De verlamde in het badhuis

  • ‘Je bent nu gezond. Zorg dat je niet meer zondigt, anders zou je nog iets ergers kunnen overkomen’

Als we het evangelie van Johannes met de andere evangeliën vergelijken valt het op dat er in Johannes maar vier genezingswonderen worden besproken, waaronder die van Lazarus. Toch is het juist Johannes, die aan het eind van zijn evangelie verklaart dat als men al de dingen die Jezus gedaan heeft, zou willen beschrijven in boeken dat het er dan zoveel zouden worden dat de wereld ze niet zou kunnen bevatten (Joh.21:25). Johannes heeft zich dus bewust beperkt en een keuze daaruit gemaakt. Daarover zegt hij in Johannes 20:31: ‘Maar deze die u hier vindt, zijn neergeschreven zodat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God en zodat u door te geloven leven zult bezitten in zijn Naam’. Johannes heeft dus de getuigenissen over genezing met een bedoeling gekozen. Hiervan is die over de verlamde man in het badhuis ‘Bethesda’ wel het moeilijkst te begrijpen (Joh.5:1-18).

De zieken in Bethesda

In dit gedeelte wordt beschreven dat Jezus naar een plaats ging, waar veel zieken waren. Die plaats heeft als bijnaam ‘Bethesda’. Dat betekent eigenlijk: ‘huis van barmhartigheid’. Maar dat is eigenlijk geen goede naam, omdat er op deze plaats dingen gebeurden, die niet eerlijk en rechtvaardig waren. Ik stel mij voor dat er een ronde vijver was, die laag lag. Er omheen waren vijf zuilengangen. Ze zullen oplopend zijn gebouwd en overdekt zijn tegen de zon. In al die gangen lagen allerlei zieken en gehandicapten. Ze werden er ‘s morgens gebracht en ‘s avonds weer opgehaald. Het waren zeker geen arme mensen. Want er was geen uitkering voor gehandicapten. De armen onder hen, als zij dat konden, moesten werken voor de kost: bedelen om een aalmoes! De mensen in het badhuis hoefden de hele dag niets te doen. Maar of dat nu prettig was?

Wachten op een wonder

Ze lagen daar te wachten tot een engel het water deed bewegen. En als dat het geval was, dan zou degene, die daarna het eerst in het water kwam, genezen van welke kwaal hij ook had. In dit bad gebeurden dus van tijd tot tijd ‘wonderen’. Daarom waren er zoveel mensen, die genezen wilden worden. Ze lagen de hele dag te kijken naar het water. Nee, niet naar een engel, want die konden ze niet zien, maar naar het water of daar misschien enige beweging in kwam. Ik denk dat soms een zacht windje het water deed rimpelen en dat dan ook mensen in het water sprongen. Als dan de eerste niet werd genezen, was het dus geen engel geweest, maar de wind. Het ging er zeker niet eerlijk aan toe. Alleen degenen, die niet verlamd waren en dicht bij de waterkant zaten of lagen maakten een kans. Er werd geen rekening gehouden hoe vaak je al naar dat bad geweest was. Wie ‘s morgens het eerste binnen was kreeg de beste plaats.

In de N.B.G.-vertaling staat het gedeelte over het bewegen van het water en de engel tussen haakjes. Dat is gedaan omdat in veel belangrijke vroege Bijbelhandschriften deze regels niet voorkwamen. Maar zonder die regels wordt het onduidelijk waarom al die zieken daar waren en waarom die ene man zei dat hij in het water zou willen worden geworpen als daar beweging in zou komen (Joh.5:7). De N.B.G.-vertaling spreekt over een ‘engel des Heren’. Daarmee wordt de indruk gewekt dat dit een wonder van God zou zijn. Misschien is dat wel de reden dat een sommige uitleggers van de Bijbel menen dat dit gedeelte onjuist is. Zij geloven niet – en mijn inziens terecht – dat zo’n engel zo nu en dan komt om wonderen te doen plaats vinden. In andere Bijbelvertalingen wordt niet gesproken van een ‘engel des Heren’, maar alleen van een ‘engel’. Het Griekse woord dat hier werd vertaald is ‘aggelos’. Dat wordt op veel plaatsen inderdaad gebruikt om een engel van God aan te duiden. Maar het wordt ook op enkele plaatsen gebruikt waar sprake is van engelen van Satan, bijv. in 2 Cor.11:14, 2 Cor.12:7, 2 Petr.2:4, Judas:6, Openb.12:7,9.

