Wie was Branham?

William Marrion Branham (Kentucky, 6 april 1909 – 24 december 1965)

William Branham was een invloedrijke Amerikaanse Bijbelleraar en wordt door sommigen gezien als één van de mensen die verantwoordelijk was voor het ontstaan van de Latter Rain Movement. Branham wordt door velen ook beschouwd als één van de voorlopers van de genezingsbeweging die in de jaren ‘50 en ‘60 massaal op kwam. Wij kregen een mail van iemand die het volgende opmerkte:

  • ‘Ik heb veel waardering voor uw site en de boodschap die u doorgeeft. Het is een deel van de volle waarheid, de veelkleurige wijsheid van Jahweh. Door veel van uw artikelen ben ik wonderbaar opgebouwd. De Heer Jezus Christus spreekt tot de gemeenten door Zijn Woord en Zijn Heilige Geest, door de mond van Apostelen, Herders, Leraars, Evangelisten en Profeten. Zo bent u bijvoorbeeld een door Gods Geest gestelde leraar en broeder Maasbach een door Gods Geest gestelde evangelist, weer anderen zijn door God aangesteld als Apostel, ieder van hen heeft een deel van Gods Wijsheid.
  • Zo is wijlen William Branham een profeet. Van hem is bekend dat de Heer Jezus Christus zelf in een vuurkolom aan deze man verscheen en dat een wolk van zeven engelen aan hem verscheen en zelfs gefotografeerd werd, dat elk visioen dat de Heilige Geest aan hem liet zien, letterlijk in vervulling is gegaan. Branham was een door God bevestigde Profeet, een van de zeven sterren in Gods rechterhand, de Elia uit Maleachi, de Voorloper van de tweede komst van onze geliefde Heer Jezus Christus. Door hem sprak de Heilige Geest rechtstreeks; het was niet Branham, maar de Heer Jezus Christus zelf die door zijn mond het Woord van God sprak dat deze dagen zouden komen. Lees nu Maleachi 4:5,6 en Openbaring 3:14. Er moet een profeet zijn voor dat tijdperk en die profeet was Branham.’

Ons antwoord

De schrijver gaat ervanuit dat een christen slechts een deel van de volle waarheid kan kennen, uitdragen en praktiseren, met uitzondering dan wellicht van wijlen William Marrion Branham. Men zegt immers zo dikwijls dat iedere denominatie maar een facet van de waarheid heeft. Nu is een facet een geslepen vlak van een edelsteen. Het is dan toch onmogelijk dat iemand maar één kant van een diamant bezit en een ander persoon een ander vlak van dezelfde edelsteen heeft. De waarheid zijn de gedachten van God en het zoeken naar de waarheid betekent: het overnemen van de gedachten van God om die te realiseren in het leven. Jezus kwam om van de waarheid te getuigen en de Heilige Geest leidt in de volle waarheid.

Als kind logeerde ik weleens bij een familielid die theosoof was. Deze had het erover dat Jezus een belangrijke figuur was, maar Boeddha, Confucius en zoveel andere geestelijke leiders, allen hadden ze een deel van het grote, mysterieuze geheel. Maar de Bijbel leert mij dat de waarheid ongedeeld is en Jezus gaf haar zo nauwkeurig weer, dat Hij getuigen kon: ‘Ik ben de waarheid!’ Paulus sprak echter over:

  • ‘het valse spel van de mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt’, waardoor de mens dus van de waarheid wordt afgevoerd. De apostel vervolgt dan: ‘Maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus’ (Ef.4:14,15).

Welk deel van het evangelie men ook brengt, of dit nu de eerste beginselen betreffen van het fundament, of de verdere opbouw, men moet dit volledig in de waarheid brengen en niet verdraaien. De waarheid wijst de weg die God ons voorhoudt om zijn doel te bereiken, namelijk de mens van God tot alle goede werken volkomen toegerust (2 Tim.3:16,17). Deze weg gaat door het Koninkrijk der hemelen en daar worden wij volwassen, want door het gebruik of ons bezig zijn daar hebben wij ons geoefend in het onderscheiden van goed en kwaad. Dit is de enige manier om zich te richten op het volkomene (Hebr.5:14 en 6:1). Dan brengen wij ook geen aardsgerichte prediking meer, maar een zuiver geestelijk boodschap. Dan spreken wij niet over de schaduwachtige dingen van het oude verbond als zouden ze nu nog van belang zijn: ‘tempel, natuurlijk Israël, het zichtbaar vieren van de sabbat, het verplicht dragen van kleding of hoofdbedekking, het gebruik en of verbieden van bepaald voedsel.’

