De weg naar innerlijke genezing

Trauma

  • ‘En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem’ (Lucas 10:34).

Het woord ‘trauma’ komt in het Nieuwe Testament één keer voor, namelijk in het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:34). Het is vertaald met ‘wonden’, maar een trauma is eigenlijk een diepe wond en kan zowel een lichamelijke als een geestelijke zijn. In ieder geval zijn gewelddadige inwerkingen van buitenaf de oorzaak. Het zijn gebeurtenissen in een leven die zeer ingrijpend zijn en die diepe sporen kunnen achterlaten in de ziel, zelfs tot op hoge leeftijd. Ze kunnen een leven tekenen.

Er zijn heel veel voorbeelden van diepe wonden, iedereen weet zelf meestal wel waar de pijn in zit en vandaan komt. Denk aan het gemis van veiligheid en geborgenheid. Of er is sprake van rivaliteit. Iemand is slachtoffer van oorlog en geweld of van seksueel misbruik. Men kan zich zó gemanipuleerd voelen, zó misbruikt en zó ontkend zijn dat men eigenlijk niet meer weet wie of wat men is. Opvallend is ook dat dan één negatieve opmerking heel de rest van het leven kan beïnvloeden. Het is een vloek geworden. Denk aan:

  • ‘Met jou wordt het helemaal niks…’

Dat is voor een kind een dodelijke steek. Het kan dan wel proberen het weg te lachen of door prestatiedrang het tegengestelde gaan bewijzen, maar de motivering is dan niet de juiste reden van het bestaan: ‘Kijk eens wat ik kan…’ Denk ook eens aan de minachtende opmerking van de broer van ‘de verloren zoon’:

  • ‘Die zoon van U…’

Woorden kunnen de ziel kwetsen. De Bijbel spreekt in dit verband over ‘gebrokenen van hart’ en van ‘verslagenen van geest’ en dan gaat het over de diepste pijn die het gevolg is van de een of andere vorm van (verbaal) geweld.

Is genezing mogelijk?

De grote vraag is hoe men innerlijk kan genezen van zulke wonden. Een psychiater zei eens: ‘Als ik niet van mensen houd is mijn therapie waardeloos’. In het verhaal van de barmhartige Samaritaan passeren twee godsdienstige ambtsdragers de halfdode aan de kant van hun route. Zij zitten zó gevangen in hun religieuze systeem dat de barmhartigheid in hen verloren is gegaan. In wezen zijn zij keihard en liefdeloos, ook vandaag is dat nog steeds herkenbaar.

Ontferming kent geen grenzen. Het zuivert en verzacht de wonden, maar het belangrijkste is wel dat het de getraumatiseerde medemens onder een veilig dak brengt om daar te herstellen. Jezus, de ‘man van smarten’, weet en beseft wat een slachtoffer heeft mee – en doorgemaakt. Nu kan men goedbedoeld wel tegen iemand zeggen: ‘De Heer is bij je’, maar het gaat erom dat iemand wordt bijgestaan, want zó is God bij iemand, namelijk in de gedaante van een mens. Pas wel op om dit verhaal niet de verkeerde kant op te sturen. Zo is men vandaag massaal en geforceerd bezig om z.g. ‘Samaritanen’ van allerlei continenten te halen die helemaal geen Samaritaan zijn! Ook verzorgen ze hen levenslang, inclusief overgevlogen verre families en aanhang. En dat uiteraard op andermans kosten. Zo speelt men graag voor goed- en deugmens….

Vertrouw je weg toe aan God

Genezing gaat verder dan alleen het materiële, natuurlijke aspect. Als iemand uit de aardse nood geholpen is, is er nog steeds sprake van wonden. Innerlijke wonden. Zo iemand staat voor nóg een woestijn, de persoonlijke woestijn waar hij doorheen moet komen. Dat gaat niet vanzelf, daar heeft men hulp bij nodig. Er is een veel geciteerde psalmregel (37:5), die door het vele gebruik meer op een tegelwijsheid is gaan lijken waardoor de diepere wijsheid verloren dreigt te gaan: ‘Wentel uw weg op de Heer, vertrouw op Hem en Hij zal het maken’. Eigenlijk staat er zoveel als: Vertrouw je weg, je levensloop, toe aan God.

  • Als Jezus zegt: ‘Ik ben dé weg’ betekent dat óók een uitweg (exodus) om ergens anders te komen waar men eigenlijk thuishoort en waar het leven in balans komt en men, na alles wat er is gebeurd, vrede krijgt met Hem, met anderen en vooral met zichzelf.

Het kan een tijd duren voordat de angst, de slavernij of de oorlog uit iemands hart is verdwenen. Maar gaandeweg komt men toch in de vrijheid. Die echte vrijheid is te vinden bij opnieuw geboren kinderen van God. Zij hebben de gezindheid van hun Heer, Jezus Christus. Zij laten zien dat God enkel goed en vol liefde is. Wie zulke mensen opzoekt, mag leren vertrouwen en genezen.

Woorden van liefde zijn een balsem voor de wonden, want onder de vleugels van God is het veilig en warm. En die vleugels worden gevormd door zijn mensen. Zo krijgt het bestaan weer toekomst. Zo wordt het gebroken, onvoltooide verleden tijd, een helende toekomende tijd.

Eén ding is zeker: God heeft u lief, zonder voorwaarden en bij mensen die Zijn wil doen is uw ziel in goede handen. En uw diepste verlangen om zijn beminde te zijn wordt een keer vervuld. Dát is het begin van innerlijke genezing: te worden bemind. En zo zult u worden bemind als degene die u werkelijk bent: Geliefde van God.