1. Naar Bristol

Wat zijn boeken toch geweldig belangrijk! Enkele maanden na mijn bekering kreeg ik een biografie van George Müller in handen. Vanaf die dag heeft deze Godsman mij buitengewoon gefascineerd. Ik las alles wat ik maar over hem te pakken kon krijgen en vooral over de enorme ommekeer die God in zijn leven teweeg bracht. Toch had ik toen nooit kunnen dromen dat ik nog eens een speciale studie van het leven van deze geloofsheld zou moeten maken. Maar God is een God van verrassingen. Dat merkte ik opnieuw toen ik onlangs een reisje naar Bristol mocht maken om daar persoonlijk poolshoogte te nemen.

Na een zeer zondige jeugd werd George Müller als een brandhout uit het vuur gerukt en in de dienst van de Heer geplaatst. De Heilige Geest legde het verlangen in zijn hart om juist in die dagen (terwijl de vrijzinnigheid overal hoogtij vierde) te tonen dat God nog altijd de God is die wonderen doet. Zonder ooit een mens om geld te vragen ontving George Müller tijdens zijn lange leven steeds alles wat hij nodig had. Niet slechts voor zijn persoonlijke behoeften, maar ook voor het enorme werk dat hij op touw zette. In de loop van de jaren voorzag hij meer dan 10.000 weeskinderen van kleding, voedsel, onderdak en opleiding. Dat alleen al kostte tientallen miljoenen. Daarnaast stelde George Müller zich echter ook nog garant voor de uitzending en verzorging van honderden zendelingen, stichtte hij tal van scholen en gaf miljoenen christelijke geschriften uit.

In het laatste deel van zijn veelbewogen leven reisde hij meer dan 200.000 km om in 42 verschillende landen te getuigen dat Jezus Christus Dezelfde is, gisteren, vandaag en tot in alle eeuwigheden. Dit woord uit Hebreeën 13 was zijn lievelingstekst. Jaar in jaar uit mocht George Müller ervaren dat de Heer inderdaad niet veranderd is! Per jaar had George Müller voor al zijn activiteiten gemiddeld een half miljoen nodig. Hij startte zijn werk in 1834 en stierf 64 jaar later. In al die tijd heeft hij nóóit een mens om geld gevraagd. Alles wat hij kreeg, ontving hij uitsluitend op persoonlijk, gelovig gebed. Kunt u zich voorstellen dat de geloofsavonturen van deze Godsman mij altijd bijzonder hebben geboeid? Ik dank God dan ook dat ik nu in deze artikelenserie iets mag doorgeven van de zegen die ik zelf ontvangen heb door het werk en leven van George Müller.

Ik vloog via Liverpool en Cardiff naar Bristol. Daar werd ik gastvrij ontvangen door de directeur van het werk dat George Müller begon, mr. J.J. Rose. Het was voor mij een blij makende ervaring om, na een interessant interview, met deze broeder te mogen neerknielen om de Heer loven en te prijzen. Ik knielde naast het bureau van George Müller. Tot op de huidige dag weigert men mensen (ook regeringsinstanties!) om hulp te vragen. Het hele werk draait uitsluitend op gebed. Mr. Rose stelde mij van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat zijn secretaris en zijn auto ter beschikking, zodat ik met alle facetten van het werk kennis zou kunnen maken. Samen bezochten wij diverse huizen waar de ‘Müller-kinderen’ nu zijn ondergebracht, het graf van George Müller en de grote, moderne boekwinkel van hun zendingsgenootschap. Ik werd gewoon verlegen door de buitengewone gastvrijheid die men mij bewees. Enkele dagen later bracht de K.L.M. mij weer veilig naar deze kant van de Noordzee. Maar mijn hart is nog steeds vol van dankbaarheid voor alles wat ik in Engeland mocht zien en beleven. Vol dankbaarheid en …. verlangen om te schrijven over de gezegende Godsman die meer dan een eeuw geleden, in Bristol dagelijks de heerlijkheid van God te zien kreeg.