We profeteren dan ook niet meer over allerlei natuurlijke zaken: het splijten van de aardkorst, zeebevingen, wervelstormen en overstromingen. We zoeken de verhoring van gebeden ook niet allereerst in de natuurlijke wereld: grote gebouwen, groter salaris, maar in de geestelijke wereld en geloven dat verder ons in de zichtbare wereld alles wat wij nodig hebben bovendien geschonken zal worden en dat wij daarvan in dankbaarheid en tevredenheid gebruik mogen maken.

Een evangelist moet ook de waarheid brengen, al houdt hij zich dan ook bezig met de eerste beginselen. Wie in de eerste klas van een school zit, houdt zich met eenvoudige theoretische en praktische kennis bezig. Men mag hem echter geen foutieve dingen leren, want het onderwijs moet erop gericht zijn dat erop voort gebouwd kan worden. Wanneer de mens een leerling geworden is van het Koninkrijk der hemelen, lijkt hij op een huisbaas die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn brengt, die echter allemaal uit de schatkamer van de waarheid komen. Wie zich apostel laat noemen, werpt zich op als evangelist en leraar, maar heeft als herder ook het toezicht op door hem gestichte gemeenten waarin zijn boodschap gerealiseerd moet worden.

Door middel van deze site willen wij de eeuwige gedachten van God met de mens en met zijn schepping, de volle waarheid, naar voren brengen. We tonen hierbij aan dat Gods wegen nog altijd hoger zijn dan onze wegen, dit wil zeggen dat Hij vanuit de geestelijke wereld denkt en handelt en niet zoals de natuurlijke mens, die alleen uitgaat van wat voor ogen is. Wij willen denken op de manier zoals God denkt, dat is rekening houdende met de wereld van de geesten.

We kunnen niet meer dan het getuigenis van Jezus en de onderwijzing van de Heilige Geest doorgeven. Het realiseren van de boodschap zal ieder in eigen leven moeten waarmaken en samen in gemeenteverband onder leiding van voorganger en oudsten. Laat men onze site maar kritisch lezen en laat men de artikelen waarin wij tekst voor tekst verklaringen geven maar vergelijken met de Schriften. Wanneer iemand anders over deze dingen denkt, moet hij zich maar afvragen of zijn leer hem dichter in de gemeenschap met God brengt en of ze hem in staat stelt om aan het beeld van de Zoon gelijkvormig te worden.

Vele ‘profeten’ blokkeren echter het vrije Schriftonderzoek door de hoorder of lezer vooraf onder druk te zetten. Zij zeggen dan: dit is de waarheid, want ik ben een gezalfde evangelist, een geestelijke vader, een man van God, de apostel voor Nederland of de profeet van de eindtijd zoals Branham genoemd werd. Er zijn meerderen die zich deze titel toe-eigenen of op wie men dit etiket drukt. Hun uitspraken zijn erop gericht dat het kind van God zich geen onbevangen oordeel meer kan vormen. Van de Bereëers werd echter gezegd, dat zij dagelijks de Schriften bestudeerden om na te gaan of de prediking van Paulus hiermee overeenkwam.

Lichamelijke gemeenschap met de slang?

Branham beweerde dat Eva lichamelijke gemeenschap met de slang zou hebben gehad. Ik voeg er aan toe dat zo’n voorstelling alleen in een verziekt brein kan opkomen. Ik citeer nu uit de Hollandse vertaling: ‘De zeven gemeentetijdperken’, waarin Branham schrijft:

  • ‘Want daar in de hof was de slang een rechtop gaand wezen. Het geleek veel op de mens. Zij had veel met de mens gemeen. Satan profiteerde van de lichamelijke kenmerken van de slang om haar te gebruiken en Eva te bedriegen. Voorts noemde Adam de naam van zijn vrouw Eva, omdat zij een moeder van alle levenden is, maar geen enkele Schriftplaats zegt dat Adam de vader van alle levenden is.’

