar later(!), tot er eindelijk weer Schriftgedeelten in de volkstaal zouden verschijnen. Maar ook zij ontkwamen niet aan de massaslachtingen uit Rome, velen kwamen om op de Roomse brandstapels.

Het West Gotisch Rijk aan de vooravond van de verovering van het Iberisch schiereiland door islam

Nadat de uitbreiding door islam over Noord-Afrika niet meer te stuiten was, zag islam zich ertoe geroepen om het rijk van mo ook in Europa te vestigen. Gedurende het tijdvak van het West Gotisch Rijk heeft Rome van de in Spanje heersende verwarring op godsdienstig gebied, kunnen profiteren om zich ook daar te vestigen. Rome heeft als gevolg van de verovering van Spanje en Portugal door islam, niet tot alle geledingen van de samenleving heeft kunnen doordringen. Gezien de oecumenische samenwerking en de politieke indoctrinatie van alle officiële- en kerkelijke instanties is het zeer de vraag, of bijvoorbeeld wij als Nederlandse staatsburgers ook nu op bescherming zouden mogen rekenen van onze regering, als wij in het buitenland (in casu op het zendingsveld) in moeilijkheden zouden raken op grond van ons getuigenis als christen. Hieruit zien wij dat de tijden veranderd zijn en dat het zaak wordt dat wij onze strijd leren strijden in de hemelse gewesten.

De rampen gaan gewoon door tot aan vandaag

Vooral met betrekking tot de landen van de Derde Wereld is een heenwijzing naar dergelijke moeilijkheden niet uit de lucht gegrepen. Sinds er een roomse kerk bestaat, heeft deze het zwaard gehanteerd. Maar ook de Koptische kerk weet daar raad mee, wanneer wij bedenken dat de Pinkstergelovigen in Ethiopië door kerkelijke en burgerlijke autoriteiten worden vervolgd. Overal werd het Arabisch als voertaal ingevoerd. Egypte, dat oorspronkelijk een totaal andere cultuur bezat, speelt nu de eerste viool in het concert van de Arabische Liga. Dan verder westwaarts, naar Marmarica, Cyrenaica, Pentapolis, het socialistische bolwerk Libië van de inmiddels vermoorde Gadaffi, daarna kwamen ook Carthago (in de 4e en 5e eeuw een belangrijk centrum van het Afrikaans christendom) en Numidië (het vaderland van Augustinus) aan de beurt. Carthago ligt in het huidige Tunesië en Numidië komt overeen met oostelijk Algerije. Nadat ook Mauritania (westelijk Algerije en Marokko) veroverd waren, stond het sein op groen om naar Europa over te steken. In het jaar 711 landde islam bij Gibraltar, onder aanvoering van Tarik, naar wie de beroemde rots genoemd werd: Djer al-Tarik, de berg van Tarik, welke naam later verbasterd is tot Gibraltar. Daarmee kwam een einde aan het West gotische Rijk, dat bijna drie eeuwen had bestaan.

Zoals bekend waren de Goten een Germaanse volksstam, die oorspronkelijk aan de Beneden-Weichsel thuishoorde, maar in de 2e eeuw naar de Zwarte Zee verhuisde. Later werden ze verdeeld in Oost- en WestGothen. Deze laatsten bekeerden zich in de 4e eeuw tot het christendom. Hun eerste bisschop, Ulfilas, of Wulfila vertaalde het Nieuwe Testament in het Gotisch, wat dan ook het enige document is, dat van de Gotische taal is overgebleven. Hieruit blijkt dus dat de oude Germanen niet het Latijn, maar het Gotisch als kerktaal gebruikten. In het jaar 419 werd het West gotische Rijk gesticht ten zuiden van de Pyreneeën. Bij hen voegden zich nog twee Germaanse stammen: de Vandalen (bekend door hun rooftochten) en de Sueven. Verder drongen ook de Alanen, een Sarmatisch nomadenvolk uit Zuid-Rusland, Spanje binnen en werden daar door de WestGothen onderworpen. Bepaald gelukkig was Spanje niet tijdens het rijk van de WestGoten, want de eenheid en rust, die door de Romeinen werd nagestreefd, werden door hen met voeten getreden. Ook op religieus gebied ontstond er een chaos. Een deel van de WestGoten hing de leer van Arius aan, die als volgt kan worden samengevat:

De Zoon was er al, voordat de wereld geschapen werd, maar Hij was niet van eeuwigheid. Volgens Arius was er een tijd, dat de Zoon er niet was; de Zoon was het voornaamste schepsel van de Vader. Volgens deze visie kunnen de namen ‘Zoon van God’ en ‘vleesgeworden Woord’, de ‘Logos’, niet op Christus worden toegepast. De kwestie werd tenslotte op het oecumenisch concilie van Nicea in het jaar 325 uitgevochten en uit die tijd dateren dan ook de termen homo-ousios, dat wil zeggen ‘gelijk van wezen’, zoals kerkvader Eusebius die had geponeerd en homoiousios, dat wil zeggen ‘overeenkomstig het wezen (van de Vader), volgens de inzichten van Arius, die tenslotte door het concilie veroordeeld werd. Keizer Constantijn wenste echter om politieke redenen godsdienstvrede. Maar aangezien geestelijke geschillen van zo’n ingrijpende aard niet bij keizerlijk decreet konden worden bijgelegd, hebben wij hier al het beginsel te pakken van de grote scheuringen op godsdienstig gebied. Deze uitweiding, voor sommigen misschien ingewikkeld, is in dit verband toch wel belangrijk, willen we nog maar enigszins wijs worden uit de ontwikkelingen, die zich in de loop van de middeleeuwen zouden voordoen.

Leovigild (+/- 525 – 586)

De voornaamste koning van de WestGothen, Leovigild, streefde naar politieke eenheid op godsdienstige grondslag. Hij ging echter uit van de Ariaanse geloofsovertuiging. Op het derde concilie van Toledo in het jaar 589 koos zijn zoon Recarred (of Recaredo in het Spaans) openlijk de kant van Rome. Dit had verstrekkende gevolgen, al had deze overgang niet bepaald de eenheid van de christenen tot gevolg. Het spreekt vanzelf dat Rome onder de WestGothen zijn invloedssfeer in belangrijke mate heeft kunnen uitbreiden, al is het pausdom er niet in geslaagd de evangelische karakter­structuur van de plaatselijke christengemeenten aan te tasten. Men bleef nog in de Heilige Schrift lezen, de erediensten bleven eenvoudig, de beeldendienst kon er geen ingang vinden, er werd nog steeds avondmaal gevierd en de gelovigen werden nog lang door onderdompeling IN water gedoopt.

Al zijn er dan niet veel documenten overgebleven uit de tijd van de oerchristelijke gemeente in Spanje, de nog bekende feiten worden van hoogkerkelijke zijde angstvallig verzwegen, eenvoudig omdat ze niet stroken met de gangbare mening over de ‘Spaanse katholiciteit’. Al was het zo, dat de christenen tijdens de overheersing door islam weinig of geen invloed konden uitoefenen op het maatschappelijke leven, toch konden zij blijven voortbestaan als slaven en geldgevers onder heerschappij van islam. Acht eeuwen lang zou er van een directe beïnvloeding vanuit Rome geen sprake meer kunnen zijn.

Wij zijn nu in een tijdperk van de Spaanse geschiedenis aangeland, waarover wat meer feitenmateriaal beschikbaar is, zodat wij nauwelijks meer toevlucht moeten nemen tot gissingen en gevolgtrekkingen, hoezeer deze ook historisch verantwoord zijn. De kennis van deze feiten is bovendien bijzonder waardevol in de benadering van de wereldomvattende hispaniteit, waar men vaak tal van vooroordelen uit de weg moeten ruimen, alvorens een aandachtig oor van onze toehoorders te winnen voor het brengen van het evangelie.

 

>>>>>