Genezingen door verkeerde machten, de demonen 

Er is hier geen sprake van genezingen door de hand van God. God is immers goed en rechtvaardig. Ik las ergens dat het bad geneeskrachtig bronwater zou hebben. De bron zou zo nu en dan een verse portie water aanvoeren waardoor het wateroppervlak in beweging kwam en mensen door de nieuwe toevoer van het geneeskrachtige water zouden worden genezen. Het zou dan dus eigenlijk geen wonder zijn. Er zijn mensen, die het werk van helderzienden, spiritisten en andere occulte wonderdoeners onderzoeken en proberen te bewijzen dat het allemaal bedrog en voor-de-gek-houderij is. Ze zijn tegen al deze praktijken. Dat lijkt erg positief. Maar ze doen voorkomen of dat allemaal onschuldig is en geen kwaad kan. Maar het is niet zo onschuldig en het blijkt helaas dat boze geesten ofwel gevallen engelen – en mensen die zich in hun dienst stellen – wel wonderen kunnen doen. De Bijbel waarschuwt hier sterk voor:

  • ‘Als iemand dan tegen jullie zegt: Kijk, hier is de Messias, of: Daar, vertrouw het niet. Want er zullen valse messiassen en valse profeten opstaan en ze zullen grote tekens en wonderen laten zien om, als het mogelijk zou zijn, zelfs de uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen’ (Matth.24:23,24).

Helaas is er niet veel nieuws onder de zon. Ook nu, in onze moderne maatschappij met al zijn wetenschappen, zijn veel mensen bezig met het zoeken naar genezing langs een bovennatuurlijke weg. Ze zijn teleurgesteld in doctoren en ziekenhuizen. Allerlei alternatieve genezers bieden genezingsmethoden aan. Zo zijn er natuurgeneeswijzen met op bijzondere wijze behandelde kruiden, yoga, acupunctuur, voetzooltherapie, iriscopie, behandelingen door magnetiseurs. Veel mensen, ook zich christelijk noemenden, gaan ervan uit dat als je maar wordt genezen, het goed is. Ze denken vaak zelfs dat God op deze wijze geneest. Maar de weg tot God gaat altijd via Jezus Christus. Alleen door Hem te aanvaarden als Redder en Verlosser en te geloven dat Hij voor de zonden is gestorven voor alle mensen kan men tot God gaan. Wie langs een andere wijze krachten en dus ook genezing via een bovennatuurlijke weg probeert te krijgen is verkeerd bezig. Het gevaarlijke is dat de satan en zijn demonen rechtstreeks – en soms door mensen – geneest. Maar de satan kent geen genade. Hij geeft nooit iets voor niets. Hij krijgt dan macht over de mens, die zich voor hem heeft opengesteld. En daardoor wordt zo’n mens beïnvloed. Er komt een sluier over zijn denken. Zijn geloofsleven wordt geremd. De blijdschap wordt geroofd. Het wordt vaak zoals in Jesaja 8:19-22 staat:

  • ‘En als ze tegen u zeggen: ‘Ondervraag de geesten van de doden en de waarzeggers die lispelen en prevelen; een volk raadpleegt toch zijn goden en zijn doden ten behoeve van de levenden’, houdt u dan aan het onderricht en de getuigenis! Als men niet spreekt volgens dit woord, waartegen geen bezwering baat, zwerft men uitgeput en hongerig rond, verbitterd door de honger. Dan vervloekt men zijn koning en zijn God, kijkt omhoog of staart naar de grond: overal is benauwenis en donkerte, nacht en benardheid, verregaande duisternis’.

Gelukkig hoeft dit niet blijvend te zijn. Het evangelie van het Koninkrijk van God spreekt over bevrijding van gebondenen in de Naam van Jezus Christus. Bij het bad waren allen gebonden door de wens om op deze wijze te worden genezen. Iets anders was niet belangrijk voor hen in hun leven.