De mensen zouden dus volgens Branham verdeeld kunnen worden in nakomelingen van Kaïn en van Seth. De eerste groep is dan het duivelse geslacht en de andere van goddelijke origine. ‘Kaïn was uit de boze’ en daarmee zijn geslacht. Maar hoe zit het dan met de zondvloed? Zijn de mensen dan niet allen nakomelingen van Noach? Staat er ook niet dat God ‘uit een enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt heeft’ (Hand.17:26)? Die ene enkeling kan alleen maar Adam geweest zijn. Moeten wij geloven wat Branham leerde, omdat hij zoveel visioenen had? Moeten wij daarom zijn ‘Jesus only’-leer aanhangen, waarin hij beweert dat de Vader en de Zoon precies dezelfde zijn en dat er geen onderscheid tussen hen is? Men komt dan wel in een grote begripsverwarring.

Degene die ons mailde, vertelt dan dat de Heer Jezus Christus aan Branham verscheen in een vuurkolom. Er zijn zelfs foto’s gemaakt waar hij door engelen omringd was. Ik herinner mij dat ik wel vaker foto’s gezien heb van samenkomsten waar men dan boven de menigte een Christusfiguur ziet. Men schreef erbij: ‘Deze foto werd genomen en pas toen hij afgedrukt was, werd het beeld van Christus zichtbaar’. Ik heb nooit in zulke foto’s geloofd en heb er nooit waarde aan gehecht. De verantwoordelijkheid ligt hier bij de fotograaf die de film bewerkte. Het nut van zulke foto’s is gering, want zij roepen veel twijfels op. Wij hebben dit soort ‘steuntjes in de lucht’ niet nodig, want onze woorden zijn gericht op het geloof. Branham vertelde zelf onder meer:

  • ‘Ik zal de 7e mei nooit vergeten. Het was ‘s avonds om 11 uur. Nadat ik opgehouden had met bidden, zag ik plotseling in mijn kamer een lichtstraal. Toen dit licht zich verbreidde, schrok ik en keek omhoog en zag dezelfde grote ster die mij vroeger verschenen was. Tegelijkertijd hoorde ik iemand naderen. Ik zag de voeten van een man. Hij scheen van geweldige gestalte te zijn, omgord met een wit kleed. Zijn gezicht was onbehaard, de haren hingen tot op de schouders, een schoon gelaat straalde mij tegen. Hij zag hoe ik hem met grote angst aanstaarde. Dan begon hij te spreken: ‘Vrees niet, ik ben gezonden vanuit de tegenwoordigheid van de almachtige God, om u te zeggen dat God u de gave van geloofsgenezing voor de mensen in de gehele wereld geschonken heeft’.

Een astrologe zei eens tot hem:

  • ‘Jongeman, ik heb tot mannen van ‘Het witte Huis’ gesproken, ik waarschuwde de president met betrekking tot zijn eigenaardige dood. Ook u moet ik over enige dingen opheldering geven. U werd onder een bijzondere ster geboren, om een begaafd mens te worden. Ik zag de ster boven u’.

Hoewel Branham de astrologie verwierp, voegde hij eraan toe, dat zelfs de satan getuigenis geeft van de gave van God. Ben ik nu net als die astrologe overtuigd dat Branham ‘de man van God gezonden’ was? Nee, want ik toets hem aan zijn leer.

Nog meer ‘profeten’

Ik geef u het volgende verhaal door van een andere zeer bekende profeet, die in de nacht van 21 september 1823 ‘na ernstig gebed’ het volgende meemaakte:

  • ‘Terwijl ik aldus God aanriep, ontdekte ik, dat er een licht in mijn kamer verscheen, dat in helderheid toenam totdat de kamer lichter was geworden dan op de middag. Onmiddellijk daarop verscheen er een persoon naast mijn bed, staande in de lucht, want zijn voeten raakten de vloer niet. Hij droeg een los kleed van buitengewone witheid. Het was een witheid, die al het aardse, dat ik ooit had gezien, overtrof. Zijn hand en waren bloot, ook zijn armen even boven de pols. Zijn voeten en benen waren ook onbedekt tot even boven de enkel, ook zijn hoofd en hals. Ik merkte dat hij niets anders aanhad dan dat kleed, opdat het open was, zodat ik zijn borst kon zien. Hij noemde mij bij mijn naam en zei mij dat hij een afgezant was, uit Gods tegenwoordigheid tot mij gezonden en dat zijn naam Moroni was, dat God een werk voor mij had’.

