8. Het geloof van George Müller

<<<<<

In de Wilson Street waren 4 weeshuizen van George Müller. Geen wonder dat de buren er vaak last van hadden. Kinderen maken nu eenmaal lawaai. Hoewel George Muller de wezen op vastgestelde tijden buiten liet spelen om zo de buurtbewoners niet te veel overlast te bezorgen, bleef geluidsoverlast een moeilijk punt. Wilson Street was altijd een keurige straat geweest, waar veel rijke burgers woonden. George Müller had er zelf ook een tijd prettig gewoond.

Op 30 oktober 1845 kreeg hij een brief van de voorzitter van de buurtvereniging. Het was een vriendelijke brief, maar toch kreeg George Müller te horen dat de buurtbewoners het zeer op prijs zouden stellen als hij zijn weeshuizen ergens anders vestigde. Vanwege het lawaai dat de spelende weeskinderen maakten, konden de huisbazen slechts met moeite nieuwe huurders in de Wilson Street krijgen.

Nu had George Müller al sinds de opening van het eerste weeshuis uitgezien naar een groot huurhuis, dat geschikt was voor zijn wezen. Aan bouwen had hij nooit willen denken, maar na die bewuste brief werd het hem echter duidelijk dat hij een nieuw weeshuis moest gaan bouwen. Hij besprak het met de medewerkers. Zij vonden allemaal dat zij inderdaad moesten gaan bouwen. Heel nuchter stelde men vast dat er om te gaan bouwen minstens £ 10.000 nodig was. Een duizelingwekkend bedrag! Week in week uit brachten zij deze zaak biddend voor de Heer, maar er kwam geen enkele gift voor dit speciale doel binnen. Toch was geen enkele medewerker ook maar een moment ontmoedigd. Zij hadden immers al zo vaak voor hetere vuren gestaan. Na 36 dagen ontving George Muller een gift van £ 1.000. De gever had er speciaal bij vermeld: ‘Voor het bouwfonds’. In zijn dagboek schreef George Müller op 10 december 1845:

  • ‘Dit is de grootste gift die ik ooit ontvangen heb. Maar toen ik dit grote bedrag ontving, was ik even rustig als had ik slechts een shilling ontvangen. Want mijn hart keek immers uit naar een antwoord van God. Dagenlang wachtte ik een antwoord op mijn vraag. Daarom verwonderde deze grote gift mij absoluut niet. Ja, wanneer ik 5.000 of zelf 10.000 pond had ontvangen, zou het mij nog niet verbaasd hebben!’

Een gelovige architect, Foster, die zich zeer voor het werk van George Müller interesseerde, bood spontaan aan het tekenwerk voor het nieuwe weeshuis geheel gratis te doen. Ook wilde hij zonder enige vergoeding alle bouwwerkzaamheden leiden. Dat deze broeder (ongevraagd) dit grote offer bracht, was een geweldige bemoediging. George Müller aanvaardde het als een nieuw bewijs dat God inderdaad wilde dat hij zou gaan bouwen.

Op zekere dag hoorde hij dat er op Ashley Down, een eindje buiten Bristol, bouwterrein te koop werd aangeboden. Onmiddellijk ging hij naar het huis van de eigenaar. Daar kreeg hij te horen dat de man nog op zijn kantoor was, dus ging George Müller daar naar toe. Daar aangekomen bleek dat de man net naar huis was gegaan. Dus wat nu? Op 5 februari 1846 (de volgende dag) schreef hij in zijn dagboek:

  • ‘Vanmorgen ontmoette ik de eigenaar van het terrein. Hij vertelde mij dat hij de afgelopen nacht om 3 uur was wakker geworden en pas om 5 uur weer was ingeslapen. Omdat hij vernomen had dat ik naar hem gevraagd had in verband met bouwgrond voor een nieuw weeshuis, had de man er in bed alsmaar over na moeten denken. Hoewel hij zijn land voor £ 200 per are had willen verkopen, besloot hij mij slechts £ 120 per are te vragen als ik inderdaad het terrein wilde kopen. Wat is God toch goed! Wij kwamen vanmorgen overeen dat ik 7 are grond zou kopen van £ 120 per are. Het was de hand van God waardoor ik deze broeder gisteren niet trof. Nu kon de Heer ‘s nachts tot het hart van zijn dienstknecht spreken en hem tonen wat Hij van hem wilde’.