Een goddeloze student in de theologie

Hoewel de jeugd van George Müller buitengewoon duister was, zou het toch verkeerd zijn om daarover te zwijgen. Het is namelijk een les op zichzelf om te zien hoe God dit ‘hopeloze geval’ omvormde tot een van zijn meest gave dienstknechten, want God kent en erkent geen hopeloze gevallen! Daarom beware Hij ons ervoor ooit een medemens af te schrijven, hoe zondig en verdorven die ook zijn mag. God is immers nog steeds de God die wonderen doet.

Op 27 september 1805 zag George Müller het levenslicht in Kroppenstädt, dicht bij Halberstadt in Pruisen. Enkele jaren later verhuisden zijn ouders naar Heimersleben, waar zijn vader een baan bij de belastingen kreeg. In het leven van George Müller zien wij duidelijk hoe belangrijk een goede opvoeding is. De jonge George kreeg die namelijk niet en weldra zou blijken welke nare gevolgen dit had. Als kleine jongen al kreeg George Müller de beschikking over veel zakgeld. Zijn vader gaf hem dat geld in de hoop dat hij zou leren met geld om te gaan. Hij bond George op het hart om flink te sparen, maar daar kwam geen spaan van terecht. Niet alleen maakte George zijn vele zakgeld finaal op, maar bovendien kreeg hij zo’n honger naar geld, dat hij al spoedig zowel een leugenaar als een dief werd.

Telkens wanneer zijn vader hem rekening en verantwoording van zijn (vele) zakgeld liet afleggen, moest hij allerlei leugens verzinnen. Iedere keer als zijn vader hem op leugens betrapte, werd hij (op echt Pruisische wijze) bestraft. Maar de jonge George Müller had méér nodig dan een pak slaag. Zo ging het met hem van kwaad tot erger. Op tienjarige leeftijd was hij al een gewoontedief. Herhaaldelijk moest het belastinggeld, dat zijn vader onder beheer had, het ontgelden. Op een keer stelde zijn vader hem op de proef. Hij liet George alleen achter in een kamer waar een groot (geteld) bedrag op tafel lag. Gewoontegetrouw eigende George zich een gedeelte van dit bedrag toe en verborg het in zijn schoen. Toen zijn vader hem ter verantwoording riep, ontkende hij de diefstal zonder blikken of blozen. Maar toen zijn vader hem fouilleerde, kwam het gestolen geld spoedig tevoorschijn.

Nieuwe straffen volgden, maar zonder veel resultaat. George Müller’s vader wist nu wat voor vlees hij in de kuip had. Dat bleek voor hem echter geen bezwaar om George te zeggen dat hij dominee moest worden. Het vooruitzicht van het gewijde ambt veranderde echter bar weinig aan het leven van de jonge George. Als middelbare scholier raakte hij verslaafd aan gokken en sterke drank. Hij was veertien jaar oud toen zijn moeder stierf. Maar de nacht dat zij de laatste adem uitblies, zwalkte George dronken over straat. Zoals iedere Pruisische jongeman deed hij op veertienjarige leeftijd openbare belijdenis en daarmee kreeg hij toegang tot het heilig avondmaal. Van het geld dat hij van zijn vader aan de kerk moest geven, ter ere van zijn openbare belijdenis, drukte hij echter het overgrote deel achterover. Zó nam hij voor het eerst deel aan het avondmaal. Later zou hij uitroepen:

  • ‘Wat is het toch een armzalig leven, als je de duivel moet dienen.’

Op zestienjarige kwam hij voor het eerst in de gevangenis, omdat hij in een hotel had gelogeerd en zonder te betalen was weggegaan. Pas toen zijn vader alle schulden betaald had, mocht George de gevangenis weer verlaten. Het is eenvoudig onbegrijpelijk dat Müller sr. dit ‘veelbelovend’ zoontje toch theologie liet studeren. Als theologisch student ging het aanvankelijk nog verder bergafwaarts met George Müller. Het bleef liegen en bedriegen. Hij, die aanvankelijk met de zonde gespeeld had, was nu de complete slaaf van de zonde geworden en aan handen en voeten geketend! Hij ging zelfs zo ver dat hij vorderingen van zijn vader inde en daarvoor valse kwitanties afgaf. Meer dan eens werd hij gearresteerd en de contacten die bij zulke gelegenheden in de cel ontstonden, waren niet bepaald geschikt om zijn leven te verbeteren.