Dit is het verhaal van Joseph Smith, de stichter van de Mormonenkerk en te lezen in het voorwoord van het boek van Mormon. Op deze wijze werd hem geopenbaard waar het origineel van het boek van Mormon bewaard was, dat ‘de volheid van het eeuwige evangelie bevatte’. Dit werd dan voor ‘de heiligen van de laatste dagen’ hun bijbel naast of boven onze Bijbel. Ook ene mo, de stichter van de afschuwelijke, massamoordende islam, had verschijningen waarin hij gesprekken voerde met een demon, die zich als de engel Gabriel voordeed. Deze mo noemde zich de grote profeet en wijzigde de gebedsrichting van Jeruzalem naar de qibla te mekka, die hij tot een voor de islamieten heilig rovershol verklaarde. I

n 1858 zag de veertienjarige Bernadotte Soubirous op 11 februari bij de grot van Massabielle een vrouwengestalte, geheel in het wit gekleed, gesluierd, om het middel een blauw sjerp en op beide blote voeten een roos. Op 14 februari herhaalde zich de verschijning en Bernadette sprenkelde, uit angst voor demonisch bedrog, wijwater! Van 18 februari tot 4 maart herhaalde de verschijning zich dagelijks, daarna volgden drie slotverschijningen. Dit fenomeen maakte zich bekend met de woorden: ‘Ik ben de onbevlekte ontvangenis’. Pius IX liet in 1876 het daarna opgestelde beeld van Maria door de nuntius kronen. Bernadette werd heilig verklaard en Lourdes is inmiddels een van de meest bezochte bedevaartplaatsen en vele genezingswonderen hebben daar in de afgelopen eeuw plaatsgehad. Helaas was de paus te ziek om af te reizen naar Lourdes, zo vertelt ons een van de vele overlevering.

Wat de voorspellingen van Branham betreft, kunnen we zeggen dat ze alle betrekking hadden op de natuurlijke wereld, op wat voor ogen is. Op een zondagmorgen in juni 1933 had hij zeven visioenen, die betrekking hadden op Mussolini, Hitler, Rusland, de vooruitgang van de wetenschap, het moreel verval. Wat het laatste betreft, ging het natuurlijk meest over de vrouw: kort geknipt haar, mannenkleding, ‘zij werd steeds bloter, totdat ik in het laatste beeld een vrouw zag met alleen nog maar op een vijgenblad gelijkende bedekking voor’.

Het is dus niet te verwonderen dat Branham het morele verval in hoofdzaak toeschreef aan het gedrag van de vrouw. Van onreine mannen scheen hij geen weet te hebben, terwijl Jezus juist tot de mannen zegt: ‘Wie van u zonder zonde is, werpt de eerste steen’. In het zesde visioen zag Branham hoe in Amerika een zeer mooie, maar wrede vrouw opstond, die het hele volk in haar macht had. In het laatste visioen hoorde hij een verschrikkelijke explosie:

  • ‘Toen ik om mij heen keek, zag ik over het hele land Amerika niets dan puinhopen, kraters en rook’.

Hij concludeert dan:

  • ‘Ik herhaal dus, dat ik met alle ernst en geloof handhaaf, als persoonlijk onderzoeker van het Woord tezamen met goddelijke openbaring, dat omstreeks 1977 de wereldsystemen zullen komen te eindigen en het millennium, duizendjarige rijk, een aanvang zal nemen’ en ‘deze visioenen alle zullen zijn geschied tegen 1977’.

Natuurlijk weet ik nu hoe de presidentsverkiezingen in Amerika zijn uitgevallen, maar dat de beeldschone vrouw tevoorschijn kwam, die het oog van Branham waarnam als heerseres, is nooit gezien. Hij sprak echter ook nog over de mogelijkheid dat zij een beeld van de rooms-katholieke kerk kon zijn.

In het pastoraat hebben we zelf vaak mensen meegemaakt met waarzeggende geesten. Zij hadden vaak visioenen, bijvoorbeeld een vrouw over mensen die sterven zouden, wat dan ook werkelijk gebeurde en op dezelfde wijze als het door de zieneres was gesignaleerd. Deze mensen willen graag van hun ‘paranormale begaafdheid’ af en worden soms naar het instituut voor parapsychologie verwezen, maar ook wel naar het ‘volle evangelie’ gestuurd, zoals ik dit meemaakte.

