15. Paulus als getuige van Jezus Christus in Spanje

  • ‘Ik zal, wanneer ik naar Spanje reis, naar u toe komen. Ik hoop u namelijk op doorreis te zien en door u op weg daarheen verder geholpen te worden, als ik eerst wat van de ontmoeting met u genoten zal hebben’ (Romeinen 15:24).

Nadat wij in een aantal artikelen hebben gelezen hoe de duivel de Iberische (Spaanse) bodem al vóór de komst van de eerste predikers van het evangelie van Jezus Christus negatief heeft beïnvloed, zien wij nu hoe de Heer van de gemeente daar lijnrecht tegenin ging, door de kracht van Gods Heilige Geest en het brengen van het evangelie. De satan wist wat er ging gebeuren en het wapen van de satan is dan ook altijd de verleugening van de volken door middel van op het christendom lijkende heidense religies geweest. Eerst werd het Jodendom doordrenkt met de in de voorafgaande artikelen beschreven afgodendiensten. Later, toen de Joden geen afgoden meer vereerden – na de Babylonische ballingschap – werd het volk met wetten en inzettingen ten onder gehouden, wat bij de komst van de Christus noodgedwongen tot felle botsingen moest leiden, omdat Jezus de demonie van de wettische godsdienst onderkende. Zo hebben wij in de loop van de eeuwen een satanisch gedrocht van een christendom leren kennen, waarin zowel de heidense afgodendienst als de farizeïsche wetsbetrachting hoogtij vierden. Dus niet alleen beschouwingen omtrent godheden, maar deze werden gekoppeld aan een keiharde leer die met het zwaard van de Staat werd verdedigd.

Te midden van deze duisternis staat Christus. Ongeveer 25 jaar geleden werd ik bepaald bij Jezus die in de tempels de goede boodschap bracht. Ik zat in mijn flat in Genève het Johannesevangelie in het Grieks te lezen en werd bepaald bij de dubbele betekenis van Johannes 7:38: ‘Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’ De dubbele interpretatie van deze tekst vloeit voort uit de plaatsing van de komma’s. Er is eens een heel concilie gewijd aan de plaatsing van een komma, terwijl men later ook op het protestants, piëtistisch en evangelisch erf, eeuwen lang heeft zitten vitten op bepaalde puntjes en kommaatjes! Wanneer ik het op mijn beurt over een tweetal kommaatjes heb, wil ik daar allerminst een theologisch twistpunt van maken. Ten eerste omdat de grondtekst helemaal geen leestekens bevat, ten tweede echter omdat het hier om een wezenstrek gaat van de gemeente van Jezus Christus: geloof, als voorwaarde voor het bezit en de uitoefening van de charismata, of wel genadegaven.

Codex Sinaïticus

Nu bevat de uitgave van het Griekse N.T. van Dr. Eberhard Nestle inderdaad leestekens, maar ik mocht eens een aantal passages lezen in de originele handschriften van de Codex Sinaïticus, wat ik indertijd, onder speciale bewaking, mocht doen in het Brits Museum in Londen. Wat mij daarbij getroffen heeft, was het feit dat de hele Codex in Griekse hoofdletters geschreven staat en wel zónder leestekens en zonder spaties tussen de woorden in! Toen ik indertijd in Genève ging praten over twee verschillende mogelijkheden van uitleg van de door mij aangehaalde tekst, kreeg ik te horen: ‘Jongen, je geloof zit weer 30 centimeter te hoog; je komt weer met haarkloverijen aandragen…’ Er zijn sindsdien 25 jaar verstreken, maar nog steeds kan ik de dubbele interpretatie van deze tekst niet loslaten. De in mijn kringen gangbare uitleg luidde als volgt:

  • ‘Wie in Christus gelooft, zal  volgens de Schriften – met charismata (gaven van de Geest) worden begiftigd’.

Door het lezen van de grondtekst ontdekte ik, dat deze tekst ook als volgt kan worden vertaald:

  • ‘Wie in Mij (Christus) gelooft, overeenkomstig de Woorden van de Schrift, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.

Met andere woorden: wil men zélf een bron van levend water zijn, dan moet men in Christus geloven zoals de Schrift zegt. De manier waarop wij in Christus geloven, is ‘conditio sine qua non’, dat is: absolute voorwaarde om bronnen te zijn van levend water. Met ‘stromen van levend water’ heeft Jezus blijkbaar de ‘opborreling van water’ bedoeld, die in het Hebreeuws ‘Nábiy’ heet. De Griekse versie hiervan is ‘profeet’, iemand die de Woorden van God ‘naar voren brengt’. Ware profetie is dus rechtstreeks gekoppeld aan het ware geloof in Christus, aan het geloof zoals de Schrift zegt. Staat iemand dus niet in dit geloof en voldoet hij niet aan de door de Bijbel gestelde voorwaarden van het geloof in Christus, dan is zijn profetie niet zuiver. Dan moet deze persoon gerangschikt worden onder de categorie ‘valse profeten’.