Na een bijzonder hardhandige afstraffing van zijn vader leek zijn leven echter een wending ten goede te nemen. Geruime tijd studeerde George ijverig en omdat hij een briljant verstand had, maakte hij goede vorderingen. Als student gaf hij al les in rekenkunde, Duits, Frans en Latijn. Door deze bijverdiensten kon hij als student een bibliotheek opbouwen. Maar al raakte hij aardig vertrouwd met Cicero, Molière en Voltaire, in zijn uit driehonderd boeken bestaande bibliotheek zocht men tevergeefs naar een Bijbel… Bij de lommerd was hij sinds jaar en dag een vaste klant om zijn horloge of zondagse pak uit te lenen. Toen hij weer eens helemaal in de schuld zal, bedacht hij een andere oplossing. Zodra zijn vader hem de gebruikelijke studietoelage zond, liet George Müller die met opzet zien aan verschillende studievrienden die met hem in hetzelfde internaat woonden.

Die avond ensceneerde hij een diefstal. Nadat hij tevoren de sloten van zijn kast had opengebroken, rende hij half gekleed bij de directeur van het internaat naar binnen en vertelde daar (als een volleerd komediant) dat zijn studietoelage zojuist gestolen was. Hij maakte zoveel misbaar dat zijn medestudenten een collecte voor hem hielden. Met de opbrengst daarvan kon hij toen zijn vele schulden betalen. Maar de directeur van het internaat zou hem voortaan altijd blijven wantrouwen. Telkens wanneer hij aan het heilig Avondmaal had deelgenomen, was George Müller met de beste voornemens bezield. Maar de macht van de zonde bleek iedere keer sterker dan zijn goede voornemens. Ondanks zijn theologische studie was het evangelie hem volslagen onbekend! Van de 1260 studenten die samen met hem in Halle studeerden, bereidden zich liefst 900 toe op het ambt van predikant. ‘Maar’, getuigde George Müller later:

  • ‘Ik geloof niet dat er 9 onder hen waren die de Heer werkelijk dienden.’

Helaas is er sinds die tijd nog weinig veranderd… In augustus 1825 maakte hij een voettocht door Zwitserland, samen met zijn studiegenoot Beta en nog enkele andere collega’s. Met behulp van valse handtekeningen kwamen zij aan paspoorten. Door studieboeken te verkopen, kregen zij de nodige contanten. Tijdens de reis was George Müller penningmeester. ‘O, hoe goddeloos was ik toen toch’ schreef hij later als hij terugdacht aan deze duistere tijd. Net als Judas stal hij uit de gemeenschappelijke beurs. Toch zou God het contact met Beta gebruiken om hem tot bekering te brengen. Beta kwam namelijk regelmatig in aanraking met positieve christenen. Weldra zou George Müller voor het eerst van zijn leven het evangelie te horen krijgen. Tijdens een eenvoudige huissamenkomst zou dan de grote ommekeer plaatsvinden.

Sektarische gedoe

Op een zaterdagmiddag in november 1825 maakten de beide vrienden een lange wandeling. Juist toen George zich afvroeg in welke kroeg hij de rest van de dag zou doorbrengen, bekende Beta hem dat hij die avond een huissamenkomst zou bezoeken. Beta geneerde zich daar eigenlijk voor, maar op onverklaarbare wijze voelde hij zich gedrongen zijn vriend er toch van in kennis te stellen. Beta verwachtte dat zijn vriend hem zou uitlachen, maar hij vergiste zich. Diep in zijn hart had George Müller namelijk een diepe afkeer van het liederlijke leven dat hij leidde. Drinken, dansen en dobbelen hadden hem nooit echt gelukkig gemaakt. Toen Beta hem bijzonderheden over die huissamenkomst vertelde, wist George opeens met grote zekerheid: dit is het, waar ik al zo lang onbewust naar heb verlangd. De samenkomst vond plaats ten huize van broeder Wagner, een gelovige zakenman.

