Een lezer schrijft dat hij elk kwartaal een krantje uit zijn gemeente ontvangt. De voorganger daar schrijft daarin over ‘Fundamentele voedselfeiten voor de eindtijd’. De lezer zond ons het vierde en laatste deel zonder commentaar van zijn kant, maar had er wel bedenkingen tegen. Hij vroeg ons hier eens aandacht aan besteden. Hier volgen nu enkele gedachten uit dit schrijven van de voorganger:
- ‘Het gaat over de grote waarde van het door God gegeven natuurlijke voedsel wat op gifvrije en vruchtbare bodem is gegroeid. Als christenen leven wij in de dag van de genade en niet onder de wet. Geen enkele dieetwet noch enig speciaal voedsel zal onze relatie met God door Christus kunnen verbeteren! Wat echter bij de meesten verbeterd kan worden, is hun gezondheid en daar gaat het in deze serie om.
- Natuurlijk weten wij dat het Koninkrijk van God niet bestaat in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door Gods Geest. Dit willen wij dan ook voorop stellen als wij in dit artikel enkele dingen willen schrijven over het dieet van Israël. Zoals wij al gezien hebben, bestond Adams dieet uit zuiver plantaardig voedsel-granen-vruchten-groenten en noten. Later is dit dieet door God voor Noach uitgebreid met vlees, echter zonder bloed. Voor Israël was het verboden zich met dierlijk vet, bloed en bepaalde dieren te voeden. Zie Leviticus 11,3:17 en Deuteronomium 14.
- Nu blijken in onze dagen dit verboden voedsel, medisch gezien, ook ongeschikt voor de menselijke consumptie te zijn. Dierlijke vetten zijn erg schadelijk voor de bloedvaten van de mens. Bloed is bij uitstek een overbrenger van ziektekiemen en bepaalde vleessoorten zijn beslist ongeschikt voor menselijke consumptie.
- Wij willen het nogmaals heel duidelijk stellen: Niemand gaat verloren als hij onrein voedsel eet. Misschien gaat hij zelfs wel eerder naar de hemel dan iemand die dat niet doet. Wie een oor heeft, die hoort wat wij hier zeggen. De schrijver heeft lang en ernstig de Heer gezocht voor hen die na gebed (nog) niet genezen zijn. Het antwoord is gekomen in bovenstaande studie: Voedselfeiten voor de eindtijd. God geneest bovennatuurlijk en Hij geneest natuurlijk. Het is niet óf bovennatuurlijk óf natuurlijk; soms gebruikt Hij beide.’
Ons antwoord:
Uit bovenstaand citaat van het driemaandelijkse krantje, blijkt dat de voorganger zich aan het specialiseren is in voedselproblemen. Wij vinden dat zoiets niet bij de opdracht van een voorganger van een Nieuwtestamentische christengemeenschap hoort. Toch willen wij het volgende hierover opmerken:
Ons lichaam hoort bij de natuurlijke wereld. Het wordt ontwikkeld en in stand gehouden door de levensgeest naar vastgestelde wetten. De mens is verantwoordelijk voor dit proces. God heeft hem daarom verstand gegeven om de werking van het lichaam te kennen en ook een natuurlijke wijsheid om op verantwoorde manier met zijn lichaam om te gaan.
Het is van belang datgene te eten en te drinken, wat nodig en nuttig is voor het lichaam en wel in juiste hoeveelheden. Dit ligt bij ieder mens en bij iedere leeftijd en in verschillende omstandigheden telkens weer anders. Een baby heeft andere voeding nodig dan een kleuter, een puber of een volwassen mens. Een bouwvakker die zwaar werk doet, zal een andere samenstelling van voedsel moeten hebben dan iemand die zittend werk doet. Degene die het eten voorbereid, heeft daarom bij het samenstellen van de maaltijden een bijzondere verantwoordelijkheid. Tegenwoordig moet men ook nog rekening houden met het aanbod van het voedsel. Denk aan de hedendaagse hyperinflatie; de door geforceerde Rijksbelastingen omhoog gestuwde prijzen van het meest basale voedsel, gas en elektra.
De verzorging van het lichaam en de bescherming tegen schadelijke invloeden eisen daarom onze aandacht. Hygiëne, kleding en de manier van wonen zijn van belang voor het in stand houden van het natuurlijke leven. Ook de omstandigheden waaronder men leeft en werkt vragen oplettendheid: fabriekswerk, een prettige en slechte sfeer, geluidshinder of een rustige omgeving, eentonig of gevarieerd werk, enzovoort. Het milieu vraagt in onze geïndustrialiseerde en ook gemotoriseerde maatschappij bijzondere aandacht. Denk aan de verstoring van het natuurlijke evenwicht, waardoor de ecologie belangrijk wordt. Men moet hier echter niet in doorslaan.
Door verwaarlozing van sommige aspecten kunnen ziekte of beschadigingen van organen voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan roken of het gebruik van alcohol, van drugs of van te veel eten. Als men zijn levenswijze verandert, kan vaak op een natuurlijke manier herstel intreden, want God heeft het herstel in de schepping geprogrammeerd. Dit is dan onze uitlegging van: ‘God geneest natuurlijk’. Een dokter of een andere deskundige kan daar dikwijls een handje bij helpen. Al deze zaken vallen onder de verantwoordelijkheid en wijsheid van ieder mens en om deze te regelen om niet ziek te worden, hoeft men beslist geen voorganger te zijn.