De vraag is nu: wanneer spreekt de Geest van God en wanneer wordt iemand misleid door waarzeggende geesten? Paulus schreef dat we de profeten en dus ook de zieners zullen beoordelen. Maar dan moet er ook een instantie zijn die hiertoe het recht heeft. In de gemeente zijn dit de oudsten, maar wie controleert de reizende evangelisten? In Deuteronomium 18:22 zegt de Heer:

  • ‘Als een profeet spreekt in de naam van de Heer en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord dat de Heer niet gesproken heeft; in overmoed heeft de profeet gesproken, u zult voor hem niet bang zijn’.

Branham heeft deze tekst dikwijls geciteerd. Maar het zal voor zijn volgelingen heel moeilijk worden om vol te houden, dat het duizendjarige rijk in 1977 is ingegaan. In hoeveel profetieën geeft de Bijbel niet aan wat er voor die tijd moeten worden vervuld: de tempel moet nog voltooid worden, het antichristelijke tijdperk moet achter de rug zijn en de slag van Armageddon moet er ook nog aan voorafgaan.

Al met al waren die voorspellingen dus niet geloofwaardig. Ook mag men zich nooit laten intimideren om alles maar te geloven wat ‘in de naam van de Heer’ gesproken wordt. Hier volgt een voorbeeld van zulke bangmakerij. Een aanhanger van de Branham-leer schreef mij geruime tijd geleden onder andere:

  • ‘Ik wil u waarschuwen dat de leer die u verkondigt, een lering van mensen is en niet uit God. Hierdoor worden vele argeloze schapen verleid. De Heilige Schrift is nu eenmaal niet voor eigen uitleg vatbaar. Alleen zij die door de Heilige Geest spreken en door Hem geleerd zijn kunnen anderen leren. Velen zijn in de Geest begonnen en eindigen in het vlees’.

Zo gaat het dan door, maar een Schriftuurlijke argumentatie, een weerlegging van wat ik geschreven heb, ontbrak. De aap komt uit de mouw bij de volgende opmerking:

  • ‘Er is maar één boodschapper gezonden. Hij had het ‘zo spreekt de Heer’ en het kwam uit: De profeet, wijlen W.M. Branham. Als wij zijn boodschap verwerpen of verachten, zullen wij verantwoording moeten afleggen op de Dag van Jezus Christus. Wij zijn dan ook niet bij de opname, wanneer Jezus komt op de wolken van de hemel om zijn bruid te zien. Ik ken twee mensen die deze boodschap verworpen hebben. Zij liggen nu op het kerkhof. Ik wil hiermee zeggen, dat wanneer u een dienstknecht van God verwerpt, een oordeel over u zult halen. Nu kunt u twee dingen doen: of u gooit deze mail zonder meer in de prullenbak met de gedachte dat satan u probeert te verleiden of u gaat ermee naar de binnenkamer en legt het neer voor het aangezicht van de Heer. Bekeer u toch van uw dwaalweg voordat het te laat is en de deur van de genade gesloten wordt!’

Ik weet niet welke twee verwerpers van de Branham-leer op het kerkhof terecht kwamen. Ik weet wel dat Branham zelf door een ongeluk om het leven kwam. Ik heb echter niet de gewoonte om hieruit conclusies te trekken over iemands geestelijke staat. In sommige zwaar orthodoxe kringen dreigt men met hel en verdoemenis, wanneer men de leer of de traditie van de voorvaders loslaat, maar ook in deze kringen wil men schrik aanjagen. De apostel schreef echter: ‘En u vrouwen laat u geen schrik aanjagen’ (1 Petr.3:6). Ik geloof dat dit ook geldt voor mannen.

Van verschillende kanten werd mij gevraagd om eens op de Branham-leer te reageren, omdat deze ook in Nederland nog steeds doorgaat aanhangers te werven, zelfs in kringen waar ik het helemaal niet verwachtte. Ook in België zijn er verschillende broeders in deze dwaling verstrikt. Op deze site gaan we rustig door de boodschap van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen door te geven. Deze boodschap is alleen verbonden met Jezus Christus en niet met de naam van een mens. De blijdschap, vrede en ontspannenheid die wijzelf bezitten uit kracht van dit evangelie gunnen wij iedere broeder en zuster!