Voor het eerst van zijn leven kwam George Müller die avond met positieve christenen in aanraking. Als theologisch student had hij eigenlijk hooghartig de neus moeten ophalen voor het ‘sektarische gedoe’ waarmee hij nu geconfronteerd werd. Maar zijn verstand kreeg niet eens de gelegenheid te rebelleren. Want nog voor er één woord gesproken was, werd George door de Heilige Geest overtuigd van zijn eigen onwaardigheid. Zó zelfs, dat hij broeder Wagner zijn excuses aanbood voor het feit dat hij aanwezig was. Zijn gastheer merkte onmiddellijk dat hij met een verloren schaap te doen had. Op vriendelijke toon antwoordde hij: ‘Kom zo vaak als je maar wilt. Ons huis en ons hart staan voor je open.’ George Müller wist toen nog niet hoe blij een kind van God is als hij een verloren schaap in contact kan brengen met de Goede Herder. Maar de hartelijke wijze waarop hij welkom geheten werd, deed al zijn kritiek en reserve smelten als sneeuw voor de zon.

De grote huiskamer van de familie Wagner was gevuld met gelovigen uit alle rangen en standen. Deze mensen leden geestelijk honger in de dode staatskerk. Daarom kwamen zij wekelijks bijeen om samen te bidden, te zingen en naar een geschreven preek te luisteren. Er bestond in die tijd nog geen godsdienstvrijheid in Pruisen. Het was niet-theologen streng verboden het evangelie te verkondigen. Dat mocht uitsluitend gebeuren door geordende predikanten. De ‘Hausgottesdienst’ werd begonnen met een opwekkingslied. Daarna knielde een van de aanwezigen neer om God een zegen te vragen. Het was broeder Kaiser, een jonge zendeling, die onder auspiciën van het Londense zendingsgenootschap naar Afrika zou gaan. George Müller was 21 jaar oud, maar hij had nog nooit iemand geknield zien bidden. Dit maakte een diepe indruk op hem en op hetzelfde moment werd hij overweldigd door de aanwezigheid van de levende God! Nadat er een preek was voorgelezen, dankte broeder Wagner voor de zegen die God had geschonken en daarop ging ieder weer naar huis. In het hart van George Müller kwam een diepe, onuitsprekelijke blijdschap:

  • ‘Alles wat wij tijdens onze tocht door Zwitserland hebben meegemaakt, is niets vergeleken bij wat ik deze avond heb meegemaakt’… bekende hij aan Beta.

Hij kon het zelf niet begrijpen, maar toen hij thuiskwam, knielde hij, voor het eerst van zijn leven, neer en sprak enkele ogenblikken met God. Onmiddellijk daalde er een diepe vrede in zijn hart. Zó gelukkig voelde hij zich, dat hij er die nacht nauwelijks van kon slapen …

In de voetsporen van John Wesley

Hoewel de Bijbel ons duidelijk aantoont dat God nooit met clichés werkt, zijn er toch altijd weer vrome mensen die geen oog hebben voor zijn veelkleurige wijsheid. Meer dan eens heb ik meegemaakt dat mensen de wenkbrauwen fronsten, wanneer zij vernamen dat ik absoluut geen schuldbesef had toen ik tot bekering kwam. Dat kón niet, volgens hen, want zoiets paste niet in de (vastgeroeste) belijdenisgeschriften. Daarom ben ik persoonlijk erg dankbaar dat ook George Müller bij zijn bekering helemaal geen schuldbesef had. Hij mocht tot Jezus komen zoals hij was. Wie in het licht gaat wandelen, wordt als vanzelf ontdekt aan al zijn zonden en tekortkomingen. Zo ging het ook bij George Müller. Ter bemoediging van christenen die nog maar kort het smalle pad bewandelen: George Müller begon ook met veel vallen en struikelen. Maar, dat is altijd het geheim van geestelijke groei, hij stond steeds weer op.

