4. Waarachtig geloof laat zich niet intimideren

Georges Müller’s’ Weeshuizen – Ashley Down – Bristol

Op 6 september 1838 schreef George Müller in zijn dagboek dat het weeshuis (weer) zonder geld zat. Bijzonder moeilijk is daarbij dat hij een groot bedrag op de bank had staan voor andere onderdelen van het Bijbelkennis-instituut, ruim 2.000 gulden. De broeder en zuster die deze grote gift geschonken hadden, droegen de wezen een warm hart toe. In het verleden hadden zij meer dan eens grote bedragen aan het weeshuis geschonken. George Müller wist dat zij, wanneer hij daarom vroeg, het onmiddellijk goed zou vinden dat hij een deel van die f 2.000 voor zijn wezen gebruikte:

  • ‘Maar dat zou geen goddelijke oplossing zijn. Op die manier zou ik de Heer een handje helpen en wanneer ik dat deed, zou het voor mij volgende keer nog moeilijker zijn om uitsluitend op God te vertrouwen’.

Juist die dag hoorde hij zijn broeder Henry Craik preken over het geloof van Abraham. Die prediking was hem tot grote zegen. Opnieuw daalde er een diepe rust in zijn hart en vanuit die rust begon hij zich te verblijden in Gods Heilige Geest. Midden in het donkere dal van beproeving loofde en prees hij zijn hemelse Vader. Tijdens al deze jaren was er nooit meer geld in huis dan er nodig was om nog 3 dagen te kunnen leven. Wie echter denkt dat George Müller daardoor geïntimideerd werd, kent de veerkracht van diens geloof nog niet. Op 8 augustus 1839 was er geen enkele penny meer in kas, maar vol vrijmoedigheid werd er die dag weer een nieuwe weesjongen opgenomen. Ja, die zelfde dag meldde George Müller aan de overheidsinstanties dat er nog plaats was voor 6 andere kinderen.

Op het allerlaatste nippertje

Op zaterdag 13 november 1841 vond George Müller een brief in zijn bus met één shilling er in. Dat was alles wat hij op dat moment bezat en daarmee moest hij een weekend lang meer dan 100 personen in het leven houden. Toch kwam men ook toen wonder boven wonder niets tekort. Toen enkele dagen later een van de onderwijzers met een groepje weeskinderen een wandeling maakte, kwam er een arm vrouwtje voorbij en stopte die onderwijzer 2 stuivers in de hand. ‘Het is weliswaar niet veel’, verontschuldigde zij zich ‘maar ik wil het u toch geven’. ‘s Avonds bleek dat die 2 stuivers net ontbraken aan het bedrag dat nodig was om brood te kopen. Dergelijke geloofsavonturen waren nu aan de orde van de dag. Een week later kwam men in het jongensweeshuis een stuiver tekort voor de middagmaaltijd. Er was al gebeden; dus wat moest men nu verder nog doen?

Denkend aan het gezegde dat God voor de vogeltjes zorgt, maar dat zij zelf moeten vliegen om het eten te gaan halen, kwam een van de teamleden op de gedachte naar het meisjesweeshuis te gaan en het busje te legen dat daar in de gang hing. De inhoud was precies de ontbrekende stuiver. Met deze stuiver was George Müller even dankbaar en gelukkig als later met een gift van vele duizenden ponden. Ook in het koninkrijk van God geldt: “wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.” In die ene stuiver zagen ze Gods trouwe Vaderhand. Maar dat jaar was de financiële toestand zó slecht, dat George Müller besloot het jaarverslag niet uit te geven. Ook de jaarlijkse vergadering werd niet gehouden. Want hij wilde uitsluitend op de levende God vertrouwen en niet op het medelijden van mensen. Vandaar dit moedige besluit, dat vanzelfsprekend dwars tegen zijn verstand en vlees indruiste. Op 8 februari 1842 schreef George Müller ‘s avonds laat in zijn dagboek:

  • ‘Wanneer de Heer ons geen geld stuurt voor morgenvroeg 9 uur, zou Zijn naam onteerd worden. Maar ik ben er zeker van dat Hij dit niet zal toelaten.’

