Geen sprookje, maar werkelijkheid

‘Knibbel, knabbel, knuisje, wie knabbelt aan mijn huisje?’

Wat een verrukkelijk huisje is dat, volgeplakt met allemaal lekkere dingen! Geen wonder dat Hans en Grietje er niet konden afblijven. Het zag er ook zo lekker uit. En het smaakte prima. De nasmaak was minder prettig. We kennen het verhaal allemaal wel. Broer en zus zijn achter de tralies terechtgekomen. Lelijk in de val gelopen zijn ze. En toen kwam de spijt: hadden we het maar nooit gedaan. Berouw komt na de zonde, zo zegt men. Ach, het is maar een sprookje. Een mooi verhaal om in een sprookjespark vorm aan te geven. De kinderen genieten ervan om Hans en Grietje nu eens ‘in levende lijve’ te zien. En ze horen nu met eigen oren de heks praten. ‘Knibbel, knabbel, knuisje, wie knabbelt aan mijn huisje?’ Wel een beetje griezelig, die krakerige stem, maar toch ook wel erg leuk.

Heeft zo’n sprookje nu alleen voor kinderen iets te betekenen? Wij denken van niet. Al ligt de tijd dat wij er ademloos naar luisterden al heel ver achter ons, toch zien wij er nog wel een illustratie in zitten. Een beeld van de werkelijkheid. Die gefantaseerde heks heeft namelijk een tegenhanger, die minder gefingeerd is dan zij. Iemand die ook zijn aantrekkelijk uitziend lokaas uitzet, met de bedoeling de mens hiervan te laten snoepen. Om hem daarna gevangen te zetten en te doden. En nu hebben we het niét over een sprookje.

De praktijk van het leven toont hoe veel mensen zich laten meeslepen door de verleidingen van satan. Ja, hij is het, over wie wij het hier hebben. Zonder hem af te schilderen als een griezelige figuur met horens en bokkenpoten, stellen wij hem aan de kaak als een reële tegenstander van God en mensen. Onzichtbaar, maar niet minder werkelijk. Al in het paradijs hield hij de mens de vrucht voor die zoet leek, maar waarvan de nasmaak mateloos bitter was. Ook daar kwam berouw na de zonde. Dit heeft zich de eeuwen door ontelbare malen herhaald. ‘Het loon, dat de zonde geeft, is de dood’, zegt het Woord van God, de Bijbel. Dat loon wordt vroeg of laat uitbetaald aan iedereen die zich heeft laten verleiden en in satans gevangenis terecht is gekomen.

Gelukkig is er een oplossing voor ieder die door eigen onvoorzichtigheid in handen van de vijand is gekomen. De mens hoeft niet gevangen te blijven; er is bevrijding mogelijk:

  • ‘Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heer’ (Romeinen 6:23). 

Aan mensen die ‘vastzitten’ aan de satan door hun zondeschuld, biedt God vergeving en het eeuwige leven. Door het geloof in Jezus Christus. Alleen door in Hem te geloven, kan de mens echt vrijkomen en de kracht ervaren om tot een nieuw, beter leven te komen. De apostel Petrus getuigde daarvan, toen hij de volgende woorden zei:

  • ‘Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus bekendmaakten, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit’ (2 Petrus 1:16).  

We luisteren dus niet naar sprookjes, maar we luisteren naar het evangelie van Jezus Christus. Ook wij belijden dat wij de kracht en de heerlijkheid van Jezus in ons leven ervaren hebben en daar blijvend deel aan hebben. Ook wij weten ons verlost door Hem en mogen weten in Hem eeuwig leven te hebben ontvangen. En wat nog veel heerlijker is: dit nieuwe, verloste leven is er voor ieder mens.

  • Lezer, lezeres, let op: dit is ook voor u! En dit is beslist geen sprookje, maar heerlijke, goddelijke werkelijkheid!