Tijdens die zaterdagavond samenkomst ten huize van broeder Wagner viel de grote beslissing. Zó groot werd zijn verlangen naar gemeenschap met andere gelovigen, dat George Müller met geen mogelijkheid kon wachten tot het weer zaterdag was. Die week stond hij liefst 3 maal bij de familie Wagner op de stoep. Hij hield op met dansen, drinken en dobbelen. In plaats daarvan kreeg hij steeds meer verlangen om de Bijbel te lezen en te bestuderen. Hij verloor weliswaar al zijn oude vrienden, maar hij kreeg er veel betere voor terug. Het was beslist geen toeval dat Müller juist in een eenvoudige huissamenkomst tot bekering kwam. Met alle respect voor massameetings en kerkelijke samenkomsten, willen wij toch vaststellen dat de huissamenkomst oerchristelijke en door en door Bijbels is.

Een kleine eeuw voor George Müller was John Wesley ook tijdens zo’n kleine huissamenkomst tot bekering gekomen. Beide mannen waren universitair geschoold. Ook Wesley was een verstandsman met een groot, kinderlijk geloof. Beide Godsmannen zijn tot op hun oude dag ‘in het zadel’ gebleven en hebben God radicaal gediend met de inzet van al hun gaven en krachten. Het grote verschil was echter dat John Wesley al een godsdienstig man was toen hij op vierendertigjarige leeftijd de beslissing voor Christus nam. George Müller echter was, ondanks zijn theologische studie, weinig meer dan een heiden. Er moest dan ook heel wat gebeuren voordat de Heer deze verlopen student zou kunnen gebruiken in zijn dienst.

Na die zaterdag bij Wagner bracht George Müller veel tijd in gebed door, liefst geknield. Zo leerde hij ook het Woord van God liefhebben en begrijpen: geknield, in afhankelijkheid van de Auteur. Vol ijver wierp hij zich nu op zijn studie. Soms studeerde hij 17 uur per dag. Maar zelfs op zulke drukke dagen schoten gebed en Bijbellezen er niet bij in. Naarmate George Müller de Heer beter leerde kennen, kreeg hij ook meer zelfkennis. Hij merkte spoedig dat liegen even erg is als drinken en dansen. Ja, hij ontdekte dat hij alleen maar dingen deed waardoor hij God mishaagde. ‘Zonder Mij kunt u niets doen’ zegt Jezus’ (Joh.15:5). Maar George Müller kon nog zo heel véél doen in eigen kracht. Daarom moest de Heer hem laten zien dat alles wat hij zèlf kon, eigenlijk ‘niets’ was, omdat het voor God geen enkele waarde had. Slechts wat gedaan wordt in gemeenschap met Jezus, heeft en houdt waarde. Toen George Müller ontdekte dat hij zonder Jezus niets (waardevols) kon doen, sprak hij met zichzelf af dat hij dan voortaan ook niets meer zonder Jezus wilde doen:

  • ‘Ik was een zondaar’ getuigde hij, ‘maar ik lééf niet meer in de zonde, want ik haat de zonde. Ja, ik ga de zonde hoe langer hoe meer haten. Daarom streef ik naar heiligmaking en ga steeds meer van heiligmaking houden.’

‘Gevaarlijke’ liefde

Deze nieuwe levenswandel kwam zijn studie natuurlijk zeer ten goede. Gezegend met grote verstandelijke gaven, werd George Müller spoedig een uitblinker aan de universiteit, vooral in oude talen, wiskunde, geschiedenis en Frans. Omdat er slechts weinig Duitsers zijn die de Franse taal grondig beheersen, kon George door middel van vertaalwerk vaak een aardige bijverdienste verwerven. Zo vertaalde hij eens een Franse novelle en van de opbrengst daarvan hoopte hij een snoepreisje naar Parijs te kunnen maken. Natuurlijk had hij dat plannetje niet in gebed gebracht … Het was een van die (waardeloze) dingen die hij nog zonder Christus kon doen! ‘Alles wat niet uit geloof is, is zonde’ zegt de Bijbel (Rom.14:23). Zodra George Müller in de gaten kreeg dat het vertalen van die novelle volkomen buiten God om gebeurd was, nam hij een radicaal besluit en verbrandde het manuscript. Het was erg pijnlijk, maar later zou de Heer hem tonen dat zo’n daad van groot belang was voor zijn geestelijke groei. Want hoe radicaler wij breken met ons oude leven, des te heerlijker kan het nieuwe leven zich ontplooien.

