Door een ernstige ziekte werd Müller gedwongen om een poosje naar Teignmouth te gaan om te herstellen. Daar leerde hij Henry Craik kennen, een Schot, die ondanks universitaire opleiding een zeer kinderlijk geloof had. Deze man zou de komende 24 jaar zijn beste vriend en medewerker worden. Via Henry Craik kreeg hij meer en meer spreekbeurten. Toen hij eens in april 1830 in Sidmouth gepreekt had, hoorde hij drie vrouwen over de doop discussiëren. Zodra zij merkten dat George Müller vlak bij hen stond, vroegen zij ook hem naar zijn mening. George Müller vertelde dat hij als kind besprenkeld was en niet inzag waarom die doop niet geldig zou zijn. ‘Maar hebt u deze zaak wel eens biddend bestudeerd?’ informeerden de vrouwen. Hij moest toegeven dat hij altijd als vanzelfsprekend had aangenomen dat de babybesprenkeling juist was. Daarop zei een van hen:
- ‘Dan zou ik, als ik u was, maar nooit meer over de doop spreken voor u de Bijbel grondig hebt bestudeerd.’
George Müller realiseerde zich dat hij daar nooit goed over nagedacht had. Hij nam zich voor om net zo lang te bidden en te studeren tot hij zeker wist welke doop uit God was; de babybesprenkeling óf de volwassendoop IN water. Hij bad of God hem volkomen los wilde maken van menselijke tradities en leerstellingen. Na dit gebed was hij zover om zijn eigen opvattingen te laten corrigeren door het Woord van God. Ook hier liet hij zich leiden door zijn motto: ‘Wees niet consequent, maar wees oprecht!’ Woord en Geest overtuigden George Müller ervan dat de Bijbelse doop alleen bestemd is voor gelovigen en dat de doop niet door besprenkeling, maar door onderdompeling moest worden bediend. Vooral Handelingen 8:36-39 en Romeinen 6:3-6 spraken hem sterk aan. Omdat George Müller de paar druppels water, die als baby op zijn voorhoofd waren gesprenkeld, nu niet langer als een geldige doop kon beschouwen, liet hij zich zo spoedig mogelijk op Bijbelse wijze dopen IN water.
Toen hij jaren later nog eens over de eerste tijd na zijn bekering nadacht, verklaarde hij dat er in de Bijbel geen enkele waarheid duidelijker naar voren wordt gebracht dan de doop IN water. Zelfs over de rechtvaardigmaking spreekt de Bijbel niet zo glashelder als over de doop. De verwarring rondom de doop ontstaat alleen omdat er zo veel mensen zijn die weigeren uitsluitend naar de Bijbel te luisteren. George Müller had verwacht dat de verloochening van zijn babybesprenkeling de breuk zou betekenen met veel broers en zusters, maar dat viel heel erg mee. Hoewel hij vol overtuiging zijn standpunt verdedigde, werd hij nooit een fanatieke ‘Baptist’, want hij besefte dat er méér in de Bijbel staat dan de doop alleen. Juist door deze levenshouding kon hij zijn vrienden één voor één winnen. Zij lieten zich ook stuk voor stuk dopen IN water.
Hoewel voor George Müller de Bijbelse doop bepaalde financiële consequenties met zich meebracht, doordat verschillende spreekbeurten kwamen te vervallen, was hij graag bereid ook in dat opzicht de volle prijs te betalen. Er waren namelijk veel dominees die in hun hart de babybesprenkeling allang hadden losgelaten, maar toch doorgingen met het besprenkelen van baby’s, omdat zij bang waren hun baantje te verliezen! Wanneer de doop ter sprake kwam, citeerde George Müller graag de woorden van de Heer uit Marcus 7:9:
- ‘Het is fraai, hoe u het gebod van God opzij zet om uw traditie overeind te houden.’ ‘Zo ontkracht u het woord van God ten gunste van de traditie die u zelf overgeleverd hebt. U doet veel van dergelijke dingen’ (vs.13).
Voortaan zou George Müller zich in iedere omstandigheid afvragen: wat zegt de Bijbel? Want Gods Geest had hem ervan overtuigd dat de Woorden van God antwoord hebben op ieder menselijk probleem.
Geen vast salaris
Tijdens zijn pastorale werk in Teignmouth leerde hij Mary Groves kennen en werd verliefd op haar. Mary was de zus van de rijke tandarts die al zijn zekerheden had opgegeven en als zendeling naar Iran was gegaan. George en Mary wisten zich door God bij elkaar gebracht. Zij trouwden op zeer sobere wijze, maar hun huwelijk werd buitengewoon gelukkig. Hoe gelukkig die twee met elkaar waren, mag blijken uit het feit dat zij aan het eind van hun bijna veertigjarige huwelijksleven (ondanks hun zeer drukke werk) nog dagelijks vaak hand in hand op de bank zaten:
- ‘Mary’ zei George Müller dan tegen zijn vrouw ‘ik vermoed dat geen enkel echtpaar in Bristol zó gelukkig is als wij tweetjes!’