De andere morgen kwam er in alle vroegte (nog voor achten) de uitredding. Het is hartverwarmend om te zien hoe de Heer dit deed. Die bewuste morgen was er een zakenman al heel vroeg uit de veren om buiten Bristol een aantal belangrijke zaken af te wikkelen. Toen hij een paar 100 meter gelopen had, werd hij plotseling bij de weeskinderen bepaald. ‘Goed Heer’, bad hij ‘ik zal iets voor hen doen. Maar vanavond, want nu heb ik echt geen tijd’. Toen zette hij zijn tocht voort. Een eindje verder voelde hij zich echter plotseling zo ongelukkig, dat hij niet anders kon dan omkeren én in de richting van de weeshuizen lopen. Toen hij vlak hij de Wilsonstraat was aangekomen, kreeg hij echter weer last van z’n verstand en daarom maakte hij opnieuw rechtsomkeert. Maar op dat ogenblik hoorde hij een stem die sprak: ‘Ga onmiddellijk, ga onmiddellijk en wacht niet tot vanavond’. In het weeshuis werd hij ontvangen door George Müller, die zich net begon af te vragen of God hem nu toch (voor het eerst) in de steek zou laten. Dergelijke uitreddingen op het allerlaatste nippertje zou ik bij tientallen kunnen vertellen. Vaak pasten de medewerkers uit eigen (schamele) middelen bij als er geen oplossing van buiten af kwam. Zo liet een van de vrouwelijke teamleden eens weten dat zij een heel jaar geen salaris wenste te ontvangen:

  • ‘Wat een zegen dat ik zulke medewerkers heb’, schreef George Müller bij die gelegenheid in zijn dagboek. Na zijn dood ontdekte men pas hoeveel George Müller zelf geschonken heeft aan de weeshuizen. Hij verantwoordde deze giften altijd anoniem met als omschrijving: ‘Van een dienstknecht van de Heer die, gedrongen door de liefde van Jezus Christus, schatten in de hemel verzamelt.’

In de loop van de jaren heeft hij van het geld dat hij voor privédoeleinden ontving, vele tienduizenden guldens weggegeven aan de weeshuizen en de armen.

Geloof is een gave die moet groeien

Er waren (en zijn ook nu) veel mensen jaloers op het geloof van deze evangelist, maar deze vrome lieden kwamen bij George Müller aan het verkeerde adres.

  • ‘Laat de duivel u toch niets wijsmaken’ schreef hij. ‘Ook uw geloof is een gave van God, maar die gave dient ontwikkeld te worden. Uw geloof kan net zo sterk worden als het mijne, wanneer u het even vaak laat beproeven als ik het mijne. Want geloof kan alleen maar groeien door beproevingen.’ Geloof en gebed zullen altijd hand in hand gaan. Daarom dient een christen voortdurend te bidden en te verwachten dat zijn gebeden ook verhoord zullen worden. Hoe meer men gelovig bidt, des te meer gebedsverhoringen zal men ontvangen.
  • Waarachtig gebed is altijd gelovig gebed. Het beste hulpmiddel daarbij is het lezen van de Bijbel. Door het lezen van Gods beloften zal uw geloof groeien. Maar keer op keer zal God uw geloof moeten beproeven. Ja, zelfs het zwakste geloof moet steeds weer op de proef worden gesteld, want juist daardoor wordt het sterker. Wees daarom niet bang voor het donkere dal, want de Heer beproeft ons nooit boven ons vermogen. Ook in dat opzicht blijft Hij ‘de Goede Herder.’

