Geluk is geen gok

In de rij voor een gokje. Netjes wachten op je beurt en dan maar hopen dat je het goeie lot te pakken krijgt. Want daar gaat het bij de mensen om. Geduldig staan zij te wachten voor het verkoopkantoor van de Staatsloterij. Je begrijpt niet dat er zoveel animo kan zijn om je geld kwijt te raken. Ja, want de meesten weten wel dat het alleen maar geld kost. Hooguit kunnen ze er straks hun ‘eigen inzet’ uithalen; de kans op een miljoen is maar erg klein. En toch wagen ze het. Voor hen geldt heel duidelijk: wie niet waagt, wie niet wint. Vroeg of laat is het lot misschien hen gunstig gezind. Gewoon geregeld mee blijven spelen; de aanhouder wint.

Toch hoef je eigenlijk helemaal niet zoveel moeite te doen om aan een loterij mee te doen; er zijn nog verschillende andere waar ook tonnen in verdiend kunnen worden. En daar hoef je niet voor aan te sluiten in een lange rij wachtenden. Je wordt er thuis al mee verleid, kijk maar wat er in de brievenbus aan reclame binnen komt. Of bezoek maar eens een willekeurige website, er is altijd wel ergens reclame voor een loterij. Tegenwoordig wordt je dan ook nog aangeklaagd en aangesproken op je ‘verantwoordelijkheidsgevoel’. Als je een gokje waagt, bescherm je meteen het milieu of red je bijna heel de wereld! Je kunt je geld overal gemakkelijk kwijt. En de beloften liegen er niet om: een miljoen is zelfs haalbaar.

In een klap steenrijk worden, dat is wat! Toch is dit slechts weggelegd voor een enkeling. Ook al wordt het heel anders voorgesteld. Het is en blijft een soort ‘uitverkiezing’. Wie voor het geluk geboren is, grijpt het; de rest zit ernaast. Ook al proberen ze op alle mogelijke manieren om erbij te komen. ‘Wie voor een dubbeltje geboren is, zal nooit een kwartje worden’, zegt men wel eens. De waarheid van dit gezegde zie je talloze malen in de praktijk bevestigd worden. Het is nu eenmaal niet anders.

Wij doen in ieder geval niet mee aan die gokkerij. Waarom niet? Omdat we geloven dat het weggegooid geld is? Nee, dat is niet ons hoofdmotief. Sterker gezegd: we willen niet op deze manier rijk worden. Omdat het principe ervan tegen ons rechtvaardigheidsgevoel indruist: tienduizenden mensen betalen mee om één persoon rijk te maken. Ook al hebben al die betalers vrijwillig hun bijdrage geleverd, toch zouden wij ons niet met hun centen willen verrijken.

Rest nog de vraag of hier werkelijk van echte rijkdom gesproken zou kunnen worden. Ware rijkdom is immers niet afhankelijk van je banksaldo. Echt geluk wordt meestal juist niet bij kapitalisten gevonden. Mensen die tevreden zijn, die innerlijke vrede bezitten, die zijn rijk. En dat is niet te bereiken met een uitbetaling van Staatsloterij of Postcodeloterij.

We hadden het er zojuist over dat het principe van ‘tienduizenden betalen, één profiteert ervan’, ons niet ligt. Deze overtuiging is des te sterker geworden sinds wij de waarheid van de omgekeerde stelling hebben ervaren. Namelijk deze: ‘één betaalt, miljoenen profiteren ervan’. Nog duidelijker gezegd: een geeft zijn rijkdommen weg en maakt daardoor anderen enorm rijk. Kan dat dan? Wie is dan die Ene die dit voor ons bewerkt? Het antwoord: Jezus Christus, de Zoon van God. De Bijbel zegt het zo:

  • ‘U kent immers de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij om u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, zodat u door zijn armoede rijk zou worden’ (2 Corinthe 9:9).

Kijk, zó zijn wij rijk geworden, door het geloof in Hem. Jezus heeft ons met God verzoend, Hij heeft onze schuld betaald. Door Hem zijn wij gerechtvaardigd en hebben wij vrede met God ontvangen. Wij, die arm waren, zijn door Jezus Christus geestelijk rijk geworden.

Dat is geen lot uit de loterij geweest, dat was geen kwestie van ‘uitverkiezing’. Gewoon een kwestie van gelovig aanvaarden wat God heeft aangeboden. Jezus Christus, de enige mens die nooit gezondigd heeft, gaf zijn leven voor alle mensen, die niet zondeloos konden leven. Hij droeg de straf voor hen. Door het geloof in dat verzoenend werk van Hem wordt de mens een rechtvaardige en komt hij in het reine met God. Hij komt vrij van zijn zonden; hij raakt zijn geestelijke armoede kwijt. Hij wordt een koningskind, een kind van de Allerhoogste! Wie deze heerlijke zekerheid voor zijn leven bezit, heeft geen behoefte meer om zijn ‘geluk’ met een gokje te beproeven. Hij heeft het geluk gevonden! Uit eigen ervaring kunnen wij dit zeggen.

  • En u, lezer, kent u die rijkdom al? Zo niet, zij is er wel, ook voor u. Bij Jezus!