De schaduw van het O.T.
Wij moeten nooit advies vragen aan ‘deskundigen’ die voedingsvoorschriften verbinden met hun religie. Dit gebeurde bijvoorbeeld wel in het oude verbond. Uit godsdienstig oogpunt waren er reine en onreine dieren, die symbool stonden voor reine en onreine geesten. In het nieuwe verbond lezen wij echter dat Jezus ’alle voedsel rein verklaarde’, dit wil zeggen dat Hij ze niet in verband bracht met zijn leer, de leer van het Koninkrijk van de hemelen, dus rechtstreeks de geestelijke werkelijkheid, waarvan het oude verbond slechts een beeld van is.
In het Nieuwe Testament vindt men dan ook geen voedselwetten, behalve enkele voorschriften die de Joodse gemeente te Jeruzalem nog graag de heidenen wilde opleggen, maar die de apostel Paulus in de praktijk al op losse schroeven zette. Zo laat deze zich enigszins anders uit over het vlees dat aan de afgoden was geofferd, toen hij wees op de sterken en de zwakken.
- Met de cynische opmerking, dat wie ‘onrein’ voedsel eet, misschien wel eerder naar de hemel gaat (bedoeld wordt: sterft), blijkt dat de schrijver geen visie heeft op het leven in de geestelijke wereld. Een opnieuw geboren mens gaat niet naar de hemel, maar hij ís al overgeplaatst in de hemelse gewesten!
Ook in de moderne tijd zijn er velen die het geloof verbinden met het gebruik of met de onthouding van bepaald eten. Als kind hadden wij al een theosofisch familielid dat op grond van de religie, vegetariër was. Tegenwoordig spreekt men van de macrobiotiek, volgens ‘Signalement van nieuwe woorden’:
- ‘Een ascetische voedings- en levensleer, ontworpen door de Japanner George Ohsawa, die geïnspireerd werd door het zenboeddhisme. ‘De macrobiotiek gaat terug op een oosterse voedingsleer, al 5000 à 6000 jaar oud. Ze is een manier van voeden, maar ook van niet eten’.
Yin en Yang
Macrobioten leggen alle voedingsmiddelen langs een schaal van yin en yang. Aan het ‘yang uiteinde’ liggen bijvoorbeeld vlees, eieren en vaste zuivelproducten. Extreem ‘yin’ zijn: zachte zuivelproducten, tropisch fruit, suiker, koffie en alcohol. Daartussen ligt evenwichtiger voedsel, en dat is geschikt om elke dag te eten. Het zijn volle granen, bonen, groenten, zeewier, zaden, noten en fruit uit eigen omgeving. Simon Carmiggelt schreef ooit:
- ‘Ik ga nou effe naar de kabouterwinkel, om wat onbespoten spul te halen. Groenten en fruit. Ik eet al zes maanden macrobiotisch’.
Men zegt macrobiotisch te eten om niet ziek te worden. Is er toch beschadiging of destructie in het organisme ontstaan, dan gaat men vaak besproken kruiden gebruiken, dit wil zeggen planten die in aanraking zijn gebracht met geestelijke krachten en daardoor grote herstelkracht zouden bezitten. Hoe gevaarlijk dat kan zijn, willen ze niet weten.
De demonen niet herkend
Het is vreemd dat men bij al deze voorzorgen geen rekening houdt met de geestelijke vijand, die het ook op het natuurlijke leven van de mens heeft gemunt. Deze valt de levensgeest aan, zodat hij niet meer normaal kan functioneren en op een of meerdere punten verstek laat gaan, wat wanorde in het lichaam veroorzaakt. Zo kunnen lustgeesten de begeerte tot bepaald eten en drinken zo overtrekken, dat men ze gaat misbruiken en er verslaafd aan wordt. Ziektemachten kunnen ook druk op de levensgeest uitoefenen, zodat wetteloosheid optreedt. Zelfs kan de duivel zover gaan, dat hij de levensgeest dwingt tot het vormen van weefsels, die niet bij het organisme van de mens horen.
Duidelijk is dat deze aantastingen van het lichaam niet alleen langs de natuurlijke weg te genezen zijn. Men zal, naar de woorden van Jezus, de demonen moeten uitwerpen voor de patiënt genezen kan. Gods Geest wil meewerken aan dit genezingsproces. Hier spreken we dan van bovennatuurlijke of Goddelijke genezing, waarvoor geloof vereist is, want er gebeuren dan dingen in de onzienlijke wereld, die voor het natuurlijke oog niet zichtbaar zijn en voor het natuurlijke verstand ook met te begrijpen. Wanneer deze kracht van Gods Geest niet helpt, gaan wij niet over op een natuurgeneeswijze die met alternatieve krachten werkt, maar wij blijven volharden in het gebed. Wij zeggen dan: op dit spoor verder, want door volharding en geloof wordt de belofte verkregen.
Conclusie
Vanuit genoemde overwegingen komen wij tot de conclusie dat wij in onze gemeenten ons niet bezighouden met natuurgeneeswijzen. Wij waarschuwen echter uitdrukkelijk tegen geneeswijzen die geassocieerd worden met religies. Daarom is het zo gevaarlijk voor een voorganger van een Nieuwtestamentische gemeente om deze dingen te propageren. Wel houden wij ons bezig met geloofsgenezing, die berust op kennis en inzicht van de geestenwereld in het Koninkrijk van de hemelen.