Hoewel George Müller een zeer druk leven had, nam hij toch iedere dag ruimschoots de tijd om met God alleen te zijn. Dan las hij zijn Bijbel (meestal in geknielde houding) en na lofprijzing en aanbidding ging hij vervolgens God de Bijbelse beloften voorhouden. George Müller sprak met God zoals een kind spreekt met zijn vader. Dat blijkt ook uit de wijze waarop hij argumenteerde met God. Deze gebedsvorm is zó typerend voor hem, dat ik zijn argumenten hier volledig wil doorgeven:

  • Heer, dit werk ben ik begonnen tot eer van U, als een zichtbaar bewijs dat er een God in de hemel is die – uitsluitend op gebed – in al de behoeften van de arme wezen zal voorzien. Wilt U ons daarom ook dit keer alles geven wat nodig is?
  • U bent ‘de Vader van de wezen’ (Psalm 68:6). Daarom doe ik een beroep op U om ons nu spoedig van al het nodige te voorzien. Ik heb deze kinderen ontvangen in de naam van Jezus, op grond van het Schriftwoord: ‘Wie een van deze kinderen ontvangt in mijn naam, die ontvangt Mij’ (Marc.9:37). Mag ik U daar nogmaals eerbiedig aan herinneren?
  • Door dit werk is het geloof van Uw kinderen tot dusver buitengewoon versterkt. Wanneer dit werk nu te gronde ging, zou menig zwakke gelovige erg geschokt worden. Maar wanneer dit werk wordt voortgezet, zal het ook in de toekomst tot geestelijke opbouw van uw gemeente bijdragen.
  • Wanneer U ons niet zendt wat wij nodig hebben, zullen onze vijanden lachen en terecht zeggen: ‘Zie je wel dat al dit enthousiasme op niets uitloopt?’
  • Veel christenen, die hun organisaties nu met behulp van wereldse methoden in stand houden, zouden in die vleselijke houding gesterkt worden, als dit geloofswerk te gronde ging. Maar, Heer, dat màg toch niet?
  • Vader, ik ben toch Uw kind? Wilt U mij als ‘t U blieft helpen, want alleen kan ik onmogelijk voor al deze arme weeskinderen zorgen. Die last is veel te zwaar voor mij alleen.
  • Denk ook aan mijn medewerkers, Heer. Zij vertrouwen geheel op U. Deze trouwe werkers zult U toch zeker niet in de steek laten?
  • Heer, wanneer onze weeshuizen moeten worden ontbonden, zouden de kinderen weer terugvallen in de trieste omstandigheden van vroeger. En dan zouden zij ook niet meer worden onderricht in Uw Woord. Nee, Vader, dat kan beslist niet Uw bedoeling zijn!
  • U weet wel dat er mensen zijn die insinueerden dat er alleen in de eerste tijd van de weeshuizen voldoende middelen zouden zijn, omdat de zaak toen nog iets nieuws was, Maar later zou de belangstelling volgens hen verflauwen en verdwijnen. Wilt U nu tonen, Heer, dat deze mensen niet gelijk hebben?
  • O Vader, U hebt ons de afgelopen tijd reeds zo vaak op wonderlijke wijze uitkomst geschonken. Ik zou echt niet weten waarom U het ditmaal niet zou doen. Dank U wel dat U mij ook nu niet in de steek zult laten, want het werk dat ik doe, is immers Uw werk!

Behalve veel kritiek ontketende het geloofsavontuur van George Müller natuurlijk ook veel nieuwsgierigheid. Van heinde en ver kwamen er mensen om met eigen ogen te zien wat er in Bristol gebeurde. Het moet een hele geloofsbeproeving voor George Muller geweest zijn om ook deze nieuwsgierigen tekst en uitleg te geven. Het kostte hem veel tijd, maar toch greep hij deze gelegenheden aan om te getuigen van de grote daden van God. ‘Luistert God altijd naar uw gebed?’ vroeg eens iemand hem bij zo’n gelegenheid. ‘Ja, altijd’ luidde het antwoord van George Müller:

  • ‘Hij heeft mij nog nooit in de steek gelaten. Honderden malen is het voorgekomen dat ik ‘s morgens vroeg geen penny meer in kas had. Maar onze hemelse Vader heeft nooit toegelaten dat de wezen zonder ontbijt naar school gingen. Er zijn geen grenzen aan zijn Almacht! Geprezen zij zijn heerlijke naam. Wanneer wij grote dingen van Hem verwachten, zullen wij ook grote dingen van Hem ontvangen. Ga dat toch ook doen! Wanneer u een verlangen in uw hart hebt, vraag dan of God er behagen in heeft. Als het niet tot zijn eer is, is het beslist niet goed voor u. Dan moet u er onmiddellijk mee breken. Wanneer het echter wel tot Gods eer is, bidt dan net zo lang tot u het hebt ontvangen. Twijfel niet. Let vooral niet op uiterlijke omstandigheden. Geloof en bid, bid, bid. Vertrouw niet op uw goede werken, maar steun op de Redder en Verlosser en vertrouw op Hem. Dan zal Hij ook u horen en verhoren!’

Burengerucht gaf de stoot tot nieuw geloofsavontuur

In de Wilson Street bevonden zich 4 weeshuizen van George Müller. Geen wonder dat de buren er vaak last van hadden. Kinderen moeten zich nu eenmaal kunnen uitleven. Weliswaar liet George Muller de wezen op vastgestelde tijden buiten spelen om zo de buurtbewoners niet te veel overlast te bezorgen, maar het was toch nog een kabaal van jewelste. Wilson Street was altijd een keurige straat geweest, waar tal van gegoede burgers woonden. George Müller had er zelf ook geruime tijd prettig gewoond. Op 30 oktober 1845 kreeg hij een brief van de voorzitter van de buurtvereniging. Het was een vriendelijke brief, maar toch kreeg George Müller te horen dat de buurtbewoners het zeer op prijs zouden stellen als hij zijn weeshuizen ergens anders vestigde. Vanwege het lawaai dat de spelende weeskinderen maakten, konden de huisbazen slechts met moeite nieuwe huurders in de Wilson Street krijgen.

Nu had George Müller al sinds de opening van het eerste weeshuis uitgezien naar een groot huurhuis, dat geschikt was voor zijn wezen. Aan bouwen had hij nooit willen denken, omdat hij van mening was dat een pelgrim zijn tentharingen nooit te diep in de grond mag slaan. Na die bewuste brief werd het hem echter duidelijk dat hij een nieuw weeshuis moest gaan bouwen. Hij besprak het in de medewerkersbidstond en allen bleken van mening dat zij inderdaad moesten gaan bouwen. Heel nuchter stelde men vast dat er om te gaan bouwen minstens £ 10.000 nodig was. Een duizelingwekkend bedrag en dat bijna 2 eeuwen geleden, toen het geld veel meer waard was! Week in week uit brachten zij deze zaak biddend voor de troon, maar er kwam geen enkele gift voor dit speciale doel binnen. Toch was geen enkele medewerker ook maar een moment ontmoedigd. Zij hadden immers al zo vaak voor hetere vuren gestaan. Na 36 dagen ontving George Muller een gift van £ 1.000. De gever had er speciaal bij vermeld: ‘Voor het bouwfonds’. In zijn dagboek schreef George Müller op 10 december 1845:

  • ‘Dit is de grootste gift die ik ooit ontvangen heb. Maar toen ik dit grote bedrag ontving, was ik even rustig als had ik slechts een shilling ontvangen. Want mijn hart keek immers uit naar een antwoord van God. Dagenlang wachtte ik een antwoord op mijn vraag. Daarom verwonderde deze grote gift mij absoluut niet. Ja, wanneer ik 5.000 of zelf 10.000 pond had ontvangen, zou het mij nog niet verbaasd hebben!’