Twee en een half jaar diende George in Teignmouth als dominee. Zijn gemeente groeide in die jaren uit van achttien tot eenenvijftig leden. Hij ondervond er veel tegenstand, omdat hij een scherpe, radicale boodschap bracht. In Teignmouth kreeg hij de zekerheid in zijn hart dat hij niet langer een vast salaris moest accepteren. Dit salaris werd namelijk voor een deel ontvangen door het verhuren van kerkbanken. George Müller raakte ervan overtuigd dat God wel op een meer Bijbelse wijze voor hem zou kunnen zorgen. Voortaan werd er in zijn diensten nooit meer om geld gevraagd. Aan de uitgang hing een busje en daarin kon ieder iets doen om de kerkdiensten door te kunnen laten gaan.
Vanzelfsprekend leidde deze aanpak tot fel verzet in kerken en kringen. George Müller ging echter rustig zijn gang. Tegen mensen die bang waren dat hij gebrek zou lijden, getuigde hij dat God koninklijk voor hem zorgde. Al gauw ging namelijk de roddel rond dat het echtpaar Müller omkwam van de honger. Maar er waren ook dominees die bang waren dat George Müller op deze manier te véél geld zou ontvangen! Met een ondeugend glimlachje nodigde Müller deze collega’s uit zijn voorbeeld te volgen en óók hun vaste salaris op te geven zonder ooit iemand om geld te vragen. Het gevolg was dat deze vrome betweters dan gauw verdwenen, want hun geloof was alleen op papier erg indrukwekkend. Het was echter niet sterk genoeg om er uit te leven.
Goddelijke genezing
De jaren in Teignmouth waren een soort generale repetitie voor de grote ‘uitvoering’ in Bristol. Elke dag was een nieuw geloofsavontuur. Hun portemonnee was vaker leeg dan gevuld. Soms moesten George en Mary zelfs bidden om een postzegel. Maar God liet hen niet in de steek. Al was het geen vetpot, toch hadden zij steeds te eten en nooit hebben zij schulden hoeven maken. Zij hadden trouwens liever honger geleden dan schulden te maken of om geld te bedelen.
Hoewel George Müller 93 jaar oud is geworden, liet zijn gezondheid vaak te wensen over. Niet alleen financieel, maar ook lichamelijk is hij zijn leven lang diep afhankelijk geweest van zijn hemelse Vader. Kort voor hij naar Bristol zou verhuizen (op aandringen van zijn Schotse vriend Henry Craik) kreeg hij een maagbloeding. Hij verloor veel bloed en voelde zich ontzettend zwak. Tot overmaat van ramp was het zaterdag: de volgende dag zou zijn gemeente het dus zonder voorganger moeten stellen.
Twee oudsten kwamen zondagsmorgens vroeg bij hem om te vragen hoe hij zich nu de gang van zaken in de samenkomst voorstelde. De reactie van George Müller was heel merkwaardig. Hij vroeg namelijk of zij over een uurtje nog eens terug wilden komen. Zodra zij weg waren, begon George Müller tot de Heer te roepen. Want hij zag deze ziekte als een aanval op de bediening die hij van God ontvangen had. Na een tijdje kleedde hij zich aan en ging naar de kapel. Hij bracht daar het Woord van God in de kracht van God. De beide oudsten waren overdonderd.
Na afloop van de samenkomst kwam er echter een arts naar hem toe. Deze man verzocht hem met grote nadruk om ‘s middags niet opnieuw te preken, want als medicus kon hij dan niet voor de gevolgen instaan. Hoewel George Müller alle respect voor de medische wetenschap had en het bijzonder waardeerde dat deze man zo bezorgd voor hem was, wist hij toch dat hij in het geloof verder moest gaan. Na de middagsamenkomst (er werden toen liefst drie diensten per zondag gehouden!) verzocht de arts hem dringend om toch in ieder geval de avonddienst te verzuimen. Maar George Müller had nu de smaak te pakken. Niet voor niets was zijn lievelingstekst:
- ‘Jezus Christus is gisteren én vandaag dezelfde en tot in eeuwigheid’ (Hebr.13:8).
Het wonderlijke was dat hij zich na iedere samenkomst sterker begon te voelen. Dat beschouwde hij als een duidelijk bewijs dat de handen van God op zijn lichaam rustte. Op maandagmorgen ging hij normaal op huisbezoek en na 4 dagen voelde hij zich zelfs beter dan vóór die maagbloeding!



