Zo, dat zit er weer op. Het bouwsel is klaar. Ze hebben er dan wel veel voor moeten sjouwen en er zeker een paar kilo spijkers doorheen gejaagd, maar nu hebben ze er dan ook wat voor. Hans is de eerste die als bewaker is aangewezen. Hij en z’n vrienden zijn wát trots op hun bouwsel. Ze hebben het helemaal zelf in elkaar geknutseld. En al zal het dan wel nooit een schoonheidsprijs krijgen, zij zijn er in ieder geval erg blij mee. Ze hebben met elkaar al een heel programma opgesteld voor de komende weken. Heerlijk, die vakantie. Een week of zo helemaal vrij zijn, doen en laten wat je zelf wilt. Is er iets fijners denkbaar?
Ja, die vakantietijd is voor velen een uitkomst. Vooral wanneer je, net als die jongens, je eisen niet zo hoog stelt. Wanneer je met beperkte middelen toch nog iets leuks weet te maken. En die mensen zijn er gelukkig nog. Levenskunstenaars. Mensen die met weinig tevreden én gelukkig zijn. Al wordt dit wel een uitstervend ras, want de meeste mensen willen in onze tijd immers steeds meer. Ook op het gebied van de vakantiebesteding worden de eisen steeds hoger gesteld. De een probeert de ander te overtroeven; hoe verder weg, hoe mooier. Hoe vaker, hoe imponerender.
Toch hoeft dat niet altijd zo te zijn. Gelukkig de mens, die zich niet laat opjagen door de algemeen heersende tendens van: groter, mooier, duurder en gewetenlozer. De mens die met een eenvoudig (en vooral normaal) leven gelukkig kan zijn.
Onbekend maakt onbemind
Jammer, dat op geestelijk gebied juist het tegenovergestelde meer regel dan uitzondering is. Hoeveel mensen zijn er niet, die wat betreft hun geloofsleven maar bescheiden aspiraties koesteren. Die al blij zijn, wanneer zij in geestelijk opzicht in een eenvoudige hut mogen wonen. Omdat ze tevreden zijn met een eenvoudig evangelie, verlangen zij er niet naar om grotere dingen met de Heer te beleven. Ze blijven het liefst dicht bij huis en voelen er niets voor om onbekende gebieden te gaan verkennen.
Het échte evangelie is voor vele ‘eenvoudig denkenden’ een begrip waar zij zich aan ergeren. In hun ogen is het hoogmoed wanneer gesproken wordt over de doop met Gods Geest en het streven naar de geestelijke gaven. Wie dan verder nog durft beweren dat hij naar de volkomenheid jaagt, wordt voor dwaas of als super hoogmoedig uitgemaakt. Dat de Bijbel deze dingen duidelijk leert, wordt dan gemakshalve maar verwaarloosd.
Heilige ontevredenheid
Als je zo lang gewend bent een schamele hut te bewonen, is het niet vreemd dat je je niet kunt indenken wat wonen in een goed gefundeerd huis is. Dat je je niet kunt voorstellen wat het is om bij ‘een koninklijk priestergeslacht’ te horen. Wie van jongs af is ingeprent ‘van nature een zondaar’ te zijn en dit te zullen blijven, zal zich aan zulke ‘hoge dingen’ niet durven wagen. En toch wil God de mens het evangelie in zijn volheid laten meemaken.
In Jezus Christus kan de mens een rechtvaardige zijn en als rechtvaardige leven. Dan hoeft hij niet meer door de demonen van satan gebonden te worden, maar leert hij hen te overwinnen. Daarom wil God zijn Geest in de mens laten wonen. Het levenshuis van de christen zal goed gefundeerd moeten zijn, dan kan God er verder op bouwen. Wij mogen niet tevreden zijn met een wrak, gammel geloofsleven, maar zullen moeten opgroeien tot ‘een tempel, heilig in de Heer, in wie ook u meegebouwd wordt tot een woonplaats van God in de Geest’ (Efeze 2:22).
Een heilige tempel waarin God kan wonen; is dat ook uw verlangen? Met minder is Gód in ieder geval niet tevreden!
