22. Zonder Mij kunt u niets doen

Bermuda

Twee jaar geleden kwam een toeriste op dit prachtige eiland en God gebruikte haar om één van de ergste dronkaards tot bekering te brengen. Het was een vreselijk geval van dronkenschap. De hele bevolking leed mee met zijn vrouw en kinderen. Men had van alles geprobeerd maar niets hielp en hijzelf, zijn gezin en zaak gingen lager en lager. Nu leefde het hele eiland mee met de overwinning. De toeriste bad sinds die tijd geregeld voor Bermuda, samen met haar gebedskring. Een jaar later kwam zij er weer en nu bereikte zij meerdere mensen. Bermuda bleef het onderwerp van gebed en dan werkt God altijd wonderen.

Abraham Vereide, de evangelist van de International Chr. Leadership, een man die door God gebruikt wordt om veel leidende personen het evangelie te brengen en de stichter van de ‘breakfastgroups’, ging dit jaar 2 weken naar Bermuda. Hij werd met open armen ontvangen en werkte onder blanken en zwarten. De grootste helft van de bevolking bestaat uit negers. Hij stichtte een gebeds- en Bijbelstudiekring. Nu, 2 maanden later, werd ik uitgenodigd. Het kon net wat de tijd betrof. Het kostte wel geld en ik maakte er een ernstige gebedszaak van. Toen het mij duidelijk werd dat ik gaan moest, schreef ik het meteen. Binnen 3 dagen kwamen cheques van verschillende kanten, mensen die niets van dit plan wisten, stuurden zoveel geld dat ik genoeg had voor de roundtripticket in het vliegtuig.

Tegen de avond kom ik aan. Douanebeambten in witte uniformen en shorts doorzoeken onze bagage, maar één neemt mij mee en zegt: ‘Ik zal u vlug helpen, u moet meteen naar de Bijbelkring, daar wachten ze op u.’ Hij is er zelf ook lid van. De ontvangst is veelbelovend, zal het tempo zo blijven? In een particulier huis spreek ik voor een groep blanken en zwarten en er is grote belangstelling voor mijn boodschap. Ook in de nabespreking merk ik een echte dankbaarheid en verlangen om meer te weten van het evangelie. Het is de inzet van een week, zoals ik nog nooit beleefd heb. Ieder wil zoveel mogelijk profiteren. Ik kan niet protesteren, wil het ook niet, heb zelf geschreven dat ze mij alle kansen moeten geven de tijd te benutten. Het programma is overladen. Ik heb haast geen tijd voor voorbereiding. Als ik spreek, vraag ik ieder die het wil en kan, onder de hand dat ik spreek, te bidden dat ik een open kanaal mag zijn van Gods boodschap en dat Gods Geest wil werken in de harten. Ik voel me gedragen ook door de gebeden van vrienden in Amerika, die meeleven en veel verwachten van deze week.

Ongeveer 20 spreekbeurten heb ik in de week. In de kamer onder de kerk begint het, de tweede dag, de laatste meeting is in hetzelfde gebouw, nu is de kerk stampvol blanken en zwarten. Dit samengaan is heel bijzonder. Ook de christenen leven volkomen op een afstand, de blanken komen nooit in de negerkerk, de negers nooit in de kerk voor de blanken. Ik kom slaap tekort, want tot ‘s avonds laat zijn er nabesprekingen. Een dokter, één van de steunpilaren van het werk, zegt: ‘Als dokter moest ik u naar bed sturen, als hoorder wil ik met de anderen nog met u napraten.’ Tussen de meetings in slaap ik soms een paar minuten. ‘s Zondags spreek ik o.a. in de kerk voor de negers. De zwarte domineesvrouw neemt me eerst mee naar haar pastorie. Het is er slordig en kleurig. Ze presenteert koele limonade, het is gloeiend warm buiten. Na even geslapen te hebben, sta ik alweer op het platvorm.

Op de smalle kronkelweggetjes rijdt mijn manager (de gewezen dronkaard, nu een geëerd en geacht man) mij in z’n kleine autootje van de ene plaats naar de andere. Men houdt hier links, want het is Engels grondgebied; de auto’s mogen niet sneller rijden dan 20 mijlen. Maar men heeft hier voor alles de tijd. Als de auto stilhoudt, komt een neger bij ons staan. Hij zegt: ‘Ik heb nooit geweten dat er bij de blanken echte kinderen van God zijn; sinds onze Bijbelkring weet ik het nu beter.’ Dan zegt hij: ‘God heeft u een goede training gegeven door uw werk onder zwakzinnigen in Holland, nu spreekt u zo eenvoudig dat we het allemaal begrijpen kunnen.’ Ik heb daar zelf God dikwijls voor gedankt, maar wat eigenaardig dat deze neger dat meteen opmerkte.