Zegenrijke slapeloosheid

Een gelovige architect, Foster genaamd, die zich zeer voor het werk van George Müller interesseerde, bood spontaan aan het tekenwerk voor het nieuwe weeshuis geheel gratis te verrichten. Ook wilde hij zonder enige vergoeding alle bouwwerkzaamheden leiden. Dat deze broeder (ongevraagd) dit grote offer bracht, was een geweldige bemoediging. George Müller aanvaardde het als een nieuw bewijs dat God inderdaad wilde dat hij zou gaan bouwen. Op zekere dag hoorde hij dat er op Ashley Down, een eindje buiten Bristol, bouwterrein te koop werd aangeboden. Onmiddellijk begaf hij zich naar het huis van de eigenaar. Daar kreeg hij te horen dat de man nog op zijn kantoor was, dus begaf George Müller zich daarheen. Op dat kantoor vernam hij echter dat de man zojuist naar huis was gegaan. Menig ander zou nu (met de nodige ergernis) opnieuw naar die man z’n huis zijn gegaan. Maar George Müller niet. Op 5 februari 1846 (de volgende dag) schreef hij in zijn dagboek:

  • ‘Hedenmorgen ontmoette ik de eigenaar van het terrein. Hij vertelde mij dat hij de afgelopen nacht om 3 uur was wakker geworden en pas om 5 uur weer was ingeslapen. Omdat hij vernomen had dat ik naar hem gevraagd had in verband met bouwgrond voor een nieuw weeshuis, had de man er in bed alsmaar over na moeten denken. Hoewel hij zijn land voor £ 200 per are had willen verkopen, besloot hij mij slechts £ 120 per are te vragen als ik inderdaad het terrein wilde kopen. Wat is God toch goed! Wij kwamen vanmorgen overeen dat ik 7 are grond zou kopen van £ 120 per are. Het was de hand van God waardoor ik deze broeder gisteren niet trof. Nu kon de Heer ‘s nachts tot het hart van zijn dienstknecht spreken en hem tonen wat Hij van hem wilde’.

De komende maanden kwamen er slechts weinig giften voor het bouwfonds binnen. Wanneer George Müller op het punt stond zich daar zorgen over te gaan maken, hield hij zich voor dat hij het geld op dit moment nog niet nodig had. De Heer zou wel zorgen dat het benodigde geld er op tijd kwam. Inderdaad: op 6 juli ontving hij in één klap 2000 pond:

  • ‘Dit is het grootste bedrag dat ooit voor ons werk geschonken werd. Toch verwacht ik in de toekomst nog grotere giften te zullen ontvangen. Toen ik dit enorme bedrag kreeg, was ik niet opgewonden. Zelfs niet verbaasd. Maar in mijn hart jubelde het van dankbaarheid. God hoort en verhoort mijn gebeden! Mijn hart was zó vol dankbaarheid, dat ik mij alleen maar kon neerzetten voor het aangezicht van de Heer, zoals David dat deed in 2 Sam. 7:18. Maar ik ben niet blijven zitten, want na enige tijd heb ik mij languit op de grond geworpen om de Heer te loven en te prijzen. Maar ook om mijn hart en leven opnieuw te wijden aan Hem en zijn heerlijke dienst’.

In juni 1849 verhuisden de weeskinderen naar het nieuwe gebouw in Ashley Down. Het was hypermodern gebouwd en ingericht. Uit het feit dat dit gebouw nog steeds als hogeschool gebruikt wordt, blijkt wel dat zowel George Müller als zijn architect hun tijd ver vooruit waren. Op de dag van verhuizing was er in totaal voor het bouwfonds ontvangen £15.784, 18 shilling én 10 pence. Dit kapitaal was uitsluitend verkregen door gelovig gebed.

Wat was toch het geheim van George Müller? Wel, hij durfde grote dingen aan God te vragen, maar hij durfde ook grote dingen met God te wagen. In plaats van te bedelen, bleef hij uitsluitend bidden en in plaats van angstvallig zijn geld vast te houden, deelde hij het uit met milde hand. Zoals ik al eerder vertelde, hebben accountants na zijn dood nagerekend wal deze man zelf heeft weggegeven.