In het begin van 1826 kreeg George Müller steeds meer belangstelling voor de zending. Hij las alles over zending wat hij maar te pakken kon krijgen en raakte ervan overtuigd dat hij ook zelf naar het zendingsveld moest gaan. Dit vooruitzicht maakte hem erg gelukkig en rijk in God. Zoals de meeste onervaren christenen zou echter ook de jonge Müller door schade en schande wijs moeten worden. Kort na het verbranden van die novelle tippelde hij met open ogen in een soortgelijke val.

Op een zaterdagavondsamenkomst bij de familie Wagner leerde hij namelijk een alleraardigst meisje kennen. Zij was een kind van God en vóór George er erg in had, was hij tot over zijn oren verliefd. De ouders van het meisje hadden er geen bezwaar tegen dat zij verkering had met een veelbelovende theologische student, maar zij verzetten zich met hand en tand tegen de gedachte dat hun dochter straks naar het zendingsveld zou gaan. Op deze wijze raakte de aspirant-zendeling in hevige tweestrijd. Het duurde echter niet lang of de liefde voor het meisje kreeg de overhand en als gevolg daarvan werd zijn gebedsleven verlamd. De ‘liefde’ nam hem zo in beslag dat hij geen tijd meer had voor gebed. En met zijn Bijbellezen ging het natuurlijk dezelfde (verkeerde) kant op.

Het grote avontuur begint

Na verloop van 6 weken greep God in. Herman Ball, een jonge, schatrijke bezoeker van de zaterdagavondsamenkomsten, meldde zich vrijwillig om (onder de meest primitieve omstandigheden) te gaan werken onder de Joden in Polen. Deze beslissing trof George Müller als een vuistslag. In het licht van dit grote offer zag hij plotseling hoe ontzettend egoïstisch hij zelf eigenlijk was. Terwijl Herman Ball als een Abraham alles in de steek liet, verkwanselde hij zijn eerstgeboorterecht als een Ezau. Zodra hij dit zag, kwam Gods Geest over hem en even resoluut als hij die novelle verbrand had, verbrak hij nu de verkering die hij zonder gebed begonnen was. Deze pijnlijke ervaring overtuigde hem opnieuw van de Bijbelse waarheid dat hij zonder Jezus niets kon doen dat werkelijk waarde had voor het Koninkrijk van God.

Vanuit de nieuwe geloofsblijdschap die God hem schonk, werd ook het verlangen geboren om tegen zijn familie van zijn vreugde in Christus te getuigen. De reactie van zijn vader was echter bijzonder naar. In een boze brief deelde deze hem mee dat hij niets voelde voor het sektarische gedoe van zijn zoon. Müller Sr. had gehoopt dat George hem straks als predikant een onbezorgde oude dag zou verschaffen en nu zag hij al die illusies in rook op gaan. Ook nu aanvaardde George de volledige consequenties. Voortaan wilde hij van zijn vader geen enkele financiële ondersteuning meer ontvangen. Dit werd een echt geloofsavontuur, want hoe zou hij nu in zijn onderhoud en studie kunnen voorzien? Weldra mocht hij opnieuw ervaren dat allen die op Jezus Christus hun geloof bouwen, niet beschaamd uitkomen.

Drie Amerikaanse professoren kwamen naar Halle om daar geruime tijd colleges van de bekende professor Tholuck te volgen en deze prof verwees hen naar George Müller ter overbrugging van de taalmoeilijkheden. Op deze manier kreeg de jonge geloofsavonturier een bron van inkomsten waaruit hij al zijn onkosten royaal kon bestrijden. Een koninklijke hulp voor een koningskind. Deze oplossing was buitengewoon belangrijk, omdat George Müller in zijn latere leven volkomen uit de hand van de Heer moest leven. Daarnaast zou hij in Bristol ook de volledige zorg voor duizenden weeskinderen en honderden zendelingen krijgen. Een enorm avontuur! Uit een aan drank en gokken verslaafde zondaar had Gods Geest nu een krachtige christen gemaakt, die bereid was in het geloof grote dingen met de Heer te gaan wagen.