Water voor dorstige mensen

Koos heeft er heel wat voor over. Hij is maar wat blij dat hij nu eindelijk eens een flink stuk tuin heeft. Al te lang heeft hij op die flat moeten bivakkeren. Een prachtflat was het, zeer zeker, maar geen knutselschuurtje en geen stukje grond erbij. Hooguit kon hij op het balkon een beetje rommelen, maar dat is niks voor hem; hij moet de ruimte hebben. Zijn vrouw had van de nood een deugd gemaakt en had een paar bloembakken aan het balkon gehangen. Dus toch nog bloemen. Dat was alles. Verder alleen maar steen en beton. Koos verafschuwde het. Was hij niet grootgebracht op het platteland, was zijn vader niet een echte boer geweest?

Geen wonder dat Koos hunkerde naar een stukje natuur. Maar ja, in het agrarisch bedrijf thuis was voor hem geen plaats. Zijn oudste broer was hem vóór geweest. Koos moest iets anders zoeken. Zo raakte hij in de stad verzeild. Een vak had hij geleerd: Allround machinebankwerker/Fitter. Nu verdient hij zijn boterham in de fabriek. Heel de dag binnen zijn, het is eigenlijk helemaal niks voor Koos. Maar hij schikt zich in z’n lot; hij heeft tenminste werk en is (nog niet) vervangen door goedkope Zzp’ers en Oostblokkers. Koos blijft de zonnige kant van het leven zien. Dat tuintje is echter steeds een hartenwens van hem gebleven. En nu is zijn wens dan vervuld. Ze konden verhuizen. ‘t Was wel een oud huis, maar ze zijn er toch maar ingetrokken. Ze hebben er de vrijheid en zoiets is goud waard. Niet langer meegenieten van de Tv van de buren, niet langer de ruzies aanhoren van een ander en geterroriseerd worden door loslopende, buitenlandse bendes in de grote steden. Helemaal vrij zijn, met niemand wat te maken hebben. Heerlijk!

Met grote voortvarendheid is Koos aan de slag gegaan. Hij wil een heleboel groente kweken. Dat is leuk werk en het spaart nog geld ook. Vooral als het straks weer zo duur wordt als verleden jaar. Eigen geteelde groente is bovendien veel gezonder. Onbespoten voedsel, dat is het helemaal. Hij moet al die chemische troep niet; hij wil het zuiver houden. Dan maar wat minder opbrengst. Spuiten doet hij niet, die Koos. Begieten wel, geregeld zelfs. Hij koestert de jonge plantjes. Hij zorgt dat ze elk zonnestraaltje kunnen opvangen, behoedt ze voor kou en zorgt dat ze geen dorst lijden. Reken maar dat die jonge aanplant groeien zal, met zo’n goeie verzorging. Wat zal onze tuinder binnenkort genieten als hij vers geplukte sla op z’n bord heeft, uit eigen tuin. Wat een genot, volop groente te hebben en zelfs een ander ook nog wat te kunnen geven. Koos ziet het al helemaal zitten.

Zon en water, zij zijn voor de tuinder onontbeerlijk. Trouwens voor ieder mens is dat een onmisbaar iets. En dan bedoelen we het hier niet zozeer in letterlijke, dan wel in geestelijke betekenis. In dat opzicht kan geen mens zonder zon en water. Elk mens heeft de koesterende zon van Gods liefde nodig, ook al is hij zich dat niet bewust. Dit zal dan ook wel de reden zijn dat velen, die buiten God leven, innerlijk verkillen. Zij sluiten hun hart toe voor de verwarmende stralen van Gods zoekende liefde. Plantjes die dreigen te verdrogen, worden door de attente tuinman van het nodige voorzien. Wie geestelijk dorst heeft, kan dit echter met natuurlijk water niet stillen. Zo’n dorstige heeft Jezus nodig, die gezegd heeft:

  • ‘Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken’ (Joh.7:37).

Wie met onrust in zijn hart rondloopt en wel aanvoelt dat hij ergens tekort schiet, mag bij Jezus de ware levensvulling zoeken en vinden! Dan blijft zijn leven niet langer een dorre, droge boel, maar dan gaat dat leven veranderen. Nog een belofte die Jezus geeft:

  • ‘Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’ (Joh.7:38). 

Mag Koos dan uitstekend  zorgen voor zijn plantjes, Jezus zorgt aanzienlijk beter voor de zijnen. De zorg die Jezus voor ons heeft, is een eeuwigdurende zorg. Jezus heeft onze eeuwige redding en geluk op het oog. Hij zorgt voor ons. Zodat wij werkelijk vrucht zullen gaan dragen.