Welnu, een valse profeet wordt altijd door de satan gebruikt om de leer van Christus te verdraaien, onder het motto van ‘als je maar in Christus gelooft, komt de rest vanzelf goed’. Hóe je in Christus gelooft, is volgens die mensen – theologen incluis – bijzaak. Men neemt het dus niet zo nauw met de leer van Christus, met de voorwaarde om naar waarheid ‘levend water’ voort te brengen. Als men met Christus’ leer de hand licht, is de profetie vals en kan er van een brengen van het  Woord in ‘de ware zin van het woord’ geen sprake zijn.

Mijn geloofsvrienden in Genève, die mijn interpretaties toen maar haarkloverijen vonden, hebben op het punt van profetie en woordverkondiging nooit een duidelijke klank laten horen. Hun trompet was niet in elk opzicht afgestemd op de leer van Jezus Christus, met het gevolg dat ze in het wild staan te toeteren en het volk nooit tot inkeer zullen brengen. Dat is een vaststaand feit, want Genève heeft theologen van naam binnen zijn poorten gehad, die beslist hadden willen luisteren naar de boodschap van herstel en overwinning.

Een onduidelijke leer heeft al vaak aanleiding gegeven tot de meest groteske dwalingen, zoals bijvoorbeeld de cultus van de ‘zwijgende Christus’ in Latijns-Amerika. Daar staat ergens een fraai Christusbeeld, genaamd:

  • ‘Nuestro Senor del Candado’, of wel ‘Onze lieve Heer van het hangslot’.

Een mooi beeld, dat door de ‘gelovigen’ bovendien ‘wonderwerkend’ genoemd wordt, maar aan wiens lippen een hangslot hangt. ‘Onze lieve Heer van het hangslot’ zegent dus in rijke mate, maar hij zwijgt. Waarom zou hij blijven spreken? Daar heeft hij toch priesters voor… Een ideale Christusfiguur voor de wereldgodsdiensten; die zit je niet dwars met zijn leer.

Maar nu, al mishaagt het de broers en zusters van de charismatische beweging, ook zij zullen er waarschijnlijk niets van bevroeden, waar ze vroeg of laat zullen belanden met hun stelling: ‘Geen leer, maar de Heer’. Jammer genoeg heeft men er pas erg in, wanneer het te laat is en er, naar de mens gesproken, onherstelbare brokken zijn gemaakt. Zielen van mensen zijn immers geen koopwaar. Het onnoemelijke leed dat veel mensen is toegebracht ten gevolge van on-Bijbelse stellingen en inzettingen, tart iedere beschrijving! Nero en Diocletianus waren maar leerjongens, vergeleken bij de ‘christelijke’ machthebbers en kerkelijke autoriteiten, die miljoenen kinderen van God ter dood lieten brengen. Dat gebeurde allemaal ‘uit naam van Christus’, wiens leer zij niet kenden of niet wilden kennen: ‘Een ieder, die u doodt, zal menen, God een heilige dienst te bewijzen’ (Joh.16:2).

Wij nemen opnieuw de draad op van de Gemeente in het apostolisch tijdperk. Wat wij in het vorige artikel lazen over de ‘verschijning van Maria aan Jacobus’ is zo on-Bijbels, dat wij het zonder meer naar het rijk van de fabels moeten verwijzen. Jacobus, of Santiago op z’n Spaans, mag dan als nationale heilige van Spanje worden beschouwd, maar de geschiedschrijving is op bepaalde punten zo verward, dat wij nauwelijks meer kunnen nagaan waar de historiciteit ophoudt en waar de sage begint. En tóch heeft Spanje het evangelie leren kennen toen de apostelen nog leefden; dat is gebeurd door toedoen van apostel Paulus. Aan de Romeinen schreef hij (Rom.15:24) over vaste reisplannen:

  • ‘Ik zal, wanneer ik naar Spanje reis, naar u toe komen. Ik hoop u namelijk op doorreis te zien en door u op weg daarheen verder geholpen te worden, als ik eerst wat van de ontmoeting met u genoten zal hebben.’

Naast deze duidelijke uitspraak van de apostel, beschikken wij over enkele historische documenten, die min of meer betrouwbaar zijn. Al deze documenten wijzen er op dat Paulus na zijn eerste gevangenschap in Rome, dus omstreeks het jaar 65, in Spanje moet zijn geweest en wel in de Romeinse kolonie Tarragona. Deze gegevens zijn gebaseerd op een drietal documenten:

Canon Muratori

Het Muratorisch fragment, Canon Muratori, dat weliswaar enkele gegevens bevat van Paulus’ zendingsreis naar Spanje. Het document is echter op vele plaatsen onduidelijk, zodat wij op gezag daarvan geen enkele uitspraak zouden kunnen doen.

Clemens Romanus

De brief van Clemens Romanus aan de gemeente van Corinthe, waarschijnlijk uit het jaar 96. De brief is ons overgeleverd in de Codex Alexandrinus van de Bijbel (5e eeuw). Paulus schrijft over Clemens in Filippenzen 3:4, waar hij hem één van zijn medearbeiders noemt, wier namen staan in het levensboek. Clemens kan dus met enige autoriteit schrijven over de zendingsreizen van Paulus, al staan deze niet allemaal vermeld in het Nieuwe Testament.