De komende maanden kwamen er maar weinig giften voor het bouwfonds binnen. Wanneer George Müller op het punt stond zich daar zorgen over te gaan maken, hield hij zich voor dat hij het geld op dit moment nog niet nodig had. De Heer zou wel zorgen dat het benodigde geld er op tijd kwam. Inderdaad: op 6 juli ontving hij in één klap 2000 pond:

  • ‘Dit is het grootste bedrag dat ooit voor ons werk geschonken werd. Toch verwacht ik in de toekomst nog grotere giften te zullen ontvangen. Toen ik dit enorme bedrag kreeg, was ik niet opgewonden. Zelfs niet verbaasd. Maar in mijn hart jubelde het van dankbaarheid. God hoort en verhoort mijn gebeden! Mijn hart was zó vol dankbaarheid, dat ik mij alleen maar kon neerzetten voor het aangezicht van de Heer, zoals David dat deed in 2 Sam.7:18. Maar ik ben niet blijven zitten, want na enige tijd heb ik mij languit op de grond geworpen om de Heer te loven en te prijzen. Maar ook om mijn hart en leven opnieuw te wijden aan Hem en zijn heerlijke dienst’.

Nieuwe weeshuizen in Ashley Down

In juni 1849 verhuisden de weeskinderen naar het nieuwe gebouw in Ashley Down. Het was hypermodern gebouwd en ingericht. Dit gebouw wordt trouwens nog steeds als hogeschool gebruikt. Op de dag van verhuizing was er in totaal voor het bouwfonds ontvangen £15.784, 18 shilling én 10 pence. Dit kapitaal was uitsluitend gekregen door gelovig gebed.

George Müller durfde grote dingen aan God te vragen, maar hij durfde ook grote dingen met God te wagen. In plaats van te bedelen, bleef hij uitsluitend bidden en in plaats van angstvallig zijn geld vast te houden, deelde hij het royaal uit. Accountants hebben na zijn dood berekend wat deze man zelf heeft weggegeven.

  • In 1835 ontving hij, zonder ooit iemand om iets te vragen £ 285. Daarvan gaf hij echter £ 110 weg aan armen en aan zending.
  • Van 1836 tot 1845 (de moeilijkste jaren) ontving hij privé £ 3.040, waarvan hij £ 1.280 weggaf.
  • Van 1846 tot 1855 ontving hij voor eigen gebruik £ 5.080. Meer dan de helft daarvan schonk hij aan anderen: £ 2.660.
  • Van 1856 tot 1865 bedroeg het privé inkomen van George Müller al £ 10.670 en hiervan gaf hij liefst £ 8.250 weg voor zendingswerk, het weeshuis en diaconaal werk.
  • Hoe meer hij weggaf, des te meer kreeg hij er voor terug. Want in de periode 1866 tot 1875 ontving hij £ 20.500. Omdat George Müller zelf zeer sober leefde, had hij niet veel nodig voor voedsel en kleding. Vandaar dat hij van dat bedrag het overgrote deel weer kon weggeven: £ 17.570.
  • Van 1876 tot 1885 ontving hij bijna £ 26.000 en daarvan gaf hij £ 22.330 weg.

Op een dag werd George Müller bij zakenmensen geroepen. Het waren christenen die de Heer oprecht dienden, maar buiten hun schuld had een vreselijke ramp het bedrijf getroffen. Hun bezit was in één slag bijna gehalveerd. Deze mensen vroegen George Müller om geestelijk advies. Dit viel echter heel anders uit dan zij verwacht hadden. Hoewel Müller oprecht met hen begaan was, ging hij deze zwaar gedupeerde zakenmensen niet beklagen. Na rustig en serieus te hebben nagedacht, luidde zijn merkwaardige advies:

  • ‘Wanneer ik me in uw situatie bevond, zou ik God van harte gaan danken dat die ramp niet mijn hele bedrijf vernietigd had. Ik zou Hem danken voor alles wat mij nog was overgebleven.’

