Wat een verwijten!!

  • ‘Jullie zijn uit de kerk gegaan, jullie hebben je ‘over laten dopen’, jullie kwamen niet(!) toen onze baby werd gedoopt, maar jullie hebben ons nog nooit uitgelegd hoe jullie nou eigenlijk over de doop denken…’

Zo, dat was een pittig verwijt! Even terug denken.

  • Toen wij dan eindelijk besloten uit de kerk te gaan en daarna eindelijk besloten naar een gemeente te gaan waar het Bijbels Fundament gelegd wordt.
  • Toen wij dan eindelijk besloten ons te laten dopen door onderdompeling.
  • Toen dan eindelijk de Geest van God met ons en in ons zijn gang kon gaan.
  • Toen zijn wij begonnen met vrienden, kennissen, buren, met ieder, die het maar horen wil, te praten over het nieuwe, dat wij gevonden hebben.

Wij hebben daarover – vooral in het enthousiasme van het begin – zoveel en zo aandringend gepraat, dat we algauw de naam hadden:

‘Met die lui kun je nergens anders meer over praten…’

Hoewel wij voorzichtiger geworden zijn en een beetje wijzer (zoals dat hoort te gaan) zijn wij nog steeds mensen met wie je eigenlijk ‘nergens anders’ over praten kunt. Wij proberen dat wel. De gewone gespreksonderwerpen. De kinderen, de zaken, het werk, maar ook allerlei dagelijkse zaken. We doen ons best over al die dingen mee te praten als dat van ons verwacht wordt, maar wij doen dat op onze manier. En hoe doen wij dat eigenlijk?

Wij zijn in ieder gespreksonderwerp op zoek naar het hart van de ander. Is er in die ander iets van verlangen naar God? Werkt Gods ingeschapen geweten nog of zijn deze met brandijzers dichtgeschroeid? Is er een verlangen naar de waarheid i.p.v. het liefhebben van leugens? Een verlangen naar rust i.p.v. rijkdom, macht en aanzien? Dan hebben wij het goed met elkaar, waarover wij ook praten.

Ervaring heeft ons echter geleerd, dat wij gesprekken niet lang volhouden als wij in de ander van deze verlangens nooit iets bespeuren. Dan komt er een matheid in dat ‘samenzijn’, een verveling, een uitgepraat zijn. Een enorme leegte.

Wij hebben wel eens geprobeerd op zulke momenten te beginnen over de dingen, die ons leven uitmaken: het Koninkrijk van God, het plan voor de gemeente. De leiding van Gods Geest, die nodig is om talloze demonische zaken te ontmaskeren… Maar wij hebben dat afgeleerd. Want in het gunstigste geval kwamen wij in de discussie terecht, standpunten tegenover elkaar … en maar redeneren. En in het ongunstigste geval werden we subiet als opdringerig aan de kant geschoven. En wie is daarmee gebaat? Daarom zwijgen wij nogal eens. En wachten af.

Maar nu dit verwijt. Au! Hebben wij misschien toch te vaak gezwegen? Teveel afgewacht? Hee, nog eens over nadenken – als ‘t zo is, zullen we dat weer afleren. Uitleg over de doop hebben wij alsnog gegeven. Veel konden we niet kwijt. Wel net genoeg, zodat zij zelf kunnen nagaan of deze dingen zo zijn. Dat is verreweg het beste, maar voor onszelf geldt:

  • ‘Want de Geest die God u gaf, maakt geen slaven van u, zodat u weer in angst moet zitten; nee, de Geest heeft u kinderen van God gemaakt en door die Geest roepen wij tot God: Abba, Vader!  De Geest van God zelf valt onze geest bij en getuigt dat wij kinderen van God zijn. Zijn we kinderen, dan zijn we ook erfgenamen; erfgenamen van God namelijk, samen met Christus. Want als we delen in het lijden van Christus, zullen we ook delen in zijn verheerlijking!’ (Rom.8:15-17).