Geen hoop meer op genezing

Maar daar was een man die de moed had opgegeven. Hij was al 38 jaar verlamd. En dat was hij niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Voor hem was alles zinloos. Zijn familie bracht hem misschien alleen nog maar om hem overdag even kwijt te zijn en ze konden zo hun geweten sussen met de gedachte dat ze hem toch maar iedere dag naar het bad gebracht hadden. Niemand zou hen kunnen verwijten dat zij zich niet hadden ingezet voor zijn genezing. Maar ik denk niet dat ze nog iedere dag probeerden de eersten te zijn om hem een kansrijke plaats vlak bij het water te geven. In de Bijbel kunnen we lezen dat haast alle zieken, die door Jezus werden genezen, naar Hem waren gebracht. Jezus zocht haast nooit zieken op zonder dat zij of hun familie Hem dat hadden gevraagd. In ons Bijbelgedeelte wordt één van de uitzonderingen behandeld. Daar gaat Jezus in dat badhuis vol zieken naar één zieke toe. Jezus wist hoe lang die man al verlamd was. En dan zou je verwachten dat Jezus tot die man zei: ‘Wat doe je hier en waarom verwacht je dingen, die niet van God zijn. Verwacht het van Hem!’ Jezus verweet hem niets, Hij raadde hem ook niet aan om naar de tempel te gaan. Hij stelde hem maar één vraag. En dat lijkt nu juist de meest zinloze vraag om te stellen aan een verlamde, die ligt te wachten op genezing:

  • ‘Wil je gezond worden?’

Het verlangen naar genezing

Voor iemand die heel lang verlamd is geweest, is gezond worden meer dan een lichamelijk herstel. Gezond worden betekent een geweldige wijziging van de positie, die men heeft in de maatschappij waarin men leeft. Het brengt met zich mee dat er een totale verandering in van denken moet plaatsvinden. Men hoeft niet meer op zichzelf gericht te leven. Men is niet langer afhankelijk van de hulp van anderen. De belangstelling en het medelijden van anderen voor je situatie zijn voorbij. Er wordt nu verwacht dat men gaat functioneren als een gezond mens. Dat houdt dan in dat men gaat werken voor de kost en dat men nu belangstelling gaat tonen voor anderen. Uit het antwoord van de verlamde blijkt dat hij wel gezond zou willen worden, maar dat hij geen schijn van kans had om als eerste in het water te komen. Die hoop had hij losgelaten. En dan zegt Jezus tot hem de bekende woorden:

  • ‘Sta op, pak uw bed en loop!’

Dan verwachten we natuurlijk dat die man dat meteen deed. Het is immers gemakkelijk om iets te doen dat Jezus je rechtstreeks gebiedt! Maar hier was het anders. Die man wist niet dat het Jezus was die daar bij hem stond. Een voor hem onbekende man kwam bij hem en vroeg: ‘Wil je genezen worden?’ De verlamde man had geen geloof dat hij door het bad zou worden genezen, waarom zou hij dat wel hebben bij een onbekende man? We praten te vaak over het geloof dat een zieke zou moeten hebben om door God te worden genezen en te weinig over het geloof dat de gezonde christenen zouden moeten hebben als zij voorbede doen voor zieken. De verlamde man stond niet op vanwege zijn geloof, maar omdat hij merkte dat hij was genezen! Er staat immers als volgende zin:

  • ‘Meteen werd de man gezond’.

De man voelde op een of andere wijze dat krachten tot genezing in zijn lichaam kwamen en merkte dat hij opeens gezond was. En daardoor stond hij op en nam zijn matras en ging zijn weg. Natuurlijk had hij ook dat bed kunnen laten liggen met de gedachte: ‘Die haal ik vanavond wel op. Eerst wil ik mijn familie en vrienden laten zien dat ik genezen ben’. Jezus houdt van opruimen van wat geweest is. De matras op die plaats houdt een herinnering in aan de moeilijke jaren die geweest zijn. De Heer wil dat we niet meer omzien en niet meer terugkomen op plaatsen waar het fout was. Daarom is opruimen nodig! Er wordt niets gezegd over wat anderen daar in dat badhuis deden. Misschien hadden zij helemaal niets in de gaten. De man had ook niet luidkeels geschreeuwd: ‘Ik ben genezen, eerst was ik verlamd en nu kan ik lopen’. Misschien had Jezus wel hem geboden om het daar niet te vertellen, zoals Hij wel bij meer mensen, die genezen waren had gedaan. Jezus wilde niet worden gevolgd als een wonderdoener, maar het ging Hem in de eerste plaats dat Zijn Vader de eer zou krijgen en het Koninkrijk van God zichtbaar zou worden. Het kan ook zijn dat het wel iemand was opgevallen dat de verlamde ineens liep. Die zal dan wel hebben gedacht: ‘Als die man nu loopt was hij zeker niet echt verlamd, maar deed hij maar alsof…’