  • In 1835 ontving hij, zonder ooit iemand om iets te vragen £ 285. Daarvan gaf hij echter £ 110 weg aan armen en aan zending.
  • Van 1836 tot 1845 (de moeilijkste jaren) ontving hij privé £ 3.040, waarvan hij £ 1.280 weggaf.
  • Van 1846 tot 1855 ontving hij voor eigen gebruik £ 5.080. Meer dan de helft daarvan schonk hij aan anderen: £ 2.660.
  • Van 1856 tot 1865 bedroeg het privé-inkomen van George Müller al £ 10.670 en hiervan gaf hij liefst £ 8.250 weg voor zendingswerk, het weeshuis en diaconaal werk.
  • Hoe meer hij weggaf, des te meer kreeg hij er voor terug. Want in de periode 1866 tot 1875 ontving hij £ 20.500. Omdat George Müller zelf zeer sober leefde, had hij niet veel nodig voor voedsel en kleding. Vandaar dat hij van dat bedrag het overgrote deel weer kon weggeven: £ 17.570.
  • Van 1876 tot 1885 ontving hij bijna £ 26.000 en daarvan gaf hij £ 22.330 weg.

Deze man wist dus zelf wat geven was: ‘Er zijn er die uitstrooien én toch nog meer krijgen; terwijl anderen meer inhouden dan recht is en toch gebrek lijden. De zegenende ziel wordt overvloedig verkwikt; wie laaft, wordt ook zelf gelaafd.’ Deze woorden uit Spreuken 11 zijn nog steeds onveranderd van kracht.

Neem de proef op de som

Op zekere dag werd George Müller bij zakenmensen geroepen. Het waren christenen die de Heer oprecht dienden, maar buiten hun schuld had een vreselijke ramp het bedrijf getroffen. Hun bezit was in één slag bijna gehalveerd. Deze mensen vroegen George Müller om geestelijk advies. Dit viel echter heel anders uit dan zij verwacht hadden. Hoewel Müller oprecht met hen begaan was, ging hij deze zwaar gedupeerde zakenmensen niet beklagen. Na rustig en serieus te hebben nagedacht, luidde zijn merkwaardige advies:

  • ‘Wanneer ik me in uw situatie bevond, zou ik God van harte gaan danken dat die ramp niet mijn hele bedrijf vernietigd had. Ik zou Hem danken voor alles wat mij nog was overgebleven.’

Later bleek dat deze gelovige zakenmensen dit wonderlijke advies ter harte hadden genomen. Zij gaven zelfs een gift van £ 100 uit dankbaarheid voor wat God hun nog had overgelaten. En George Müller heeft mogen ervaren dat de Heer deze 100 pond rijkelijk aan deze zakenmensen heeft terugbetaald. Niet tienvoudig en zelfs niet honderdvoudig, maar meer dan duizendvoudig! Want God is niet veranderd. Onder alle omstandigheden houdt Hij zijn woord:

  • ‘Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt’ (Luc.6:38).
  • ‘Eer de Heer met je bezit, met de eerstelingen van alles wat bij je binnenkomt. Dan zullen je graanschuren rijk gevuld worden, je perskuipen overlopen van most’ (Spr.3:10).
  • ‘Breng de tienden van alles naar het voorraadhuis, zodat er in mijn woning voedsel is; stel Mij maar eens op de proef, zegt de Heer van de machten, of Ik de luiken van de hemel niet voor u openzet, of Ik geen zegen over u uitstort, meer dan u kunt opnemen. Dan verjaag Ik voor u de veelvraten, zodat die de vruchten van uw akkerland niet meer kunnen vernielen en de wingerd op het veld niet onvruchtbaar blijft voor u, zegt de Heer van de machten’ (Mal.3:10,11).

Deze goddelijke beloften worden een blijde werkelijkheid in het leven van iedere christen die in het geloof gaat doen wat de Heer zegt. Want God is een Waarmaker van al zijn beloften. George Müller kende het normale christelijke leven en door middel van deze levensbeschrijving roept hij ons op zijn voorbeeld te volgen. George Müller is op aarde voorlopig nog niet opnieuw actief, maar de God van George Müller leeft!