Het werk is uiteenlopend. Zo sta ik voor een bewaarschool en spreek tegen allerleukste negerkindertjes en dan weer voor een deftige Rotaryclub. Van de gevangenis ga ik naar een kerk en daar tussendoor veel gesprekken, soms op straat, soms in kantoren en winkels. De pers werkt mee. De eerste dag al een interview met een reporter, die ik vraag of hij de moed heeft het voornaamste van mijn boodschap in de krant te schrijven. Hij belooft het en nu verschijnen elke dag uitstekende verslagen in de berichten. Voor een Rotaryclub, waar mijn ‘talk’ wordt uitgesproken voor de radio, maak ik de pers een complimentje.

  • ‘Zo dikwijls heb ik de grootste onzin in de kranten gelezen over mijzelf. Eens las ik dat ik 35.000 gevangenen had bevrijd in Duitsland. Hier in Bermuda echter heb ik zo’n bijzonder goede pers. Mijn lezingen worden in hoofdzaak uitstekend weergegeven. Ik ben in veel plaatsen geweest, maar nergens is de pers zo goed als hier.’

De volgende dag staat in de frontpagina van het dagblad met grote letters: ‘Corrie ten Boom zegt: Bermuda heeft de beste verslaggevers van de hele wereld.’ Maar het leuke is, dat ze nu nog beter hun best gaan doen. Zo werkt alles mee. Gods geest werkt in de harten. Vooral de boodschap dat het zondeprobleem opgelost is aan het kruis van Jezus Christus treft hen, dat Zijn bloed reinigt, dat er niet alleen vergeving maar ook verlossing is, dat de duivelen en demonen overwonnen vijanden zijn en onze strijd een strijd van geloof is waardoor wij Christus’ overwinning zien.

Deze blijde boodschap mag ik ook in de gevangenissen brengen. Daar gebeurt wat onder de gevangenen. De eerste keer staat er één op en zegt: ‘Kom nog eens terug, wij begrijpen u en vinden uw woorden heerlijk, kom nog eens, wij zijn niet zo slecht als de mensen denken.’ Ik mag er verschillende keren komen en de vier keer dat ik voor de radio spreek, mogen de gevangenen ook luisteren. Zo krijg ik in die korte tijd veel contact met hen. De laatste keer staat een gevangene op en vraagt: ‘Mogen we zingen: ‘Zoals ik ben, o Lam van God, ik kom’?’ ‘Ja’, antwoord ik, ‘maar alleen zij die het voor het eerst of bij vernieuwing werkelijk tot de Verlosser willen gaan.’ Ik zal mijn leven niet vergeten, de gezichten van deze mannen, ontroerd, ernstig, blij zingen ze. Bij een couplet zeg ik: alleen zij, die de volheid van Gods Geest willen bezitten. Dan weer: ‘Zing het nu als een getuigenis voor je buurman.’ Een ruwe kerel met ongeschoren gezicht komt naar me toe en geeft mij een cederhouten kistje. Hij heeft er maanden aan gewerkt. Een ander drukt mij de hand en zegt: ‘Ik ben een kind van God.’ De oppasser vertelt: de gevangenen praten de hele dag over wat ze gehoord hebben. Na deze meeting heb ik de slotbijeenkomst in de kerk. Gods Geest werkt. De zwarte zusters en broeders kunnen hun blijdschap niet vóór zich houden. Luide halleluja’s en ‘Praise the Lords’ klinken door de kerk. De blanke broeders en zusters kijken soms erg geshockeerd.

Tot slot geef ik hetzelfde lied op dat de gevangenen gevraagd hebben: ‘Just as I am, without one play, o Lamb of God, I come.’ Ik vertel wat in de gevangenis gebeurd is en dan zeg ik: ‘Zij, die het niet met hun hart zingen, zullen door de gevangenen voorgegaan worden in het Koninkrijk van God.’ Ik weet dat de gevangenen luisteren, de dienst wordt over de radio uitgezonden. De dominee, die de bijeenkomst leidt, geef ik nu de leiding weer over, maar tussen het zingen van de coupletten zegt hij: ‘breng nu nog een boodschap vóór het zesde vers. Geef nu een uitnodiging.’ Hij is een geweldige steun, een echte ‘teammate’. Wat een bijeenkomst! Een blanke dame komt na afloop en zegt: ‘De revival, waar we zo lang voor gebeden hebben, is gekomen.’ Een negervrouw slaat haar armen om mij heen en kust me op beide wangen. En dat in Bermuda, waar een mijlen verre afstand is tussen blank en zwart.