Jezus genas maar één zieke

De genezingen door dat bewegende badwater waren occult, niet van God, maar van de satan en dat was omdat er maar één zieke van tijd tot tijd werd genezen en dat gebeurde ook nog op een onrechtvaardige manier. Maar Jezus genas toch ook maar één zieke. Is dat dan wel goed? Het bijzondere was dat Jezus wist wat die man had meegemaakt. Hij kende zijn wanhoop, maar ook zijn gesteldheid. Hij genas die man zonder dat die man wist dat het Jezus was die het deed. Jezus maakte zich ook niet na de genezing bekend aan die man. Toch aanvaardde de man zijn genezing als uit de hand van God. Dat bleek wel uit het feit dat de man naar de tempel ging. Dat was een heel andere gesteldheid dan bijvoorbeeld van die 10 melaatsen uit Lucas 17. Die werden allen genezen, maar slechts één keerde terug naar Jezus om God te danken en dat was zelfs een Samaritaan en tot hem zei Jezus ‘Sta op, ga, uw geloof heeft u gered’. Pas toen de man in de tempel kwam om God te danken openbaarde Jezus Zich aan hem.

De zonde van de verlamde

In Bethesda was niet God de geneesheer, maar de redding kwam daar voort uit het feit, dat in de chaos van rennende zieken de sterkste, de brutaalste en de man met de meeste vriendenhulp het won. Maar wie echt gezond wil worden, zal moeten breken met elke vorm van occultisme en zijn genezing alleen van de Heer verwachten. Daarom zei Jezus later tot de man: 

  • ‘Je bent nu gezond. Zorg dat je niet meer zondigt, anders zou je nog iets ergers kunnen overkomen’ (vs.14).

Wij geloven niet, dat Jezus met deze waarschuwing bedoelde, dat de man – die bijna veertig jaar ziek geweest was – nog een ergere ziekte zou kunnen krijgen. Ook menen wij, dat hier niet gedoeld werd op een bepaalde vroeger bedreven zonde, die de oorzaak van zijn ziekte geweest zou zijn. Veronderstel dat deze man vijftig jaar oud was; dan zou hij daar als verlamde gelegen hebben om een kwaad dat hij als twaalfjarige jongen had gedaan. Jezus zei ook van de blindgeborene dat het niet zijn schuld was en ook niet van zijn ouders dat hij blind was. Het ‘iets ergers’ zat in het feit, dat hij zich opnieuw zou inlaten met een vorm van occultisme, wat als zonde tot de dood, hem voor eeuwig verloren zou doen gaan. Daarom is juist speciale aandacht en onderscheiding nodig om Satans demonen te herkennen, die zich voordoen als een engel van het licht. Zij brengen de mens niet in de eerste plaats tot zonde, maar spiegelen hem geluk en redding voor. Zo ook de engel bij het badwater van Bethesda.

‘Sta op en leef’ geldt ook ons

Die verlamde man had de bijzondere ervaring dat Jezus in zijn leven ingreep, terwijl hij Jezus niet kende. Er zijn velen onder ons die ook kunnen getuigen dat God in hun leven ingreep voordat zij zich hadden bekeerd en Jezus hadden aanvaard als hun Redder. God zoekt wegen om Zich te openbaren. Hij wil immers niet dat iemand verloren gaat, maar dat allen worden behouden. Maar ook voor de gelovigen blijft het woord van de Heer zijn kracht houden als Hij tot ons zegt: ‘Sta op en loop’. En dan mag men het woord ‘loop’ ruimer zien dan de mogelijkheid om te kunnen lopen. Het gaat hier om als geestelijk gezond mens te gaan leven. De Heer wil dat we leven voor Zijn aangezicht en dat we niet langer op bepaalde terreinen van ons leven verlamd zijn door welke oorzaak dan ook. Het kunnen problemen zijn, zorgen, die ons kwellen, gevoelens van minderwaardigheid, angsten. Misschien zijn we wat ingeslapen. Het enthousiasme om de Heer te dienen is versleten. Er zijn teveel teleurstellingen gekomen. Nu is voor ons de Heer geen onbekende meer, die langs komt. Hij is de goede Herder. Hij richt op, Hij verwijt niet, maar roept ons op om op te staan en te leven en niet terug te keren waar we uit kwamen. Efeze 5:14 zegt hetzelfde wat anders:

  • ‘Ontwaak, u die slaapt en sta op uit de doden en Christus zal over u stralen’.