Het geluid van de stilte

De kostbare schatten van het koninkrijk van de hemelen worden ons steeds meer geopenbaard. Dit koninkrijk heeft een heel andere betekenis en inhoud dan de koninkrijken van deze wereld. Het is eerder de omgekeerde wereld: in het koninkrijk van de hemelen is  de minste de meeste, daar regeert de barmhartigheid in onaanzienlijke mensen en daar is bescheidenheid een koninklijke eigenschap (iets wat je niet kan zeggen van verschillende koningshuizen, die het geld maar over de balk blijven smijten, zelfs in tijden van crisis). En de geheimen van God worden aan hen getoond, die het waard zijn, om ze tegelijkertijd verborgen te houden.

Dat was duidelijk te merken aan Jezus die, voor zover Hem dat lukte, zo onopvallend mogelijk te werk ging. Daarin vertegenwoordigde Hij zijn Vader, die wars is van elke vorm van show, van uiterlijk vertoon. Wanneer je om je heen kijkt op het religieuze erf, zie je dat er sprake is van allerlei jezussen en goden die weinig te maken hebben met het Origineel. Alleen al het geweld en het lawaai dat ze met zich meebrengen… Om het met Paulus te zeggen:

  • ‘Want als er iemand komt die een andere Jezus leert, die wij niet gebracht hebben, of als u een andere geest (!) ontvangt dan die u ontvangen hebt, of een ander Evangelie, dat u niet aangenomen hebt, dan vindt u dat eigenlijk wel goed’ (2 Cor.11:4).

Het moet Paulus verdrietig en boos hebben gemaakt om tot deze teleurstellende conclusie te komen. Er waren in zijn tijd veel rondtrekkende apostelen die zichzelf aanprezen en zich onderling met elkaar vergeleken. Ze veroorzaakten veel onrust onder de gelovigen, gebruikten hen als slaven, aten hen op (:20). Een herhaling van wat in 1 Samuël 8 gebeurd was.

Wat is dat toch dat veel mensen hunkeren naar grote, geestelijke figuren, naar machtsvertoon, naar grote wonderen en tekens? God is zó anders. Hij is geen afgod, net zo min als Jezus die door velen wordt aanbeden, als zou hij een idool zijn. Toen zijn Vader probeerde een volk uit hun geestelijk Egypte uit te leiden was een van de eerste regels dat ‘geen andere goden voor Zijn aangezicht mochten hebben’. Letterlijk staat er in het Hebreeuws zoveel als: ‘Hij (God) zal voor jullie niet zijn (als) andere goden voor Mijn aangezicht’. M.a.w.: Ga God niet toekennen wat jullie je oude godsbeelden hebben toegeschreven. Dan wordt het allemaal weer heidens en moet Hij weer een machtig en imponerend wezen worden waar alle mogelijke superlatieven op losgelaten moeten worden en de zogenaamde aanbidding uitzinnige proporties aanneemt.

Zo is onze Vader niet. Zo is Zijn Zoon Jezus ook niet, ook al is Jezus geen God. De Vader houdt van vrede, van stil en rustig leven met elkaar, waardoor de liefde opbloeit in rust en men aan Jezus gelijk wil zijn in zachtmoedigheid en barmhartigheid.

Het evangelie is zonder geweld, zo mooi, zo licht, zo echt, dat we daarmee maar rustig doorgaan. Onopvallend, bescheiden, in een sfeer van Gods adem, die geen stormwind is maar het suizen van een zachte koelte, waarin kinderen van God elkaar ècht zien en horen. Een sfeer waarin God gelukkig met je is.