Het Sonnini-manuscript 

 

Tenslotte een heel belangrijk document, dat pas aan het begin van de 19e eeuw is herontdekt: Het Sonnini-manuscript 2. Daarvan bezat het Brits Museum in Londen een Engelse vertaling uit het jaar 1801. Deze originele vertaling is helaas in de oorlog vernietigd tijdens een bombardement. In de catalogus van de bibliotheek van het Brits Museum staat het document vermeld onder het hoofd ‘St. Paul’ en wordt wel eens genoemd ‘het verloren hoofdstuk van de Handelingen van de Apostelen’. Men zegt dat het ontdekt werd in de archieven van Istanbul, het vroegere Constantinopel. Later zou ene sultan Ab Ach het originele document hebben geschonken aan de Franse schrijver en reiziger C.S. Sonnini. Hoewel de authenticiteit van het geschrift niet bewezen is, schijnt de originele Griekse tekst qua stijl precies overeen te stemmen met die van het boek Handelingen. Wie het leest, is meteen overtuigd van de oude datum; het is vrij van fabeltjes en het sluit precies aan bij de Bijbelse geschiedschrijving. Ter oriëntatie van de lezer schrijf ik in Nederlandse vertaling een gedeelte over uit het Sonnini-manuscript:

  • En Paulus, vervuld met de zegeningen van Christus en in de Geest volhardend, vertrok uit Rome om naar Spanje te reizen,
  • Want hij had zich al lange tijd voorgenomen om daarheen te reizen, want hij had in Phoenicië gehoord dat omstreeks die tijd tal van kinderen Israëls van de Assyrische ballingschap over de zee gevlucht waren naar de ‘kustlanden in de verte’, zoals door de profeet gesproken was,
  • En de Heer had bevolen dat het evangelie ver weg aan de heidenen gepredikt zou worden en aan de verloren schapen van het huis Israëls,
  • En geen mens hield Paulus tegen, want hij getuigde krachtig van Jezus in het bijzijn van de volkstribunen en onder de mensen; en hij nam enkele van de broeders mee, die met hem in Rome hadden vertoefd; en zij gingen scheep in Ostium en omdat zij gunstige wind hadden, zijn ze veilig in een Spaanse haven aangeland,
  • En veel mensen waren verzameld uit de steden en dorpen en het heuvelland, want zij hadden gehoord van de bekering van de apostel en van de vele wonderen, die hij gedaan had,
  • Paulus predikte krachtig in Spanje en grote menigten geloofden en kwamen tot bekering, want zij beseften dat hij een van God gezonden apostel was,
  • En zij vertrokken uit Spanje en Paulus en zijn broeders vonden een zeilschip in Armorica dat naar Groot-Brittannië, ging, zeilden langs de zuidkust en bereikten een poort genaamd Raphinus,
  • En in het buitenland ging het gerucht dat de apostel was geland op de kust en een grote menigte van de inwoners ontmoette hem en behandelden Paulus hoffelijk en hij ging door de oostelijke poort van hun stad en werd ondergebracht in het huis van een Hebreeuwse en een van zijn eigen volk,
  • En in de morgen kwam hij en stond op de berg Lud en de mensen verdrongen zich aan de poort en verzamelden zich in de Broadway (plaats voor een groot publiek of straat, Wiki.) en hij predikte hun de Christus en velen geloofden het woord en het getuigenis van Jezus.

Waarom wilde Paulus een zendingsreis ondernemen naar Spanje en nog verder? Er woonden ‘in de verre kustlanden’ veel Joodse vluchtelingen en slaven, zoals ik al eerder, aan de hand van het Oude Testament, heb aangetoond. Dat het een oud manuscript moet zijn, blijkt uit het feit dat er geen Mariaverschijningen in vermeld staan. De literatuur uit de vroege – tot de late middeleeuwen zijn immers doorspekt met sagen over Maria en de heiligen.

Wat voor ons zéér belangrijk is, is het feit dat Paulus ook blijkens dit manuscript ‘vervuld was met de zegeningen van Christus’ en dat hij ‘in de Geest’ volhardde. Het kon niet anders of Paulus én de gelovigen uit Rome zijn naar Spanje overgestoken om daar het Pinkstervuur te ontsteken. De Spanjaarden hadden gehoord van Paulus’ bekering op de weg naar Damascus; het getuigenis van de apostel moet zó sterk geweest zijn, dat velen tot geloof moesten komen in Christus. Op deze wijze is dus in de havenstad Tarragona een christengemeente ontstaan die waarschijnlijk in geen enkel opzicht onderdeed voor de gemeenten in Judea, Samaria, Galilea, Klein Azië, Macedonië, Griekenland en Italië. Satan kan dan wel de schriften verdraaien tot eigen verderf, Gods woorden geheel uitroeien zal hem nooit lukken:

  • ‘Te midden van de vier wezens hoorde ik iets als een stem zeggen: ‘Een dagloon voor een portie tarwe en hetzelfde bedrag voor drie porties gerst. Maar laat wijn en olijfolie ongemoeid’ (beelden van Gods Woord en Geest – Openbaring 6:6).