Bermuda, een eiland van grote natuurpracht, kleuren, kleuren. Diepblauw water, bomen met felle bloemen, velden vol lelies, witte huizen. Vriendelijke mensen! Soms brengen ze ons naar een winkel en zeggen: koop nu iets voor je zelf. Nee, dit geld moet je voor jezelf besteden, mag je niet voor het werk in Europa gebruiken. En ze overleggen wat mooi genoeg is voor me. Ik herinner me ineens een flits uit mijn gevangenisleven. In Scheveningen moest ik naast de loper lopen, een verachte gevangene mocht zelfs de weelde van een loper niet genieten, al was het een grove kokosmat. Grauwe, kleurloze gevangenis. Laat God me nu extra genieten van de felle, helle, vrolijke kleuren van dit paradijsachtige, statige land, ver weg in het midden van de oceaan en de liefde van deze weelderige eilandbewoners?

Wat is het heerlijkste geweest van deze week? Dit: om te kunnen uitdelen van de grote rijkdom van Gods Woord aan mensen die er niet genoeg van kunnen krijgen. Aan zij die hongeren naar het Evangelie. Zo maar van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat te kunnen spreken over Gods beloften die groter en werkelijker zijn dan onze problemen. Dat Hij de liefde zelf geeft die Hij van ons vraagt. En ik bid: ‘O Heer, laat mij dat nog meer mogen beleven. Ik wil gehoorzaam uitsluitend daar werken waar U mij roept, maar roep mij daar waar honger is als in Bermuda en waar ik raak kan uitdelen. Het is toch zo heerlijk om veel te mogen geven. O Heer, wie ben ik dat ik dit mocht beleven. Dank U voor deze 8 dagen, de mooiste van al de 4 jaren dat ik op reis ben.’

Cleveland en Chicago

En toen kwam Cleveland. Ik ben bij lieve vrienden thuis, maar in hun kerk is niet veel gelegenheid voor mij. Ik mag een kwartier voor een zondagsschool spreken en ik ben ontevreden. Ik vind het niet belangrijk genoeg om 15 minuten voor kinderen het Evangelie te mogen brengen. Wat een succes voor de duivel! Stel je voor. De Heer Jezus vond het belangrijk genoeg om voor één man (Nicodémus) een halve nacht op te zitten en hem het voornaamste van het Evangelie te geven. Maar Corrie ten Boom vindt een klas kinderen voor haar niet belangrijk genoeg. En daar gaat het scheef. En een beetje scheef is na een poosje erg scheef.

Uit Chicago krijg ik geen bericht dat het goed is dat ik de afgesproken datum kom en nu bepaal ik zelf maar, zonder om leiding te vragen, dat ik best een dag later kan gaan. Ik krijg nog een onverwachte gelegenheid in Cleveland te spreken en stuur een telegram naar Chicago dat ik een dag later kom. Moeten ze ook maar zo beleefd zijn om me te schrijven. Verbeeld je! (In Bermuda, daar wisten ze me op prijs te stellen). Als ik eindelijk in Chicago kom, hoor ik dat ik 2 belangrijke meetings gemist heb. Mijn adres was weggeraakt en daardoor hadden ze mij niet kunnen schrijven. Het gaat helemaal mis in Chicago. Het is net of ik precies alles verkeerd doe. Ik mis door mijn domheid verschillende connecties en het loopt alles mis. En dan later als ik in Holland terug ben en men vraagt naar Bermuda, o, wat kan ik veel vertellen. Vraagt men naar Chicago, dan praat ik er graag overheen. Ik duw het maar liever weg.

Maar dat is toch niet goed. Hoe dikwijls heb ik zelf gezegd: Als er een schaduw is ergens in je verleden, vraag de Redder met je terug te gaan naar dat donkere. Met Zijn tegenwoordigheid verandert Hij de situaties. Jezus is Overwinnaar, ook over het verleden. Nu mag ik het in praktijk brengen en ik bid: ‘O Heer, ga met mij terug naar Cleveland en Chicago.’ Zijn antwoord is heel duidelijk: Cleveland en Chicago dat was nu juist Corrie ten Boom zonder Mij. Bermuda was Corrie ten Boom met mij. Wat heerlijk om de werkelijkheid te zien. Ja zeker, de realiteit van je eigen zonde en onwaardigheid en onbekwaamheid maar … in het licht van de overwinning van Christus. ‘Zonder Mij kunt u niets doen’, zegt de Heer, maar ook:

‘Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft.’