Later bleek dat deze gelovige zakenmensen dit wonderlijke advies aangenomen hadden. Zij gaven zelfs een gift van £ 100 uit dankbaarheid voor wat God hun nog had overgelaten. En George Müller heeft mogen ervaren dat de Heer deze 100 pond royaal aan deze zakenmensen heeft terugbetaald. Niet tienvoudig en zelfs niet honderdvoudig, maar meer dan duizendvoudig! Want God is niet veranderd. Onder alle omstandigheden houdt Hij zijn woord:

  • ‘Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt’ (Luc.6:38).
  • ‘Eer de Heer met je bezit, met de eerstelingen van alles wat bij je binnenkomt. Dan zullen je graanschuren rijk gevuld worden, je perskuipen overlopen van most’ (Spr.3:10).
  • ‘Breng de tienden van alles naar het voorraadhuis, zodat er in mijn woning voedsel is; stel Mij maar eens op de proef, zegt de Heer van de machten, of Ik de luiken van de hemel niet voor u openzet, of Ik geen zegen over u uitstort, meer dan u kunt opnemen. Dan verjaag Ik voor u de veelvraten, zodat die de vruchten van uw akkerland niet meer kunnen vernielen en de wingerd op het veld niet onvruchtbaar blijft voor u, zegt de Heer van de machten’ (Mal.3:10,11).

De problemen worden steeds groter

Het nieuwe weeshuis in Ashley stond in het middelpunt van de publieke belangstelling. Men vond dat de plaats bijzonder gelukkig gekozen was: een eind buiten de stad en midden in het groen. Het weeshuis was zeer modern gebouwd. Driehonderd grote ramen (iets unieks voor die tijd) garandeerden een overvloed van licht voor de honderden weeskinderen die in het gebouw waren ondergebracht. Iedere woensdagmiddag was er gelegenheid het nieuwe gebouw te bezichtigen en daar werd druk gebruik van gemaakt.

Het meeste publiek kwam enkel uit nieuwsgierigheid, maar deze kans werd door George Müller en de zijnen met beide banden aangegrepen om van de Redder en Verlosser te getuigen. Zo’n rondleiding duurde anderhalf uur. Over het algemeen had men er een zwaar hoofd in. Het was inderdaad een heel ding om zo’n geloofswerk op te zetten. Maar volhouden, dat was oneindig veel moeilijker. Driehonderd wezen kostten jaarlijks kapitalen aan voeding, kleding, verzorging enz. En toch wenste George Müller geen financiële campagnes te houden. George Müller had het alleen maar over gebed. Half Bristol verwachtte dan ook dat hij snel failliet zou gaan.

Maar de gelovigen waren ervan overtuigd dat George Müller niet failliet zou gaan. Zij maakten zich zorgen over zijn lichamelijke en geestelijke uithoudingsvermogen. Deze man, met zijn broze gezondheid, werkte praktisch dag en nacht. Bij gebrek aan een secretaris, beantwoordde hij persoonlijk zo’n 3.000 brieven per jaar. Hij verzorgde de hele boekhouding van het weeshuis en bovendien moest hij steeds op zoek naar geschikt personeel en naar werk voor de oudere jongens en meisjes. Daarnaast had bij echter ook de pastorale zorg van een steeds groeiende gemeente, om nog maar te zwijgen van al zijn werk voor het ‘Instituut voor Bijbelkennis’. Toch ging George Muller niet gebukt onder al dit werk en deze verantwoordelijkheid. Want hij besprak zijn zorgen met de Heer en vertrouwde op Hem, in de absolute zekerheid dat de Heer het allemaal in orde zou maken. George Müller dacht daarom niet aan consolidatie van zijn werk, maar aan uitbreiding!

 

>>>>>