Een zinvol leven

‘Kom maar jongens, kom maar, kom maar bij ome Dirk.’ Veel moeite hoeft ‘ome Dirk’ niet te doen om deze duiven te lokken. Ze komen maar al te graag; ze kennen ome Dirk. Er gaat geen dag voorbij of hij komt bij ‘zijn’ duiven kijken. Dit doet hij nu al weer een maand of wat. Om precies te zijn: sinds de dag dat hij zijn eigen koppel prachtige postduiven moest weg doen. Met bloedend hart heeft hij dat gedaan. Maar het moest nu eenmaal. De buren hadden al zo vaak geprotesteerd bij de huisbaas, dat het besluit niet kon uitblijven: weg met die vogels! Als hij dit niet gedaan had, was hij z’n huisje uitgezet. Kiezen of delen was het. Hij heeft gekozen, zoals gezegd: met bloedend hart.

Zo is hij zijn gevederde vriendjes kwijtgeraakt. Leeg en stil werd het daarboven op het duivenplat. Hij is het huis uitgelopen, kon het niet langer harden. Al dwalend door de stad kwam hij op de Dam terecht. En daar bloeide zijn hart weer open. Hoe kon het ook anders. Een enorme troep duiven, driftig heen en weer lopend, hier pikkend, daar pikkend om aan de kost te komen. Een schitterend gezicht. En tam dat ze zijn! Ze trekken zich niets aan van al die mensen die voorbijlopen. Ze zijn het gewend.

Ome Dirk was hier al meer geweest, maar nooit had dit tafereel hem zoveel gedaan als juist nu. Terwijl hij daar zo in gedachten stand toe te kijken, rees bij hem een plannetje. Weet je wat: hij zou al die duiven adopteren. Dikke vrienden zouden ze worden. Z’n besluit stond vast. Nog geen paar uur daarna was hij er opnieuw te vinden. Maar nu niet met lege handen. Een zak vol heerlijkheden had hij bij zich. Een enkel handje was al voldoende  om het hele koor om zich heen te verzamelen, die bedelaars. De allerbrutaalsten zaten al gauw op de hand van hun nieuwe vriend. Vrijmoedig pikten ze de korrels uit zijn hand. De oude baas genoot.

Zo is het begonnen. En sinds die dag is ome Dirk elke morgen tussen zijn vliegende, soms vechtende vriendjes te vinden. Zo heeft hij dan toch nog wat omhanden. En hij heeft de indruk dat hij ergens toch nog nuttig is. Het is het enige wat hij nog kan doen in de maatschappij. Verder is hij uitgerangeerd.

Het is niet zo vreemd dat deze oude baas zo over de dingen denkt. Zijn vrouw leeft niet meer, de kinderen zijn geëmigreerd en met de familie heeft hij zich nooit veel bemoeid. Zo af en toe heeft nog wel eens wat contact met andere bejaarden, maar ook dat is maar een heel losse band. Ome Dirk heeft niet veel inbreng meer in het leven.

Hoeveel oudere mensen staan er eigenlijk niet net zo voor als ome Dirk? Een leeg, doelloos bestaan is het wat ze leiden. Weinig of geen inbreng hebben ze meer. Ja, zo gaat het nu eenmaal, redeneert men dan. Alsof het een vanzelfsprekende zaak is dat oudere mensen hun laatste levensjaren zonder doel moeten ‘slijten’. Misschien zelfs wel tot last en zeker niet tot lust van de medemens zijn. Als je bejaard wordt heb je je tijd gehad, daar is nu eenmaal niets aan te doen. Zo zegt men. Heeft men het tegenwoordig niet over ‘dor hout’? 

Nu wat anders: denkt God er ook zo over? Hebben ouder wordende mensen inderdaad afgedaan in het leven? Hier is Gods antwoord:

  • ‘… zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn’.

U vindt deze uitspraak in Psalm 92, vers 15. Het gaat hier dus over oude mensen. Weliswaar met een nadere aanduiding; het gaat over ‘de rechtvaardigen’. Die mogen in hun ouderdom een beroep doen op deze waarheid, dat zij nog vrucht zullen dragen en fris en groen zullen zijn.

Maar nu de vraag: wie is een rechtvaardige? Geen mens toch zeker, aan ons allen mankeert wel wat. Nee, uit zichzelf kan geen mens zich rechtvaardig noemen. De Bijbel, het Woord van God, zegt echter dat wij gerechtvaardigd worden door het geloof in Jezus Christus. Dus: zij die in Jezus geloven, hoeven bij het ouder worden niet het gevoel te hebben dat zij op een zijspoor gezet zijn. Hun leven kan zinvol zijn en blijven. De bewijzen van deze uitspraak kennen wij uit de praktijk van het (gemeente)leven.

Ook ouder wordende mensen kunnen Gods nabijheid dagelijks ervaren. Gods Geest wil ook in hen doorwerken met zijn goddelijke kracht. Levens vernieuwend. En dat houdt niet op zodra de eerste AOW geïncasseerd mag worden. De boodschap van het eeuwig evangelie vernieuwt ieder mens, van dag tot dag. Ongeacht zijn of haar leeftijd. Jong en oud mogen een leven leiden dat fris is en blijft. Jong en oud, jazeker. En allen die in de ‘middengroep’ thuishoren. Met andere woorden: het eeuwig evangelie werkt door in het leven van alle mensen.

Onder één voorwaarde: dat men leeft naar de richtlijnen van het Woord van God. Dat Woord leert duidelijk dat Jezus onze Leider zal moeten zijn; Hem zullen wij volgen. Wie een oprecht volgeling van Jezus Christus is, blijft niet zonder vrucht in zijn leven. Die heeft geen doelloos bestaan. Zelfs niet op ‘de oude dag’. God wil ons – in Jezus Christus zijnde ­- zegenen en tot zegen laten zijn!