Roeping en bediening

  • ‘Er waren in de gemeente van Antiochië profeten en leraren, onder wie Barnabas …. en Saulus. Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei Gods Geest tegen hen: ‘Stel mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak die ik hun heb toebedeeld’ (Hand.13:1,2).

We vinden in de Bijbel diverse opsommingen van ‘bedieningen’ die de Heer zijn gemeente schenken wil. De Bijbel geeft ook duidelijk aan wat het doel van al deze ‘ambten’ is: ‘om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus’. Deze bedieningen worden dus gegeven om de gemeente te sterken en Gods Koninkrijk uit te breiden. Een ander begrip dat in dit verband aan de orde komt, is ‘roeping’. De apostel Paulus wees meerdere malen op het feit, dat hij een geroepene was. Bij zijn bekering liet de Heer dan ook aan Ananias zien:

  • ‘Hij is het instrument dat Ik gekozen heb om mijn Naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten’ (Hand.9:15).

Het is echter duidelijk dat Paulus direct na zijn ontmoeting met de levende Heer nog niet onmiddellijk klaar was om die taak op zich te nemen. Zijn geestelijke vorming en training waren van zeer groot belang om aan deze roeping van de Heer te kunnen beantwoorden. Voordat hij in de bediening die de Heer voor hem had, kon gaan werken, moest hij daar eerst toe worden opgeleid. Het zou zelfs een grote fout zijn geweest als Paulus onmiddellijk met deze roeping was uitgegaan naar het zendingsveld om dáár te proberen zijn bediening waar te maken. Pas toen Paulus in de gemeente in Antiochië terecht kwam – en dat was jaren later – werd zijn roeping weer aan de orde gesteld.

Vóór alles moest Paulus zélf nog groeien om zijn bediening volledig te kunnen vervullen. Hij maakte met veel wijsheid gebruik van de gelegenheden die hem geboden werden om praktische ervaring op te doen. Op een gegeven moment wordt zijn naam dan ook vermeld in de lijst van medewerkers van de Heer, die in de gemeente van Antiochië in een bediening stonden. Toen Paulus voor het zendingswerk afgezonderd werd, had hij daarvoor al praktijkervaring opgedaan. Er bestond in de gemeente geen enkele twijfel over de capaciteiten waar hij over beschikte. Men wist dat hij in staat zou zijn het werk te doen waarvoor hij werd uitgezonden. Paulus en zijn reisgenoten hoefden zich niet te bewijzen dat ze inderdaad voor hun taak geschikt waren.

Dit principe geldt ook voor onze tijd: als er iemand uitgezonden wordt, moet de gemeente er absoluut zeker van zijn dat de persoon in kwestie niet alleen de nodige geestelijke rijpheid heeft, maar ook over de ervaring beschikt die voor het uitvoeren van zijn bediening nodig is. Vaak roept de Heer zijn medewerkers voor een taak die slechts een tijdelijk en plaatselijk karakter heeft. De Heer kan iemand roepen om op een bepaalde plaats in een bepaald land voor Hem te gaan werken. Soms voor een korte tijd, soms ook voor een langere periode. De omstandigheden waaronder men de Heer dienen mag, kunnen zich wijzigen. Maar wat niet zo gemakkelijk verandert, is de specifieke bediening die de Heer geeft. Die blijft in principe altijd dezelfde. Het ‘specifieke beroep’ – om het zo maar eens te zeggen – dat men in Gods Koninkrijk uitoefent, houdt namelijk sterk verband met de persoonlijkheidsstructuur en met de training en opleiding die men heeft ontvangen. Als de Heer nu de bediening van iemand als evangelist in eigen gemeente bevestigt, zal er weinig twijfel over bestaan of hij dergelijke gaven op andere plaatsen kan gebruiken. Wie in eigen gemeente gezegend wordt in de bediening van het Woord, zal ongetwijfeld ook op ergens anders een dergelijke bediening hebben.

Wanneer iemand echter geen speciale gaven of bedieningen in eigen gemeente ontwikkeld heeft, is het onjuist te veronderstellen dat hij een ‘roeping voor het zendingswerk’ zou hebben ontvangen. Men krijgt niet opeens een bediening door voet aan land te zetten op ver gelegen zendingsterreinen. De weg die de Bijbel toont is een duidelijke weg. Paulus en Barnabas werden eerst gevormd en bevestigd als medewerkers van de Heer met een bediening in eigen gemeente. Pas daarna werden zij uitgezonden. Deze Bijbelse volgorde zal ook in deze tijd veel zinloze offers aan levens en aan middelen voorkomen. Het boek Handelingen geeft een goed voorbeeld van hoe het kan: eerst moet men op een bepaalde taak voorbereid worden en de bediening die men heeft er duidelijk uit doen komen. Dan pas zal men ook door de gemeente ‘afgezonderd’ kunnen worden voor het waarmaken van die bediening in een ander deel van de wereld.

Overigens is het wél nodig zich in deze duidelijk door de Heer te laten leiden. Het boek Handelingen is nu eenmaal niet een ‘handboek voor zendingsmethoden’. Het is een historische beschrijving van gemeenten in actie – een relaas waar men een voorbeeld aan kan nemen en waarvan men de lessen op eigen wijze toe kan passen in onze tijd. Eén van die lessen is, dat het werk van de Heer op rationele, logische wijze gedaan mag worden. Het is onmogelijk een wereld voor Christus te winnen zonder daarvoor een speciale geschiktheid en een speciale roeping ontvangen te hebben. Om het lichaam van Christus te kunnen bouwen, zijn mensen nodig die geschikt gemaakt werden voor een bepaalde bediening en bekleed zijn met de kracht van Gods Geest.